Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:2091

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-06-2016
Datum publicatie
16-08-2016
Zaaknummer
23-003649-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belediging van een ambtenaar in functie door middel van het dragen van een T-shirt met beledigend opschrift. Bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij politieagenten zou beledigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2016/183

Uitspraak

parketnummer: 23-003649-15

datum uitspraak: 19 april 2016

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 augustus 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-151302-13 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 5 april 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 augustus 2013 te Amsterdam, op de Arena Boulevard, opzettelijk door feitelijkheden een of meer politieambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening heeft beledigd door toen en aldaar een t-shirt te dragen en/of te tonen met hierop de beledigende tekst/opdruk ACAB (All Cops Are Bastards).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep primair het verweer gevoerd dat de letters op het T-shirt van de verdachte niet de tekst “ACAB” vormden, aangezien de derde letter van die tekst niet aantoonbaar een ‘A’ betreft, maar mogelijk de Griekse letter lambda. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat het opzet van de verdachte op de belediging van de verbalisanten heeft ontbroken.

Het hof verwerpt de verweren en overweegt dienaangaande het volgende.

Ten aanzien van het primair gevoerde verweer

Blijkens het proces-verbaal van aanhouding hebben de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] waargenomen dat de verdachte een T-shirt droeg met daarop voor een ieder zichtbaar de tekst “ACAB”. Deze waarneming is niet onbegrijpelijk. Een foto van het desbetreffende T-shirt is in het dossier gevoegd. Daarop zijn onder andere duidelijk de letters “ACB” waar te nemen. Tussen de letters C en B is een gedeelte van een letter te zien die zowel bij oppervlakkige als nauwkeurige waarneming direct de associatie met de letter A oproept, mede gelet op de overeenkomst met de andere letters A die op het T-shirt zijn waar te nemen.

Ten aanzien van het subsidiair gevoerde verweer

De verdachte droeg het T-shirt met het opschrift ACAB op de Arena Boulevard te Amsterdam Zuid-Oost ter hoogte van ingang Zuid van (naar het hof begrijpt) het voetbalstadion Amsterdam Arena, vlak na de wedstrijd Ajax-Feyenoord. De letters “ACAB” vormen volgens de verbalisanten een afkorting van ‘All Cops Are Bastards’. Dit opschrift heeft naar zijn aard de algemene strekking om politiefunctionarissen wereldwijd en ook in Nederland in diskrediet te brengen. De verdachte heeft ten overstaan van de politie ook erkend te weten wat deze tekst betekent en te begrijpen dat deze tekst beledigend kan overkomen.

Naar het oordeel van het hof kan het niet anders zijn dan dat de verdachte wist dat hij na afloop van de voetbalwedstrijd tussen Ajax en Feyenoord nabij het voetbalstadion Amsterdam Arena politieagenten zou tegenkomen die bezig waren met het uitoefenen van hun functie. Het is algemeen bekend dat bij (risico)wedstrijden veel politieagenten surveilleren in het kader van de handhaving van de openbare orde. Door zich gekleed in een T-shirt met daarop voor eenieder zichtbaar het opschrift “ACAB” te begeven in een situatie waarin hij politieagenten zou tegenkomen, heeft de verdachte minst genomen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij die politieagenten zou beledigen. Blijkens het proces-verbaal van aanhouding voelden de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zich ook daadwerkelijk door de tekst ACAB beledigd. Derhalve acht het hof bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op het beledigen van politieambtenaren. Daarvoor is niet vereist, anders dan de raadsman heeft betoogd, dat de verdachte de confrontatie heeft gezocht met de verbalisanten dan wel deze heeft geprovoceerd, anders dan door het dragen van bedoeld T-shirt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 18 augustus 2013 te Amsterdam, op de Arena Boulevard, opzettelijk door een feitelijkheid politieambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening heeft beledigd door toen en aldaar een T-shirt te dragen met hierop de beledigende tekst ACAB.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 200,00, subsidiair 4 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 200,00, subsidiair 4 dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte alsmede zijn draagkracht. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft na een voetbalwedstrijd tussen Ajax en Feyenoord een T-shirt gedragen met de tekst ACAB oftewel All Cops Are Bastards. Hiermee heeft de verdachte zich in het openbaar schuldig gemaakt aan belediging van politieambtenaren gedurende of terzake de rechtmatige uitoefening van hun bediening. De verdachte heeft hiermee een gebrek aan respect getoond voor het openbaar gezag en de politieambtenaren in hun eer en goede naam aangetast. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 22 maart 2016 is de verdachte éénmaal eerder terzake van een voetbal gerelateerd geweldsmisdrijf onherroepelijk veroordeeld. Nu deze veroordeling reeds langere tijd geleden heeft plaatsgevonden, zal het hof dit niet ten nadele van de verdachte meewegen.

Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 18 augustus 2013 onder CJIB nummer 4132542001400824.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. C.N. Dalebout en mr. H.M.J. Quaedvlieg, in tegenwoordigheid van Y.M. Kho, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

19 april 2016.

[.......]

.