Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:3380

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-07-2016
Datum publicatie
24-08-2016
Zaaknummer
14/00691
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Douane; indeling van diverse typen mediaspelers; de mediaspelers die geen televisiesignalen kunnen ontvangen worden ingedeeld onder post 8521 als video-opname- en videoweergave apparaten. De mediaspelers die televisiesignalen kunnen ontvangen dienen te worden ingedeeld op basis van de hoofdfunctie; dat is het opnemen en afspelen van beeld- en geluidsbestanden, zodat ook indeling onder post 8521 volgt. Omdat in dit geval de mediaspelers zijn ingevoerd in incomplete staat is voor de toepassing van het tarief sprake van ‘delen’ en volgt indeling in post 8522. Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2016-2121
DouaneUpdate 2016-0439
NTFR 2016/2176
NLF 2016/0092 met annotatie van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk 14/00691

19 juli 2016

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

[X] SAS, gevestigd te [Z] , [Land] , belanghebbende,

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk HAA 13/4539 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Belanghebbende heeft met dagtekening 8 april 2011 op de voet van artikel 236 van het Communautair Douanewetboek (verder: CDW) een verzoek dat strekt tot terugbetaling van douanerechten voor een bedrag van € 174.289 ingediend. De inspecteur heeft dit verzoek bij beslissing van 29 juni 2011 niet-ontvankelijk verklaard.

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak gedagtekend 30 september 2013 het verzoek ontvankelijk verklaard en afgewezen.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak van de inspecteur beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 14 augustus 2014 heeft de rechtbank het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.

1.4.

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof op 22 september 2014 per faxbericht ontvangen en aangevuld bij brief van 12 november 2014. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Daartoe door het Hof in de gelegenheid gesteld heeft belanghebbende een conclusie van repliek ingediend, waarop de inspecteur heeft gereageerd bij conclusie van dupliek.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 februari 2016. Bij brief van 21 april 2016 heeft het Hof het onderzoek heropend. Een nadere mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 juli 2016. Het onderzoek in deze zaak heeft gelijktijdig plaatsgevonden met het onderzoek in de zaak met kenmerk 14/00692 ( [A] B.V.). Van het verhandelde ter zitting zijn processen-verbaal opgemaakt die met deze uitspraak worden meegezonden.

2 Feiten

In de ontwikkeling van het geschil in hoger beroep vindt het Hof aanleiding de feiten als volgt vast te stellen.

2.1.

[Q] B.V. heeft in de periode van 31 maart tot en met 23 december 2009 namens eiseres 22 aangiften gedaan voor het brengen in het vrije verkeer voor [producten] , modellen [model 1] , [model 2] , [model 3] , [model 4] , [model 5] , [model 6] en [model 7] en voor producten met de modelnummers [model 8] en [model 9] . Alle modellen/producten zijn aangegeven onder de GN-code 8522 90 80 (douanerecht 4%).

2.2.

De [producten] worden aangeprezen als multimediaspelers waarmee muziek, foto’s en video’s kunnen worden opgeslagen en afgespeeld op bijvoorbeeld een externe monitor of televisie. Daartoe hebben de [producten] aan de achterzijde diverse aansluitingen (USB-poorten, composiet A/V-ingangen en HDMI-poorten). Ieder model ondersteunt een groot aantal video-, audio- en fotoformaten. Ten tijde van de invoer bevatten deze modellen geen harde schijf; deze wordt in alle gevallen na de invoer alsnog ingebouwd.

2.3.

Alle [producten] , met uitzondering van de [model 1] , beschikken over een RJ45-uitgang (ethernetaansluiting) waarmee de apparaten met een lokaal netwerk (LAN) kunnen worden verbonden. Indien verbonden met een lokaal netwerk kan internetradio worden ontvangen.

2.4.

De handleiding bij model [model 2] houdt, voor zover thans van belang, onder meer in:

1.4.6 Connecting to a LAN

To connect to a LAN (Local Area Network) you require a cat5, cat5e of cat6 network cable (not supplied).

(1) Connect one of the crystal plugs on the cable to the player’s RJ45 LAN socket;

(2) Connect the other crystal plug on the cable to a RJ45 LAN port on your router, switch, or hub devices.”

en

4.5. A/V Streaming via Network

You can stream the media files shared on the home network (Ethernet of WLAN). (…)

There are two ways to locate media files shared on your local network in the Network menu. One is to browse through workgroup; the other way is to browse through ‘My_Shortcuts’.”

2.5.

Het product [model 8] betreft een portable harde schijf, speciaal ontworpen als onderdeel van de [product] [model 10] . Het product [model 9] betreft de lege behuizing van de [model 8] ; na invoer wordt de harde schijf ingebouwd.

3 Geschil in hoger beroep

3.1.

In hoger beroep is in geschil het antwoord op de vraag of de inspecteur het door belanghebbende op de voet van artikel 236 van het CDW ingediende verzoek om terugbetaling voor negen modellen van de zogenaamde [product] terecht heeft afgewezen. Meer in het bijzonder is in geschil onder welke tariefpost van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: GN) de diverse apparaten moeten worden ingedeeld, waarbij belanghebbende indeling onder GN-onderverdeling 8528 71 13 (0%) of 8473 30 80 (0%) voorstaat.

3.2.

Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken. Voor hetgeen partijen ter zitting hebben aangevoerd wordt verwezen naar de processen-verbaal van de zitting.

4 Overwegingen van de rechtbank

De rechtbank heeft ter zake van het geschil als volgt overwogen, waarbij belanghebbende wordt aangeduid als ‘eiseres’ en de inspecteur als ‘verweerder’:

“1. De rechtbank stelt voorop dat op eiseres de bewijslast rust om aannemelijk te maken dat zij op grond van artikel 236 van het Communautair Douanewetboek (hierna: CDW) recht heeft op terugbetaling van rechten bij invoer.

2. Ten aanzien van de producten met de modelnummers [model 8] en [model 9] heeft eiseres niet aan haar bewijslast voldaan. Met de enkele blote stelling dat deze modellen lege omhulsels (‘casings’) betreffen die na invoer van een harde schijf worden voorzien en dan met name als opslageenheid worden gebruikt, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat deze producten onder GN-code 8473 30 80 moeten worden ingedeeld en dat zij recht heeft op terugbetaling van rechten bij invoer.

3. Wat betreft de [producten] [model 2] , [model 6] , [model 7] , [model 4] , [model 5] , [model 3] en [model 1] heeft eiseres ter zitting verklaard dat wat betreft de voor de indeling relevante objectieve kenmerken en eigenschappen van al deze modellen kan worden uitgegaan van de zich bij de stukken bevindende productinformatie over model [model 2] , met dien verstande dat model [model 1] als enige niet over een RJ45-uitgang beschikt.

4. Eiseres stelt zich primair op het standpunt dat de modellen [model 2] , [model 6] , [model 7] , [model 4] , [model 5] en [model 3] over een communicatiefunctie beschikken door middel van de RJ45-uitgang en daarom onder GN-code 8528 71 13 moeten worden ingedeeld, hetzij op grond van indelingsregels 1 en 6, hetzij op grond van indelingsregel 3b, hetzij op grond van indelingsregel 3c.

5. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in zijn arrest van 22 november 2012, gevoegde zaken C-320/11, C-330/11, C-382/11 en C-383/11 (Digitalnet OOD e.a.) in rechtsoverweging 47 geoordeeld dat een toestel slechts kan worden ingedeeld onder GN-postonderverdeling 8528 71 13 indien het louter door middel van een ingebouwd modem toegang tot het internet kan verschaffen. De toegang tot het internet moet dus worden bewerkstelligd zonder dat gebruik wordt gemaakt van een ander toestel of mechanisme. Uit de hiervoor weergegeven passage uit de handleiding bij model [model 2] blijkt dat vanaf de [product] geen rechtstreekse verbinding met het internet kan worden gemaakt, maar dat voor het tot stand brengen van een internetverbinding de RJ45-uitgang op een extern modem of externe router moet worden aangesloten. Nu geen sprake is van een toestel dat is uitgerust met een ingebouwd modem voor toegang tot het internet komen de modellen [model 2] , [model 6] , [model 7] , [model 4] , [model 5] en [model 3] niet voor indeling onder GN-code 8528 71 13 in aanmerking. Dat de Franse douaneautoriteiten met ingang van 22 februari 2012 een bti hebben afgegeven aan eiseres voor de [product] [model 11] voor goederencode 8528 71 15 leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een model dat soortgelijk is aan de onderhavige modellen.

6. Eiseres stelt zich ten aanzien van model [model 1] en subsidiair ten aanzien van de modellen [model 2] , [model 6] , [model 7] , [model 4] , [model 5] en [model 3] op het standpunt dat deze dienen te worden ingedeeld onder GN-code 8473 30 80, aangezien de modellen ten tijde van de invoer niet over een harde schijf beschikken, maar de harde schijf na invoer wordt ingebouwd en dit het essentiële kenmerk van het eindproduct is. Met die enkele blote stelling heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat deze modellen onder GN-code 8473 30 80 moeten worden ingedeeld en dat zij recht heeft op terugbetaling van rechten bij invoer.

7. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.”

5 Relevante wettelijke bepalingen (tekst 2009)

Post 8471 van de GN

8471 Automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor; magnetische en optische lezers, machines voor het in gecodeerde vorm op dragers overzetten van gegevens en machines voor het verwerken van die gegevens, elders genoemd noch elders onder begrepen:

(…)

8471 70 – geheugeneenheden

(…)

8471 70 20 – – andere

8471 70 30 – – – schijvengeheugeneenheden

– – – – andere

8471 70 50 – – – – – eenheden voor harde schijven

Post 8473 van de GN

8473 Delen en toebehoren (andere dan koffer, hoezen en dergelijke) waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor machines en toestellen bedoeld bij de posten 8469 tot en met 8472:

(…)

8473 30 – delen en toebehoren van de machines bedoeld bij post 8471:

(…)

8473 30 80 – – andere

Post 8521 van de GN

8521 Video-opname- en videoweergaveapparaten, ook indien met ingebouwde

videotuner:

8521 10 − werkend met magneetbanden:

(…)

8521 90 00 − andere

Post 8522 van de GN

8522 Delen en toebehoren, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk zijn bestemd voor de toestellen en apparaten bedoeld bij de posten 8519 tot en met 8521;

(…)

8522 90 – andere

(…)

– – andere:

(…)

8522 90 80 – – – andere

Post 8528 van de GN

8528 Monitors en projectietoestellen, niet uitgerust met ontvangtoestel voor televisie; ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of weergeven van geluid of van beelden:

(…)

– ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of weergeven van geluid of van beelden:

8528 71 – – niet ontworpen om een beeldscherm of videoscherm te bevatten:

– – – videotuners:

(…)

8528 71 13 – – – – toestellen gestuurd door een microprocessor, uitgerust met een ingebouwde modem voor toegang tot het internet, een functie voor interactieve informatie-uitwisseling en de mogelijkheid tot ontvangst van televisiesignalen (“settopboxen met communicatiefunctie”)

8528 71 19 − − − − andere

8528 71 90 − − − andere

Post 8529 van de GN

8529 Delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk

bestemd zijn voor de toestellen bedoeld bij de posten 8525 tot en met 8528:

(…)

8529 90 − andere:

(…)

− − andere:

(…)

− − − andere:

(…)

8529 90 97 − − − − andere

Aantekening 2, sub b, op afdeling XVI

“2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 op deze afdeling en in de aantekeningen 1 op de hoofdstukken 84 en 85, worden delen van machines (andere dan delen van artikelen bedoeld bij post 8484, 8544, 8545, 8546 of 8547) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:

a. a) delen die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 of 85 (andere dan de posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8487, 8503, 8522, 8529, 8538 en 8548) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld, ongeacht de machine waarvoor zij bestemd zijn;

b) delen, andere dan die bedoeld onder a) hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines (met inbegrip van die bedoeld bij post 8479 of 8543), worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of die machines vallen of onder een der posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval; delen die hoofdzakelijk worden gebruikt zowel voor de goederen bedoeld bij post 8517 als voor die bedoeld bij de posten 8525 tot en met 8528, worden echter ingedeeld onder post 8517;

c) andere delen worden ingedeeld onder post 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval, of, indien dit niet mogelijk is, onder post 8487 of 8548.”

6 Beoordeling van het geschil

6.1.

Het Hof stelt, gelijk de rechtbank, voorop dat belanghebbende aannemelijk dient te maken dat de door haar in haar aangiften vermelde tariefpost (8522 90 80) onjuist is en dat zij daarom op grond van artikel 236 van het CDW recht heeft op terugbetaling van rechten bij invoer.

[product] [model 2] , [model 3] en [model 4]

6.2.

Belanghebbende betoogt primair dat indeling van de [producten] [model 2] , [model 3] en [model 4] dient plaats te vinden onder tariefpost 8528 71 13, omdat zij zijn voorzien van een RJ45-uitgang (ethernet-aansluiting) en daarmee beschikken over een functie voor interactieve informatieuitwisseling als bedoeld in de door haar voorgestane tariefpost. Het Hof overweegt ter zake als volgt.

6.3.

GS-onderverdeling 8528 71 heeft blijkens haar bewoordingen betrekking op ontvangsttoestellen voor televisie. Noodzakelijke voorwaarde voor indeling van de apparaten onder deze onderverdeling is dat de apparaten televisiesignalen kunnen ontvangen. De ontvangst van televisiesignalen kan geschieden door middel van een videotuner (GN-onderverdelingen 8528 71 11 t/m 19) of op andere wijze (GN-onderverdeling 8528 71 90).

6.4.

Vast staat dat de [producten] [model 2] , [model 3] en [model 4] niet zijn (en ook niet worden) uitgerust met een videotuner, zodat indeling onder de door belanghebbende voorgestane GN-onderverdeling 8528 71 13 reeds om die reden is uitgesloten.

6.5.

Belanghebbende heeft gesteld dat de apparaten – gelet op de aanwezige RJ45-aansluiting – in staat zijn om televisiesignalen te ontvangen via het internet, doch zij heeft deze stelling – tegenover de gemotiveerde betwisting door de inspecteur – niet aannemelijk gemaakt. In de tot de gedingstukken behorende handleidingen van de [producten] [model 2] , [model 3] en [model 4] wordt melding gemaakt van de mogelijkheid om de apparaten via de RJ45-aansluiting met een lokaal netwerk te verbinden, doch blijkens diezelfde handleidingen is met deze verbinding enkel streaming mogelijk van multimedia files die zich bevinden binnen het lokale netwerk (vgl. 2.4). Over IPTV of enige andere vorm van televisie via het internet wordt in de handleidingen niet gesproken.

6.6.

Nu de apparaten geen televisiesignalen kunnen ontvangen is indeling onder post 8528 uitgesloten.

6.7.

Blijkens de stukken van het geding zijn de [producten] [model 2] , [model 3] en [model 4] multimediaspelers die beeld en geluid kunnen opnemen van diverse bronnen en beeld- en geluidsbestanden van diverse bronnen kunnen afspelen. Gelet op deze objectieve kenmerken en eigenschappen dienen de apparaten te worden ingedeeld onder post 8521 (video-opname- en videoweergaveapparaten), onderverdeling 8521 90 00 (video-opname- en videoweergave-apparaten, niet werkend met magneetbanden, 13,9%).

6.8.

De aangiften van de modellen [model 2] , [model 3] en [model 4] waarop het verzoek om terugbetaling betrekking heeft, hebben betrekking op apparaten in incomplete staat (zie 2.2). Na de invoer, doch voor de verkoop aan de consument, wordt een harde schijf ingebouwd, die het hart van het apparaat vormt. De vermelding van een goed in een post heeft ingevolge algemene indelingsregel 2a eveneens betrekking op dat goed in niet-complete staat, doch enkel indien het incomplete goed de essentiële kenmerken van het complete goed vertoont. Belanghebbende heeft ter zitting onweersproken gesteld dat de producten niet, althans zeer gebrekkig, functioneren zonder harde schijf en dat zij zonder harde schijf onbruikbaar zijn. De harde schijf kan daarmee niet anders dan als essentieel kenmerk van het complete goed worden beschouwd. Alsdan is er geen plaats voor indeling onder de tariefpost voor complete apparaten (8521 90 00) met toepassing van algemene indelingsregel 2a (vgl. het arrest van het Hof van Justitie van 11 juni 2009, Schenker SIA, C-16/08, ECLI:EU:C:2009:366, punt 28). De door de inspecteur aangehaalde indelingsverordening 295/2009 noopt niet tot een ander oordeel, reeds omdat deze verordening eerst na de datum van de onderhavige invoeren in werking is getreden, nog daargelaten dat uit deze verordening niet blijkt dat de (ontbrekende) harde schijf een noodzakelijke voorwaarde vormt voor het functioneren van het desbetreffende apparaat.

6.9.

Nu sprake is van apparaten met een welbepaalde functie waarvan een essentieel onderdeel ontbreekt, is voor de toepassing van het tarief sprake van ‘delen’. Gelet op het bepaalde in aantekening 2, sub b, op afdeling XVI van de GN, dienen delen van machines waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine te worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of onder een der posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval. Gelet op hetgeen is overwogen onder 6.7 volgt uit deze aantekening dat indeling dient plaats te vinden onder post 8522 (Delen en toebehoren, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk zijn bestemd voor de toestellen en apparaten bedoeld bij de posten 8519 tot en met 8521), meer bepaald onder GN-onderverdeling 8522 90 80.

6.10.

Gelet op het vorenoverwogene is de door belanghebbende in haar aangiften vermelde GN-onderverdeling 8522 90 80 juist, zodat het hoger beroep ten aanzien van de modellen [model 2] , [model 3] en [model 4] faalt.

[product] [model 1]

6.11.

Blijkens de stukken van het geding is de [product] [model 1] vergelijkbaar met de voormelde modellen [model 2] , [model 3] en [model 4] , met dat verschil dat model [model 1] niet beschikt over een RJ45-aansluiting. Bij afwezigheid van een RJ45-aansluiting is verbinding met het internet uitgesloten, zodat reeds om die reden vast staat dat model [model 1] geen televisiebeelden van het internet kan ontvangen. Hieruit volgt dat het vorenoverwogene, met uitzondering van 6.5, van overeenkomstige toepassing is op model [model 1] , zodat ook het hoger beroep ten aanzien van model [model 1] faalt.

[product] [model 6] , [model 7] en [model 5]

6.12.

De [producten] [model 6] , [model 7] en [model 5] onderscheiden zich van de vorenvermelde modellen [model 2] , [model 3] en [model 4] doordat zij na invoer niet alleen worden voorzien van een harde schijf, maar ook van een videotuner (televisietuner), waardoor zij televisiesignalen kunnen ontvangen en derhalve in beginsel vatbaar zijn voor indeling in post 8528. Zij voldoen echter evenzeer aan de bewoordingen van post 8521 (Video-opname en videoweergaveapparaten, ook indien met ingebouwde videotuner). Inzake het ‘overlappen’ van de bewoordingen van genoemde posten heeft het Hof van Justitie in zijn arrest van 14 april 2011 in de gevoegde zaken C-288/09 en C-289/09 (British Sky Broadcasting Group plc en Pace plc, ECLI:EU:C:2011:248) als volgt overwogen:

“69 Blijkens deze definities kunnen goederen die onder deze twee onderverdelingen vallen, tegelijk televisiesignalen ontvangen en opnemen. Het onderscheid tussen deze twee onderverdelingen ligt hem dus in de hoofd- of nevenfunctie. Onderverdeling 8521 90 00 betreft opnametoestellen met een nevenfunctie als ontvangtoestel voor televisie, terwijl onderverdeling 8528 71 13 ontvangtoestellen voor televisie met opname als nevenfunctie betreft.

70 Volgens aantekening 3 op GN-afdeling XVI, waartoe de betrokken onderverdelingen behoren, worden „combinaties van machines van verschillende soorten, die bestemd zijn om gezamenlijk te functioneren en die één geheel vormen, alsmede machines met twee of meer verschillende (afwisselende of aanvullende) functies, ingedeeld naar de hoofdfunctie die kenmerkend is voor het complex”.

71 De Sky+ box in het hoofdgeding, waarvan de werking in de punten 33 tot en met 38 van het onderhavige arrest is beschreven, beschikt onbetwistbaar over de twee functies van opname en ontvangst van televisiesignalen. Het is dus een machine met twee of meer verschillende afwisselende of aanvullende functies, in de zin van aantekening 3 op GN-afdeling XVI.

72 Nagegaan moet dus worden welke van de twee functies van opname en ontvangst van televisiesignalen hoofd- en nevenfunctie is.”

Het Hof van Justitie heeft daarbij overwogen dat de bestemming van een product een objectief indelingscriterium kan zijn, wanneer die bestemming inherent is aan het product. De inherentie moet kunnen worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product, waarbij rekening moet worden gehouden met wat voor de consument hoofd- en bijzaak is (punt 76 en 77 van het arrest).

6.13.

De [producten] [model 6] , [model 7] en [model 5] kunnen, zoals vermeld onder 2.2, zowel afspelen als opnemen. De mogelijkheid tot afspelen beperkt zich niet tot bestanden die zijn opgenomen met het apparaat: ook bestanden afkomstig van een breed scala andere apparaten – waaronder bestanden die zich op een computer in het lokale netwerk bevinden – kunnen worden afgespeeld. De [producten] [model 6] , [model 7] en [model 5] beschikken daartoe over tal van aansluitingen en kunnen een groot aantal bestandsformaten verwerken. De apparaten worden bovendien, blijkens de tot de gedingstukken behorende marketing-informatie, aan de consument gepresenteerd als multimedia speler met ingebouwde televisietuner en niet als televisieontvangsttoestel met ingebouwde opnamemogelijkheid.

6.14.

In de handleiding van alle apparaten wordt onder het kopje “TV connection” uiteengezet hoe het apparaat kan worden aangesloten op de A/V-out aansluiting van een televisie of IPTV-settopbox, met de toevoeging “In this way you can record TV programs from the TV/IPTV-settopbox”. Hieruit leidt het Hof af dat ook televisieopnames gemaakt kunnen worden zonder gebruik van de ingebouwde televisietuner en dat inbouw van de televisietuner slechts plaatsvindt om de mediaspeler voor de consument extra aantrekkelijk te maken.

6.15.

Gelet op het vorenoverwogene zijn de [producten] [model 6] , [model 7] en [model 5] hoofdzakelijk bestemd voor het opnemen en afspelen van beeld- en geluidsbestanden en is deze functie inherent aan de toestellen. Dit is de hoofdfunctie van de apparaten, terwijl de ontvangst van televisiesignalen bijzaak is. Indeling dient daarom plaats te vinden in post 8521 en niet in post 8528.

6.16.

Omdat de goederen in incomplete staat worden ingevoerd is hetgeen is overwogen onder 6.8 en 6.9, mutatis mutandis, van overeenkomstige toepassing op de onderwerpelijke apparaten, zodat indeling dient plaats te vinden onder post 8522, als delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend zijn bestemd voor toestellen bedoeld bij post 8521.

6.17.

Gelet op het vorenoverwogene is de door belanghebbende in haar aangiften vermelde GN-onderverdeling 8522 90 80 juist, zodat het hoger beroep ook ten aanzien van de modellen [model 6] , [model 7] en [model 5] faalt.

Model [model 8] en [model 9]

6.18.

De [model 9] is een lege behuizing voor de [model 8] waarin na de invoer een harde schijf wordt geplaatst. De [model 8] maakt deel uit van de [product] [model 10] . De [product] [model 10] beschikt blijkens een door de inspecteur overgelegde data-sheet over vergelijkbare kenmerken en eigenschappen als de andere [producten] in de [serieaanduiding]-serie (zie rechtsoverwegingen 6.12 tot en met 6.17), doch bestaat – anders dan de andere [producten] in de [serieaanduiding]-serie – uit twee onderdelen: een dockingstation en een portable harde schijf ( [model 8] ). Blijkens een ter zitting getoond voorbeeld van de [model 8] beschikt de behuizing van de portable harde schijf over een speciale aansluiting met vier contactpunten waarmee zij op het dockingstation kan worden geplaatst.

6.19.

Belanghebbende heeft ter zitting onweersproken gesteld dat een [product] niet, althans zeer gebrekkig, functioneert zonder harde schijf en dat deze zonder harde schijf onbruikbaar is (zie 6.8). Omdat de elektrische werking van de [product] [model 10] afhangt van de aanwezigheid van een [model 8] / [model 9] is deze onmisbaar voor de werking van dat apparaat (vgl. HvJ EU 19 juli 2012, zaak C-336/11, Rohm & Haas, punt 35). Gelet op het bepaalde in aantekening 2, sub b, op afdeling XVI van de GN dienen de [model 8] en [model 9] daarom te worden ingedeeld in post 8522, als delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk zijn bestemd voor toestellen van post 8521.

6.20.

Gelet op het vorenoverwogene, is de door belanghebbende in haar aangiften vermelde GN-onderverdeling 8522 90 80 juist, zodat het hoger beroep ook ten aanzien van de modellen [model 8] en [model 9] faalt.

Slotsom

6.21.

De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

7 Proceskosten en griffierecht

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, noch voor vergoeding van griffierecht.

8 Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mrs. A. Bijlsma, voorzitter, B.A. van Brummelen en E.M. Vrouwenvelder, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Lambeck als griffier. De beslissing is op 19 juli 2016 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.