Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:4002

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-10-2016
Datum publicatie
10-10-2016
Zaaknummer
23-000297-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voorhanden hebben vals dan wel vervalst paspoort. Gelet op de omstandigheden van het geval hoefde de verdachte ten tijde van zijn aanhouding niet meer te twijfelen aan de echtheid van zijn paspoort.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-000297-16

datum uitspraak: 4 oktober 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 januari 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15-821203-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Syrië) op [geboortedag] 1993,

adres: [adres] .

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van het hem onder 2 ten laste gelegde. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid Sv staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom

niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van voornoemde feit.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

20 september 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 29 december 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een identiteitsbewijs dat afgegeven is door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang voorhanden heeft gehad, te weten een nationaal paspoort van Syrië (nummer [nummer] ), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument of de Nederlandse identiteitskaart of andere identiteitsbewijs afgegeven door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang vals of vervalst was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken, met een proeftijd van twee jaren.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat, voor zover al sprake mocht zijn van een vals paspoort, de verdachte geen opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, op de valsheid van het paspoort heeft gehad en dat hij om die reden dient te worden vrijgesproken. De verdachte heeft het paspoort immers aangevraagd bij een ambtenaar die bij het paspoortkantoor van de Syrische autoriteiten in Hama werkzaam was en het paspoort is voor 29 december 2015 meermalen gecontroleerd door grensbewakingsambtenaren, waaronder die van de Verenigde Staten. Bovendien was het paspoort eerder, te weten in augustus 2015, door het Bureau Falsificaten van de Kmar in het kader van zijn asielaanvraag gecontroleerd op authenticiteit en goed bevonden. Dit laatste blijkt uit een ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsman overgelegd proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [naam] , wachtmeester der Koninklijke Marechaussee district Schiphol van 9 augustus 2015.

Het hof overweegt naar aanleiding hiervan het volgende.

De verdachte heeft het paspoort in Syrië via een tussenpersoon die werkzaam was bij de Immigratie- en Paspoortdienst in Syrië onder betaling van een bedrag van 2.000 US dollars aangevraagd. Hij heeft het paspoort niet via officiële weg aangevraagd uit angst te worden aangehouden voor het vervullen van zijn militaire dienstplicht.

Mede gelet op de ter terechtzitting in eerste aanleg afgelegde getuigenverklaring van [getuige] , teamleider van de afdeling Falsificaten werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee te Schiphol moet naar het oordeel van het hof worden aangenomen dat het paspoort van de verdachte is vervalst. [getuige] heeft ter zitting aan de hand van een specimen van een authentiek paspoort van Syrië verschillen tussen een authentiek paspoort en dat van de verdachte getoond: het specimen bevat - in tegenstelling tot het paspoort van de verdachte - blauwe lijntjes en een ondergrondbedrukking (verdachtes paspoort is “gebleekt”), en het persoonsnummer beginnend met 050 komt niet overeen met de in het paspoort vermelde geboorteplaats van de verdachte.

Uit het door de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep overgelegd proces-verbaal van bevindingen van de Koninklijke Marechaussee te Schiphol d.d. 9 augustus 2015 volgt dat de verdachte op die dag als vreemdeling vanuit de Verenigde Staten op Schiphol is aangekomen en een asielaanvraag heeft ingediend. Met het oog op de beoordeling van die aanvraag zijn de onder hem aangetroffen reis- en identiteitspapieren, waaronder een nationaal paspoort van Syrië, tijdelijk in bewaring genomen. Het paspoort is door de Falsificaten Schiphol Desk onderzocht op authenticiteit en goed bevonden. Het is vervolgens met de verdachte meegestuurd naar het Aanmeldcentrum.

De verdachte heeft het paspoort vervolgens tijdens zijn reis naar de Verenigde Staten gebruikt, hoewel hij dat niet had hoeven te doen, omdat hij inmiddels de beschikking had over een Nederlands reisdocument voor een vluchteling.

Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat hoewel de omstandigheden waaronder de verdachte het paspoort in Syrië heeft verkregen, hem terecht reden gaven tot twijfel over de echtheid daarvan, deze twijfel op 29 december 2015 bij hem kennelijk niet meer bestond en – met name gelet op de uitdrukkelijke en voorafgaande goedkeuring door de Falsificaten Schiphol Desk - ook niet meer hoefde te bestaan. Niet kan dan ook worden bewezen dat hij op het ten laste gelegde tijdstip van de valsheid van het paspoort wist dan wel deze redelijkerwijs had moeten vermoeden. Hij zal daarom van het hem onder 1 ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Bij deze stand van zaken komt het hof niet toe aan het voorwaardelijk verzoek van de raadsman tot het verrichten van nader onderzoek naar het paspoort van de verdachte.

Beslag

De verdachte heeft op 30 december 2015 afstand gedaan van het nationaal paspoort van Syrië

(KVI nr. 1), waardoor de inbeslagneming van rechtswege is vervallen. Het hof zal derhalve over dit in beslag genomen goed geen beslissing meer nemen.

Het hof is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    een verblijfsvergunning van Nederland (KVI nr. 3);

  • -

    een nationale identiteitskaart van Syrië (KVI nr. 5);

  • -

    een nationale identiteitskaart van Syrië (KVI nr. 6);

  • -

    een kopie van een nationale identiteitskaart van Syrië (KVI nr. 34),

aan de verdachte dienen te worden teruggegeven, aangezien hij redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing tot vrijspraak ter zake van het onder 2 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een verblijfsvergunning van Nederland (KVI nr. 3);

- een nationale identiteitskaart van Syrië (KVI nr. 5);

- een nationale identiteitskaart van Syrië (KVI nr. 6);

- een kopie van een nationale identiteitskaart van Syrië (KVI nr. 34).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.J.M.W. Paridaens, mr. P.C. Römer en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. S.W.M. Stevens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 oktober 2016.

De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[......]

[......] .