Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:2765

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-06-2016
Datum publicatie
25-07-2016
Zaaknummer
200.181.553/02 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beschikking voorzitter OK. Machtiging mededeling onderzoeksverslag.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 353
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2016/1039
AR 2016/2334
ARO 2016/160
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

VOORZITTER VAN DE ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.181.553/02 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 28 juni 2016

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. M.P.M. Fruytier, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEST GREEN B.V.,

gevestigd te Bleiswijk,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

gevestigd te [....] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ELINCO GROUP B.V.,

gevestigd te Sprang-Capelle,

3. [C],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede.

Het verloop van het geding

1.1 De voorzitter van de Ondernemingskamer zal partijen en overige (rechts)personen in het navolgende (ook) als volgt aanduiden:

- verzoekster met [A] ;

- verweerster met Best Green;

- belanghebbende 1 met [B] ;

- belanghebbende 2 met Elinco Group;

- belanghebbende 3 met [C] ;

- belanghebbenden gezamenlijk met [B] c.s.

1.2 De voorzitter van de Ondernemingskamer verwijst naar het proces-verbaal van het verhandelde ter terechtzitting van 24 juli 2014 en naar de beschikkingen van de Ondernemingskamer in de zaak met nummer 200.149.154/01 OK van 4 en 5 augustus 2014, 8 oktober 2015 en 3 februari 2016 alsmede naar de beschikking van de Ondernemingskamer in deze zaak van heden. Bij de beschikkingen van 4 en 5 augustus 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Best Green, mr. W.G. van Hassel (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, bepaald dat het onderzoek ten hoogste € 25.000 (exclusief btw) mag kosten, alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding - [A] en [B] geschorst als bestuurders van Best Green, ir. A. van der Walle (hierna: Van der Walle) benoemd tot bestuurder van Best Green, en bepaald dat alle aandelen in Best Green ten titel van beheer aan de benoemde bestuurder zijn overgedragen.

1.3 Het verslag van het onderzoek met de daarbij behorende bijlagen is op 8 oktober 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer gedeponeerd. Bij beschikking van dezelfde datum heeft de Ondernemingskamer bepaald – voor zover hier van belang – dat het verslag van het onderzoek met bijlagen ter inzage ligt voor belanghebbenden.

1.4 [A] heeft bij op 8 december 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht – zakelijk weergegeven – bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, vast te stellen dat sprake is geweest van wanbeleid bij Best Green, [B] c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure en het onderzoek en op de voet van artikel 2:356 BW bepaalde voorzieningen te treffen.

1.5 [A] heeft in voornoemd verzoekschrift tevens, zo heeft de Ondernemingskamer verstaan, de voorzitter van de Ondernemingskamer verzocht haar te machtigen om uit het verslag van het onderzoek mededelingen te doen aan deren in de door haar aanhangig maken civiele procedure tegen [C] althans [B] en het verslag in die procedure te overleggen.

1.6 [B] c.s. hebben bij op 11 februari 2016 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift, met producties, – voor zover hier van belang – geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek tot het verlenen van de verzochte machtiging.

1.7 Tijdens de mondelinge behandeling van de hiervoor onder 1.4 genoemde verzoeken van [A] , heeft de Ondernemingskamer medegedeeld dat de voorzitter van de Ondernemingskamer gelijktijdig met de onderhavige beschikking, bij beschikking uitspraak zal doen op het verzoek tot machtiging.

1.8 Bij beschikking van heden heeft de Ondernemingskamer – kort gezegd en voor zover hier van belang – wanbeleid van Best Green vastgesteld, [B] en [A] ontslagen als bestuurders van Best Green en Best Green ontbonden.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De voorzitter van de Ondernemingskamer begrijpt uit het verzoek van [A] dat zij voornemens is een civiele procedure te entameren tegen [C] dan wel [B] op grond van (bestuurders)aansprakelijkheid en dat zij het onderzoeksverslag in deze procedure wenst in te brengen ter toelichting en/of (ondersteuning van) bewijs van haar stellingen. De grondslag voor aansprakelijkheid zou derhalve zijn gelegen in feiten die zich hebben voorgedaan tijdens de onderzoeksperiode en voorwerp zijn geweest van het onderzoek.

2.2

[B] c.s. hebben zich verzet tegen dit verzoek aangezien het onderzoeksverslag niet zou voldoen aan de elementaire beginselen van behoorlijk onderzoek en het eenzijdige weergave van de feiten betreft.

2.2

Naar het oordeel van de voorzitter van de Ondernemingskamer vormt het oogmerk om het onderzoeksverslag in een aansprakelijkheidsprocedure in te brengen een voldoende zwaarwegend belang om [A] een machtiging op de voet van art. 2:353 lid 3 BW te verlenen. De mogelijkheid om de rechtspersoon en diegenen die verantwoordelijk zijn voor eventueel wanbeleid in rechte aan te spreken tot vergoeding van schade ligt in het verlengde van een van de doeleinden van het enquêterecht: het verkrijgen van opening van zaken en de vaststelling bij wie de verantwoordelijkheid berust voor mogelijk blijkend wanbeleid. Het oogmerk om het onderzoeksverslag in een civiele aansprakelijkheidsprocedure als bedoeld in 2.1 in te brengen vormt dan ook in het algemeen – en zonder dat daarvoor een nadere specificatie of toelichting is vereist – een voldoende zwaarwegend belang om degene op wiens verzoek de openheid is verkregen op de voet van artikel 2:353 lid 3 BW te machtigen om in die procedure mededeling te doen uit het verslag, ook voor zover dat niet voor een ieder ter inzage ligt (zie voorzitter Ondernemingskamer 6 november 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:4745).

2.3

De voorzitter van de Ondernemingskamer neemt voorts in aanmerking dat het in art. 2:353 lid 3 BW neergelegde uitgangspunt van vertrouwelijkheid van het onderzoeksverslag dient ter bescherming van de belangen van de rechtspersoon. Best Green heeft niet alleen geen bezwaar gemaakt tegen toewijzing van het verzoek, hetgeen overigens in een besloten verhouding als deze ook niet te verwachten valt, maar tevens is niet aannemelijk dat enig belang van Best Green zich verzet tegen het verlenen van de gevraagde machtiging. Best Green verricht sinds eind 2012/begin 2013 geen activiteiten meer en is bij beschikking van de Ondernemingskamer van heden ontbonden.

2.4

Wat betreft het bezwaar van [B] c.s. overweegt de voorzitter van de Ondernemingskamer dat [A] – op grond van artikel 21 Rv – bij overlegging van het onderzoeksverslag tevens de beschikking van de Ondernemingskamer van heden op het verzoek van [A] tot vaststelling van wanbeleid zal dienen over te leggen, waarin in rechtsoverweging 4.7 is overwogen dat de rol van [A] in het onderzoeksverslag onderbelicht is gebleven en waarin is geoordeeld dat [A] en [B] als bestuurders van Best Geen beide verantwoordelijk zijn voor het wanbeleid. Hiermee is dit bezwaar ondervangen.

2.5

De verzochte machtiging zal worden verleend op de hierna te vermelden wijze.

3 De beslissing

De voorzitter van de Ondernemingskamer:

machtigt [A] , gevestigd te Bleiswijk, om uit het verslag met de bijlagen van het door mr. W.G. van Hassel verrichte onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Best Green B.V., gevestigd te Bleiswijk, neergelegd ter griffie van de Ondernemingskamer op 8 oktober 2015, mededeling te doen door daarvan in de door [A] aanhangig te maken civiele (bestuurders)aansprakelijkheidsprocedure tegen [C] althans [B] gebruik te maken ter toelichting en/of (ondersteuning van) bewijs van haar stellingen in die procedure;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, in tegenwoordigheid van
mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2016.