Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:3498

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-08-2016
Datum publicatie
31-08-2016
Zaaknummer
23-004595-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt in 15 zaken veroordeeld voor winkeldiefstallen die in gestructureerd verband zijn gepleegd. Overwegingen over medeplegen en inwisselbare rollen van de verdachte en de medeverdachten in dat verband. Het hof distantieert zich van de stellingen van de verdediging omtrent winkelketen en moederbedrijf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-004595-15

datum uitspraak: 29 augustus 2016

TEGENSPRAAK (gemachtigde raadslieden)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 28 oktober 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15/871828-14 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1991,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

door en namens de verdachte opgegeven adres in het buitenland: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

(zaak 1)

hij op of omstreeks 12 april 2014 in de gemeente Bergen (NH) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres 2] heeft weggenomen een hoeveelheid (onder andere Loreal) dagcrèmes en/of een hoeveelheid (Sensodyne en/of Oral B) tandpasta, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

2.

(zaak 2)

hij op of omstreeks 15 april 2014 te Zwanenburg, in de gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres 3] heeft weggenomen acht tubes L'Oreal make-up en/of 5 elektrische tandenborstels en/of een hoeveelheid (22 stuks) L'Oreal make-up, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3.

(zaak 18)

hij op of omstreeks 5 september 2014 te Ter Aar, in de gemeente Nieuwkoop, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres 4] heeft weggenomen 12 sets (Oral-B) opzetborstels en/of 5 (Oral-B) elektrische tandenborstels en/of 6 sets (Gilette) scheermesjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat" in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
4.

(zaak 19, zaak 20 en zaak 21)

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 6 september 2014 te Zwanenburg, in de gemeente Haarlemmermeer (zaak 19) en/of in de gemeente Amsterdam (zaak 20) en/of te Abcoude, in de gemeente Ronde Venen (zaak 21), (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening:

(zaak 19)

in/uit een winkel aan de [adres 3] heeft/hebben weggenomen een (grote) hoeveelheid cosmetica-artikelen (waaronder [Oral-B] gezichts- en/of mondverzorgingsproducten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat" in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)en/of

(zaak 20)

in/uit een winkel aan het [adres 5] heeft/hebben weggenomen een (grote) hoeveelheid (Biodermal en/of Max Factor en/of Catrice en/of L'Oreal en/of Preference en/of Reactine en/of Syoss Style en/of Nivea en/of Bepanthen en/of Zwitsal en/of Bio-oil en/of Maybelline en/of Essence en/of Microlax en/of 4711 en/of Roxasect en/of Replay en/of Kruidvat en/of Guhl en/of Treffina en/of Hero Baby en/of Syoss Color en/of Nyc en/of Ultradent en/of Poly Palette) cosmetica-artikelen (waaronder lipsticks en/of Mascara en/of nagellak en/of oogschaduw en/of hooikoortstabletten en/of hairspray en/of vlooienspray en/of nagelborstels en/of shampoo en/of elektrische tandenborstels), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat" in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

(zaak 21)

in/uit een winkel aan de [adres 6] heeft/hebben weggenomen een (grote) hoeveelheid cosmetica-artikelen (waaronder [Oral-B] elektrische tandenborstels en/of [Max Factor] lipsticks en/of [Max Factor] poeders), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat" in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
5.

(zaak 22)

hij op of omstreeks 16 september 2014 in de gemeente Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan het [adres 7] heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid cosmetica- en/of lichaamverzorgingsprodukten (waaronder een aantal [Max Factor] lipsticks een aantal [Oral B] tandenbostels en/of een hoeveelheid [Axe] deospray), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader

6.

(zaak 23)

hij op of omstreeks 24 september 2014 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres 8] heeft weggenomen 20 sets (Oral-B) tandenborstelopzetstukken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Dirckiii", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

7.

(zaak 25)

hij op of omstreeks 1 oktober 2014 in de gemeente Tilburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres 9] heeft weggenomen 93 stuks (L'Oreal en/of Gilette) make-up artikelen en/of scheermesjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

7.

(zaak 26)

hij op of omstreeks 7 oktober 2014 te Driebergen-Rijsenburg, in de gemeente Utrechtse Heuvelrug, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres 9] heeft weggenomen 9 stuks (Max Factor) Mascara en/of twee stuks (XL S) vetbinder en/of 7 sets (Gilette) scheermesjes en/of 43 (Max Factor) lipsticks en/of 4 stuks (L'Oreal) make-up en/of 23 (L'Oreal) foundations, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);


8.

(zaak 28, zaak 29 en zaak 31)

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 22 oktober 2014 in de gemeente Zwolle (zaak 28 en zaak 29) en/of in de gemeente Hattem (zaak 31) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening:

(zaak 28)

in/uit een winkel aan de [adres 10] heeft/hebben weggenomen zeven (Oral-B) elektrische tandenborstels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

(zaak 29)

in/uit een winkel aan de/[adres 11] heeft/hebben weggenomen een aantal elektrische tandenborstels en/of een (groot) aantal cosmetica-produkten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

(zaak 31)

in/uit een winkel aan de [adres 12] heeft/hebben weggenomen 25 sets (Oral-B) opzetborstels en/of zeven (Oral-B) elektrische tandenborstels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

9.

(zaak 33)

hij op of omstreeks 23 oktober 2014 in de gemeente Elburg tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres 13] heeft weggenomen 9 (Oral-B) elektrische tandenborstels en/of 26 sets (Philips en/of Oral-B) opzetborstels en/of 9 stuks (Dryhands en/of Syneo) deodorant, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

10.

(zaak 37)

hij op of omstreeks 28 oktober 2014 in de gemeente Amersfoort tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres 14] heeft weggenomen 9 (Oral-B) elektrische tandenborstels en/of 5 (Scholl) voetvijlen en/of 16 sets (Gilette) scheermesjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Het hof stelt vast dat op de tenlastelegging tweemaal een feit prijkt dat ‘7’ is genummerd. Het hof zal deze feiten als cumulatief onder 7 ten laste gelegd beschouwen.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring en een andere strafoplegging komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging

Bewijsminimum

De verdediging heeft ten aanzien van een aantal zaakdossiers aangevoerd dat het bewijs slechts kan worden geput uit één bron, te weten het betreffende proces-verbaal van bevindingen waarin is gerelateerd wat er op de camerabeelden van de betreffende winkel te zien is. In de optiek van de verdediging kan de bewezenverklaring niet louter worden gebaseerd op een dergelijk proces-verbaal.

Het hof verwerpt deze verweren, omdat de in dat verband ingenomen stelling in haar algemeenheid onjuist is, gelet op het bepaalde in artikel 344, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Medeplegen

Ten aanzien van het onder 1, 2, 4, 7 en 8 ten laste gelegde zal hierna worden bewezen verklaard dat de verdachte hetgeen hem daarbij wordt verweten tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan. Het hof heeft daarbij het volgende in beschouwing genomen.

Voorop staat dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij kan ook de procesopstelling van de verdachte een rol spelen.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte deel uitmaakte van een verband van Roemeense personen die zich met regelmaat bezighielden met het stelen van producten uit drogisterijen, filialen van Kruidvat in het bijzonder. Dit verband bestond uit een min of meer vaste samenstelling. Meer specifiek werden de door de verdachte begane vergrijpen medegepleegd door één of meer van de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]. Uit met name de onderscheiden aangiftes en de processen-verbaal betreffende het uitkijken van de camerabeelden leidt het hof af dat de verdachte samen met medeverdachten verschillende rollen toekwam bij de winkeldiefstallen, welke rollen ook daadwerkelijk inwisselbaar zijn gebleken. De gang van zaken en onderscheiden rollen bestonden - voornamelijk en samengevat - uit:

- het doen van een voorverkenning bij/in de betreffende winkel;

- het kort na elkaar met meerdere verdachten binnenkomen in die winkel;

- het groepsgewijs optreden en het verspreiden in die winkel met de kennelijke bedoeling het voor het winkelpersoneel onoverzichtelijk te maken;

- het geven van aanwijzingen aan mededader(s);

- het in die winkel afschermen van (gangpaden met) een mededader die goederen in een tas doet;

- het verplaatsen van goederen naar een ander schap waarna betreffende goederen door een mededader uit dat schap worden gepakt en in een tas worden gedaan;

- het uit de winkelschappen pakken van goederen en het plaatsen van die goederen in een winkelmandje, welk mandje vervolgens wordt klaargezet om door een mededader te worden overgenomen dan wel waarvan de inhoud door een mededader in een tas wordt gedaan, en

- het pakken van goederen uit de winkel, deze in een tas doen en daarmee de winkel verlaten zonder deze te betalen;

- het op de uitkijk staan tijdens één of meer van voornoemde gedragingen.

In het vakantiehuisje op het [naam park] te Velzen, waar de verdachte met enkele van voornoemde medeverdachten (in de nabijheid) is aangehouden, zijn winkelmandjes, geprepareerde tassen en vuilniszakken met cosmeticaproducten en drogisterijartikelen aangetroffen.

De verdachte heeft op geen enkel moment openheid van zaken gegeven over of nog maar een begin van een plausibele verklaring gegeven voor de in het vakantiehuisje aangetroffen goederen, noch over c.q. voor diens aanwezigheid en zijn opvallende gedrag in en nabij de betreffende winkels.

Gelet op dit alles is het hof van oordeel dat - hoewel de rollen tussen de verdachte en de medeverdachten in betreffende zaken verschillend zijn en niet bij elk van de verweten winkeldiefstallen sprake is van een gezamenlijke uitvoering - de rol van de verdachte als onderdeel van het samenwerkingsverband én de bijdrage van de verdachte aan het geheel van de ten laste gelegde feiten naar het oordeel van het hof van zodanig gewicht is dat deze in onderhavige gevallen kan worden aangemerkt als die van een medepleger.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde - zaaksdossier 2

Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat de omstandigheid dat aangeefster [benadeelde 1], manager van Kruidvat Zwanenburg, in haar verklaring niet specifiek heeft omschreven welke rol ieder van de door haar genoemde mannen hebben vervuld, niet wegneemt dat hier sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. De aangeefster heeft immers verklaard dat op de camerabeelden te zien is dat twee mannen diverse goederen van het L’Oréal display halen en daarna elektrische tandenborstels in hun winkelmandje stoppen. Daarna zijn de twee personen ieder met een winkelmandje vol met goederen naar de speelgoedafdeling gelopen en hebben deze goederen op ooghoogte achter het speelgoed verstopt. Later komt een andere man die een geprepareerde tas onder zijn trui vandaan haalt, vervolgens de eerder verstopte goederen vanuit het schap van het speelgoed pakt en deze in de geprepareerde tas stopt. Het hof is van oordeel dat tussen de drie mannen sprake is van een dusdanige nauwe en bewuste samenwerking dat het niet van belang is welke van de drie mannen de verdachte is.

Anders dan bij de verdediging bestaat er bij het hof geen onduidelijkheid over de vraag of de stills op pagina Z-34 e.v. van het procesdossier deze zaak betreffen. Voornoemde stills behoren blijkens het onderschrift bij het proces-verbaal met nummer PL-1200-2014046617. In het proces-verbaal met nummer PL1200-2014046617-2 (p. Z-32 e.v.) wordt aan de verschillende stills (als “foto’s”) gerefereerd. Daarin wordt ook vermeld dat het gaat om de camerabeelden van de diefstal bij de vestiging van Kruidvat te Zwanenburg. Daarom is zonneklaar dat deze stills de opnamen betreffen van de winkeldiefstal bij Kruidvat te Zwanenburg, waarvan door [benadeelde 1] op 1 mei 2014 aangifte is gedaan. Aan het feit dat het proces-verbaal van aangifte een ander proces-verbaalnummer heeft gekregen, wordt dan ook geen doorslaggevende betekenis toegekend.

De tot vrijspraak strekkende verweren worden verworpen.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde - zaaksdossier 20

De diefstal waaraan de verdachte zich naar het oordeel van het hof samen met anderen schuldig heeft gemaakt, heeft plaatsgehad op 6 september 2014, omstreeks 16.00 uur. Eerst op 8 september 2014 is (op een niet nader bekend geworden tijdstip) door een medewerker van Kruidvat [adres 5] geconstateerd dat er schappen leeg waren. Gelet op de tijd die sinds die diefstal en het ontdekken van de lege schappen is verstreken, is het hof met de verdediging van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel staat dat de verdachte met zijn mededaders verantwoordelijk is voor het verdwijnen van alle ten laste gelegde goederen (die kennelijk zijn gebaseerd op het door Kruidvat [adres 5] aangeleverde overzicht van voorraadmutaties). Daarom dient de verdachte partieel te worden vrijgesproken. Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen staat voor het hof wel buiten kijf dat door de verdachte en zijn mededaders een hoeveelheid cosmetica-artikelen is meegenomen. Het verweer wordt in zoverre verworpen.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde - zaaksdossier 23

Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat het feit dat op de camerabeelden niet te zien is dat de verdachte enige wegnemingshandeling heeft verricht, aan een bewezenverklaring niet in de weg staat, gelet op hetgeen hiervoor ten aanzien van medeplegen is overwogen, bezien in het licht van hetgeen uit de bewijsmiddelen naar voren komt met betrekking tot de rol van de - in de winkel aanwezige - verdachte ten tijde van het wegnemen van de goederen. Het verweer wordt verworpen.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde - zaaksdossier 28

In aanvulling op hetgeen hierboven ten aanzien van het medeplegen reeds is overwogen, overweegt het hof dat de aangeefster [benadeelde 2] van Kruidvat Zwolle ([adres 10]) heeft gezien dat er op 22 oktober 2014 drie mannen de winkel inkwamen, waarvan er twee naar het pad met de elektrische tandenborstels gingen. Eén van hen had een big shopper tas bij zich. Nadat de mannen de winkel verlieten, constateerde de aangeefster op enig moment dat er elektrische tandenborstels waren weggenomen. Eén van die mannen die zijn vastgelegd op stills van de in de winkel opgenomen camerabeelden, is door politieambtenaar [verbalisant] als de verdachte herkend, zo is in het daaromtrent opgemaakte proces-verbaal gerelateerd (p. Z-713). Dat er, zoals de verdediging heeft aangevoerd, daarnaast geen proces-verbaal van bevindingen voorhanden is waarin bewegende beelden worden beschreven, doet aan de bewijskracht van het proces-verbaal van [verbalisant] niet af. Het verweer wordt verworpen.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde - zaaksdossier 29

Eén van de mannen die zijn vastgelegd op stills van de in Kruidvat Zwolle ([adres 11]) opgenomen camerabeelden, is door politieambtenaar [verbalisant] als de verdachte herkend, zo is in het daaromtrent opgemaakte proces-verbaal gerelateerd (p. Z-730). Dat er, zoals de verdediging heeft aangevoerd, daarnaast geen proces-verbaal van bevindingen voorhanden is waarin bewegende beelden worden beschreven, doet aan de bewijskracht van dit proces-verbaal van [verbalisant] niet af. Mede omdat het hof door eigen waarneming van de stills heeft vastgesteld dat de verdachte met een winkelmandje door de winkel is gelopen, evenals zijn mededaders [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] voornoemd, wordt in het licht van hetgeen hiervoor omtrent medeplegen is overwogen geconcludeerd dat de verdachte op dat moment in nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] doende was het tot een geslaagde diefstal van drogisterijartikelen te leiden, waarbij de rol van de verdachte in elk geval zal hebben bestaan uit het bijdragen aan het verstoren van het overzicht in de winkel. Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

(zaak 1)

hij op 12 april 2014 in de gemeente Bergen (NH) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 2] heeft weggenomen een hoeveelheid (onder andere L’Oréal) dagcrèmes en een hoeveelheid (Sensodyne en/of Oral B) tandpasta, toebehorende aan "Kruidvat";


2.

(zaak 2)

hij op 15 april 2014 te Zwanenburg, in de gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 3] heeft weggenomen acht tubes L’Oréal make-up en 5 elektrische tandenborstels en een hoeveelheid (22 stuks) L’Oréal make-up, toebehorende aan "Kruidvat";

3.

(zaak 18)

hij op 5 september 2014 te Ter Aar, in de gemeente Nieuwkoop, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 4] heeft weggenomen 12 sets (Oral-B) opzetborstels en 5 (Oral-B) elektrische tandenborstels en 6 sets (Gillette) scheermesjes, toebehorende aan "Kruidvat";
4.

(zaak 19, zaak 20 en zaak 21)

hij op tijdstippen op 6 september 2014 te Zwanenburg, in de gemeente Haarlemmermeer (zaak 19) en/of in de gemeente Amsterdam (zaak 20) en/of te Abcoude, in de gemeente Ronde Venen (zaak 21), telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

(zaak 19)

in een winkel aan de [adres 3] heeft weggenomen een grote hoeveelheid cosmetica-artikelen (waaronder [Oral-B] gezichts- en mondverzorgingsproducten), toebehorende aan "Kruidvat"

en

(zaak 20)

in een winkel aan het [adres 5] heeft weggenomen een hoeveelheid cosmetica-artikelen toebehorende aan "Kruidvat"

en

(zaak 21)

in een winkel aan de [adres 6] heeft weggenomen een grote hoeveelheid cosmetica-artikelen (waaronder [Oral-B] elektrische tandenborstels en [Max Factor] lipsticks en [Max Factor] poeders), toebehorende aan "Kruidvat";
5.

(zaak 22)

hij op 16 september 2014 in de gemeente Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan het [adres 7] heeft weggenomen een grote hoeveelheid cosmetica- en/of lichaamverzorgingsproducten (waaronder [Oral B] tandenborstels), toebehorende aan "Kruidvat";

6.

(zaak 23)

hij op 24 september 2014 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 8] heeft weggenomen 20 sets (Oral-B) tandenborstelopzetstukken, toebehorende aan "Dirck III";

7.

(zaak 25)

hij op 1 oktober 2014 in de gemeente Tilburg tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 9] heeft weggenomen 93 stuks (L’Oréal en/of Gillette) make-up artikelen en scheermesjes, toebehorende aan "Kruidvat",

en

(zaak 26)

hij op 7 oktober 2014 te Driebergen-Rijsenburg, in de gemeente Utrechtse Heuvelrug, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 9] heeft weggenomen enig goed, toebehorende aan "Kruidvat";


8.

(zaak 28, zaak 29 en zaak 31)

hij op tijdstippen op 22 oktober 2014 in de gemeente Zwolle (zaak 28 en zaak 29) en/of in de gemeente Hattem (zaak 31) telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

(zaak 28)

in een winkel aan de [adres 10] heeft weggenomen zeven (Oral-B) elektrische tandenborstels, toebehorende aan "Kruidvat",

en

(zaak 29)

in een winkel aan de [adres 11] heeft weggenomen elektrische tandenborstels en cosmeticaproducten, toebehorende aan "Kruidvat",

en

(zaak 31)

in een winkel aan de [adres 12] heeft weggenomen 25 sets (Oral-B) opzetborstels en zeven (Oral-B) elektrische tandenborstels, toebehorende aan "Kruidvat";

9.

(zaak 33)

hij op 23 oktober 2014 in de gemeente Elburg tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 13] heeft weggenomen 9 (Oral-B) elektrische tandenborstels en 26 sets (Philips en/of Oral-B) opzetborstels en 9 stuks (Dryhands en/of Syneo) deodorant, toebehorende aan "Kruidvat";


10.

(zaak 37)

hij op 28 oktober 2014 in de gemeente Amersfoort tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 14] heeft weggenomen 9 (Oral-B) elektrische tandenborstels en/of 5 (Scholl) voetvijlen en 16 sets (Gillette) scheermesjes toebehorende aan "Kruidvat".

Hetgeen onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1, 2, 3, 5, 6, 9 en 10 bewezen verklaarde levert telkens op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Het onder 4, 7 en 8 bewezen verklaarde levert telkens op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 weken met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 weken met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich tezamen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een groot aantal winkeldiefstallen waarbij grote hoeveelheden producten zijn buit gemaakt. De winkeldiefstallen zijn op zeer brutale en geraffineerde wijze uitgevoerd door onder meer gebruik te maken van geprepareerde tassen. Daarbij is een zeer groot aantal goederen met een relatief grote verkoopwaarde weggenomen. Winkeldiefstallen zijn ergerlijke feiten waarbij aan de betrokken bedrijven veel hinder en schade kan worden veroorzaakt, zeker als deze worden gepleegd op een schaal als hier aan de orde. Het hof weegt in het nadeel van de verdachte mee dat deze winkeldiefstallen in een gestructureerd verband hebben plaatsgevonden, van welk verband de verdachte kennelijk gedurende een periode van 6 maanden deel heeft uitgemaakt.

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd dat er in de kern op neerkomt dat

a. a) winkelketen Kruidvat en [moederonderneming] (eigenaar van Kruidvat, ICI Paris XL en Trekpleister)

het over zichzelf afroepen dat er diefstallen als hier aan de orde worden gepleegd, omdat in onvoldoende mate beveiligingsmaatregelen worden getroffen,

b) de door de winkeliers opgevoerde schade bezien moet worden in relatie tot de omzet van de moederonderneming van [moederonderneming] en dat de benadeling van de winkeliers daarom gerelativeerd moet worden,

c) de kosten die winkeldiefstallen met zich brengen door winkeliers worden doorberekend in de prijs van het product, zodat ‘wij allemaal’ slachtoffer zijn en dat dit dient te worden ‘doorberekend’ in de aan de verdachte op te leggen straf en

d) [moederonderneming] zich zelf ook schuldig maakt aan feiten die het daglicht niet kunnen verdragen.

Om deze stellingen te adstrueren heeft de verdediging onder andere verwezen naar een rapport van Bedrijfskunde MER-studenten van [naam school] te ’s-Hertogenbosch, van Wikipedia afkomstige informatie over [naam].

In het midden kan worden gelaten of voor de stellingen van de verdediging - waarvan het hof zich distantieert - ook maar een begin van aannemelijkheid is gegeven, omdat het hof in hetgeen is aangevoerd, geen enkele aanleiding ziet om tot strafmatiging voor verdachte over te gaan. Evenmin ziet het hof termen om bij het bepalen van de op te leggen straf aansluiting te zoeken bij de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor fraudezaken, zoals de verdediging heeft voorgesteld.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 26 juli 2016 is hij in 2013 ter zake van een soortgelijk delict onherroepelijk tot een vrijheidsstraf veroordeeld. Daarnaast zijn vóór de onder 3 tot en met 10 bewezen geachte feiten twee andere veroordelingen ter zake van winkeldiefstallen onherroepelijk geworden. Dat hij zich aan een en ander niets gelegen heeft laten liggen, wordt in zijn nadeel gewogen.

Het hof is, gelet op de gestructureerde wijze waarop de meeste diefstallen zijn gepleegd, de hoeveelheid bewezen verklaarde feiten en de verkoopwaarde van de weggenomen goederen, van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde en door de rechtbank opgelegde straf net onvoldoende recht doet aan de ernst van het bewezen verklaarde. Daarom zal een enigszins hogere straf worden opgelegd. Hieruit spreekt ook dat de door de verdediging gedane suggestie de verdachte een taakstraf op te leggen, buiten de orde wordt geacht.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 (tweeëntwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. M. Iedema en mr. R.A.F. Gerding, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 augustus 2016.