Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:2378

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-06-2016
Datum publicatie
27-09-2016
Zaaknummer
200.118.303/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appel van ECLI:NL:RBHAA"2012:BY0858. Vaststellingsovereenkomsten strekkende onder meer tot beëindiging arbeidsovereenkomst tussen werknemers en Holland Casino. Geen dwaling bij totstandkoming. Bekrachtiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2794
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.118.303/01

zaaknummer rechtbank [woonplaats] : 542591 / CV EXPL 12-733

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 juni 2016

inzake

1.[appellant] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

2. [appellant] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

3. [appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

4. [appellant]

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

5. [appellant] ,

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

6. [appellant],

wonende te [woonplaats] ,

7. [appellant],

wonende te [woonplaats] ,

8. [appellant],

wonende te [woonplaats] ,

9. [appellant],

wonende te [woonplaats] ,

10. [appellant],

wonende te [woonplaats] ,

11. [appellant],

wonende te [woonplaats] ,

12. [appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

13. [appellant],

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , en

14. [appellant],

wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,

appellanten,

advocaat: mr. B. van Meurs te Roermond,

tegen

NATIONALE STICHTING TOT EXPLOITATIE VAN CASINOSPELEN IN NEDERLAND,

gevestigd te Den Haag

geïntimeerde,

advocaat: mr. T.J.C.M. Broekman te Hilversum.

1 Het geding in hoger beroep

1.1

Partijen worden hierna [appellanten] . en HC genoemd.

1.2

[appellanten] . zijn bij dagvaarding van 27 november 2012 in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de kantonrechter in de rechtbank [woonplaats] (hierna: de kantonrechter) van 1 maart 2012 en 6 september 2012 (hierna respectievelijk te noemen het tussenvonnis en het eindvonnis), onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellanten] . als eisers en HC als gedaagde.

1.3

Bij memorie hebben [appellanten] . achttien grieven tegen het eindvonnis aangevoerd - zes grieven (genummerd A tot en met F) tegen de door de kantonrechter vastgestelde feiten en twaalf grieven (genummerd 1 tot en met 12) tegen de beoordeling van het geschil door de kantonrechter -, producties in het geding gebracht, bewijs aangeboden en geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden vonnissen en - uitvoerbaar bij voorraad - tot toewijzing van hun onder 3.2 weer te geven vorderingen, met veroordeling van HC tot terugbetaling van hetgeen [appellanten] . ter uitvoering van de bestreden vonnissen aan HC hebben voldaan en met veroordeling van HC in de kosten van de procedure in beide instanties.

1.4

Bij memorie van antwoord heeft HC de grieven van [appellanten] . bestreden, producties in het geding gebracht, bewijs aangeboden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het eindvonnis, althans subsidiair tot afwijzing van de vorderingen van [appellanten] ., met veroordeling van [appellanten] . in (het hof begrijpt) de kosten van de procedure in hoger beroep.

1.5

Partijen hebben vervolgens ieder nog een akte genomen.

1.6

Ten slotte is arrest gevraagd.

2 Feiten

2.1

De kantonrechter]heeft in het eindvonnis onder “De feiten” (a tot en met u) de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen.

2.2

Grief A strekt ten betoge dat de kantonrechter ten onrechte (onder b) heeft overwogen dat op de arbeidsovereenkomsten tussen HC en [appellanten] . de collectieve arbeidsovereenkomst “Sociaal Plan Holland Casino Organisatiewijzigingen” van toepassing was. [appellanten] verwijzen in de toelichting op deze grief naar grief 6. Op deze grief wordt hierna nog terug gekomen.

2.3

Grief B richt zich tegen de feitenweergave onder d tot en met f, waarin de kantonrechter weergeeft wat de in 2008/2009 door HC doorgevoerde reorganisatie inhield. Uit de toelichting volgt dat de grief geen betrekking heeft op de feitelijke weergave door de kantonrechter van die reorganisatie maar dat zij vraagtekens plaatsen bij de noodzaak van de reorganisatie. Nu zij niet stellen dat de kantonrechter in de desbetreffende overwegingen iets ten onrechte als vaststaand heeft aangenomen, treft hun grief geen doel.

2.4

De grieven C, D, E en F richten zich tegen de feiten zoals genoemd sub g, k, m, t en u in het eindvonnis. Uit de toelichting op de grieven volgt dat de grieven van [appellanten] . zich niet richten tegen hetgeen de kantonrechter onder de daar vermelde feiten als tussen partijen vaststaand heeft opgenomen behalve voor zover de kantonrechter met het opnemen van die feiten heeft bedoeld dat als vaststaand moet worden aangenomen dat er sprake is van een duidelijk verschil tussen de functie van Tablemanager en de functie van Manager Tablegames, respectievelijk dat de functiekenmerken van beide functies in belangrijke mate van elkaar afwijken. Het hof leest de desbetreffende overwegingen niet zo dat daar als vaststaand wordt aangemerkt dat het door [appellanten] . genoemde verschil bestaat. De grieven falen dus. Op het verschil tussen beide functies wordt in het hiernavolgende nog teruggekomen.

2.5

De overige feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt, met dien verstande dat het hof in plaats van het in het eindvonnis sub h genoemde aantal van 73 zal lezen ‘ongeveer 100’.

3 Beoordeling

3.1

Het gaat in deze zaak om het volgende:

i. [appellanten] . waren bij HC in dienst in de functie van Tablemanager en werkzaam in verschillende door HC geëxploiteerde casino’s.

ii. HC heeft in het kader van een reorganisatie in 2008/2009 een nieuw

besturings- en organisatiemodel voor alle vestigingen ingevoerd, waarbij de opzet en

aansturingsstructuur voor ieder casino werd gewijzigd. Het gevolg hiervan was dat de

organisatie “platter” werd: het aantal managementlagen werd van vier naar twee

lagen teruggebracht en ook het aantal managers werd teruggebracht. In de oude structuur gaf de Dutymanager leiding aan de Floormanager, gaf de Floormanager leiding aan de Tablemanager en gaf deze laatste leiding aan één tot zes croupiers. In de nieuwe structuur zijn de functies Floormanager en Dutymanager samengevoegd in de nieuwe functie van Supervisor Operations. HC heeft vervolgens in 2009 besloten de functie Tablemanager op te heffen en de nieuwe functie Manager Tablegames te creëren. De opheffing van de functie Tablemanager betekende het ontslag van ongeveer 100 Tablemanagers.

iii. Desgevraagd door HC heeft een externe adviseur, de Algemene Werkgevers

Vereniging Nederland (hierna: AWVN) op 2 december 2009 geadviseerd dat de nieuwe functie van Manager Tablegames in belangrijke mate afweek van de bestaande functie van Tablemanager.

iv. Over de beoogde functiewijziging heeft HC de Ondernemingsraad (OR) vervolgens op 2 december 2009 advies gevraagd. In het bestuursbericht van diezelfde datum staat: “Zowel economische als organisatorische redenen liggen ten grondslag aan de voorgestelde keuze (...)”.

v. Naar aanleiding van een brief van de OR aan HC van 12 januari 2010, waarin de OR aangeeft dat hij op grond van de voorliggende schriftelijke informatie niet de stelling van HC kan delen dat er sprake was van een aanmerkelijk gewijzigde functie, heeft HC een aanvullende adviesaanvraag gedaan op 29 januari 2010.

vi. De OR heeft op 1 maart 2010 “niet negatief” geadviseerd over de invoering van de nieuwe functie Manager Tablegames. In het advies van de OR staat onder meer:

“De Ondernemingsraad is na uitvoerige beraadslaging en het horen van externe

deskundigen tot de conclusie gekomen dat er sprake is van een sterk gewijzigde functie, met daarbij de opmerking dat lokaal gezien in elke vestiging de situatie kan

verschillen.”

vii. Bij brief van 12 maart 2010 heeft de OR de bij HC werkzame Tablemanagers onder meer het volgende geschreven:

“(...) Op basis van een uitgebreide verschillenanalyse van de functie van Manager

Tablegames versus je huidige functie van Tablemanager, is vastgesteld dat deze in

belangrijke mate is gewijzigd. De nieuwe functiebeschrijving en de verschillenanalyse

kun je vinden op HCNN. Een nadere toelichting sturen wij in de vorm van een Q&A als bijlage 1 mee met deze brief

Een en ander heeft tot gevolg dat het plaatsingsbeleid (bijlage Sociaal Plan) op jou van

toepassing is. In het geval je niet geplaatst wordt in de nieuwe functie van Manager

Tablegames of een andere vacante functie en indien je vervolgens boventallig wordt

verklaard, start de herplaatsingsfase. Indien ook die niet leidt tot een herplaatsing wordt de arbeidsovereenkomst tussen jou en Holland Casino beëindigd en zijn de

voorzieningen uit het Sociaal Plan op je van toepassing (...) Een uitvoerige toelichting

op het selectie- en plaatsingsproces sturen wij als bijlage 2 mee (...)

Mocht je verder nog vragen hebben over de functiewijziging dan kun je terecht bij je

direct leidinggevende en voor vragen over het plaatsingsbeleid bij je

personeelsadviseur.”

viii. [appellanten] . hebben gesolliciteerd naar de functie van Manager Tablegames,

maar zijn niet geselecteerd voor deze functie. Na die afwijzing is voor [appellanten] .

gekeken naar de mogelijkheid van herplaatsing en toen er geen andere functie beschikbaar bleek is [appellanten] . (met uitzondering van appellante Van de Koekelt-De Wit (hierna appellante sub 6)) ieder een vaststellingsovereenkomst aangeboden, die in juni 2010 door partijen is getekend. Daarbij is onder meer afgesproken dat de arbeidsovereenkomsten van [appellanten] . zouden worden beëindigd per 1 januari 2011 en dat aan de desbetreffende werknemer een vergoeding werd toegekend conform het Sociaal Plan, dat op dat moment van kracht was.

ix. Appellante sub 6 is met ingang van 1 januari 2011 op eigen verzoek geplaatst in de lagere functie van Croupier, waarbij een salarisafbouwregeling is overeengekomen.

3.2

[appellanten] . hebben vorderingen ingesteld strekkende tot:

Primair:

- een verklaring voor recht dat [appellanten] . hebben gedwaald bij het ondertekenen van de respectieve vaststellingsovereenkomsten en een verklaring voor recht dat het dienstverband met Holland Casino voortduurt;

- vernietiging van de vaststellingsovereenkomsten wegens dwaling;

- veroordeling van Holland Casino om [appellanten] . binnen vijf dagen na het (het hof leest:) het te wijzen arrest weder te werk te stellen in de oorspronkelijke vestigingsplaats in de functie van Manager Tablegames / Tablemanager op straffe van verbeurte van een dwangsom per eiser van € 1.000,-- per dag en herstel van de arbeidsovereenkomst onder vergoeding van het gemis aan arbeidsvoorwaarden sinds 1 januari 2011, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid van het salaris;

Subsidiair:

- een verklaring voor recht dat [appellanten] . hebben gedwaald bij het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomsten;

- de vaststellingsovereenkomsten partieel te vernietigen wegens dwaling en aan ieder van [appellanten] . met uitzondering van appellante sub 6 de in de inleidende dagvaarding genoemde vergoedingen toe te kennen;

- HC te veroordelen appellante sub 6 weder te werk te stellen in de functie van Manager Tablegames, althans de functie van Tablemanager dan wel een gelijkwaardige, gelijksoortige functie hoe dan ook genaamd, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag;

- HC te veroordelen aan appellante sub 6 binnen vijf dagen na de datum van het arrest het achterstallig salaris inclusief emolumenten te betalen, waarop in mindering kan worden gebracht het lagere salaris dat aan haar is betaald als Croupier, zulks te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente;

HC te veroordelen om aan appellante sub 6 een immateriële schadevergoeding te betalen van € 5000,--.

De vorderingen van [appellanten] . zijn bij het bestreden eindvonnis afgewezen. Tegen deze beslissing en de gronden waarop ze berust, richten zich de grieven 1 tot en met 12 van [appellanten] . Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

3.3

Geen grieven zijn gericht tegen het tussenvonnis. [appellanten] . zullen in hun appel, voor zover gericht tegen dat tussenvonnis, dus niet ontvankelijk worden verklaard.

3.4

[appellanten] . baseren hun vorderingen op dwaling. Zij stellen dat zij allen gedwaald hebben bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomsten. Zij verkeerden, zo voeren zij aan, op grond van het feit dat HC een onjuiste voorstelling van zaken had gegeven en/of haar spreekplicht heeft geschonden, in de onjuiste veronderstelling dat de functie Tablemanager inderdaad een andere functie was dan de functie Manager Tablegames. Uitgaande van die onjuiste veronderstelling hebben zij erin bewilligd dat HC bij de ontslagen die noodzakelijk waren in het kader van de reorganisatie, waarbij zij betrokken waren, niet het afspiegelingsbeginsel heeft toegepast maar een selectie heeft gemaakt uit de beschikbare Tablemanagers. Indien er was afgespiegeld hadden zij niet voor ontslag in aanmerking mogen worden gebracht, aldus [appellanten] .

3.5

Op grond van artikel 6:228 lid 1 BW is een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten vernietigbaar:

a. indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten;

b. indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten;

c. indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.

3.6

Partijen verschillen in de eerste plaats van mening over het antwoord op de vraag of [appellanten] . bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomsten een onjuiste voorstelling van zaken hadden. HC betwist uitdrukkelijk dat de functies van Tablemanager en Manager Tablegames niet ingrijpend verschillen en dat zij ter zake een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven, zoals [appellanten] . stellen. Of de beide functies ingrijpend verschillen, kan naar het oordeel van het hof in het midden blijven omdat, zoals uit het hiernavolgende zal blijken, anders dan [appellanten] . aan hun vorderingen ten grondslag leggen, niet is voldaan aan de in artikel 6:228 lid 1 BW onder a en/of b genoemde voorwaarden (het geven van onjuiste informatie door HC of het schenden door haar van haar spreekplicht) en de vorderingen van [appellanten] . reeds hierop stranden. Dat er sprake is geweest van wederzijdse dwaling (de in artikel 6:228 lid 1 onder c genoemde vernietigingsgrond) is door [appellanten] . niet gesteld en is ook niet gebleken.

3.7

[appellanten] . hebben voordat zij de vaststellingsovereenkomsten ondertekenden (dan wel in het geval van appellante sub 6 een lagere functie accepteerden) kennis kunnen nemen van in ieder geval:

  • -

    de functiebeschrijving van de nieuwe functie van Manager Tablegames, de verschillenanalyse van de AWVN van 2 december 2009, het Sociaal Plan, de adviesaanvraag van HC aan de OR van 2 december 2009 en de aanvulling daarop van 29 januari 2010, waarin HC ingaat op de vraag van de OR waarom HC van mening is dat het om een ingrijpend gewijzigde functie gaat, en het advies van de OR van 1 maart 2010. [appellanten] . hebben de stelling van HC dat deze stukken beschikbaar waren via intranet (HCNN), waartoe iedere medewerker van HC toegang had, niet betwist.

  • -

    een brief van HC aan ieder van hen van 12 maart 2010, waarin is vermeld dat de functiebeschrijving van de nieuwe functie van Manager Tablegames en de verschillenanalyse op HCNN te raadplegen was en waarbij als bijlage een nadere toelichting op de nieuwe functie in de vorm van vragen en antwoorden was gevoegd. Uit die vragen en antwoorden blijkt dat HC van mening is dat het om een nieuwe functie gaat die duidelijk verschilt van de bestaande functie Tablemanager en dat HC voornemens was ter invulling van de nieuwe functie een selectieprocedure toe te passen en niet het afspiegelingsbeginsel. De vraag “Stel dat alle huidige Tablemanagers geschikt zijn voor de functie manager Tablegames, wie moet er dan weg?” is daarbij beantwoord met: “De plaatsing in de nieuwe functie geschiedt in de eerste plaats op basis van geschiktheid. (…) In de situatie dat niet alle geschikte kandidaten kunnen worden geplaatst, dan zal aan de meest geschikte kandidaten de voorkeur worden gegeven.”

Op grond van deze stukken was voor [appellanten] . redelijkerwijs kenbaar welke verschillen HC zag tussen de oude functie van Tablemanager en de nieuwe functie van Manager Tablegames en van welke functie-inhoud van de verschillende functies HC bij haar standpuntbepaling en AWVN bij haar advisering waren uitgegaan. Als HC of AWVN van verouderde functieomschrijvingen is uitgegaan, zoals [appellanten] . in deze procedure aanvoeren, was dat destijds kenbaar voor hen en hadden zij dat destijds aan HC kunnen mededelen en de hun aangeboden vaststellingsovereenkomsten (respectievelijk, in het geval van appellante sub 6, functieverlaging) niet moeten accepteren. Als iemand wist wat de oude functie van Tablemanager inhield, waren dat wel [appellanten] ., die immers die functie uitoefenden.

3.8

[appellanten] . verwijten HC dat zij hun niet in het bezit heeft gesteld van een op 14 december 2009 door [naam] van Bureau Aequo Leading People uitgebracht rapport, waarin wordt geconcludeerd dat de Tablemanagers in de vestiging van HC te Venlo de taken zoals beschreven in de (concept) functiebeschrijving Manager Tablegames al drie jaar “een op een” uitvoeren. Dit verwijt gaat naar het oordeel van het hof niet op. Het desbetreffende rapport is, naar HC onweersproken heeft gesteld, opgesteld op verzoek van de OR. HC heeft aangevoerd dat zij door de OR van de inhoud van het rapport op de hoogte is gesteld maar dat zij het rapport pas in het najaar van 2010 heeft gekregen nadat de verschillende overeenkomsten met [appellanten] . waren getekend in het kader van een procedure die een andere werknemer van HC was begonnen bij de kantonrechter te Venlo, omdat de OR ervoor had gekozen het rapport geheim te houden. [appellanten] . hebben ter onderbouwing van hun stelling dat HC eerder kennis heeft genomen van het rapport van [naam] aangevoerd dat er op 6 januari 2010 een bespreking heeft plaatsgevonden, waarbij [naam] zijn analyse heeft toegelicht aan (onder meer) HC en de adviseur van AWVN. HC heeft in dit verband gesteld dat zij weliswaar door de OR is ingelicht over de inhoud van het rapport van [naam] van 14 december 2009 en dat zulks voor haar aanleiding is geweest de bespreking van 6 januari 2010 te beleggen, maar dat zij dat rapport zelf niet heeft gekregen. Nu het feit dat de inhoud van het rapport van [naam] op 6 januari 2010 door onder meer HC is besproken niet noodzakelijk meebrengt dat HC daarvan toen ook (in schriftelijke vorm) had kennisgenomen en [appellanten] . geen feiten of omstandigheden hebben aangevoerd, waaruit volgt dat HC over het (schriftelijke) advies beschikte, moet ervan worden uitgegaan dat HC het advies inderdaad niet had vóór het najaar van 2010. Van HC kon uiteraard niet verwacht worden dat zij een rapport ter beschikking van [appellanten] . stelde waarover zij niet beschikte. Evenmin bracht haar spreekplicht krachtens artikel 6:228 lid 1 BW mee dat HC de inhoud daarvan, voor zover deze haar bekend was, aan [appellanten] . moest mededelen. De OR had in het rapport, dat uitdrukkelijk uitsluitend betrekking had op de situatie in de vestiging van HC in Venlo, kennelijk geen aanleiding gezien negatief te adviseren ten aanzien van de voorgenomen reorganisatie en uit het advies van 1 maart 2010 van de OR blijkt bovendien uitdrukkelijk dat de OR zich had laten adviseren: “De ondernemingsraad is na uitvoerige beraadslaging en het horen van externe deskundigen tot de conclusie gekomen dat er sprake is van een sterk gewijzigde functie, met daarbij de opmerking dat lokaal gezien in een enkele vestiging de situatie kan verschillen.” Als [appellanten] . kennis hadden willen nemen van de opinie(s) van de externe deskundigen die de OR om advies had gevraagd, hadden zij zich dus ter zake tot de OR kunnen wenden.

3.9

De conclusie uit het voorgaande is dat [appellanten] . bij hun beslissing de hun voorgelegde vaststellingsovereenkomsten (respectievelijk de overeenkomst tot het aangaan van een lager gewaardeerde functie) al dan niet te tekenen, beschikten over alle relevante informatie, althans dat HC hiervan redelijkerwijs mocht uitgaan, en dat HC hun geen onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven of relevante informatie heeft onthouden. [appellanten] . hebben óf kennis genomen van die informatie, in welk geval er van dwaling wegens niet verstrekte/verzwegen informatie geen sprake kan zijn, óf zij hebben daar geen kennis van genomen ofschoon zij daartoe afdoende gelegenheid hadden, in welk geval eventuele “dwaling” voor hun risico komt. Met het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomsten (respectievelijk de overeenkomst tot functieverlaging) hebben [appellanten] . er in bewilligd dat HC in het kader van het ontslag van de ten gevolge van de onderhavige reorganisatie overtallige Tablemanagers een selectieprocedure zou toepassen en niet uitging van het afspiegelingsbeginsel. Hetgeen in het voorgaande is overwogen met betrekking tot de door [appellanten] . gestelde dwaling ter zake van de inhoud van de beide functies, geldt ook ten aanzien van hun stelling dat zij hebben gedwaald met betrekking tot de toe te passen procedure bij hun ontslag. De op dwaling gebaseerde vorderingen van [appellanten] . zijn door de kantonrechter dus terecht afgewezen.

3.10

[appellanten] hebben geen feiten of omstandigheden te bewijzen aangeboden die, indien bewezen, tot een ander oordeel dan het voorgaande nopen. Hun bewijsaanbod wordt gepasseerd.

3.11

De grieven kunnen niet tot vernietiging van de bestreden vonnissen leiden. Het eindvonnis zal worden bekrachtigd. [appellanten] . zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in appel.

4 Beslissing

Het hof:

verklaart [appellanten] . niet-ontvankelijk in hun beroep voor zover dat is gericht tegen het tussenvonnis;

bekrachtigt het eindvonnis;

veroordeelt [appellanten] . in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van HC begroot op € 4.836,-- aan verschotten en € 1.341,-- aan salaris.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.F. Thiessen, W.H.F.M. Cortenraad en A.M.A. Verscheure en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2016.