Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:2613

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-06-2016
Datum publicatie
06-07-2016
Zaaknummer
23-000433-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Inbraak, poging tot diefstal met geweld, bedreiging, belediging van een agent en mishandeling. Oplegging van ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000433-16

datum uitspraak: 17 juni 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 februari 2016 in de strafzaak onder de parketnummers 13-741045-15 en 13‑741252-14 (TUL) tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,

adres: [adres],

thans gedetineerd in PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 juni 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de maatregel. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van maatregel

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar en de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen.

Tegen voormeld vonnis heeft de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte voor zijn doen een hele tijd geen delicten heeft gepleegd. Dat het in de opvang niet goed gaat is wat de verdediging betreft iets anders. Van ISD kunnen geen positieve effecten verwacht worden. Dan is het voor de verdachte beter dat er een straf passend bij de gepleegde delicten wordt opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een inbraak, een poging tot diefstal met geweld, een bedreiging, belediging van een agent en mishandeling. Het hof acht het bijzonder kwalijk dat de poging diefstal met geweld zich heeft afgespeeld in de woning van het slachtoffer, wat bij uitstek een plaats is waar men zich veilig moet kunnen voelen. Ook heeft de verdachte een verbalisant bedreigd en beledigd. De verdachte heeft door aldus te handelen geen enkel respect getoond voor een vertegenwoordiger van het openbaar gezag. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 24 mei 2016 is hij eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld.

Het hof heeft kennisgenomen van het reclasseringsrapport van Inforsa van 22 juni 2015 en de aanvulling daarop van 30 mei 2016. Daarnaast is mevrouw Kruger van Inforsa ter terechtzitting in hoger beroep gehoord. Kort gezegd is er bij de verdachte sprake van alcoholmisbruik, drugsverslaving en gedragsproblemen. De ontvankelijkheid voor begeleiding en behandeling is laag. De grote vrijheidsdrang van de verdachte maakt begeleiding lastig. Dagbesteding en opvang gaat bij vlagen goed en kan dan ineens fout gaan. Inforsa blijft daarom bij het advies van ISD, maar geeft in overweging rekening te houden met de lange periode die de verdachte in voorarrest blijft.

Het hof stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarden die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht voor oplegging van de ISD-maatregel stelt. Het hof acht immers bewezen dat de verdachte zich in de onderhavige zaak heeft schuldig gemaakt aan diefstal, poging tot diefstal, bedreiging en mishandeling, misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Bovendien is de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 24 mei 2016 vijf jaar voorafgaand aan 31 december 2014 driemaal eerder wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld, welke straffen, al dan niet na een bevel tot tenuitvoerlegging gevolgd op een eerdere voorwaardelijke oplegging, ten uitvoer zijn gelegd. Tot slot neemt het hof uit het reclasseringsrapport van 22 juni 2015 over dat het recidiverisico als ‘hoog’ wordt ingeschat.

Ten aanzien van de eveneens bewezenverklaarde belediging zal het hof geen straf of maatregel opleggen.

Het hof stelt voorop dat volgens de bewoordingen van het tweede lid van artikel 38m Sr de oplegging van de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive door de verdachte. Nu de verdachte ondanks eerdere veroordelingen is blijven recidiveren, en zijn recidiverisico als hoog wordt ingeschat, brengt de eerstgenoemde doelstelling van de ISD-maatregel reeds mee dat de verdachte voor oplegging ervan in aanmerking komt. De ISD-maatregel biedt de verdachte de mogelijkheid aan zijn gedragspatronen en -problemen te werken die er kennelijk telkens voor zorgen dat hij recidiveert. De motivatie en bereidheid van de verdachte zullen hiervoor van beslissende betekenis zijn. Het hof acht – gelet op de tijd die de verdachte heeft doorgebracht in voorarrest – een maatregel van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 38m, 38p, 45, 57, 266, 267, 285, 300, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de maatregel en doet in zoverre opnieuw recht.

Bepaalt dat ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Legt op de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 1 (één) jaar.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M. van der Nat, mr. N.A. Schimmel en mr. M. Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van mr. A.M.R. Karsemeijer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 juni 2016.

Mrs. Schimmel en Gonggrijp-van Mourik zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]