Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:2436

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-06-2016
Datum publicatie
28-06-2016
Zaaknummer
23-000590-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mensenhandel. Officier van justitie niet-ontvankelijk ter zake van tenlastegelegde mensenhandel door vreemdeling in buitenland ten aanzien van buitenlands meisje in periode januari– april 2007, nu de verdachte niet op enig moment een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had. Artikel 5a (oud) Sr. Niet gebleken van afstand door verdachte van recht beroep te doen op specialiteitsbeginsel. Betrouwbaarheid verklaring slachtoffer. Geconstateerd vormverzuim nu getuige zonder aanwezigheid verdediging door politie is gehoord voor verhoor door rechter-commissaris.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000590-14

datum uitspraak: 15 juni 2016

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 januari 2014 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-708165-11 (zaak A) en 13-731015-13 (zaak B) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

[detentieadres] .

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 13-708165-11 (zaak A) onder 3 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak. Het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep richt zich – blijkens de appelakte - niet tegen deze vrijspraak, zodat het hof de officier van justitie eveneens niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover gericht tegen deze vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
16 en 18 december 2014, 18 september 2015, 23, 26 en 27 mei 2016 en 1 juni 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlasteleggingen

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank en in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijzigingen is aan de verdachte ten laste gelegd, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, dat:

Zaak met parketnummer 13-708165-11 (zaak A):


Feit 1:
hij in of omstreeks de periode van 22 augustus 2008 tot en met 5 augustus 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of in België en/of in Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval alleen,

een ander of anderen te weten [T.L.] en/of [I.B.] en/of [I.K.S.] en/of [E.B.] en/of [I.S.] en/of één of meer andere vrouwen,

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of dreiging met één of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft,

heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [T.L.] en/of [I.B.] en/of [I.K.S.] en/of [E.B.] en/of [I.S.] en/of één of meer andere vrouwen,

en/of

(telkens) voornoemde [T.L.] en/of [I.B.] en/of [I.K.S.] en/of [E.B.] en/of [I.S.] en/of één of meer andere vrouwen heeft aangeworven en/of medegenomen met het oogmerk die [T.L.] en/of [I.B.] en/of [I.K.S.] en/of [E.B.] en/of [I.S.] en/of één of meer andere vrouwen in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

(telkens) die [T.L.] en/of [I.B.] en/of [I.K.S.] en/of [E.B.] en/of [I.S.] en/of een of meer andere vrouwen (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (te weten: prostitutiewerkzaamheden)

en/of

met één of meer van de voornoemde middelen en/of omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [T.L.] en/of [I.B.] en/of [I.K.S.] en/of [E.B.] en/of [I.S.] en/of een of meer andere vrouwen zich daardoor beschikbaar stelde(n) tot het verrichten van arbeid of diensten (te weten: prostitutiewerkzaamheden),

en/of

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [T.L.] en/of [I.B.] en/of [I.K.S.] en/of [E.B.] en/of [I.S.] en/of een of meer andere vrouwen

en/of

(telkens) die [T.L.] en/of [I.B.] en/of [I.K.S.] en/of [E.B.] en/of [I.S.] en/of één of meer andere vrouwen met één of meer van de voornoemde middelen en/of omstandigheden heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte en/of (één of meer van) zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [T.L.] en/of [I.B.] en/of [I.K.S.] en/of [E.B.] en/of [I.S.] en/of één of meer andere vrouwen met of voor een derde

immers heeft verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

ten aanzien van die [T.L.] (terwijl hij wist dat die [T.L.] net van haar pooiers was weggelopen en/of weg wilde lopen en/of bang was en/of alleen was in Nederland en/of de Nederlandse en/of Engelse taal niet dan wel onvoldoende machtig was en/of geen familie en/of een (sociaal) netwerk had om op terug te vallen)

- die [T.L.] aangeboden voor hem, verdachte, en/of zin mededader(s) (in de prostitutie) te komen werken en/of

- die [T.L.] één of meermalen gehuisvest (in Amsterdam) en/of

- die [T.L.] instructies gegeven voor het huren van een werkkamer en/of een of meermalen een werkkamer voor die [T.L.] betaald en/of geregeld en/of

- die [T.L.] geld gegeven voor het kopen van condooms en/of tissues en/of glijmiddel en/of

- die [T.L.] (meermalen) onder druk gezet en/of er (zodoende) toe aangezet en/of gebracht om in de prostitutie te werken en/of te blijven werken en/of

- die [T.L.] een werktelefoon en/of een simkaart gegeven en/of

- ( werk)regels voor die [T.L.] opgesteld en/of die [T.L.] (werk)regels op laten schrijven en/of

- ( terwijl die [T.L.] prostitutiewerkzaamheden verrichte) (telefonisch en/of in persoon) die [T.L.] gecontroleerd en/of laten controleren en/of die [T.L.] voor en na het hebben van een klant naar, hem, verdachte en/of zijn mededader(s) laten bellen en/of

- die [T.L.] regels opgelegd en/of gezegd dat zij niet met anderen mocht praten en/of

- die [T.L.] zeven dagen per week laten werken en/of geen vrije dagen gegeven en/of

- die [T.L.] (telkens) dubbele diensten laten werken en/of

- die [T.L.] (meermalen) mishandeld en/of

- die [T.L.] opgedragen zonder condoom te werken en/of anale seks met klanten te hebben (omdat zij hier meer geld voor kon vragen) en/of

- die [T.L.] door laten werken terwijl zij ziek was en/of pijn en/of diarree had en/of

- die [T.L.] opgelegd dat zij een vast bedrag per dag (tot € 1.000,- en/of € 1.200,- en/of € 1.500,- per dag, bovenop de kamerhuur) moest verdienen en/of dat indien zij minder had verdiend zij dit de volgende dag moest inhalen en/of

- ( dagelijks) alle dan wel een groot deel van de verdiensten uit de verrichtte prostitutiewerkzaamheden van die [T.L.] afgepakt en/of afgenomen en/of door die [T.L.] laten afstaan en/of

- de aanbouw van een huis voor hem, verdachte en/of zijn mededader(s) gefinancierd met de verdiensten uit de verrichtte prostitutiewerkzaamheden van die [T.L.]

en/of

ten aanzien van die [I.B.] (terwijl hij wist dat die [I.B.] in Hongarije in een kindertehuis was opgegroeid en/of al eerder voor hem, verdachte, had gewerkt en/of door hem was uitgebuit in de prostitutie en/of in Nederland en/of in Hongarije geen (sociaal) netwerk en/of familie had om op terug te vallen en/of de Nederlandse en/of Engelse taal niet dan wel onvoldoende machtig was en/of niet zelfstandig over woonruimte kon beschikken)

- tegen die [I.B.] gezegd dat zij terug moest komen naar Nederland om wederom in Nederland voor hem, verdachte en/of zijn mededader(s) (in de prostitutie) te komen werken en/of dat zij geld voor hem, verdachte, moest verdienen en/of

- die [I.B.] (meermalen) meegenomen en/of vervoerd van Hongarije naar België en/of Nederland en/of de reis naar België en/of Amsterdam voor die [I.B.] geregeld en/of betaald en/of

- die [I.B.] één of meermalen gehuisvest (in Amsterdam en/of Hongarije) en/of

- die [I.B.] instructies gegeven voor het huren van een werkkamer en/of een of meermalen een werkkamer voor die [I.B.] betaald en/of geregeld en/of

- die [I.B.] (meermalen) onder druk gezet en/of er (zodoende) toe aangezet en/of gebracht om in de prostitutie te werken en/of te blijven werken en/of

- ( terwijl die [I.B.] prostitutiewerkzaamheden verrichte) (telefonisch en/of in persoon) die [I.B.] gecontroleerd en/of laten controleren en/of die [I.B.] voor en na het hebben van een klant naar, hem, verdachte en/of zijn mededader(s) laten bellen en/of

- die [I.B.] zeven dagen per week laten werken en/of geen vrije dagen gegeven en/of

- die [I.B.] (telkens) dubbele diensten laten werken en/of

- die [I.B.] opgedragen zonder condoom te werken en/of anale seks met klanten te hebben (omdat zij hier meer geld voor kon vragen) en/of

- die [I.B.] door laten werken terwijl zij ziek was en/of pijn had en/of

- die [I.B.] geslagen toen zij naar de dokter was geweest (terwijl zij had moeten werken) (waardoor de neus van die [I.B.] is gebroken) en/of

- ( als zij en/of een ander meisje te weinig had verdiend) die [I.B.] (dagelijks, althans meermalen) mishandeld en/of op haar rug en/of op haar hoofd geslagen (met een bokshandschoen en/of een ploertendoder en/of een baseballknuppel en/of een vleesklopper) (terwijl hij, verdachte, tegen die [I.B.] had gezegd dat zij op haar knieën moest gaan zitten) en/of

- die [I.B.] bedreigd en/of gedreigd haar te mishandelen (onder meer door met een mes in zijn hand te dreigen haar gezicht open te snijden) en/of

- die [I.B.] regels opgelegd en/of haar gezegd dat zij niet met andere meisjes mocht praten en/of haar gezegd dat ze overal toestemming voor moet vragen en/of

- die [I.B.] opgelegd dat zij een vast bedrag (minstens € 800,- à € 900,- en/of € 1.000,-) per dag moest verdienen en/of

- ( dagelijks) alle dan wel een groot deel van de verdiensten uit de verrichtte prostitutiewerkzaamheden van die [I.B.] afgepakt en/of afgenomen en/of door die [I.B.] laten afstaan en/of

- de aanbouw van een huis voor hem, verdachte en/of zijn mededader(s) gefinancierd met de verdiensten uit de verrichtte prostitutiewerkzaamheden van die [I.B.] en/of

- ( nadat die [I.B.] bij hem, verdachte, was weggelopen) die [I.B.] in Hongarije opgehaald en/of gekocht voor € 400,- van de zus en/of de zwager van die [I.B.]

en/of

ten aanzien van die [I.K.S.] (terwijl hij wist dat die [I.K.S.] de Nederlandse en/of Engelse taal niet dan wel onvoldoende machtig was en/of die [I.K.S.] in Nederland geen familie en/of een (sociaal) netwerk had om op terug te vallen en/of niet zelfstandig over woonruimte kon beschikken)

- die [I.K.S.] (meermalen) meegenomen en/of vervoerd van Hongarije naar België en/of Nederland en/of de reis naar België en/of Amsterdam voor die [I.K.S.] geregeld en/of betaald en/of

- die [I.K.S.] één of meermalen gehuisvest en/of

- die [I.K.S.] (meermalen) onder druk gezet en/of er (zodoende) toe aangezet en/of gebracht om in de prostitutie te werken en/of te blijven werken en/of

- ( terwijl die [I.K.S.] prostitutiewerkzaamheden verrichte) (telefonisch en/of in persoon) die [I.K.S.] gecontroleerd en/of laten controleren en/of

- die [I.K.S.] voor en na het hebben van een klant naar, hem, verdachte en/of zijn mededader(s) laten bellen en/of

- die [I.K.S.] zeven dagen per week laten werken en/of geen vrije dagen gegeven en/of

- die [I.K.S.] (telkens) dubbele diensten laten werken en/of

- die [I.K.S.] regels opgelegd en/of haar gezegd dat zij niet met anderen mocht praten en/of haar gezegd dat ze overal toestemming voor moest vragen en/of

- die [I.K.S.] opgelegd dat zij een vast bedrag (minstens € 1000,-) per dag moest verdienen en/of

- ( dagelijks) alle dan wel een groot deel van de verdiensten uit de verrichtte prostitutiewerkzaamheden van die [I.K.S.] afgepakt en/of afgenomen en/of door die [I.K.S.] laten afstaan en/of

- die [I.K.S.] (een of meer) door haar verdiende geldbedragen via Western Union laten overmaken en/of

- die [I.K.S.] (meermalen) mishandeld (onder meer nadat zij op haar werkplek in slaap was gevallen);

en/of

ten aanzien van die [E.B.] (terwijl hij wist dat die [E.B.] de Nederlande en/of Engelse taal niet dan wel onvoldoende machtig was en/of die [E.B.] in Nederland geen familie en/of een (sociaal) netwerk had om op terug te vallen en/of niet zelfstandig over woonruimte kon beschikken)

- die [E.B.] één of meermalen gehuisvest en/of

- die [E.B.] (meermalen) onder druk gezet en/of er (zodoende) toe aangezet en/of heeft gebracht om in de prostitutie te werken en/of te blijven werken en/of

- die [E.B.] voor en na het hebben van een klant neer, hem, verdachte en/of zijn mededader(s) laten bellen en/of die [E.B.] (constant) gebeld over haar verdiensten en/of die [E.B.] gecontroleerd, terwijl zij aan het werk was en/of

- die [E.B.] zeven dagen per week laten werken en/of geen vrije dagen gegeven en/of

- die [E.B.] (meermalen) mishandeld (onder meer met een honkbalknuppel) en/of

- die [E.B.] dubbele diensten laten draaien en/of

- die [E.B.] regels opgelegd en/of haar gezegd dat zij niet met anderen mocht praten en/of haar gezegd dat ze overal toestemming voor moest vragen en/of

- die [E.B.] opgelegd dat zij een vast bedrag (minstens € 1000,-) per dag moest verdienen en/of

- ( dagelijks) alle dan wel een groot deel van de verdiensten uit de verrichtte prostitutiewerkzaamheden van die [E.B.] afgepakt en/of afgenomen en/of door die [E.B.] laten afstaan

en/of

ten aanzien van die [I.S.] (terwijl hij wist dat die [I.S.] de Nederlandse en/of Engelse taal niet dan wel onvoldoende machtig was en/of die [I.S.] in Nederland geen familie en/of een (sociaal) netwerk had om op terug te vallen en/of niet zelfstandig over woonruimte kon beschikken)

- die [I.S.] (meermalen) meegenomen en/of vervoerd van Hongarije naar België en/of Nederland en/of de reis naar België en/of Amsterdam voor die [I.S.] geregeld en/of betaald en/of

- de identiteitspapieren van die [I.S.] afgepakt en/of laten afpakken en/of

- die [I.S.] (meermalen) onder druk gezet en/of er (zodoende) toe aangezet en/of gebracht om in de prostitutie te werken en/of te blijven werken en/of

- de werktijden van die [I.S.] bepaald en/of die [I.S.] dubbele diensten laten werken en/of bepaald waar die [I.S.] ging werken en/of

- die [I.S.] voor en na het hebben van een klant neer, hem, verdachte en/of zijn mededader(s) laten bellen en/of die [I.S.] (constant) gebeld over haar verdiensten en/of die [I.S.] gecontroleerd, terwijl zij aan het werk was en/of

- ( terwijl die [I.S.] prostitutiewerkzaamheden verrichte) (telefonisch en/of in persoon) die [I.S.] gecontroleerd en/of laten controleren en/of

- ( dagelijks) alle dan wel een groot deel (ongeveer € 600,- à € 700,-) van de verdiensten uit de verrichtte prostitutiewerkzaamheden van die [I.S.] afgepakt en/of afgenomen en/of door die [I.S.] laten afstaan en/of

- die [I.S.] (meermalen) mishandeld (onder meer indien zij niet genoeg geld had verdiend) en/of

- die [I.S.] gedreigd haar en/of haar familie iets aan te doen, als zij niet voldoende had verdiend en/of

- die [I.S.] verboden met andere meisjes te praten.

Feit 2:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 augustus 2008 tot en met 5 augustus 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of te Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, in elk geval alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in genoemde periode bij wijze van gewoonte, een of meer (contante) geldbedrag(en) en/of voorwerpen, te weten:

- ( telkens) een groot deel van de verdiensten uit de door [T.L.] en/of [I.B.] en/of [I.K.S.] en/of [E.B.] en/of [I.S.] en/of één of meer andere vrouwen verrichte prostitutiewerkzaamheden,

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet terwijl hij (telkens) wist dat die/dat voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit misdrijf/misdrijven;


Feit 4:

hij in of omstreeks de periode van 15 maart 2012 tot en met 21 maart 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Hongarije en/of te Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mondeling en/of door gebaren en/of bij geschrift of afbeelding zich jegens [I.B.] heeft geuit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar (een) verklaring(en) af te leggen te beïnvloeden, immers heeft hij, verdachte, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd (nadat die [I.B.] aangifte had gedaan van mensenhandel tegen verdachten en/of zijn mededader(s)):

- een of meermalen (over de telefoon) tegen die [I.B.] gezegd dat hij, verdachte, met haar wilde praten, omdat zij, die [I.B.] , anders in de problemen zou komen en/of

- tegen die [I.B.] gezegd dat hij, verdachte, wist waar zij woonde en/of werkte en/of dat hij direct in de auto zou stappen om naar haar toe te rijden en/of

- tegen die [I.B.] gezegd dat hij wist dat zij aangifte had gedaan en/of dat hij, verdachte wilde dat die [I.B.] die aangifte zou intrekken en/of

- tegen die [I.B.] gezegd dat zij naar een advocaat moest gaan om te regelen wat er geregeld moet worden en/of om haar aangifte in te trekken en/of

- die [I.B.] (door een prostituee, genaamd [J.] ) € 500,- laten geven en hierbij laten zeggen "je weet wel wat te doen" of woorden van gelijke aard of strekking.


Zaak met parketnummer 13-731015-13 (gevoegd), zaak B:


Feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2007 tot en met 23 april 2007 te Alkmaar en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of Roemenië en/of Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een ander, te weten [C.V.] ( geboren op [geboortedatum] ),

(sub 2)

heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [C.V.] , terwijl die [C.V.] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(sub 3)

die [C.V.] heeft aangeworven, medegenomen en/of ontvoerd met het oogmerk die [C.V.] in een ander land (te weten: Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling,

en/of

(sub 5)

die [C.V.] ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of enige andere handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [C.V.] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die (seksuele) handelingen, terwijl die [C.V.] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(sub 8)

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [C.V.] met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [C.V.] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- voor die [C.V.] geregeld dat zij als schoonmaakster bij de [supermarkt] Hongarije) kon werken en/of

- die [C.V.] (meermalen) vervoerd van en/of naar de [supermarkt] en/of

- die [C.V.] (op dagen waarop zij niet werkte) opgesloten in een woning en/of

- de verdiensten van die [C.V.] , verdiend met die schoonmaakwerkzaamheden, afgepakt en/of aangenomen en/of niet aan die [C.V.] gegeven en/of

- die [C.V.] geslagen en/of geschopt en/of (een) klap(pen) gegeven en/of gezegd dat zij, [C.V.] , niet zo nieuwsgierig moest zijn en/of

- van die [C.V.] foto's laten maken (ten behoeve van een vals identiteitsbewijs) en/of

- voor die [C.V.] een vals en/of vervalst identiteitsbewijs laten maken (op naam van [E.R.] ) en/of

- voor die [C.V.] een vliegticket geregeld en/of gekocht en/of

- die [C.V.] met de auto van [plaats] naar Boedapest en/of van Boedapest naar Amsterdam gebracht en/of vervoerd en/of

- voor die [C.V.] een werkplek in de prostitutie (een raam) geregeld en/of (terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die [C.V.] in Nederland nergens naartoe kon en/of in Nederland geen vrienden had en/of de taal niet sprak) die [C.V.] gedwongen in lingerie achter het raam plaats te nemen en/of

- die [C.V.] gedwongen om tegen betaling seksuele handelingen te verrichten met derden en/of

- die [C.V.] ertoe aangezet (een groot gedeelte van) haar verdiensten uit de (prostitutie-) werkzaamheden aan verdachte en/of zijn mededader(s) af te staan en/of

- die [C.V.] (meermalen) in elkaar geslagen en/of mishandeld (onder meer als zij niet voldoende had verdiend) en/of

- de werktijden van die [C.V.] bepaald en/of

- die [C.V.] tijdens haar (prostitutie-)werkzaamheden in de gaten gehouden en/of

- die [C.V.] gezegd dat zij in de gaten werd gehouden en/of gedreigd dat zij niet moest vluchten en/of geld moest verstoppen omdat hij, verdachte, die [C.V.] anders zou vermoorden en/of

- die [C.V.] verboden contact te hebben en/of op te nemen met haar ouders en/of anderen en/of

- die [C.V.] gedwongen en/of bewogen haar moeder te bellen en tegen haar moeder te zeggen dat zij ( [C.V.] ) het goed deed en/of getrouwd was in [plaats] en/of binnenkort naar huis zou komen;


Feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2007 tot en met 23 april 2007 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in genoemde periode bij wijze van gewoonte, een of meer (contante) geldbedrag(en) en/of voorwerpen, te weten (onder meer):

- ( telkens) een groot deel van de verdiensten uit de door [C.V.] verrichte prostitutiewerkzaamheden

en/of één of meer andere geldbedragen en/of voorwerpen, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet terwijl hij (telkens) wist dat die/dat voorwerp(en) en of geldbedrag(en)

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit misdrijf/misdrijven.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Geldigheid van de dagvaarding

Het hof is van oordeel dat de tenlastelegging onvoldoende feitelijk is voor wat betreft

- Zaak A feit 1: telkens ten aanzien van de zinsneden “één of meer andere vrouwen”

nu in de tenlastelegging niet is omschreven - en evenmin uit het dossier valt af te leiden - op welke vrouwen daarmee wordt gedoeld.

Op het genoemde onderdeel voldoet de tenlastelegging telkens niet aan de eisen van artikel 261 Sv, zodat de dagvaarding in zoverre nietig zal worden verklaard.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging met betrekking tot zaak B feit 1

Het hof zal de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging waar het betreft het in zaak B onder 1, onder sub 2 tenlastegelegde, waar dit inhoudt dat de verdachte wordt vervolgd voor de verdenking van het feit dat hij in Roemenië en/of Hongarije aangeefster [C.V.] heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [C.V.] , terwijl die [C.V.] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt. Dit onderdeel is nader uitgewerkt in de eerste vier beschrijvingen als:

- voor die [C.V.] geregeld dat zij als schoonmaakster bij de [supermarkt] Hongarije) kon werken en/of

- die [C.V.] (meermalen) vervoerd van en/of naar de [supermarkt] en/of

- die [C.V.] (op dagen waarop zij niet werkte) opgesloten in een woning en/of

- de verdiensten van die [C.V.] , verdiend met die schoonmaakwerkzaamheden, heeft afgepakt en/of aangenomen en/of niet aan die [C.V.] gegeven.

Voor deze feiten, gepleegd in Roemenië en/of Hongarije (en niet deel uitmakend van een feitencomplex dat zich óók in Nederland voordoet), ontbreekt de rechtsmacht van de Nederlandse strafrechter.

Op grond van het hier van toepassing zijnde artikel 5a (oud) van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is de Nederlandse strafwet slechts van toepassing op de vreemdeling die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een strafbaar feit als hier ten laste gelegd voor zover deze vreemdeling een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft ten tijde van het plegen van dit feit dan wel nadien een vaste woon- of verblijfplaats heeft gekregen in Nederland. Nu de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had in de tenlastegelegde periode, en het dossier geen bewijsmiddel bevat waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte nadien vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft gekregen, zal de officier van justitie niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging waar het dit onderdeel van het eerste feit van zaak B betreft.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging ten aanzien van een deel van het in zaak A onder 1 en 2 tenlastegelegde

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging ten aanzien van het in zaak A onder 1 en 2 ter zake van [I.K.S.] , [I.S.] , [E.B.] en terzake van het onder 4 tenlastegelegde en ten aanzien van het in zaak B onder 2 tenlastegelegde. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat uit de stukken onvoldoende blijkt dat de verdachte ten tijde van zijn overlevering naar Nederland bewust afstand heeft gedaan van zijn recht een beroep te doen op het specialiteitsbeginsel. Voorts is de verdachte blijkens de overgelegde stukken van de Duitse autoriteiten, door Duitsland enkel overgeleverd aan Nederland voor vervolging ter zake van strafbare feiten die betrekking hebben op [T.L.] en [I.B.] (mensenhandel en witwassen). Hij kan mitsdien sowieso niet worden vervolgd voor de andere feiten die thans op de tenlastelegging staan. In de door de Duitse autoriteiten overgelegde stukken staat weliswaar dat verdachte afstand heeft gedaan van zijn recht op het specialiteitsbeginsel, maar verdachte had op dat moment al langere tijd niet geslapen en gegeten. Bovendien was hij niet voorzien van rechtsbijstand. Onder die omstandigheden kan verdachte niet worden gehouden aan zijn afstand.

Het hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe het volgende:

Uit een brief van het ressortsparket in Keulen van 6 december 2013 blijkt dat de toelaatbaarverklaring is geschied onder afstand van inachtneming van het specialiteitsbeginsel, omdat de verdachte tijdens zijn voorgeleiding bij de kantonrechter in Aken op 21 maart 2013 daarvan onherroepelijk afstand heeft gedaan. Op grond hiervan is geen toestemming achteraf met betrekking tot in Nederland tegen de strafrechtelijk vervolgde persoon ten aanzien van andere ten laste gelegde feiten noodzakelijk. Deze gang van zaken wordt bevestigd in het proces-verbaal van de voorgeleiding bij de kantonrechter in Aken van 21 maart 2012 (in de Duitse taal) waaruit blijkt dat de verdachte geen bezwaren heeft tegen zijn uitlevering en dat hij begrijpt dat die instemming niet herroepen kan worden alsmede dat hij afstand doet van zijn recht een beroep doen op het specialiteitbeginsel, welk afstand dan ook niet herroepen kan worden. De verdachte heeft ook aangegeven geen Duitse rechtsbijstand te wensen en af te zien van het recht de diplomatieke vertegenwoordiging van Hongarije van zijn aanhouding op de hoogte te stellen.
Uit de stukken blijkt dat op zich juist is dat de verdachte heeft aangegeven dat hij wenst zo snel mogelijk naar een plaats te worden gebracht waar hij zijn tanden kan poetsen en zich kan wassen en waar hij iets kan eten, omdat hij al twee dagen niets heeft gegeten. Het hof acht genoemde persoonlijke omstandigheden echter onvoldoende om ervan uit te gaan dat het door verdachte afzien van het recht een beroep te doen op het specialiteitsbeginsel onder zodanige omstandigheden tot stand is gekomen, dat hij daaraan niet kan worden gehouden. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte zich niet of onvoldoende bewust was van wat hij deed.

Het stond de officier van justitie mitsdien vrij de verdachte ook te vervolgen ten aanzien van andere feiten dan waarvoor de overlevering was toegestaan. De officier van justitie is dan ook in zoverre ontvankelijk in de vervolging.

Overweging ten aanzien van artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 4° en 5°, van het Wetboek van Strafrecht

De rechtbank heeft in haar vonnis waarvan beroep overwogen dat artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 4° en 5°, van het Wetboek van Strafrecht, telkens uiteen valt in twee delen en dat het tweede gedeelte telkens (slechts) ziet op degene die ‘in een door een ander gecreëerde uitbuitingssituatie’ enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten.

Anders dan de rechtbank heeft overwogen, leest het hof deze bepaling niet zo dat deze slechts toepasselijk is als de uitbuitingssituatie ten aanzien waarvan de verdachte wordt verweten enige handeling te hebben ondernomen, door een ander is gecreëerd; in de wetsgeschiedenis noch in het systeem van de wet kunnen aanknopingspunten voor een dergelijke beperkte uitleg worden gevonden.

Ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweren

Betrouwbaarheid verklaringen [I.B.]

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verklaringen van [I.B.] als onbetrouwbaar ter zijde dienen te worden gesteld. Zij heeft hiertoe – kort weergegeven – het volgende aangevoerd. [I.B.] heeft wisselend over de rol van de verdachte bij haar werk in de prostitutie verklaard, te weten eerst – in 2008 – steeds ontlastend en daarna in 2013 plotseling belastend. De verklaringen van [I.B.] worden in de loop der tijd bovendien steeds belastender voor de verdachte. Daarbij komt dat de vraagstelling van de verbalisanten dermate sturend is geweest, dat de mogelijkheid bestaat dat de verklaringen van [I.B.] daardoor zijn beïnvloed. Tot slot blijkt uit het dossier dat [I.B.] en [T.L.] veelvuldig na de tenlastegelegde periode, maar voor het afleggen van verklaringen contact met elkaar hebben gehad en de verklaringen aldus op elkaar kunnen hebben afgestemd.

Het hof overweegt het volgende.

Het hof is met de raadsvrouw van oordeel dat sprake is van sturende vraagstelling door de verbalisanten. Een dergelijke sturende vraagstelling, waarbij ongepaste uitlatingen worden gedaan en antwoorden in de mond worden gelegd, getuigt van een weinig professionele attitude en is zeer onwenselijk. Het is echter niet aannemelijk dat [I.B.] daardoor in essentie niet naar waarheid heeft verklaard. Zij is immers nadien, in het bijzonder bij de rechter-commissaris - waarbij zij ook door de verdediging is ondervraagd - bij haar eerdere belastende verklaringen gebleven. Dit brengt mee dat het hof aan de geconstateerde onwenselijkheid van het sturende optreden van de verbalisant geen verdere consequenties zal verbinden.

[I.B.] heeft meermalen tegenover de politie verklaard dat zij voor meerdere pooiers heeft gewerkt in de prostitutie, dat één daarvan de verdachte was, dat zij haar geld aan hem moest afstaan, door hem gecontroleerd werd en door hem geslagen werd wanneer zij niet het door hem vastgestelde bedrag per dag verdiende. [I.B.] is bij de rechter-commissaris opnieuw als getuige gehoord. Hoewel er enige verschillen zitten tussen haar verklaringen, is het hof van oordeel dat de verklaringen op hoofdlijnen met elkaar overeenkomen en dat de inconsistenties de kern van de zaak (te weten: dat de aangeefster door de verdachte gedwongen werd in de prostitutie te werken, waarbij af en toe geweld werd toegepast en zij al haar verdiensten moest afstaan) niet raken. Het hof gaat dan ook uit van de betrouwbaarheid van de verklaringen van de getuige [I.B.] .

Ook ten aanzien van de door de politie gehoorde collega’s van aangeefster acht het hof het hof niet aannemelijk dat de politie een dermate druk op hen is uitgeoefend, dat om die reden hun verklaringen als niet of onvoldoende betrouwbaar terzijde zouden moeten worden gelegd bij de boordeling van het ten laste gelegde.

Voorts wordt de inhoud van de belastende verklaringen van [I.B.] ook op onderdelen ondersteund in de verklaringen van de andere aangeefster en getuigen en in objectieve bewijsmiddelen.

De stelling van de raadsvrouw dat de aangeefsters [T.L.] en [I.B.] hun verklaringen op elkaar zouden hebben afgestemd is niet aannemelijk geworden, nu hiervoor geen steun te vinden is in het dossier. Ook overigens is dit niet aannemelijk geworden.

Hetzelfde geldt voor de stelling van de verdachte, dat hij het slachtoffer zou zijn geworden van een complot van de aangeefsters [T.L.] , [I.B.] en [I.S.] , die hem zouden willen treffen nu hij in het verleden de relatie met [I.B.] niet heeft voortgezet maar heeft gekozen voor de relatie met zijn vrouw [...] .

Horen [I.S.] bij politie buiten aanwezigheid raadsman

De raadsvrouw heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van [I.S.] , dan wel dat de verklaring van [I.S.] van 15 oktober 2012 van het bewijs dient te worden uitgesloten, nu sprake is van een onherstelbaar vormverzuim, waardoor de verdediging aantoonbaar nadeel heeft ondervonden. De officier van justitie heeft de politie toestemming gegeven de getuige [I.S.] (buiten aanwezigheid van de raadsman (destijds)) te horen, terwijl reeds was bepaald dat [I.S.] door de rechter-commissaris als getuige zou worden gehoord. [I.S.] was door deze handelswijze niet langer onbevangen op het moment dat zij door de verdediging bij de rechter-commissaris werd gehoord.

Het hof overweegt het volgende.

Uit het dossier blijkt dat de getuige [I.S.] na het intakegesprek van 1 maart 2010 bij de politie buiten beeld is geraakt. Op 13 september 2012 is het gelukt haar te horen als getuige, maar nadien was zij evenmin voor de politie traceerbaar en is zij op een gemaakte vervolgafspraak niet verschenen. In oktober 2012 was haar verblijfadres door de politie achterhaald. Het hof acht de vrees van het openbaar ministerie dat de getuige tussen die datum en het geplande verhoor bij de rechter-commissaris opnieuw zou verdwijnen gerechtvaardigd. Het verzoek van de officier aan de rechter-commissaris om de getuige met toepassing van artikel 177 Sv door de politie te laten horen acht het hof met de rechtbank redelijk. Het is echter vaste jurisprudentie dat ook in het geval de rechter-commissaris met toepassing van voornoemd artikel de politie opdracht geeft een verdachte of getuige te horen, de rechten van de verdediging daarmee niet mogen worden ondermijnd. De rechter-commissaris heeft niet op het verzoek van de officier van justitie beslist. De politie heeft vervolgens in overleg met de officier van justitie en zonder toestemming van de rechter-commissaris, op 15 oktober 2012 [I.S.] als getuige gehoord, hetgeen de officier van justitie de rechter-commissaris op 16 oktober 2012 heeft laten weten.

Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [I.S.] bevat daarover de volgende passage, als mededeling van de verbalisanten aan de getuige:

“Na overleg met de officier van justitie bleek dat de rechter-commissaris heel graag met jou wilde praten. Nu hebben wij het voor elkaar gekregen dat je hier een verklaring mag afleggen en dat je niet meteen met de rechter moet praten wat veel prettiger is.”

Het betreft hier, naar het oordeel van het hof, geen vergissing dat niet alsnog is gepoogd het verhoor bij de rechter-commissaris te laten plaatsvinden. De verdediging is voorts voor dit verhoor niet uitgenodigd. Het is het hof niet gebleken dat hiervoor de gelegenheid ontbrak.

Nu het openbaar ministerie heeft nagelaten toestemming van de rechter-commissaris te verkrijgen voor het horen van de getuige door de politie, de officier van justitie aan de politie de opdracht heeft gegeven de getuige te horen, én vervolgens ook is nagelaten de raadsman van de verdachte voor het verhoor op
15 oktober 2012 uit te nodigen, is sprake van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. De verdediging is door het vormverzuim ook in zijn belangen geschaad, nu weliswaar de getuige vervolgens alsnog op 30 november 2012 door de rechter-commissaris in het bijzijn van de verdediging is gehoord, maar de getuige bij de rechter-commissaris niet onbevangen een verklaring heeft afgelegd, maar is gehoord aan de hand van haar eerder afgelegde verklaring.

Het hof zal na deze vaststelling dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim een afweging dienen te maken welk rechtsgevolg aan het verzuim dient te worden verbonden. Daarbij let het hof op de in artikel 359a lid 2 Sv genoemde factoren. Dit leidt naar het oordeel van het hof, in tegenstelling tot wat de verdediging heeft bepleit, niet tot de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie. Van niet-ontvankelijkheid kan immers slechts sprake zijn indien het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Van dat laatste is het hof niet gebleken. Naar het oordeel van het hof kan echter – anders dan de rechtbank heeft beslist – niet worden volstaan met de enkele vaststelling van het vormverzuim, gelet op de ernst van het verzuim en de ernst van de belangenschending. Het hof zal het proces-verbaal van het verhoor van deze getuige door de politie op 15 oktober 2012 uitsluiten van het bewijs, nu dit nodig is ter verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces én nu sprake is van schending van een belangrijk strafvorderlijk voorschrift dat in aanzienlijke mate is geschonden.

Verweer ten aanzien van zaak A feit 4

De verdediging heeft aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte het onder zaak A als
4e tenlastegelegde feit heeft begaan, nu hij niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor uitlatingen die door ‘ [J.] ’ tegenover [I.B.] zijn gedaan. Het hof verwerpt dit verweer, nu uit de bewijsmiddelen -waaronder de verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep - blijkt dat de verdachte degene is geweest die via ‘ [J.] ’ geld aan [I.B.] heeft gegeven opdat zij haar eerder afgelegde verklaring zou intrekken. Daarnaast blijkt uit de verklaring van [I.B.] dat de verdachte haar heeft bedreigd, en gezegd dat zij in de problemen zou komen als zij de verklaring niet zou intrekken. Het hof is dan ook van oordeel dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Vrijspraken

Partiële vrijspraak Zaak A feit 1

Medeplegen

Ten laste gelegd is dat de verdachte zich aan (kort gezegd) uitbuiting heeft schuldig gemaakt tezamen met een ander of anderen. Voor het bewijs van dit medeplegen moet vastgesteld worden dat er een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen was, waarbij de intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht moet zijn geweest.

Het dossier biedt onvoldoende aanknopingspunten voor een dergelijke nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten. De omstandigheden dat de verdachte en zijn medeverdachten een (schoon)familierelatie hadden en zich (mogelijk) allen bezig hielden met de uitbuiting van prostituees maken op zich zelf nog niet dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. Ook het feit dat kan worden vastgesteld dat de verdachte samen met een of meerdere medeverdachten en prostituees van Hongarije naar Nederland reisde en tijdelijk (met prostituees) in de zelfde woning heeft verbleven is hiervoor onvoldoende.

Het hof merkt hierbij bovendien op dat uit de verklaringen van de in het dossier voorkomende prostituees blijkt dat de prostituees niet voor meerdere personen tegelijk werkzaam waren. Het feit dat soms door prostituees verdiend geld dat voor [G.M.] was bestemd, bij diens afwezigheid aan de verdachte werd gegeven, en andersom, dat [G.M.] soms door hen verdiend geld in ontvangst nam dat voor de verdachte was bestemd, doet daaraan niet af. Anders dan de rechtbank is het hof voorts van oordeel dat de omstandigheid dat de getuige [T.L.] heeft verklaard dat zij, toen [G.M.] en [J.H.] haar bedreigden omdat zij was weggelopen, voor de verdachte is gaan werken, wél een contra-indicatie voor het aannemen van samenwerking tussen de verdachte en deze medeverdachten is.

Evenmin kan worden bewezen dat de verdachte zich gedurende de periode dat hij gedetineerd was, te weten van 22 augustus 2008 tot 21 december 2009, tezamen en in vereniging met de medeverdachte
[G.M.] heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [I.B.] . De enkele verklaring van [I.B.] hieromtrent is onvoldoende, nu deze geen steun vindt in andere (objectieve) bewijsmiddelen.

Het hof zal de verdachte dan ook vrijspreken van het bestanddeel ‘tezamen en in vereniging met een ander of anderen’.

Mensenhandel ten aanzien van [I.S.]

Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor een bewezenverklaring van het door de verdachte uitbuiten in de prostitutie van [I.S.] . De verklaringen van [I.S.] hieromtrent worden niet ondersteund door verklaringen van andere getuigen of objectieve bewijsmiddelen. Nu het hof van oordeel is dat het wettig en overtuigend bewijs van het medeplegen van uitbuiting door de verdachte met andere verdachten ontbreekt, moet worden vastgesteld dat voor de verklaringen van [I.S.] geen ondersteuning kan worden gevonden. Daarbij is van belang dat [I.S.] heeft verklaard dat zij niet lang voor de verdachte heeft gewerkt, één of twee maanden. Waar andere prostituees over [I.S.] verklaren, lijkt dat niet aan te sluiten bij de door haar genoemde periode. Wél is er voldoende bewijs dat de verdachte samen met onder andere [I.S.] naar België is geweest, waar zij in de prostitutie werkte gedurende één nacht, maar er bevindt zich onvoldoende bewijs in het dossier waaruit kan volgen dat de verdachte toen terzake van [I.S.] opzet tot uitbuiting had. De verdachte zal daarom van het plegen van mensenhandel ten aanzien van [I.S.] worden vrijgesproken.

Mensenhandel ten aanzien van [E.B.]

Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor een bewezenverklaring van het door de verdachte uitbuiten in de prostitutie van [E.B.] . De verklaringen van [T.L.] zijn de enige verklaringen die direct wijzen op uitbuiting van [E.B.] door de verdachte. [E.B.] zelf heeft nimmer een verklaring afgelegd. De verklaringen van [T.L.] worden onvoldoende ondersteund door een ander bewijsmiddel uit een andere bron dat zou kunnen wijzen op betrokkenheid van de verdachte bij de uitbuiting van [E.B.] . De verdachte zal daarom van het plegen van mensenhandel ten aanzien van [E.B.] worden vrijgesproken.

Vrijspraak Zaak A feit 2 en Zaak B feit 2

Uit vaste jurisprudentie ter zake van witwassen volgt dat in het geval dat het witwassen betrekking heeft op gelden/voorwerpen, onmiddellijk afkomstig uit eigen misdrijf, er sprake dient te zijn van een handeling die erop is gericht om de crimineel verkregen gelden/voorwerpen veilig te stellen. In dergelijke gevallen moet sprake zijn van een gedraging die meer omvat dan het enkele verwerven of voorhanden hebben en die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die door eigen misdrijf verkregen gelden/voorwerpen gericht karakter heeft.

Het hof acht, zoals hierna zal blijken, bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan uitbuiting van [T.L.] , [I.B.] en [I.K.S.] (Zaak A) en [C.V.] (Zaak B) in de prostitutie. Het hof acht voorts bewezen dat de verdachte de door [T.L.] , [I.B.] , [I.K.S.] en [C.V.] in de prostitutie verdiende geldbedragen in de periodes dat zij voor de verdachte werkten, heeft verworven en voorhanden heeft gehad. Deze geldbedragen zijn dan ook (onmiddellijk) uit eigen misdrijf afkomstig. Concrete aanknopingspunten dat de verdachte ten aanzien van deze bedragen gedragingen heeft verricht die (kennelijk) gericht waren op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van deze gelden ontbreken in het dossier. Nu daarvan niet is gebleken, kan het voorhanden hebben van deze geldbedragen naar bestendige jurisprudentie niet als ‘witwassen’ worden gekwalificeerd. Gelet op het feit dat in zaak A onder 2 en in zaak B onder 2 het bestanddeel ‘plegen van (gewoonte)witwassen’ in de tenlastelegging is opgenomen, zal het hof de verdachte om die reden van deze feiten vrijspreken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer
13-708165-11 (zaak A) onder 1 en 4 en in de zaak met parketnummer 13-731015-13 (zaak B) onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak A met parketnummer 13-708165-11:

Feit 1:

hij in de periode van 1 mei 2011 tot en met 5 augustus 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of in België,

[T.L.] ,

door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie,

heeft geworven, gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [T.L.] ,

en

die [T.L.] met één van de voornoemde middelen heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (te weten: prostitutiewerkzaamheden)

en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [T.L.]

en

die [T.L.] met één of meer van de voornoemde middelen heeft bewogen hem, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [T.L.] met of voor een derde

immers heeft verdachte,

ten aanzien van die [T.L.] (terwijl hij wist dat die [T.L.] net van haar pooiers was weggelopen)

- die [T.L.] aangeboden voor hem, verdachte, in de prostitutie te komen werken en

- die [T.L.] gehuisvest in Amsterdam en

- die [T.L.] een werktelefoon en een simkaart gegeven en

- ( werk)regels voor die [T.L.] opgesteld en die [T.L.] (werk)regels op laten schrijven en

- ( terwijl die [T.L.] prostitutiewerkzaamheden verrichte) (telefonisch en/of in persoon) die [T.L.] gecontroleerd en/of laten controleren en die [T.L.] voor en na het hebben van een klant naar, hem, verdachte laten bellen en

- die [T.L.] regels opgelegd en gezegd dat zij niet met anderen mocht praten en

- die [T.L.] dubbele diensten laten werken en

- die [T.L.] opgedragen zonder condoom te werken en anale seks met klanten te hebben (omdat zij hier meer geld voor kon vragen) en

- die [T.L.] door laten werken terwijl zij ziek was en/of pijn en/of diarree had en

- die [T.L.] opgelegd dat zij een vast bedrag per dag moest verdienen en dat indien zij minder had verdiend zij dit de volgende dag moest inhalen en

- ( dagelijks) alle dan wel een groot deel van de verdiensten uit de verrichtte prostitutiewerkzaamheden van die [T.L.] afgenomen en/of door die [T.L.] laten afstaan

en

hij in de periode van 21 december 2009 tot en met 30 juni 2010 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of in België en/of in Hongarije,

[I.B.] ,

door geweld en door dreiging met geweld en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie,

heeft vervoerd, overgebracht en gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [I.B.] ,

en

voornoemde [I.B.] heeft medegenomen met het oogmerk die [I.B.] in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en

die [I.B.] met één van de voornoemde middelen heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (te weten: prostitutiewerkzaamheden)

en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [I.B.]

en

die [I.B.] met één of meer van de voornoemde middelen heeft bewogen hem, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [I.B.] met of voor een derde

immers heeft verdachte, ten aanzien van die [I.B.] (terwijl hij wist dat die [I.B.] in Hongarije al eerder voor hem, verdachte, had gewerkt in de prostitutie) en

- die [I.B.] meegenomen en vervoerd van Hongarije naar België en Nederland

- die [I.B.] gehuisvest (in Amsterdam en Hongarije) en

- ( terwijl die [I.B.] prostitutiewerkzaamheden verrichte) (telefonisch en in persoon) die [I.B.] gecontroleerd en/of laten controleren en die [I.B.] voor en na het hebben van een klant naar, hem, verdachte laten bellen en

- die [I.B.] dubbele diensten laten werken en

- die [I.B.] opgedragen zonder condoom te werken en anale seks met klanten te hebben en

- die [I.B.] door laten werken terwijl zij ziek was en/of pijn had en

- ( als zij en/of een ander meisje te weinig had verdiend) die [I.B.] mishandeld en op haar rug en/of op haar hoofd geslagen met een bokshandschoen en een ploertendoder en een baseballknuppel en een vleesklopper) (terwijl hij, verdachte, tegen die [I.B.] had gezegd dat zij op haar knieën moest gaan zitten) en

- die [I.B.] gedreigd haar te mishandelen (onder meer door met een mes in zijn hand te dreigen haar gezicht open te snijden) en

- die [I.B.] gezegd dat zij niet met anderen mocht praten en

- die [I.B.] opgelegd dat zij een vast bedrag per dag moest verdienen en

- ( dagelijks) alle dan wel een groot deel van de verdiensten uit de verrichtte prostitutiewerkzaamheden van die [I.B.] afgenomen en/of door die [I.B.] laten afstaan,

en

hij in de periode van 21 december 2009 tot en met 5 augustus 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of in België en/of in Hongarije,

[I.K.S.] ,

door geweld en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

heeft vervoerd en gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [I.K.S.]

en

die [I.K.S.] met één van de voornoemde middelen heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (te weten: prostitutiewerkzaamheden)

en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [I.K.S.]

en

die [I.K.S.] met één of meer van de voornoemde middelen heeft bewogen hem, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [I.K.S.] met of voor een derde

immers heeft verdachte,

ten aanzien van die [I.K.S.] (terwijl hij wist dat die [I.K.S.] de Nederlandse en/of Engelse taal niet dan wel onvoldoende machtig was)

- de reis van Hongarije naar België en Amsterdam voor die [I.K.S.] geregeld en

- die [I.K.S.] gehuisvest en

- ( terwijl die [I.K.S.] prostitutiewerkzaamheden verrichten) (telefonisch en/of in persoon) die [I.K.S.] gecontroleerd en/of laten controleren en

- die [I.K.S.] voor en na het hebben van een klant naar, hem, verdachte en/of zijn mededader(s) laten bellen en/of

- die [I.K.S.] dubbele diensten laten werken en

- die [I.K.S.] regels opgelegd en haar gezegd dat zij niet met anderen mocht praten en

- die [I.K.S.] opgelegd dat zij een vast bedrag (per dag moest verdienen en

- ( dagelijks) alle dan wel een groot deel van de verdiensten uit de verrichtte prostitutiewerkzaamheden van die [I.K.S.] afgenomen en/of door die [I.K.S.] laten afstaan en

- die [I.K.S.] mishandeld.

Feit 4:

hij in de periode van 15 maart 2012 tot en met 21 maart 2012 in Nederland en in Hongarije, opzettelijk mondeling zich jegens [I.B.] heeft geuit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring of verklaringen af te leggen te beïnvloeden, immers heeft hij, verdachte, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd (nadat die [I.B.] aangifte had gedaan van mensenhandel tegen [G.M.] ):

- ( over de telefoon) tegen [I.B.] gezegd dat hij, verdachte, met haar wilde praten, omdat zij, [I.B.] , anders in de problemen zou komen en

- tegen [I.B.] gezegd dat hij, verdachte, wist waar zij woonde en werkte en hij direct in de auto zou stappen om naar haar toe te rijden en

- tegen [I.B.] gezegd dat hij weet dat zij aangifte heeft gedaan en dat hij, verdachte wilde dat [I.B.] die aangifte zou intrekken en

- tegen [I.B.] gezegd dat zij naar een advocaat moest gaan om te regelen wat er geregeld moet worden en om haar aangifte in te trekken en

- [I.B.] (door een prostituee, [J.] ) 500,00 euro laten geven en hierbij laten zeggen "je weet wel wat te doen".


Zaak B met parketnummer 13-731015-13:

Feit 1:

hij in de periode van 11 januari 2007 tot en met 23 april 2007 te Alkmaar en/of Amsterdam en/of Hongarije,

een ander, te weten [C.V.] ( geboren op [geboortedatum] ),

heeft vervoerd, overgebracht, gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [C.V.] , terwijl die [C.V.] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en

die [C.V.] heeft medegenomen met het oogmerk die [C.V.] in een ander land (te weten: Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling,

en

die [C.V.] heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [C.V.] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die [C.V.] met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [C.V.] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

immers heeft hij, verdachte,

- die [C.V.] geslagen en gezegd dat zij,/ [C.V.] , niet zo nieuwsgierig moest zijn en

- van die [C.V.] foto's laten maken (ten behoeve van een vals identiteitsbewijs) en

- voor die [C.V.] een vliegticket gekocht en

- die [C.V.] van [plaats] naar Boedapest en van Boedapest naar Amsterdam gebracht en vervoerd en

- voor die [C.V.] een werkplek in de prostitutie (een raam) geregeld en

- die [C.V.] gedwongen om tegen betaling seksuele handelingen te verrichten met derden en

- die [C.V.] ertoe aangezet haar verdiensten uit de (prostitutie-) werkzaamheden aan verdachte af te staan en

- die [C.V.] (meermalen) in elkaar geslagen en/of mishandeld (onder meer als zij niet voldoende had verdiend) en

- de werktijden van die [C.V.] bepaald en

- die [C.V.] tijdens haar (prostitutie-)werkzaamheden in de gaten gehouden en

- die [C.V.] gezegd dat zij in de gaten werd gehouden en gedreigd dat zij niet moest vluchten of geld moest verstoppen omdat hij, verdachte, die [C.V.] anders zou vermoorden en

- die [C.V.] verboden contact te hebben en/of op te nemen met haar ouders of anderen en

- die [C.V.] gedwongen haar moeder te bellen en tegen haar moeder te zeggen dat zij ( [C.V.] ) het goed deed en getrouwd was in [plaats] en binnenkort naar huis zou komen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het zaak A (parketnummer 13-708165-11) onder 1 en 4 en in zaak B (parketnummer 13-731015-13) onder 1 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak A met parketnummer 13-708165-11 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, meermalen gepleegd.

Het in de zaak A met parketnummer 13-708165-11 onder 4 bewezen verklaarde levert op:

het opzettelijk beïnvloeden van de vrijheid van een persoon om naar waarheid of geweten een verklaring ten overstaan van een rechter of een ambtenaar af te leggen.

Het in de zaak B met parketnummer 13-731015-13 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak A met parketnummer 13-708165-11 onder 1 en 4 en in de zaak B met parketnummer
13-731015-13 onder 1 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak A onder 1 en 2 en in zaak B onder 1 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren, met aftrek van de periode die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A onder 1, 2 en 4 en in zaak B onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren, met aftrek van de periode die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel. Daarvan zijn vier jonge vrouwen het slachtoffer geworden, van wie één slachtoffer minderjarig was. De vrouwen moesten vele uren per dag in de prostitutie werken om door de verdachte bepaalde bedragen bij elkaar te verdienen. De verdachte heeft drie van hen geslagen wanneer dit niet lukte. Ook bedreigde hij een aantal van hen. De vrouwen moesten al hun in de prostitutie verdiende geld aan de verdachte afstaan. Hij controleerde hen, zodat zij geen geld voor hem konden achter houden. Bij het begaan van deze feiten heeft de verdachte ook anderen ingezet.

Door te handelen als bewezen verklaard heeft de verdachte, gebruikmakend van het overwicht dat hij had op de nog jonge slachtoffers die uit het buitenland afkomstig waren, misbruik gemaakt van hun kwetsbare situatie. Hij heeft daarbij op indringende wijze inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en geestelijke integriteit en voorts op de vrijheid die zij zouden moeten hebben om hun eigen leven vorm te geven. De verdachte heeft zich in overwegende mate laten leiden door zijn zucht naar financieel gewin en de belangen van de slachtoffers bij het behoud van hun waardigheid en zelfbeschikkingsrecht daaraan volledig ondergeschikt gemaakt.

Het hof houdt bij het bepalen van de op te leggen straf ernstig rekening met het feit dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 9 mei 2016 eerder onherroepelijk ter zake van mensenhandel is veroordeeld. De verdachte is in Nederland in verband met deze veroordeling gedetineerd geweest tot 21 december 2009, en heeft zo goed als onmiddellijk na zijn vrijlating de uitbuiting van prostituees voortgezet, hetgeen een fors hogere gevangenisstraf rechtvaardigt.

Het hof heeft voorts acht geslagen op de straffen die in soortgelijke gevallen door rechters zijn opgelegd.

Alles afwegende zou het hof in beginsel zijn gekomen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, die gelet op de ernst van de feiten en de recidive zeker passend en geboden mag worden geacht.

Het hof houdt echter rekening met het opgetreden tijdsverloop sinds de aanvang van de procedure en de schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, die heeft plaatsgevonden in de procedure in hoger beroep, en acht om die reden een strafvermindering op zijn plaats. Het hof zal om die reden een gevangenisstraf opleggen voor de duur van vijf jaren en tien maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Vordering van de benadeelde partij [I.B.]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 430.000,00, bestaande uit € 420.000,00 aan materiële schade (gederfde inkomsten ad. € 750,00 per dag, gedurende een periode van 20 maanden) en € 10.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 248.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu het onderzoek naar de exacte opbrengst per dag een onevenredige belasting vormt voor het strafgeding. De gevorderde netto-inkomsten van € 750,00 per dag worden onvoldoende onderbouwd en blijken evenmin uit het dossier. Het zelfde geldt voor het daadwerkelijk aantal gewerkte dagen. Met betrekking tot de opgevoerde immateriële schade heeft de raadsvrouw opgemerkt dat een enkele verwijzing naar een slachtofferverklaring onvoldoende onderbouwing biedt om de immateriële schade vast te kunnen stellen.

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd de vordering zoals ingediend toe te wijzen.

Oordeel hof

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in zaak A onder 1 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen en wel tot na te noemen bedrag.

De benadeelde partij moest, zo blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen, al haar in de prostitutie verdiende inkomsten aan de verdachte afstaan. Vanaf dat moment was de benadeelde partij de beschikkingsmacht over dat geld kwijt en bepaalde de verdachte wat daarmee gebeurde. Aldus heeft de benadeelde partij inkomsten gederfd.

Het hof acht bewezen dat [I.B.] in de periode van 21 december 2009 tot en met 30 juni 2010 voor de verdachte in de prostitutie heeft gewerkt. Uit zowel haar eigen verklaring als de kamerverhuurgegevens blijkt dat [I.B.] op 31 december 2009 voor het eerst (in de ten laste gelegde periode) daadwerkelijk voor [verdachte] achter het raam heeft gewerkt. Het hof gaat daarom uit van een periode van 6 maanden. Uit de verklaringen van [I.B.] en andere getuigen en de kamerverhuurgegevens blijkt echter dat [I.B.] niet elke dag in die periode als prostituee werkzaam is geweest. Ook blijkt uit de verklaringen in het dossier dat [I.B.] niet dagelijks een minimum bedrag van € 750,00 heeft verdiend in die periode.

Het hof acht een vergoeding voor gederfde inkomsten van € 250,00 per dag voor 5 dagen in de week gedurende een periode van 6 maanden (totaal € 30.000,00) als redelijke schatting voor toewijzing vatbaar en zal de benadeelde partij voor het overige bedrag niet-ontvankelijk in haar vordering verklaren, nu – bij gebreke van een voldoende nadere onderbouwing van de vordering op dit punt – een en ander een nader onderzoek zou vereisen en dit tot een onevenredige belasting van het strafproces zou leiden.

Verder is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden.

Ten aanzien van de gevorderde materiële schadevergoeding oordeelt het hof dat het gevorderde bedrag van € 10.000,00 aan immateriële schade toewijsbaar is. Het enkele gegeven dat [I.B.] op zeer jonge leeftijd gedurende een periode van in totaal 6 maanden voor de verdachte prostitutiewerkzaamheden heeft verricht onder omstandigheden die hiervoor uitvoerig aan de orde zijn geweest, brengt immers mee dat ernstige immateriële schade daarvan het rechtstreekse gevolg is. Het hof acht het gevorderde bedrag van € 10.000,00 redelijk en billijk en zal de vordering daarom ook op dit onderdeel toewijzen.

De toe te wijzen bedragen zullen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2010.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [T.L.]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 52.000,00, bestaande uit € 42.000,00 aan materiële schade (gederfde inkomsten ad. € 500,00 per dag, gedurende een periode van 3 maanden), te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep geheel toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu het onderzoek naar de exacte opbrengst per dag een onevenredige belasting vormt voor het strafgeding. De gevorderde netto-inkomsten van € 500,00 per dag worden onvoldoende onderbouwd en blijken evenmin uit het dossier. Hetzelfde geldt voor het daadwerkelijk aantal gewerkte dagen. Met betrekking tot de opgevoerde immateriële schade heeft de raadsvrouw opgemerkt dat een enkele verwijzing naar een slachtofferverklaring onvoldoende onderbouwing biedt om de immateriële schade vast te kunnen stellen.

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd de vordering zoals ingediend toe te wijzen.

Oordeel hof

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in zaak A onder 1 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen en wel tot na te noemen bedrag.

De benadeelde partij moest, zo blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen, al haar in de prostitutie verdiende inkomsten aan de verdachte afstaan. Vanaf dat moment was de benadeelde partij de beschikkingsmacht over dat geld kwijt en bepaalde de verdachte wat daarmee gebeurde. Aldus heeft de benadeelde partij inkomsten gederfd.

Het hof acht bewezen dat [T.L.] in de periode van 1 mei 2011 tot en met 5 augustus 2011 voor de verdachte in de prostitutie heeft gewerkt. Het hof gaat daarom uit van een periode van 3 maanden. Uit de verklaringen van [T.L.] en de kamerverhuurgegevens blijkt echter dat [T.L.] niet elke dag in die periode als prostituee werkzaam is geweest. Ook blijkt uit de verklaringen in het dossier dat [T.L.] niet dagelijks een minimum bedrag van € 500,00 heeft verdiend in die periode.

Het hof acht een vergoeding voor gederfde inkomsten van € 250,00 per dag voor 5 dagen in de week gedurende een periode van 3 maanden (totaal € 15.000,00) als redelijke schatting voor toewijzing vatbaar en zal de benadeelde partij voor het overige bedrag niet-ontvankelijk in haar vordering verklaren, nu – bij gebreke van een voldoende nadere onderbouwing van de vordering op dit punt – een en ander een nader onderzoek zou vereisen en dit tot een onevenredige belasting van het strafproces zou leiden.

Verder is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het in zaak A onder 1 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden.

Ten aanzien van de gevorderde materiële schadevergoeding oordeelt het hof dat het gevorderde bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schade toewijsbaar is. Het enkele gegeven dat [T.L.] op zeer jonge leeftijd gedurende een periode van in totaal 3 maanden voor de verdachte prostitutiewerkzaamheden heeft verricht onder omstandigheden die hiervoor uitvoerig aan de orde zijn geweest, brengt immers mee dat ernstige immateriële schade daarvan het rechtstreekse gevolg is. Het hof acht van het gevorderde bedrag een bedrag van € 5.000,00 redelijk en billijk en zal de vordering daarom ook op dit onderdeel tot dat bedrag toewijzen. De benadeelde partij zal voor het overige deel van de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

De toe te wijzen bedragen zullen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2011.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36f, 57, 60a, 63, 273f en 285a van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-708165-11 (zaak A) onder 3 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, en doet opnieuw recht:

Verklaart de dagvaarding nietig waar het betreft zaak A met parketnummer 13-708165-11 onder 1: telkens ten aanzien van de zinsnede “één of meer andere vrouwen”.

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging waar het betreft de in zaak B onder feit 1 ten aanzien van [C.V.] ten laste gelegde uitbuiting gepleegd in Roemenië en/of Hongarije.

Verklaart het in de zaak A met parketnummer 13-708165-11 onder 2 en in de zaak B met parketnummer
13-731015-13 onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak A met parketnummer
13-708165-11 onder 1 en 4 en in de zaak B met parketnummer 13-731015-13 onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak A met parketnummer 13-708165-11 onder 1 en 4 en in de zaak B met parketnummer 13-731015-13 onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren en 10 (tien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [I.B.]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [I.B.] ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-708165-11 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 40.000,00 (veertigduizend euro) bestaande uit € 30.000,00 (dertigduizend euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen totaalbedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd
[I.B.] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-708165-11 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 40.000,00 (veertigduizend euro) bestaande uit € 30.000,00 (dertigduizend euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade,

bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 235 (tweehonderdvijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële en immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [T.L.]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [T.L.] ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-708165-11 onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 20.000,00 (twintigduizend euro) bestaande uit € 15.000,00 (vijftienduizend euro) materiële schade en

€ 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen totaalbedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd
[T.L.] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-708165-11 onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 20.000,00 (twintigduizend euro) bestaande uit € 15.000,00 (vijftienduizend euro) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 130 (honderddertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële en immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de straf.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. Mijnsberge, mr. N.A. Schimmel en mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van
mr. N. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
15 juni 2016.

Mr. Lolkema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.