Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:3625

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-08-2016
Datum publicatie
09-09-2016
Zaaknummer
23-000617-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het voorhanden hebben van een wapen van categorie I onder 7°. Het hof acht oplegging van een sanctie niet (langer) opportuun en past artikel 9a Sr toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-000617-16

datum uitspraak: 11 augustus 2016

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 februari 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-154400-13 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 28 juli 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 8 mei 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten een (spel)computer joystick in de vorm van een pistool, zijnde (een) voorwerp(en) vermeld op lijst a of lijst b van de bij de Regeling Wapens en Munitie behorende bijlage I, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 8 mei 2013 te Amsterdam een wapen van categorie I onder 7°, te weten een (spel)computer joystick in de vorm van een pistool, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld (AVAS). Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verdachte zich er niet van bewust was dat hij met de usb-joystick in de vorm van een pistool een verboden wapen in zijn bezit had.

Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe dat schulduitsluiting als hier aangevoerd, alleen aan de orde kan zijn als aannemelijk is dat sprake is geweest van een verontschuldigbare rechtsdwaling aan de zijde van de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat het wapen er uitziet als een echt pistool. De verdediging heeft niets aangevoerd en ook overigens is niets gebleken op basis waarvan moet worden aangenomen dat dat de verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid ervan. De enkele stelling dat de verdachte niet wist dat hij een verboden wapen in bezit had, is daarvoor onvoldoende.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete ter hoogte van 250,00 euro subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis, met een proeftijd van één jaar.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsvrouw heeft, subsidiair, bepleit dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd, nu de verdachte, toen hij te weten kwam dat hij een verboden voorwerp in zijn bezit had, dit op eigen initiatief aan een politieagent heeft overhandigd.

Gelet op de omstandigheden waaronder het feit is begaan en het feit dat het bewezenverklaarde inmiddels ruim drie jaren geleden heeft plaatsgevonden, is naar het oordeel van het hof oplegging van een sanctie niet (langer) opportuun. Het hof zal de verdachte daarom schuldig verklaren, maar hem geen straf of maatregel opleggen op grond van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. E. de Greeve en mr. P.A.M. Hoek, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Schoutsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 augustus 2016.

mr. E. de Greeve is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[......]

[......].