Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:2509

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-06-2016
Datum publicatie
12-06-2018
Zaaknummer
200.185.153/01 en 200.185.159/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenarrest. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:1870.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummers : 200.185.153/01 en 200.185.159/01

zaak-/rolnummers rechtbank Amsterdam : C/13/536444/HA ZA 13-219 en

3423498 CV EXPL 14-26641

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 juni 2016

inzake

zaaknummer 200.185.153/01:

Willem Jan Maurits VAN ANDEL,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van L&H Customer Service B.V.,

kantoorhoudend te Utrecht,

appellant in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat: mr. J.M. Luijkx te Utrecht,

tegen

1 ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

2. [X] PROPERTIES C.V.,

3. [X] PROPERTIES HOLDING B.V.,

beiden gevestigd te [vestigingsplaats ] ,

advocaat: mr. J.W. van der Horst te Amsterdam,

verweerders in de hoofdzaak,

verweerders in het incident.

en

zaaknummer 200.185.159/01:

Willem Jan Maurits VAN ANDEL,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van L&H Customer Service B.V.,

kantoorhoudend te Utrecht,

appellant in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat: mr. J.M. Luijkx te Utrecht,

tegen

1 [X] PROPERTIES C.V.,

2. [X] PROPERTIES HOLDING B.V.,

beiden gevestigd te [vestigingsplaats ] ,

verweerders in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat: mr. J.W. van der Horst te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Van Andel, ING en [X] c.v. respectievelijk [X] b.v. genoemd.

Van Andel is bij dagvaardingen van 2 december 2014 en 12 augustus 2015 in hoger beroep gekomen van de vonnissen gewezen door de rechtbank Amsterdam respectievelijk de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam tussen achtereenvolgens Van Andel als eiser en ING, [X] c.v. en [X] b.v. als gedaagden en [X] c.v. en [X] b.v. als gedaagden.

Van Andel heeft daarna in beide zaken een memorie van grieven, tevens incidentele memorie tot voeging op de voet van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) - met producties - ingediend. Van Andel heeft, voor zover in dit incident van belang, voeging van de onderhavige zaken gevorderd.

ING heeft een akte tot referte in het incident genomen, evenals [X] c.v. en [X] b.v. dat gezamenlijk in beide zaken hebben gedaan.

Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.

2 Beoordeling

2.1

Van Andel heeft voeging gevorderd op de grond dat de onderhavige zaken betrekking hebben op dezelfde vordering in verband met de uitkering van een bankgarantie, dat de zaken berusten op hetzelfde feitencomplex en (deels) dezelfde partijen betreffen. ING en [X] c.v./ [X] b.v. hebben zich ten aanzien van de incidentele vordering van Van Andel gerefereerd aan het oordeel van het hof.

2.2

Uit hetgeen Van Andel heeft aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 en 2 Rv is voldaan. De onderhavige zaken zullen derhalve worden gevoegd.

2.3

De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaken zullen naar de rol worden verwezen voor memorie van antwoord aan de zijde van ING, [X] c.v. en [X] b.v.

3 Beslissing

Het hof:

in het incident tot voeging:

voegt de zaken met nummers 200.185.153/01 en 200.185.159/01;

- houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaken;

in de hoofdzaken:

- verwijst de zaken naar de rol van 9 augustus 2016 voor het nemen van een memorie van antwoord door ING, [X] c.v. en [X] b.v.;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.W.C. Rang, C.C. Meijer en J.W. Hoekzema en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2016.