Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:3490

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-08-2016
Datum publicatie
30-08-2016
Zaaknummer
23-004011-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

rijden na invordering rijbewijs, rijden na ongeldigverklaring rijbewijs (tweemaal) en rijden onder invloed

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-004011-15

datum uitspraak: 19 augustus 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 oktober 2015 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 96-131796-15 (zaak A) en 96-166428-15 (zaak B) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Sri Lanka) op [geboortedag] 1989,

adres: [adres].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door politierechter in de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem in zaak A onder 1 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ten laste gelegd dat:

Zaak A:

2: hij op of omstreeks 5 juli 2015 te Amsterdam als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, Tweede Kostverlorenkade, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;

3: hij op of omstreeks 5 juli 2015 te Amsterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, Tweede Kostverlorenkade, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

Zaak B:

1: hij op of omstreeks 16 augustus 2015 te Amsterdam als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 495 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2: hij op of omstreeks 16 augustus 2015 te Amsterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Osdorper Ban, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter en, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, andere gronden bezigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak A:

2: hij op 5 juli 2015 te Amsterdam als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs was gevorderd en van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Tweede Kostverlorenkade, een motorrijtuig, personenauto, van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd;

3: hij op 5 juli 2015 te Amsterdam terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Tweede Kostverlorenkade, als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, van die categorie heeft bestuurd;

Zaak B:

1: hij op 16 augustus 2015 te Amsterdam als bestuurder van een voertuig, personenauto, dit voertuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 495 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2: hij op 16 augustus 2015 te Amsterdam terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een categorie van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Osdorper Ban, als bestuurder een motorrijtuig, personenauto, van die categorie heeft bestuurd.

Hetgeen in zaak A onder 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A onder 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in zaak A onder 2 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het in zaak A onder 3 bewezen verklaarde levert op|:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994

Het in zaak B onder 1 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.

Het in zaak B onder 2 bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in zaak A onder 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak A onder 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 14 maanden.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft op de openbare weg een personenauto bestuurd, terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd en ongeldig was verklaard. Slechts zes weken later heeft hij wederom op de openbare weg een personenauto bestuurd, terwijl zijn rijbewijs nog altijd ongeldig was en terwijl hij bovendien onder invloed van alcohol was. Met zijn handelen heeft de verdachte meer dan eens zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd en onverantwoorde risico’s genomen. Dat de verdachte onder invloed van alcohol de auto bestuurde rekent het hof hem in het bijzonder aan. Door bij herhaling een auto te besturen, terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was, heeft de verdachte laten zien geen enkel respect te hebben voor de geldende regelgeving, bedoeld om de verkeersveiligheid te waarborgen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 20 juli 2016 is hij eerder ter zake van soortgelijke misdrijven veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur in combinatie met een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Het hof merkt hierbij op dat, gelet op de inhoud van voornoemd uittreksel uit de Justitiële Documentatie en op hetgeen is bepaald in artikel 22b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, niet kan worden volstaan met oplegging van – zoals de raadsman heeft bepleit – een taakstraf, al dan niet in combinatie met een geheel voorwaardelijke vrijheidsstraf.

Daarnaast acht het hof, gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, een ontzegging van de rijbevoegdheid van aanzienlijke duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in zaak A onder 1 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in zaak A onder 2 en 3 en in zaak B onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het in zaak A onder 3 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) maanden.

Ontzegt de verdachte ter zake van het in zaak B onder 1 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Ontzegt de verdachte ter zake van het in zaak B onder 2 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) maanden.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.A.M. Hoek, mr. W.M.C. Tilleman en mr. J.W. Moors, in tegenwoordigheid van mr. S. Ourahma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 augustus 2016.

Mr. W.M.C. Tilleman, mr. J.W. Moors en mr. S. Ourahma zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.