Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:2713

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-06-2016
Datum publicatie
26-07-2016
Zaaknummer
23-000074-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mega Gistel Antares. Officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Intrekking van het ingestelde hoger beroep na aanvang van de behandeling van de zaak ter terechtzitting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000074-15

datum uitspraak: 28 juni 2016

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 24 december 2014 in de strafzaak onder parketnummer 15-740768-13 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,

adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van

10 september 2015 en 28 juni 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende de niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in het ingestelde hoger beroep en van hetgeen door de raadsvrouw, die zich heeft aangesloten bij het standpunt van de advocaat-generaal, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het door het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep

Tegen het vonnis van de rechtbank Noord Holland, waarbij de verdachte van het ten laste gelegde is vrijgesproken, is door de officier van justitie hoger beroep ingesteld. De zaak is vervolgens in hoger beroep aan de orde geweest op de terechtzitting van 10 september 2015. Het onderzoek ter terechtzitting is toen geschorst.

De advocaat-generaal heeft blijkens de akte rechtsmiddel van 25 mei 2016 het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep willen intrekken. Nu de behandeling van de zaak ter terechtzitting in hoger beroep reeds voor die datum was aangevangen, was intrekking echter niet meer mogelijk. Gelet op de toelichting van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 28 juni 2016, inhoudende, voor zover van belang, dat de grieven tegen bovengenoemd vonnis niet worden gehandhaafd, begrijpt het hof dat de advocaat-generaal geen belang meer hecht aan voortzetting van de behandeling van de strafzaak in hoger beroep.

Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met de voortgezette behandeling van de zaak, de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.A.M. Hoek, mr. H.S.G. Verhoeff en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Dudok van Heel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 juni 2016.