Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:3606

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-08-2016
Datum publicatie
08-09-2016
Zaaknummer
23-001496-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van een aantal (pogingen tot) woninginbraken en veroordeeld ten aanzien van een aantal (pogingen tot) woninginbraken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 23-001496-16

Datum uitspraak: 24 augustus 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 5 april 2016 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15/800505-15 en 15/800574-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,

door de verdachte ter terechtzitting opgegeven postadres: [adres 1],

thans gedetineerd in P.I. Noord Holland Noord, Unit Zuyder [verbalisant] te Heerhugowaard.

Omvang van het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 15/800505-15 onder 2, 5 en 7 primair en subsidiair is ten laste gelegd. Het hoger beroep van de verdachte is, blijkens de akte rechtsmiddel van 19 april 2016, niet gericht tegen die beslissingen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – ten laste gelegd dat:

zaak met parketnummer 15-800505-15 (zaak A):

1:
hij in of omstreeks de periode van 18 juli 2015 tot en met 19 juli 2015 te Sint Pancras, gemeente Langedijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan [adres 2] heeft weggenomen diverse goederen, waaronder een laptop, een sleutelbos,een of meer tassen (met inhoud), geld (totaal ongeveer 420 euro), divers servies goed, een of meer fotocamera's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

en/of

hij in of omstreeksde periode van 18 juli 2015 tot en met 19 juli 2015 te Sint Pancras, gemeente Langedijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Volkswagen Touran, kenteken [kenteken], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel, te weten de bij de woninginbraak gestolen autosleutel;

3:
hij op of omstreeks 05 mei 2015 te Sint Pancras, gemeente Langedijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (uit een woning gelegen aan [adres 3]) een Ipad en/of een fiets (merk Sparta Ion), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4:
hij op of omstreeks 05 mei 2015 te Sint Pancras, gemeente Langedijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan [adres 4]) heeft weggenomen een playstation 3 (met controllers en oplader) en/of een geldbedrag van ongeveer 200 euro en/of een horloge (merk Ebel) een Ice Watch en/of een fotocamera (merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6:
hij op of omstreeks 05 mei 2015 te Sint Pancras, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in of uit een woning gelegen aan het [adres 5]) weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, de (niet afgesloten) woning van die [slachtoffer 5] is binnen gegaan en/of (vervolgens) een keukenla heeft opengetrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

zaak met parketnummer 15-800574-15 (zaak B):

1:
hij op of omstreeks 10 december 2015 te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan [adres 6], aldaar) heeft weggenomen een laptop (merk Acer) met oplader en/of een horloge (merk IXXI) en/of een portable Playstation (merk Sony), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2:
hij op of omstreeks 10 december 2015 te Sint Pancras, gemeente Langedijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 7], aldaar) heeft weggenomen een tablet (merk Samsung) in een hoes en/of met oplaadsnoer en/of sieraden en/of een spelcomputer (merk Nintendo) met daarin een spelletje en/of een of twee pakje(s) sigaretten (merk Camel) en/of een of twee zakmes(sen) en/of een lamp en/of , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3:
hij in of omstreeks de periode van 2 december 2015 tot en met 9 december 2015 te Koedijk, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 8]) weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn gading onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, het raam (van het toilet) heeft opengebroken en/of (vervolgens) die woning is binnen gegaan en/of (vervolgens) een of meer kasten en/of lades heeft open gemaakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4:
hij in of omstreeks de periode van 8 december 2015 tot en met 9 december 2015 te Koedijk, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 9]) weg te nemen geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) van zijn gading onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, een kozijn van een raam heeft verbroken en/of het uitzetijzer van een raam heeft verwijderd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5:
hij op of omstreeks 04 december 2015 te Hoogwoud, gemeente Opmeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 10]) heeft weggenomen een playstation 4 (merk Sony) en/of een televisie (merk Sony) en/of een computer (merk Apple) en/of een fotocamera (merk Canon) met diverse toebehoren en/of een computer (merk Acer) en/of een of meer sieraden en/of een geldbedrag van (ongeveer) 70 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte in zaak A onder 1 hetgeen als tweede cumulatieve feit is genoemd, 3, 4 en 6 en in zaak B onder 5 ten laste is gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

Het hof overweegt daartoe als volgt.

Het in zaak A onder 1 als tweede cumulatief ten laste gelegd feit

Het hof is van oordeel dat op basis van de voorhanden bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat de verdachte tussen 18 juli 2015 om 18.00 uur en 19 juli 2015 om 12.00 uur in de woning aan [adres 2] te Sint Pancras heeft ingebroken. Dit vormt weliswaar een aanwijzing dat de verdachte ook betrokken is geweest bij de diefstal van de Volkswagen Touran, maar gelet op het ontbreken van overig bewijs in het dossier, is deze aanwijzing onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring van dit feit.

Het in zaak A onder 3 ten laste gelegde

Op 5 mei 2015 heeft [slachtoffer 3] aangifte gedaan van inbraak in haar woning aan [adres 3] te Sint Pancras. De diefstal is gepleegd tussen 14.30 uur en 15.35 uur. Op een foto afkomstig van de deurbelcamera is te zien dat een persoon op 5 mei 2015 om 14.31 uur heeft aangebeld bij de woning. Verbalisant [verbalisant] heeft op de foto de verdachte herkend aan de vorm van zijn gezicht, neus, mond en ogen.

In de woning zijn sporen zijn aangetroffen, waaronder een schoenspoor op een krukje, maar uit het dossier blijkt niet dat nader onderzoek is verricht naar dit schoenspoor.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat het zou kunnen dat hij op 5 mei 2015 rond 14.31 uur in de directe omgeving van de woning aan [adres 3] aanwezig is geweest, maar dat hij niets te maken heeft met de woninginbraak.

Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van het hof weliswaar worden aangenomen dat de verdachte op 5 mei 2015 rond 14.31 uur bij voormelde woning heeft aangebeld, maar het hof kan niet met voldoende zekerheid vaststellen dat het de verdachte is geweest die op die dag in die woning heeft ingebroken.

Het in zaak A onder 4 ten laste gelegde

Op 5 mei 2015 heeft [slachtoffer 4] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning aan [adres 4] te Sint Pancras, gepleegd op die dag tussen 13.30 uur en 17.06 uur. Er is forensisch sporenonderzoek verricht in de woning, waarbij is bevonden dat het slaapkamerraam vermoedelijk met een breekijzer is opengebroken. In de woning werd een schoenspoor aangetroffen. Uit het dossier blijkt niet dat nader onderzoek naar deze sporen is verricht.

Het dossier bevat naar het oordeel van het hof onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat het de verdachte is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan deze woninginbraak.

Het in zaak A onder 6 ten laste gelegde

Op 5 mei 2015 heeft [slachtoffer 5] aangifte gedaan van poging diefstal uit haar woning aan de [adres 5] te Sint Pancras, welke feit die dag was gepleegd tussen 15.15 uur en 15.30 uur. Een onbekende man was haar woning binnengegaan, binnen bleek een lade te zijn opengetrokken en bij de heg bij haar achterdeur was een fiets gesignaleerd. Door diverse getuigen is in de nabijheid van de woning van [slachtoffer 5] een man (op een fiets) gezien, van wie steeds hetzelfde signalement werd gegeven en die later werd herkend als de verdachte. Dit is evenwel onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Eventueel schakelbewijs vanwege het verband met de feiten die in zaak A onder 3 en 4 zijn ten laste gelegd, zoals door rechtbank gebezigd, leidt niet tot een ander oordeel, nu het hof de verdachte van laatstgenoemde feiten vrijspreekt.

Het in zaak B onder 5 ten laste gelegde

Op 4 december 2015 heeft [slachtoffer 11] aangifte gedaan van inbraak in zijn woning aan de [adres 11] te Hoogwoud, gepleegd op die dag tussen 09.00 uur en 09.40 uur. Uit de woning zijn onder meer een gouden armband en ring gestolen. Uit opsporingsonderzoek kwam naar voren [verdachte] - de verdachte - op 4 december 2015 een witgouden armband en een gouden ring aan [bedrijf] in Hoorn had verkocht. De sieraden werden op een daarvan gemaakte foto door de echtgenote van de aangever herkend als haar eigendom.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij de armband en de ring voor een kennis had verkocht aan [bedrijf]. Hij wilde de naam van deze kennis niet noemen.

Het hof is van oordeel dat deze verklaring van de verdachte als ongeloofwaardig terzijde moet worden geschoven, aangezien de verdachte hiermee pas in hoger beroep is gekomen, hij de naam van zijn kennis niet heeft willen noemen en zijn verklaring ook overigens niet verifieerbaar is.

Dit neemt echter naar het oordeel van het hof niet weg dat niet kan worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die in voormelde woning heeft ingebroken en daar goederen heeft weggenomen. Verdachte kan immers ook op andere wijze aan de gestolen goederen zijn gekomen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1 en zaak B onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zaak A:

1:
hij in de periode van 18 juli 2015 tot en met 19 juli 2015 te Sint Pancras, gemeente Langedijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan [adres 2] heeft weggenomen een laptop, een sleutelbos, tassen, geld (totaal ongeveer 420 euro), divers serviesgoed en fotocamera's, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

zaak B:

1:
hij op 10 december 2015 te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [adres 6]) heeft weggenomen een laptop (merk Acer) met oplader en een horloge (merk IXXI) en een portable Playstation (merk Sony), toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

2:
hij op 10 december 2015 te Sint Pancras, gemeente Langedijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres 7]) heeft weggenomen een tablet (merk Samsung) in een hoes en een oplaadsnoer en sieraden en een spelcomputer (merk Nintendo) en twee pakjes sigaretten (merk Camel) en twee zakmessen en een lamp, toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

3:
hij in de periode van 2 december 2015 tot en met 9 december 2015 te Koedijk, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres 8]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, toebehorende aan [slachtoffer 9], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak en inklimming, het raam van het toilet heeft opengebroken en die woning is binnen gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4:
hij in de periode van 8 december 2015 tot en met 9 december 2015 te Koedijk, gemeente Langedijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres 9]) weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan [slachtoffer 10], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak en inklimming, een kozijn van een raam heeft verbroken en het uitzetijzer van een raam heeft verwijderd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen in zaak A onder 1 en in zaak B onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het hof neemt over de bewijsmiddelen zoals deze zijn weergegeven in de voetnoten in het vonnis waarvan beroep onder de rubriek “Redengevende feiten en omstandigheden” - voor zover betrekking hebbend op de door het hof bewezenverklaarde feiten -, die tezamen opleveren de redengevende feiten en omstandigheden, op grond waarvan het hof bewezen acht en de overtuiging heeft verkregen dat de verdachte het in zaak A onder 1 en 6 en in zaak B onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde heeft begaan, met dien verstande dat:

  • -

    aan noot 2 wordt toegevoegd het proces-verbaal van aangifte met nummer PL1100‑2015176114‑1 van 19 juli 2015, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam 1], inhoudende de op 19 juli 2015 afgelegde verklaring van [naam 2] [doorgenummerde pagina’s 36 e.v.];

  • -

    in noot 6 ‘blz. 47’ wordt vervangen door ‘blz. 46’;

  • -

    aan noot 28 wordt toegevoegd het proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100‑2015294113-14 van 10 december 2015, opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam 3] [doorgenummerde pagina’s 21 e.v.].

Nadere bewijsoverwegingen

Het in zaak A onder 1 bewezen verklaarde

Op 19 juli 2015 heeft [naam 2] namens [slachtoffer 1] aangifte gedaan van onder meer inbraak in de woning aan [adres 2] te Sint Pancras, gepleegd tussen 18 juli 2015 om 18.00 uur en 19 juli 2015 om 12.00 uur. Op 20 juli 2015 is forensisch sporenonderzoek verricht in de woning. Daarbij werd geconstateerd dat met een breekijzer een bovenlicht was verbroken en dat via dit bovenlicht de woning was ingeklommen. Kasten en lades stonden open en er waren diverse goederen weggenomen. In de woning werd een geopend pakje drinken aangetroffen dat er volgens de bewoners [slachtoffer 1] niet stond toen zij de woning verlieten. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat het pakje drinken afkomstig was uit de koelkast in de woning. Het pakje is uiteindelijk bemonsterd en het monster bleek DNA van de verdachte te bevatten.

Gelet hierop is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat het de verdachte is geweest die de inbraak heeft gepleegd. De verklaringen van de verdachte worden als ongeloofwaardig terzijde geschoven.

Het in zaak B onder 3 en 4 bewezen verklaarde

Op 9 december 2015 heeft [naam 4] namens zijn moeder, [slachtoffer 9], aangifte gedaan van poging tot inbraak in haar woning aan de [adres 8] te Koedijk. De aangever zag dat via het toiletraampje in de woning was binnengeklommen. Uit de woning werd niets vermist.

Op diezelfde dag heeft [slachtoffer 10] aangifte gedaan van poging tot inbraak in haar woning aan de [adres 9] te Koedijk. Terwijl zij de politie aan het rondleiden was in de tuin van haar buurvrouw naar aanleiding van de poging tot inbraak in de woning aan de [adres 8], zag zij dat van het raamkozijn van haar woning een stuk hout was afgebroken. Later die dag merkte haar man dat een uitzetijzer van één van de ramen stuk was.

In beide woningen werden werktuigsporen aangetroffen. Bij nader forensisch onderzoek is vastgesteld dat die werktuigsporen zijn veroorzaakt met een onder de verdachte op 10 december 2015 inbeslaggenomen breekijzer. In de woning aan de [adres 8] werd daarnaast op de toiletrand een schoenspoor aangetroffen. Uit onderzoek bleek dat het spoor was geplaatst met een linkerschoen, soortgelijk aan de linkerschoen die de verdachte tijdens zijn aanhouding op 10 december 2015 droeg. Gezien het ontbreken van daarvoor noodzakelijke typica kon echter niet verder worden vastgesteld of het spoor daadwerkelijk met de schoen was veroorzaakt.

De verdachte heeft ten overstaan van de politie en de rechtbank niet willen verklaren over beide feiten. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft hij verklaard dat hij de breekijzers, die op 10 december 2015 onder hem in beslag zijn genomen, die ochtend van een kennis had gekregen en dat de kennis zich bezig hield met inbreken. De verdachte was niet bereid de naam van deze kennis te noemen.

Het hof is van oordeel dat deze verklaring als ongeloofwaardig terzijde moet worden geschoven, aangezien de verdachte pas in hoger beroep met deze verklaring is gekomen en de verklaring niet verifieerbaar is gebleken.

Gelet op vorenstaande feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de pogingen tot diefstal zoals bewezen verklaard in zaak B onder 3 en 4.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A onder 1 en in zaak B onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in zaak A onder 1 en in zaak B onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op, telkens:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Het in zaak B onder 3 en 4 bewezen verklaarde levert op, telkens:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in zaak A onder 1 en in zaak B onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak A onder 1, 3, 4 en 6 en in zaak B onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsman heeft verzocht te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat bij de strafoplegging in strafverminderend opzicht rekening dient te worden gehouden met het bepaalde in de artikelen 45, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich driemaal schuldig gemaakt aan een diefstal met braak uit een woning en tweemaal aan een poging tot diefstal met braak uit een woning. Veel van deze feiten vonden plaats op klaarlichte dag. Woninginbraken veroorzaken niet alleen materiële schade en overlast bij de gedupeerden, maar daarnaast wordt ook ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Dit veroorzaakt gevoelens van onrust en onveiligheid, waarvan bekend is dat deze een langdurige nasleep kunnen hebben, omdat men zich in het eigen huis niet veilig meer voelt.

Het hof tilt er zwaar aan dat de verdachte zich bij het plegen van deze misdrijven kennelijk puur door eigen financieel gewin heeft laten drijven.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 26 juli 2016 is hij eerder veelvuldig, in het bijzonder ter zake van vermogensdelicten, onherroepelijk veroordeeld. Dit weegt in zijn nadeel. Naar eigen zeggen pleegde de verdachte in het verleden veel strafbare feiten onder invloed en ter financiering van (hard)drugs. Hij is - eveneens naar eigen zeggen - vier jaar geleden afgekickt van het gebruik van harddrugs. Desondanks is hij blijven doorgaan met het plegen van (vermogens)delicten. De verdachte wekt in generlei opzicht de indruk dat hij zich in de toekomst op het rechte pad zal begeven. Het hof acht het om die reden noodzakelijk een deel van de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opleggen, Daarnaast acht het hof het opleggen van onvoorwaardelijke gevangenisstraf van relatief lange duur onontbeerlijk. Weliswaar verklaart het hof minder feiten bewezen dan de rechtbank, maar het strafblad van de verdachte en de daaruit blijkende onwil zich te conformeren aan de regels, alsmede zijn onverschilligheid ten opzichte van de slachtoffers die hij maakt, brengen het hof tot het oordeel dat niet kan worden volstaan met een lager onvoorwaardelijk deel aan gevangenisstraf dan 24 maanden. De omstandigheid dat hij door het voorwaardelijk op te leggen deel niet in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling als bedoeld in artikel 15 Wetboek van Strafrecht leidt niet tot een ander oordeel.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 676,93. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 21,82. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het in zaak A onder 3 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 350. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 200. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering. De gehele vordering is derhalve in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het in zaak A onder 4 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1, als tweede cumulatieve feit genoemd, 3, 4 en 6 en in zaak B onder 5 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1 en in zaak B onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in zaak A onder 1 en in zaak B onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G. Oldekamp, mr. A.M. van Woensel en mr. R.A.F. Gerding, in tegenwoordigheid van mr. D.G. Oomkes, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 augustus 2016.

mr. R.A.F. Gerding is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.