Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:3372

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-08-2016
Datum publicatie
19-08-2016
Zaaknummer
23-005180-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overtreding van gebiedsverboden. Onbruikbar maken van een aantal goederen en vernieling van een fooienpot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-005180-15

datum uitspraak: 12 augustus 2016

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 december 2015 in de strafzaak onder de parketnummers 13-702771-15 en 13-650602-12 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1962,

adres: [adres].

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is, blijkens de akte instellen rechtsmiddel van 22 december 2015, uitsluitend gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep opgenomen beslissingen ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde en beslissing omtrent de tenuitvoerlegging van de bij vonnis met parketnummer 13-650602-12 voorwaardelijk opgelegde straf.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 29 juli 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – dat:

1:


hij op of omstreeks 03 september 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.9A en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 der Gemeente Amsterdam, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door of namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd zich voor de duur van 24 uur te verwijderen uit en niet meer op te houden in overlastgebied 1 Centrum, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering;

2:


hij op of omstreeks 03 september 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk één of meer etenswa(a)r(en) (stroopwafels en/of mueslirepen en/of chocoladerepen) en/of een fooienpot en/of de werkbalie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan bedrijf Starbucks (filiaal Stationsplein 15), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door met koffie en/of voornoemde etensw(a)ar(en) en/of voornoemde fooienpot te gooien op en/of over de werkbalie;

3:


(gevoegde zaak 13/689306-15)

hij op of omstreeks 28 augustus 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of vordering, krachtens artikel 2.9A en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 der Gemeente Amsterdam, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door of namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd zich voor de duur van 24 uur te verwijderen uit en niet meer op te houden in overlastgebied 1 Centrum, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal worden vernietigd, omdat de rechtbank ten aanzien van het in eerste aanleg onder 1 en 3 bewezen verklaarde slechts opgave van de bewijsmiddelen heeft gedaan terwijl hiermee, gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet kon worden volstaan nu de raadsman ten aanzien van die feiten vrijspraak heeft bepleit. Voorts blijkt uit het proces-verbaal ter terechtzitting niet dat aan de verdachte het recht is gelaten als laatst te spreken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:


hij op 03 september 2015 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 der Gemeente Amsterdam gedaan namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, zich voor de duur van 24 uur te verwijderen uit overlastgebied 1 Centrum, geen gevolg gegeven aan dit bevel;

2:


hij op 03 september 2015 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk

etenswaren (stroopwafels en mueslirepen en chocoladerepen) toebehorende aan bedrijf Starbucks filiaal Stationsplein 15, heeft onbruikbaar gemaakt door met voornoemde etenswaren te gooien en

een fooienpot toebehorende aan bedrijf Starbucks filiaal Stationsplein 15, heeft vernield door voornoemde fooienpot te gooien;

3:


(gevoegde zaak 13/689306-15)

hij op 28 augustus 2015 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 der Gemeente Amsterdam, gedaan namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, zich voor de duur van 24 uur te verwijderen uit overlastgebied 1 Centrum, geen gevolg gegeven aan dit bevel.

Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 en 3 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken, meermalen gepleegd

en

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg 1, 2 en 3 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard en voor het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft twee namens de Burgemeester van Amsterdam opgelegde gebiedsverboden overtreden. Dergelijke verboden hebben tot doel het verstoren van de openbare orde en overlast aan bewoners, bedrijven en toeristen binnen een bepaald gebied tegen te gaan en worden daartoe vanwege het bevoegd gezag gegeven. Door een dergelijk bevel te negeren frustreert de verdachte het door de gemeente gevoerde beleid op dat terrein. Daarnaast heeft de verdachte een aantal goederen toebehorende aan Starbucks onbruikbaar gemaakt en een fooienpot vernield. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendom en heeft hij overlast en schade veroorzaakt.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 juli 2016 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 184 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Meervoudige kamer te Amsterdam van 7 augustus 2013 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 33 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal toewijzen.

De raadsman heeft het hof verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging niet toe te wijzen dan wel de op te leggen straf in een werkstraf “om te zetten”.

Het hof overweegt als volgt.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Niet aangevoerd noch gebleken is dat sprake is van enige bijzondere omstandigheid op grond waarvan de tenuitvoerlegging achterwege zou moeten blijven.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Amsterdam van 7 augustus 2013, parketnummer 13-650602-12, te weten van:

gevangenisstraf voor de duur van 33 (drieëndertig) dagen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M. van der Nat, mr. M.L. Leenaers en mr. E.H.M. Druijf, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 augustus 2016.

Mr. M.L. Leenaers en mr. E.H.M. Druijf zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.