Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:3497

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-08-2016
Datum publicatie
31-08-2016
Zaaknummer
23-004596-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt in 10 zaken veroordeeld voor winkeldiefstallen die in gestructureerd verband zijn gepleegd. Overwegingen over medeplegen en inwisselbare rollen van de verdachte en de medeverdachten in dat verband. Het hof distantieert zich van de stellingen van de verdediging omtrent winkelketen en moederbedrijf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-004596-15

datum uitspraak: 29 augustus 2016

TEGENSPRAAK (gemachtigde raadslieden)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 28 oktober 2015 in de strafzaak onder de parketnummers 15/871829-14 en 01/061255-13 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1984,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

door en namens de verdachte opgegeven adres in het buitenland: [adres 1]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

(zaak 2)

zij op of omstreeks 15 april 2014 te Zwanenburg, in de gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres 2] heeft/hebben weggenomen acht tubes L'Oreal make-up en/of 5 elektrische tandenborstels en/of een hoeveelheid (22 stuks) L'Oreal make-up, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

2.

(zaak 4)

zij op of omstreeks 17 april 2014 te IJmuiden, in de gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres 3] heeft/hebben weggenomen 6 stuks (Axe Apollo) deospray en/of 9 (Oral-B) elektrische tandenborstels en/of 20 sets (Gilette en/of Wilkinson) scheermesjes en/of 41 (Max Factor) lipsticks en/of 10 stuks (Max Factor) poeder crème puff, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

3.

(zaak 7 en zaak 8)

zij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 30 april 2014 te Tuitjenhorn, in de gemeente Schagen (zaak 7) en/of Julianadorp, in de gemeente Den Helder (zaak 8), (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening:

(zaak 7)

in/uit een winkel aan de [adres 4] heeft/hebben weggenomen 15 flesjes parfum (merken Noa Cacharell en/of Versace Woman en/of Light Blue Dolce & Gabbana), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "DA Drogisterijen" en/of [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en/of

(zaak 8)

in/uit een winkel aan de [adres 5] heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid (Gilette) scheermesjes en/of 41 stuks (Maybelline Mascara) make-up, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

4.

(zaak 10)

zij op of omstreeks 6 mei 2014 in de gemeente Scherpenzeel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan het [adres 6] heeft/hebben weggenomen 52 stuks (Max Factor) lipfinity en/of foundation en/of 8 stuks (L’Oreal) foundation en/of 6 (Oral-B) vitality en/of een hoeveelheid damesscheermessen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan “Kruidvat [naam 2]” en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

5.

(zaak 11, zaak 12 en zaak 14)

zij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 15 mei 2014 te Noord-Scharwoude, in de gemeente Langedijk (zaak 11) en/of in de gemeente Heemskerk (zaak 12) en/of in de gemeente Alkmaar (zaak 14), (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening:

(zaak 11)

in/uit een winkel aan de [adres 4] heeft/hebben weggenomen 8 stuks cosmetica (parfumerieën) (merken Paco Robanna en/of J'Adore en/of Poison en/of Opium), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "DA [naam 1]" in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en/of

(zaak 12)

in/uit een winkel aan de [adres 7] heeft/hebben weggenomen 33 stuks (Max Factor Lipfinity) cosmetica, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat Heemskerk" in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en/of

(zaak 14)

in/uit een winkel aan het [adres 8] heeft/hebben weggenomen 14 (Max Factor) lipsticks en/of 17 (Max Factor) Mascara en/of een (L'Oreal Paris) dagcrème, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat" in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

6.

(zaak 24)

zij op of omstreeks 24 september 2014 in de gemeente Lochem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres 9] heeft/hebben weggenomen 13 (Oral-B) elektrische tandenborstels en/of 18 sets (Oral-B) tandenborstelopzetstukken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Trekpleister", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

7.

(zaak 27)

zij op of omstreeks 13 oktober 2014 in de gemeente Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan het [adres 10] heeft/hebben weggenomen vier stuks (Max Factor) poeder crème en/of vijftien stuks (Max Factor) Lipfinity en/of 8 sets (Gilette) (scheer)mesjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat Heemskerk", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

8.

(zaak 34)

zij op of omstreeks 27 oktober 2014 in de gemeente Geldermalsen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres 11] heeft/hebben weggenomen 6 (Oral-B) elektrische tandenborstels en/of 4 stuks (Scholl) navulling, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Kruidvat" en/of [naam 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

9.

(zaak 40)

zij op of omstreeks 26 september 2014 in de gemeente Nieuwegein tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan/in de [adres 12] heeft/hebben weggenomen 3 stuks (Chanel Allure) parfumerie en/of 3 stuks (Chanel Cocon) parfumerie en/of 3 stuks (Chanel Coco) parfumerie en/of een stuk (Dior Jandour) parfumerie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Douglas", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank en tot een andere beantwoording van de bewijsvraag met betrekking tot het onder 7 ten laste gelegde.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 7 is ten laste gelegd (zaaksdossier 27). Hiertoe is redengevend dat op grond van de inhoud van de stukken van het dossier omtrent de rol van de verdachte slechts vastgesteld kan worden dat zij bij Kruidvat Heemskerk meermalen artikelen uit de schappen heeft gepakt en zij – kennelijk – zonder goederen de winkel heeft verlaten, terwijl twee minuten later een niet nader bekend geworden man (in het dossier aangeduid als ‘NN1’) met een heuptas de winkel is uitgerend. Zo de door Kruidvat Heemskerk vermiste goederen de winkel al met NN1 verlaten hebben, kan niet worden vastgesteld dat NN1 bij de groep winkeldieven hoorde waarvan de verdachte deel uitmaakte en evenmin zijn er concrete aanwijzingen dat de verdachte anderszins op nauwe en bewuste wijze met NN1 heeft samengewerkt. Nu voorts niet is gebleken dat de verdachte zelf als wegnemingshandelingen te betitelen gedragingen heeft verricht, dient de verdachte integraal te worden vrijgesproken van hetgeen haar onder 7 is verweten.

Bewijsoverwegingen

Bewijsminimum

De verdediging heeft ten aanzien van een aantal zaakdossiers aangevoerd dat het bewijs slechts kan worden geput uit één bron, te weten het betreffende proces-verbaal van bevindingen waarin is gerelateerd wat er op de camerabeelden van de betreffende winkel te zien is. In de optiek van de verdediging kan de bewezenverklaring niet louter worden gebaseerd op een dergelijk proces-verbaal.

Het hof verwerpt deze verweren, omdat de in dat verband ingenomen stelling in haar algemeenheid onjuist is, gelet op het bepaalde in artikel 344, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Medeplegen

Ten aanzien van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8 en 9 ten laste gelegde zal hierna worden bewezen verklaard dat de verdachte hetgeen haar daarbij wordt verweten tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan. Het hof heeft daarbij het volgende in beschouwing genomen.

Voorop staat dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij kan ook de procesopstelling van de verdachte een rol spelen.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte deel uitmaakte van een verband van Roemeense personen die zich met regelmaat bezighielden met het stelen van producten uit drogisterijen, filialen van Kruidvat in het bijzonder. Dit verband bestond uit een min of meer vaste samenstelling. Meer specifiek werden de door de verdachte begane vergrijpen medegepleegd door één of meer van de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]. Uit met name de onderscheiden aangiftes en de processen-verbaal betreffende het uitkijken van de camerabeelden leidt het hof af dat de verdachte samen met medeverdachten verschillende rollen toekwam bij de winkeldiefstallen, welke rollen ook daadwerkelijk inwisselbaar zijn gebleken. De gang van zaken en onderscheiden rollen bestonden -voornamelijk en samengevat - uit:

- het doen van een voorverkenning bij/in de betreffende winkel;

- het kort na elkaar met meerdere verdachten binnenkomen in die winkel;

- het groepsgewijs optreden en het verspreiden in die winkel met de kennelijke bedoeling het voor het winkelpersoneel onoverzichtelijk te maken;

- het geven van aanwijzingen aan mededader(s);

- het in die winkel afschermen van (gangpaden met) een mededader die goederen in een tas doet;

- het verplaatsen van goederen naar een ander schap waarna betreffende goederen door een mededader uit dat schap worden gepakt en in een tas worden gedaan;

- het uit de winkelschappen pakken van goederen en het plaatsen van die goederen in een winkelmandje, welk mandje vervolgens wordt klaargezet om door een mededader te worden overgenomen dan wel waarvan de inhoud door een mededader in een tas wordt gedaan, en

- het pakken van goederen uit de winkel, deze in een tas doen en daarmee de winkel verlaten zonder deze te betalen;

- het op de uitkijk staan tijdens één of meer van voornoemde gedragingen.

In het vakantiehuisje op het [naam park] te Velzen, waar de verdachte met enkele van voornoemde medeverdachten (in de nabijheid) is aangehouden, zijn winkelmandjes, geprepareerde tassen en vuilniszakken met cosmeticaproducten en drogisterijartikelen aangetroffen.

De verdachte heeft op geen enkel moment openheid van zaken gegeven over of nog maar een begin van een plausibele verklaring gegeven voor de in het vakantiehuisje aangetroffen goederen, noch over c.q. voor haar aanwezigheid en haar opvallende gedrag in en nabij de betreffende winkels.

Gelet op dit alles is het hof van oordeel dat - hoewel de rollen tussen de verdachte en de medeverdachten in betreffende zaken verschillend zijn en niet bij elk van de verweten winkeldiefstallen sprake is van een gezamenlijke uitvoering - de rol van de verdachte als onderdeel van het samenwerkingsverband én de bijdrage van de verdachte aan het geheel van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 8 ten laste gelegde naar het oordeel van het hof van zodanig gewicht zijn dat deze in onderhavige gevallen kunnen worden aangemerkt als die van een medepleger.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde - zaaksdossier 2

Anders dan bij de verdediging bestaat er bij het hof geen onduidelijkheid over de vraag of de stills op pagina Z-34 e.v. van het procesdossier deze zaak betreffen. Voornoemde stills behoren blijkens het onderschrift bij het proces-verbaal met nummer PL-1200-2014046617. In het proces-verbaal met nummer PL1200-2014046617-2 (p. Z-32 e.v.) wordt aan de verschillende stills (als “foto’s”) gerefereerd. Daarin wordt ook vermeld dat het gaat om de camerabeelden van de diefstal bij de vestiging van Kruidvat te Zwanenburg. Daarom is zonneklaar dat deze stills de opnamen betreffen van de winkeldiefstal bij Kruidvat te Zwanenburg, waarvan door manager [benadeelde 3] op 1 mei 2014 aangifte is gedaan. Aan het feit dat het proces-verbaal van aangifte een ander proces-verbaalnummer heeft gekregen, wordt dan ook geen doorslaggevende betekenis toegekend. Het verweer wordt verworpen.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde - zaaksdossier 4

Anders dan de verdediging kennelijk veronderstelt, staat de omstandigheid dat niet is vastgesteld dat de verdachte zelf wegnemingshandelingen heeft verricht, aan de bewezenverklaring niet in de weg, gelet op hetgeen hiervoor omtrent het medeplegen is overwogen, bezien in het licht van hetgeen uit de ten aanzien van dit feit bezigde bewijsmiddelen naar voren komt omtrent de rol van de verdachte bij deze winkeldiefstal. Het verweer wordt verworpen.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde - zaaksdossier 7

De verdediging heeft gesteld dat de verdachte ‘alles alleen doet’, hetgeen zou moeten leiden tot de conclusie dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het bestanddeel ‘medeplegen’. Het hof verwerpt het verweer. Daartoe is redengevend hetgeen hiervoor omtrent het medeplegen in het algemeen is overwogen, bezien in het licht van hetgeen in dit zaaksdossier uit de bewijsmiddelen naar voren komt. Het hof tekent daarbij voorts aan dat de vrouw met de hoofddoek - het hof begrijpt: medeverdachte

[medeverdachte 4] - ook geuren heeft gepakt en in haar tas heeft gestopt.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde - zaaksdossier 10

Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat vaststaat dat de bewezen te verklaren goederen weggenomen zijn. Niet aannemelijk is geworden dat in de tas van de verdachte een jas of een sjaal zat; de verdachte heeft ook geen verklaring afgelegd met die strekking. Daarnaast staat voor het hof buiten redelijke twijfel dat ook in de tas van de medeverdachte [medeverdachte 2] aan Kruidvat toebehorende goederen de winkel hebben verlaten. Het verweer wordt verworpen.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde - zaaksdossier 11

De stelling van de verdediging dat de vrouw van wie (zo begrijpt het hof de verdediging, door aangever [benadeelde 4] op camerabeelden) is gezien dat zij geurtjes pakte, in haar tas stopte en de winkel verliet (en waarvan naar het oordeel van het hof is gebleken dat dit de verdachte was), alleen handelde, wordt gelogenstraft door hetgeen hiervoor omtrent medeplegen is overwogen, bezien in het licht van de inhoud van de ten aanzien van dit feit gebezigde bewijsmiddelen. Het verweer wordt verworpen.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde - zaaksdossier 12

Anders dan de verdediging heeft gesteld staat de omstandigheid dat niet is vastgesteld dat de verdachte wegnemingshandelingen heeft verricht, aan de bewezenverklaring niet in de weg, gelet op hetgeen hiervoor ten aanzien van medeplegen is overwogen en gezien hetgeen uit de bewijsmiddelen naar voren komt over de rol van de - in de winkel aanwezige - verdachte ten tijde van het wegnemen van de goederen. Dat, zoals door de verdediging naar voren is gebracht, het proces-verbaal van aangifte niet door de aangeefster is ondertekend, doet aan de bewijskracht van dit stuk niet af, omdat het wel is ondertekend door de verbalisant die het heeft opgemaakt. De verweren worden verworpen.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde - zaaksdossier 24
De verdediging heeft - met juistheid - gesteld dat de diefstal heeft plaatsgevonden (het hof begrijpt: de wegnemingshandelingen hebben plaatsgehad) nadat de verdachte de winkel had verlaten. Dit staat echter aan de bewezenverklaring niet in de weg, gelet op hetgeen hiervoor omtrent het medeplegen is overwogen, bezien in het licht van hetgeen uit de ten aanzien van dit feit gebezigde bewijsmiddelen naar voren komt omtrent de rol van de verdachte bij deze winkeldiefstal. Het verweer wordt verworpen.

In het bijzonder ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde - zaaksdossier 34

De verdediging heeft onder de aandacht gebracht dat in het proces-verbaal van observatie gewag wordt gemaakt van mannen, aangeduid als NN1, NN2, NN3 en NN4, en dat er geen melding wordt gemaakt van de betrokkenheid van een vrouw met blond haar. In het proces-verbaal van bevindingen dat omtrent het uitkijken van de betreffende camerabeelden is opgemaakt, wordt melding gemaakt van de betrokkenheid van vier mannen en de verdachte.

Het hof deelt niet de conclusie van de verdediging dat deze processen-verbaal met elkaar in strijd zijn en ook niet de gevolgtrekking dat de verdachte tijdens de observatie niet in de buurt van de winkel is geweest. Uit het genoemde proces-verbaal van bevindingen (p. Z-794 e.v.), opgemaakt door [verbalisant], volgt dat de verdachte zeer kort voordat haar eerste mededader de winkel betrad, voor de winkel is langsgelopen en richting de winkel heeft gekeken. Daarbij kan er naar het oordeel van het hof - bij gebrek aan een andere verklaring door de verdachte - vanuit worden gegaan dat zij dit bij wijze van korte ‘voorverkenning’ heeft gedaan. Het bevreemdt dan ook niet dat de betrokken observanten deze ‘voorbijgangster’ niet onmiddellijk hebben geassocieerd met de personen die kort hierop daadwerkelijk goederen bij Kruidvat Geldermalsen wegnamen. Het proces-verbaal van de observatie (p. O-44 e.v.) vult het evengenoemde proces-verbaal van bevindingen in die zin eerder aan.

Er is voorts geen concreet aanknopingspunt om aan de juistheid van het proces-verbaal van [verbalisant] te twijfelen of aan de betrouwbaarheid van diens herkenning van de verdachte, temeer niet omdat de verdachte niet een verklaring heeft afgelegd met de strekking dat zij ten tijde van de diefstal niet op de plaats delict aanwezig was.

De tot vrijspraak strekkende verweren worden verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8 en 9 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

(zaak 2)

zij op 15 april 2014 te Zwanenburg, in de gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 2] heeft weggenomen acht tubes L’Oréal make-up en 5 elektrische tandenborstels en een hoeveelheid (22 stuks) L’Oréal make-up, toebehorende aan “Kruidvat”;

2.

(zaak 4)

zij op 17 april 2014 te IJmuiden, in de gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 3] heeft weggenomen (Axe Apollo) deospray en (Oral-B) elektrische tandenborstels en (Gillette en Wilkinson) scheermesjes en (Max Factor) lipsticks en (Max Factor) poeder crème puff, toebehorende aan “Kruidvat”;

3.

(zaak 7 en zaak 8)

zij op tijdstippen op 30 april 2014 te Tuitjenhorn, in de gemeente Schagen (zaak 7) en/of Julianadorp, in de gemeente Den Helder (zaak 8), telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

(zaak 7)

in een winkel aan de [adres 4] heeft weggenomen 15 flesjes parfum (merken Noa Cacharel en/of Versace Woman en/of Light Blue Dolce & Gabbana), toebehorende aan "DA Drogisterijen"

en

(zaak 8)

in een winkel aan de [adres 5] heeft weggenomen een hoeveelheid (Gillette) scheermesjes en 41 stuks (Maybelline Mascara) make-up, toebehorende aan "Kruidvat";

4.

(zaak 10)

zij op 6 mei 2014 in de gemeente Scherpenzeel tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan het [adres 6] heeft weggenomen 52 stuks (Max Factor) lipfinity en foundation en 8 stuks (L’Oréal) foundation en 6 (Oral-B) vitality en een hoeveelheid damesscheermessen, toebehorende aan "Kruidvat [naam 2]";

5.

(zaak 11, zaak 12 en zaak 14)

zij op tijdstippen op 15 mei 2014 te Noord-Scharwoude, in de gemeente Langedijk (zaak 11) en/of in de gemeente Heemskerk (zaak 12) en/of in de gemeente Alkmaar (zaak 14), telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

(zaak 11)

in een winkel aan de [adres 4] heeft weggenomen 8 stuks cosmetica (parfumerieën) (merken Paco Robanna en J’Adore en Poison en Opium), toebehorende aan "DA [naam 1]"

en

(zaak 12)

in een winkel aan de [adres 7] heeft weggenomen 33 stuks (Max Factor Lipfinity) cosmetica, toebehorende aan "Kruidvat Heemskerk”

en

(zaak 14)

in een winkel aan het [adres 8] heeft weggenomen 14 (Max Factor) lipsticks en 17 (Max Factor) Mascara en een (L’Oréal Paris) dagcrème, toebehorende aan "Kruidvat";

6.

(zaak 24)

zij op 24 september 2014 in de gemeente Lochem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 9] heeft weggenomen (Oral-B) elektrische tandenborstels en sets (Oral-B) tandenborstelopzetstukken, toebehorende aan "Trekpleister";


8.

(zaak 34)

zij op 27 oktober 2014 in de gemeente Geldermalsen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 11] heeft weggenomen 6 (Oral-B) elektrische tandenborstels en 4 stuks (Scholl) navulling, toebehorende aan "Kruidvat";

9.

(zaak 40)

zij op 26 september 2014 in de gemeente Nieuwegein met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkel aan de [adres 12] heeft weggenomen 3 stuks (Chanel Allure) parfumerie en 3 stuks (Chanel Cocon) parfumerie en 3 stuks (Chanel Coco) parfumerie en een stuk (Dior) parfumerie, toebehorende aan "Douglas".

Hetgeen onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8 en 9 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8 en 9 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1, 2, 4, 6 en 8 bewezen verklaarde levert telkens op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Het onder 3 en 5 bewezen verklaarde levert telkens op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Het onder 9 bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8 en 9 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich tezamen met haar mededaders - en één keer alleen - schuldig gemaakt aan een groot aantal winkeldiefstallen waarbij grote hoeveelheden producten zijn buit gemaakt. De winkeldiefstallen zijn op zeer brutale en geraffineerde wijze uitgevoerd door onder meer gebruik te maken van geprepareerde tassen. Daarbij is een zeer groot aantal goederen met een relatief grote verkoopwaarde weggenomen. Winkeldiefstallen zijn ergerlijke feiten waarbij aan de betrokken bedrijven veel hinder en schade kan worden veroorzaakt, zeker als deze worden gepleegd op een schaal als hier aan de orde. Het hof weegt in het nadeel van de verdachte mee dat deze winkeldiefstallen in een gestructureerd verband hebben plaatsgevonden, van welk verband de verdachte kennelijk gedurende een periode van 6 maanden deel heeft uitgemaakt.

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd dat er in de kern op neerkomt dat

a. a) winkelketen Kruidvat en [moederbedrijf] (eigenaar van Kruidvat, ICI Paris XL en Trekpleister)

het over zichzelf afroepen dat er diefstallen als hier aan de orde worden gepleegd, omdat in onvoldoende mate beveiligingsmaatregelen worden getroffen,

b) de door de winkeliers opgevoerde schade bezien moet worden in relatie tot de omzet van de moederonderneming van [moederbedrijf] en dat de benadeling van de winkeliers daarom gerelativeerd moet worden,

c) de kosten die winkeldiefstallen met zich brengen door winkeliers worden doorberekend in de prijs van het product, zodat ‘wij allemaal’ slachtoffer zijn en dat dit dient te worden ‘doorberekend’ in de aan de verdachte op te leggen straf en

d) [moederbedrijf] zich zelf ook schuldig maakt aan feiten die het daglicht niet kunnen verdragen.

Om deze stellingen te adstrueren heeft de verdediging onder andere verwezen naar een rapport van Bedrijfskunde MER-studenten van Avans Hogeschool te ’s-Hertogenbosch, van Wikipedia afkomstige informatie over [naam 3]

In het midden kan worden gelaten of voor de stellingen van de verdediging - waarvan het hof zich distantieert - ook maar een begin van aannemelijkheid is gegeven, omdat het hof in hetgeen is aangevoerd, geen enkele aanleiding ziet om tot strafmatiging voor de verdachte over te gaan. Evenmin ziet het hof termen om bij het bepalen van de op te leggen straf aansluiting te zoeken bij de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor fraudezaken, zoals de verdediging heeft voorgesteld.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 11 augustus 2016 is zij eerder ter zake van soortgelijke delicten onherroepelijk tot vrijheidsstraffen veroordeeld. Ter zake van een in voorwaardelijke vorm opgelegde straf liep zij ten tijde van het bewezen geachte zelfs nog in een proeftijd. Dat zij zich aan een en ander niets gelegen heeft laten liggen, wordt in haar nadeel gewogen.

Het hof is, gelet op de gestructureerde wijze waarop de meeste diefstallen zijn gepleegd, de hoeveelheid bewezen verklaarde feiten en de verkoopwaarde van de weggenomen goederen, van oordeel dat de door de advocaat-generaal gevorderde en door de rechtbank opgelegde straf - ondanks dat het hof minder bewezen acht dan de advocaat-generaal - recht doet aan de ernst van het bewezen verklaarde. Hieruit spreekt ook dat de door de verdediging gedane suggestie de verdachte een taakstraf op te leggen, buiten de orde wordt geacht.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

Uit een op 10 september 2015 gedateerde beslaglijst is gebleken dat er een brief, geregistreerd onder goednummer 329960, in beslag is genomen en nog niet is teruggeven. De advocaat-generaal heeft de verbeurdverklaring van dit stuk gevorderd.

Uit de voorliggende stukken kan het hof niets over de aard en de inhoud van de brief afleiden. Daaruit volgt dat het hof niet kan vaststellen of de brief vatbaar is voor verbeurdverklaring (of voor onttrekking aan het verkeer). Nu het hof voorts niet kan vaststellen onder wie het stuk in beslag is genomen, noch aan wie het toebehoort, zal de bewaring van het stuk ten behoeve van de rechthebbende worden gelast.

Benadeelde partij [benadeelde 5] (DA)

De benadeelde partij [benadeelde 5] (DA) heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 249,18 te vermeerderen met de executiekosten. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 281,13 te vermeerderen met executiekosten, waarbij de verdachte samen met medeverdachte hoofdelijk aansprakelijk is gesteld en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen, met dien verstande dat het toe te wijzen bedrag nooit meer kan bedragen dan het bedrag dat door de benadeelde partij aan schadevergoeding is gevorderd. Dit is niet anders indien, zoals hier, de som op gegeven schadeposten een hoger bedrag beloopt dan hetgeen door de benadeelde partij is gevorderd.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij zal toewijzen tot een bedrag van € 281,13 en daarnaast de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen.

De verdediging heeft het hof verzocht de vordering van de benadeelde partij af te wijzen. Daartoe is aangevoerd dat niet duidelijk is welke goederen bij de benadeelde partij zijn komen te ontbreken en sinds wanneer. Er is erop gewezen dat uit het dossier zou blijken dat na controle 8 geurtjes ontbraken, aan het einde van de aangifte gewag wordt gemaakt van 15 ontbrekende geurtjes en er volgens de toelichting op de vordering van de benadeelde partij 16 luchtjes ontbraken.

Het hof overweegt als volgt.

Anders dan de verdediging impliceert is het hof van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn om aan te kunnen nemen dat (een) andere(n) dan de verdachte en haar mededaders voor het komen te ontbreken van de in de vordering benadeelde partij opgevoerde goederen en de gestelde schade verantwoordelijk zijn. Gelet op de degelijke onderbouwing zijdens de benadeelde partij, aan de juistheid waarvan ook overigens niet hoeft te worden getwijfeld, moet de betwisting van de verdediging als onvoldoende gemotiveerd worden bestempeld.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is mitsdien voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen van de verdachte (zaaksdossier 7) rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen. Het hof is van oordeel dat de door de benadeelde partij gevorderde en voor toewijzing vatbare schadevergoeding € 249,18 bedraagt. De verdachte is daarvoor met haar mededaders op grond van de wet hoofdelijk aansprakelijk.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 3 juni 2013 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal toewijzen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel is gegrond op de artikelen 14g, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 7 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8 en 9 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8 en 9 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1 document, te weten een briefje, goednummer: 329960.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] (DA)

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 5] (DA) ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 249,18 (tweehonderdnegenenveertig euro en achttien cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals haar mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde 5] (DA), ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van

€ 249,18 (tweehonderdnegenenveertig euro en achttien cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 3 juni 2013, parketnummer 01/061255-13, te weten van een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. M. Iedema en mr. R.A.F. Gerding, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 augustus 2016.