Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:3322

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-08-2016
Datum publicatie
17-08-2016
Zaaknummer
23-004161-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling katvanger witwassen door zich als bestuurder van BV in te schrijven. Feitelijke zeggenschap over het geld (en daarmee voorhanden gehad) terwijl pinpas was afgegeven aan een ander.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-004161-14

datum uitspraak: 15 augustus 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 oktober 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-706076-14 tegen:

[verdachte] ,

geboren te '[geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
1 augustus 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

primair

zij tezamen en in vereniging, althans alleen, op een of meer tijdstippen gelegen in op of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 maart 2011, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en) (totaal (ongeveer) 64.515,55 euro), heeft/ hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en) (totaal (ongeveer) 64.515,55 euro), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

subsidiair

[medeverdachte 1]/ [medeverdachte 2], althans een ander, en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging, althans alleen, op een of meer tijdstippen gelegen in op of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 maart 2011, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en) (totaal (ongeveer) 64.515,55 euro), heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en) (totaal (ongeveer) 64.515,55 euro), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 28 juli 2010 tot en met 31 maart 2011 te , te ’s-Gravenhage en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door zich te laten inschrijven als bestuurder van een vennootschap ([bedrijfsnaam 1]), althans zich beschikkingsbevoegd heeft gemaakt over die vennootschap alsmede het bankrekeningnummer daarvan, zijnde [rekeningnummer], en/of door zich de beschikking te verwerven over de bankrekening met voornoemd rekeningnummer ten name van [bedrijfsnaam 1] [bedrijfsnaam 3], en aan die [medeverdachte 1]/ [medeverdachte 2], althans een ander, en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), de bankpas en/of pincode en/of bankrekeningnummer van voornoemd bedrijf mee te geven en/of ter beschikking te stellen;

meer subsidiair

[medeverdachte 1]/ [medeverdachte 2], althans een ander, en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), tezamen en in vereniging, althans alleen, op een of meer tijdstippen gelegen in op of omstreeks de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 maart 2011, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

Verdichtsels de gemeente Amsterdam (Dienstverlening en Facilitair Management), in elk geval een ander dan die perso(o)n(en) en/of verdachte, heeft/hebben bewogen tot de afgifte van geld (64.515,55 Euro), in elk geval van enig goed, hebbende [medeverdachte 1]/ [medeverdachte 2], althans een ander, en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en) met vorenomschreven oogmerk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,

- de dienstverlening en facilitair management van de gemeente Amsterdam een brief toegestuurd, gedagtekend op 21 februari 2011 en op naam van [bedrijfsnaam 2] Amsterdam, zijnde een (vaste) dienstverlener van de gemeente Amsterdam waar deze maandelijks geld naartoe overmaakt, voorzien van naam en logo (van [bedrijfsnaam 2] Amsterdam), inhoudende, onder meer, de mededeling dat het rekeningnummer is gewijzigd in [rekeningnummer] en het verzoek dit door te voeren in de administratie;

- een factuur van [bedrijfsnaam 2] Amsterdam, gedagtekend op 28-02-2011, valselijk voorzien van een sticker inhoudende de mededeling: “attentie, het bankrekeningnummer is gewijzigd” heeft opgemaakt en/of doen toekomen aan de gemeente Amsterdam (Dienstverlening en Facilitair Management)

waardoor de gemeente Amsterdam (Dienstverlening en Facilitair Management), in elk geval een ander, het rekeningnummer heeft gewijzigd in het financieel systeem, en werd bewogen tot bovenomschreven afgifte

tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 28 juli 2010 tot en met 31 maart 2011 te , te ’s-Gravenhage en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door zich te laten inschrijven als bestuurder van een vennootschap ([bedrijfsnaam 1]), althans zich beschikkingsbevoegd heeft gemaakt over die vennootschap alsmede het bankrekeningnummer daarvan, zijnde [rekeningnummer], en/of door zich de beschikking te verwerven over de bankrekening met voornoemd rekeningnummer ten name van [bedrijfsnaam 1], en aan die [medeverdachte 1]/ [medeverdachte 2], althans een ander, en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), de bankpas en/of pincode en/of bankrekeningnummer van voornoemd bedrijf mee te geven en/of ter beschikking te stellen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het hof zal, mede gelet op de in hoger beroep toegelaten wijziging van de tenlastelegging, het vonnis waarvan beroep vernietigen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 14 maart 2011 in Nederland een geldbedrag (totaal 64.515,55 euro) voorhanden heeft gehad terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Nadere bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte hooguit medeplichtig is aan witwassen (zoals subsidiair ten laste gelegd), maar niet (mede)pleger is van dat feit. De verdachte had geen feitelijke zeggenschap over het op de bankrekening gestorte geld omdat zij het bankpasje en de bijbehorende pincode had afgegeven aan ene [medeverdachte 2].

Het hof maakt het volgende op uit de bewijsmiddelen.

De verdachte heeft op instigatie van ene [medeverdachte 2] de rechtspersoon [bedrijfsnaam 1] op haar naam gezet, in die zin dat zij zich bij de Kamer van Koophandel heeft ingeschreven als (enig) bestuurder. Zij heeft zich vervolgens bij de bank als gemachtigde gepresenteerd voor de op naam van die BV gestelde bankrekening. Zij heeft daartoe met [medeverdachte 2] de Kamer van Koophandel en de betreffende bank bezocht. [medeverdachte 2] heeft gezegd dat er geld op de bankrekening zou worden gestort, dat ‘ze’ dat geld zouden weghalen en dat de verdachte een deel, namelijk 5.000 euro, zelf mocht houden. Het bankpasje en de pincode behorend bij de bankrekening heeft de verdachte daartoe aan [medeverdachte 2] afgegeven. De verdachte wist niet veel van deze [medeverdachte 2].

Op 14 maart 2011 heeft de gemeente Amsterdam het ten laste gelegde bedrag van 64.515,55 euro op de bankrekening van genoemde vennootschap gestort, nadat zij daartoe op bedrieglijke wijze was bewogen.

Het hof overweegt voorts als volgt.

De verdachte heeft in opdracht van een persoon die zij niet goed kende een BV op haar naam gezet en vervolgens zich als gemachtigde gesteld voor de aan die BV toebehorende bankrekening terwijl zij wist dat die persoon deze bankrekening zou gebruiken om geld door te sluizen, meer specifiek geld op te laten storten en vervolgens vanaf te halen. Zij gaf hem toegang tot de bankrekening door het overhandigen van een bankpasje en de pincode, zonder dat hij formeel aan de BV verbonden was. Van enige zakelijke onderbouwing voor de opgezette constructie, zoals een businessplan van [medeverdachte 2], een uiteenzetting met de reden voor het storten en vervolgens weer opnemen van (een) geldbedrag(en), of een toelichting op de rol en functie van de verdachte als directeur van de vennootschap is niet gebleken. Bovendien zou zij voor dit alles een aanzienlijk bedrag van 5.000 euro krijgen, zonder dat inspanningen van haar werden verwacht anders dan bovengenoemd eenmalig bezoek aan de KvK en de bank. Onder die omstandigheden is voor de verdachte kenbaar geweest dat zij slechts zou fungeren al katvanger die betaald werd om het risico te dragen voor het geval dat de constructie aan het licht zou komen (omdat zij naar voren trad als directeur en gemachtigde van de bankrekening), en heeft zij in dat verband naar het oordeel van het hof bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de gelden die op de bankrekening gestort zouden worden van misdrijf afkomstig waren.

Weliswaar heeft de verdachte de bankpas en de bijbehorende pincode afgegeven aan [medeverdachte 2], maar als bestuurder van de BV en handelingsbevoegde ten aanzien van de bankrekening, had zij nog steeds een zodanige feitelijke zeggenschap over de bankrekening, en daarmee over het geld, dat zij dit geld naar ’s hofs oordeel voorhanden heeft gehad in de zin van art. 420bis Sr. Vanuit die hoedanigheden zou zij immers, zo acht het hof een feit van algemene bekendheid, de eerder afgegeven bankpas kunnen blokkeren, een nieuwe bankpas kunnen aanvragen of de bankrekening kunnen blokkeren, dan wel op andere wijze, bijvoorbeeld door opname bij het bankfiliaal over het tegoed op de bankrekening kunnen beschikken. Het blokkeren van de bankrekening heeft zij op een zeker moment ook daadwerkelijk gedaan, zo heeft zij verklaard tegenover de getuige [getuige].

Het hof acht derhalve bewezen dat de verdachte als pleger het primair ten laste gelegde heeft begaan, in dier voege als hiervoor weergegeven.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. In het bijzonder overweegt het hof dat door de verdediging is gesteld, noch is aannemelijk geworden dat de verdachte betrokken is geweest bij het misdrijf waaruit het geldbedrag afkomstig is geweest, zodat evenmin aannemelijk is geworden dat sprake is een voorwerp uit een (mede) door de verdachte begaan misdrijf.

Het primair bewezen verklaarde levert op:

Witwassen

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft als katvanger gefungeerd in een frauduleus verband, waarvan in ieder geval één partij het slachtoffer is geworden. Zij heeft in opdracht van een ander een BV op naam gezet en de bij de bankrekening van die BV behorende bankpas aan die persoon afgegeven, in de wetenschap dat er geld op de bankrekening zou worden gezet en er weer van zou worden afgehaald. De verdachte zou hiervoor een aanzienlijk geldbedrag ontvangen.

Fraude, in de vorm als hier aan de orde, en het daarmee onlosmakelijk verbonden witwassen kan zich alleen ontplooien als personen als de verdachte bereid zijn zich voor dergelijke constructies te lenen. Het witwassen van geld gebeurt immers niet zelden door gebruikmaking van tussengeschoven BV’s, die het geld van een legitieme schijn moeten voorzien en ervoor moet zorgen dat de daders van de fraude uit het zicht van justitie blijven. De verdachte heeft hieraan bijgedragen. Het is ook niet aan de verdachte te danken dat niet een nog groter geldbedrag via deze BV is ontfutseld van benadeelden. De verdachte heeft toegegeven dat zij bij dit alles vanuit een financieel motief heeft gehandeld, er niet te veel over na heeft willen denken, en voor de gemakkelijkste weg heeft gekozen.

Het gaat dan ook om een ernstig feit, dat de integriteit van het financiële systeem schaadt, alsmede het vertrouwen dat daarin moet kunnen worden gesteld. Het hof heeft er oog voor dat, zoals door de verdediging aangevoerd, de verdachte een ‘kleine schakel’ in een groter geheel is geweest, maar haar rol is niettemin kwalijk en strafwaardig, nu door met haar optreden als katvanger de opsporing van andere betrokkenen wordt bemoeilijkt.

Naar ’s hofs oordeel is de redelijke termijn in eerste aanleg niet overschreden. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, is deze termijn naar het oordeel van het hof niet aangevangen met haar verhoor door de politie op 18 april 2012 nu de verdachte aan de inhoud van dit verhoor niet redelijkerwijs de verwachting kon ontlenen dat ook vervolging zou worden ingesteld. Uit de stukken van het dossier volgt evenmin dat de verdachte in deze zaak in verzekering is gesteld. Wel blijkt dat de verdachte is gedagvaard voor een zitting in eerste aanleg op 19 november 2013. De bij die dagvaarding behorende uitreikingsakte bevindt zich niet bij de dossierstukken, maar ook als het hof er vanuit gaat dat die betekening enige tijd, doch niet meer dan een paar maanden daarvoor heeft plaatsgevonden, is de redelijke termijn in eerste aanleg van twee jaren niet overschreden toen de rechtbank op 22 oktober 2014 vonnis wees.

Niettemin houdt het hof er rekening mee dat het gaat om feiten die wat lang geleden hebben plaatsgevonden en het na het eerste verhoor van de verdachte nog enige tijd heeft geduurd voor daadwerkelijk haar berechting heeft plaatsgevonden. Het hof houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte die, zo heeft zij verklaard, inmiddels een voltijdbaan heeft en de zorg draagt voor haar twee kinderen.

Het ziet evenwel geen reden een andere straf op te leggen dan de rechtbank in eerste aanleg heeft opgelegd. Die opgelegde taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf zijn naar het oordeel van het hof, alles afwegende, passend en ook geboden, waarbij de voorwaardelijke gevangenisstraf mede geldt als waarschuwing en stok achter de deur voor de verdachte, om zich in de toekomst verre van dergelijke praktijken te houden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. A.M. van Amsterdam en mr. P. Volker, in tegenwoordigheid van
mr. M.E. Olthof, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
15 augustus 2016.

Mrs. Van Amsterdam en Volker zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]

[....].