Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1943

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-05-2016
Datum publicatie
25-05-2016
Zaaknummer
200.184.924/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquêterecht; er wordt een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken en er wordt bij wijze van onmiddellijke voorziening een commissaris benoemd

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 345, geldigheid: 2013-01-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2016-0167
JONDR 2016/1043
ARO 2016/137

Uitspraak

Beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.184.924/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 12 mei 2016

inzake

1. de vennootschap onder firma

EXPLOITATIE MAATSCHAPPIJ STAPHORST V.O.F.,

gevestigd te Staphorst,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

3. a. [B],

b. [C],

c. [D],

d. [E],

e. [F],

allen wonende te [....] ,

handelend onder de naam firma [G],

gevestigd te [....] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[H] ,

gevestigd te [....] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[I] ,

gevestigd te [....] ,

6. a. [J],

[K] ,

beiden wonende te [....] ,

handelend onder de naam [L],

7. [M],

wonende te [....] ,

8. [N],

wonende te [....] ,

handelend onder de naam [O],

9. [P],

wonende te [....] ,

handelend onder de naam [Q],

VERZOEKERS,

advocaat: mr. T.J. Teggelaar, kantoorhoudende te Nijmegen,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STAPHORST ONTWIKKELING B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STAPHORST ONTWIKKELING 2 B.V.,

beide gevestigd te Staphorst,

VERWEERSTERS,

niet verschenen,

e n t e g e n

de stichting

STICHTING NMTHREE,

gevestigd te Zenderen, gemeente Borne,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. A.J. Beljaars-Vink, kantoorhoudende te Breda.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen worden hierna als volgt aangeduid:

  • -

    verzoekster sub 1 als EMS;

  • -

    verzoekers sub 1 tot en met 9 gezamenlijk als EMS c.s.;

  • -

    verweerster sub 1 als Staphorst Ontwikkeling;

  • -

    verweerster sub 2 als Staphorst Ontwikkeling 2;

  • -

    verweersters gezamenlijk als Staphorst Ontwikkeling c.s.;

  • -

    belanghebbende als NMThree.

1.2

Verzoekers sub 2 tot en met 9 hebben bij op 4 februari 2016 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad – zakelijk weergegeven –

1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Staphorst Ontwikkeling c.s. over de periode vanaf 1 januari 2013 tot de datum van indiening van het verzoekschrift;

2. bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding

a. een bestuurder met doorslaggevende stem en zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid of een commissaris van Staphorst Ontwikkeling c.s. te benoemen;

b. althans zodanige voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer geraden acht;

met veroordeling van Staphorst Ontwikkeling c.s., hoofdelijk, in de kosten van het geding.

1.3

NMThree heeft bij op 3 maart 2016 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift kort gezegd geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van verzoekers sub 2 tot en met 9, althans tot afwijzing van hun verzoek en tot veroordeling van verzoekers 2 tot en met 9, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de procedure.

1.4

Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 17 maart 2016. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van – aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde – aantekeningen en, wat mr. Teggelaar betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties 42 tot en met 49. Naar aanleiding van het debat tussen partijen over de vraag of verzoekers sub 2 tot en met 9 bevoegd zijn een enquête te verzoeken, hebben partijen de Ondernemingskamer verzocht te verstaan dat naast verzoekers sub 2 tot en met 9 tevens EMS verzoekster is. Verzoekers hebben ter zitting hun verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen aangevuld met het verzoek de volmacht van [R] (hierna: [R] ) tot vertegenwoordiging van Staphorst Ontwikkeling te schorsen. NMThree heeft tegen deze vermeerdering van het verzoek bezwaar gemaakt. Partijen hebben de Ondernemingskamer verzocht haar beslissing gedurende vier weken aan te houden, binnen welke termijn zij een minnelijke regeling zullen beproeven.

1.5

Bij brief van 25 maart 2016 heeft mr. Teggelaar de Ondernemingskamer bericht dat tussen partijen geen minnelijke regeling tot stand is gekomen en verzocht alsnog uitspraak te doen.

2 De feiten

2.1

Op 29 maart 2001 is tussen EMS en MEGA Projecten B.V. (hierna: Mega), indertijd bestuurd door [R] , een overeenkomst gesloten gericht op de gezamenlijke ontwikkeling van gronden behorende tot de woningbouwlocatie Staphorst-Zuid. De overeenkomst (hierna: Ontwikkelingsovereenkomst I) bevat onder meer de volgende bepalingen:

5. a. Met het oog op de gezamenlijke ontwikkeling hebben partijen besloten een besloten vennootschap op te richten, waarin MEGA middels deelname door NPB Beheer B.V. (MEGA is 100% dochter van NPB Beheer B.V.) een aandeel heeft van 52,1% en EMS een aandeel van 47,9% (…).

De stemverhouding tussen EMS en MEGA is 50-50.

b. De op te richten vennootschap zal heten “Staphorst Ontwikkeling B.V.” (…) en tot doel hebben het exploiteren van het gebied. (…)

c. Tot bestuurders van de vennootschap zullen worden benoemd de heren [S] en [R] ; zij zullen gezamenlijk bevoegd zijn.

d. (…)

e. De administratie van de vennootschap zal worden gevoerd door MEGA (of gelieerde onderneming), tegen een in onderling overleg te bepalen jaarlijkse vergoeding. (…) Partijen hebben op ieder moment volledig inzage in de administratie.

f. De jaarrekening zal worden opgesteld met toepassing van de bij de MEGA-groep gebruikelijke waarderingsgrondslagen.

(…)

17 (…)

MEGA (of gelieerde onderneming) zal de projectleiding voor de ontwikkeling van de gronden verzorgen en ontvangt hiervoor van de vennootschap voor het eerste jaar, te weten het jaar 2001, een vergoeding van ƒ 100.000,--. Partijen zullen in onderling overleg bepalen wat de vergoeding voor de daaropvolgende jaren zal zijn. (…)

(…)

21. (…) Eenparigheid van stemmen is (…) vereist bij besluiten door de vennootschap tot aankoop van gronden of tot het aangaan van verplichtingen dienaangaande, voor zover die een bedrag of waarde van ƒ 250.000,-- te boven gaan.

2.2

Op 17 april 2001 is Staphorst Ontwikkeling opgericht. De akte van oprichting houdt in dat bij de oprichting 9899 aandelen (52,1% van het geplaatste kapitaal) zijn geplaatst bij NPB Beheer B.V. (hierna: NPB Beheer) en 9101 aandelen (47,9% van het geplaatste kapitaal) bij EMS. [R] en [S] (hierna: [S] ) zijn sinds de oprichting de bestuurders van Staphorst Ontwikkeling. [R] was indertijd bestuurder van NPB Beheer. [S] is tevens indirect bestuurder van verzoekster sub 2.

2.3

Op 4 januari 2002 is door EMS en Mega een (op Ontwikkelingsovereenkomst I) aanvullende overeenkomst ondertekend. Deze aanvullende overeenkomst (hierna: Ontwikkelingsovereenkomst II) houdt onder meer in dat voor het eerste plandeel van de woningbouwlocatie Staphorst-Zuid Ontwikkelingsovereenkomst I zal blijven gelden (met enige aanpassingen) en dat met betrekking tot het tweede plandeel partijen een vennootschap genaamd Staphorst Ontwikkeling 2 BV zullen oprichten waarvan NPB Beheer en EMS ieder 50% van de aandelen zullen houden. Ontwikkelingsovereenkomst II houdt voorts onder meer in dat Mega (of gelieerde onderneming) de projectleiding voor de ontwikkeling van de gronden zal verzorgen en hiervoor van Staphorst Ontwikkeling 2 een vergoeding zal ontvangen die in onderling overleg tussen partijen wordt bepaald (artikel 16).

2.4

Staphorst Ontwikkeling 2 is op 15 mei 2002 opgericht. De akte van oprichting houdt in dat bij de oprichting 9.500 aandelen (50% van het geplaatste kapitaal) zijn geplaatst bij NPB Beheer en 9.500 aandelen (idem) bij EMS. [R] en [S] zijn sinds de oprichting de gezamenlijk bevoegde bestuurders van Staphorst Ontwikkeling 2.

2.5

Verzoekers 2 tot en met 9 waren ten tijde van de totstandkoming van Ontwikkelingsovereenkomst I en Ontwikkelingsovereenkomst II en de oprichting van Staphorst Ontwikkeling en Staphorst Ontwikkeling 2 vennoten van EMS.

2.6

Stichting Mega NPB is (sinds 17 december 2014) enig aandeelhouder van NPB Beheer. [T] (hierna: [T] ) is (sinds 16 september 2014) enig bestuurder van Stichting Mega NPB. De aanvankelijk door NPB Beheer gehouden aandelen in Staphorst Ontwikkeling (52,1%) en Staphorst Ontwikkeling 2 (50%), worden thans gehouden door NMThree, opgericht op 11 juli 2013, waarvan [R] enig bestuurder is.

2.7

[R] en [T] zijn de bestuurders van Stichting NMTwo (hierna: NMtwo). NMTwo is enig aandeelhouder van Nebo Vastgoed BV (hierna: Nebo). [U] is enig bestuurder van Nebo.

2.8

De activiteiten van NMTwo en van NMThree zijn in de uittreksels uit de kamer van koophandel omschreven als de instandhouding van het familiekapitaal van de familie [R] . Het statutaire doel van NMTwo is de instandhouding van het familiekapitaal van familie [R] .

2.9

In de concept-jaarrekening 2013 van Staphorst Ontwikkeling is in de winst- en verliesrekening een post “algemene beheerskosten” opgenomen ten bedrage van € 360.299. In de toelichting op de balans en de winst- een verliesrekening staat onder het kopje “kortlopende schulden” de post “rekening-courant Nebo Vastgoed B.V.” ten bedrage van € 271.524. In de concept-jaarrekening 2013 van Staphorst Ontwikkeling 2 is in de winst- en verliesrekening een post “algemene kosten” opgenomen ten bedrage van € 25.361. In de toelichting op de balans en de winst- een verliesrekening staat onder het kopje “kortlopende schulden” de post “rekening-courant Nebo Vastgoed B.V.” ten bedrage van € 30.855. Een nadere toelichting op de genoemde posten ontbreekt in beide jaarrekeningen.

2.10

[S] heeft namens EMS bij brief van 24 maart 2015 aan [T] onder meer het volgende geschreven:

Jaarrekeningen 2013

Wij, EMS, hebben de jaarstukken van 2013 van Staphorst Ontwikkeling BV 1 en 2 ontvangen. (…) Deze jaarrekeningen kan EMS niet tekenen. Wij zouden graag de originele facturen (inclusief opdrachtverstrekking, betaalbatch en dagafschrift) willen ontvangen van de boekingen die in 2013 ten laste van Staphorst Ontwikkeling BV 1 en/of 2 zijn gegaan. Een aantal kostenposten komt ons namelijk ongekend hoog voor en [wij] willen daarom inzicht in de facturen en eventueel opvolgend een verklaring. Wij zullen deze stukken ook opvragen bij de accountant.

2.11

[S] heeft op 16 september 2015 aan Staphorst Ontwikkeling c.s. ter attentie van [R] onder meer het volgende geschreven:

Ten aanzien van de kosten, zoals deze blijken uit de jaarrekeningen 2013 heb ik u reeds een aantal vragen gesteld, met betrekking tot de post “Algemene beheerskosten” ad EUR 360.299 in [Staphorst Ontwikkeling] de post “Algemene kosten” ad EUR 25.361 in [Staphorst Ontwikkeling 2] alsook met betrekking tot post “rekening-courant overeenkomsten met Nebo Vastgoed B.V.”.

De genoemde posten zijn mij niet bekend en ik kan mij niet herinneren te hebben ingestemd met het aangaan van dergelijke verplichtingen. Ik verzoek u dan ook om binnen 14 dagen na heden de bovengenoemde posten schriftelijk te specificeren en een afschrift toe te zenden van de notulen van de bestuursvergadering(en), waarin besluitvorming over genoemde posten heeft plaatsgevonden. In dat verband verzoek ik u tevens om uiteen te zetten hoe u bent omgegaan met het risico van een tegenstrijdig belang.

Ten aanzien van de jaarrekening heb ik vernomen dat u deze thans nog niet hebt laten publiceren. Ik verzoek u dringend om daarin met spoed de benodigde actie te ondernemen.

2.12

[S] heeft op 7 oktober 2015 aan Staphorst Ontwikkeling c.s. ter attentie van [R] onder meer het volgende geschreven:

Ik constateer (…) dat u binnen de door mij gestelde termijn van 14 dagen niet inhoudelijk heeft gereageerd op mijn verzoek om een specificatie van de door uw vennootschappen in rekening gebrachte kosten. Ik kan voorlopig dan ook niet anders concluderen, dan dat voor de door u in rekening gebrachte kosten, ad (in totaal) € 385.660, geen grond lijkt te bestaan. Ik verzoek u dan ook dringend, ervoor te zorgen dat de betreffende bedragen binnen 14 dagen na heden aan de vennootschappen worden terugbetaald dan wel – indien en voor zover voornoemde kosten in rekening-courant zijn geboekt – de betreffende boekingen te corrigeren onder overlegging aan mij van deugdelijke bewijsstukken (…).

2.13

[R] heeft bij email van 15 oktober 2015 onder meer het volgende geschreven aan [S] :

Naar aanleiding van uw brieven van 16 september 2015 en 7 oktober jl. bericht ik u onderstaand.

Wij delen uw visie niet (…) en zullen uw wensen niet opvolgen. We hebben gehandeld in lijn van de voorgaande jaren, en zijn binnen het statutair vastgelegde mandaat gebleven.

Betreffende het door u genoemde risico van een tegenstrijdig belang is er niets gewijzigd met het verleden, dus we begrijpen niet waarop u doelt. (…)

Ook kunnen we berichten dat de jaarrekening tijdig is gedeponeerd. (…)

Zoals u bekend is bij het samenstellen van de jaarrekening de accountant betrokken geweest. De gemaakte kosten zijn in lijn met eerdere jaren, zijn terecht, en vallen binnen het mandaat. De conclusie die u trekt is niet juist, en de verwijten die u maakt zijn ook hier geheel onterecht.

Geheel onverplicht bieden wij u aan inzage in de administratie om persoonlijk vast te stellen dat alles klopt.

2.14

Op 5 november 2015 heeft [S] aan [R] laten weten dat hij gebruik wil maken van het aanbod tot inzage in de administratie en dat daartoe door een onafhankelijke accountant onderzoek zal worden gedaan. Op 19 november 2015 heeft [S] aan [R] laten weten dat het onderzoek zal worden gedaan door twee met name genoemde medewerkers van adviesbureau [V] . Op 30 november 2015 heeft [R] aan [S] laten weten dat hij [S] “onverplicht inzage in de administratie heeft aangeboden”, dat hij “persoonlijk nog steeds welkom is, mogelijk vergezeld van een financieel personeelslid”, maar dat aan derden geen toegang of inzage zal worden verschaft. [S] heeft op 1 december 2015 [R] gesommeerd mee te werken aan een onderzoek door [V] , hetzij door toegang te verschaffen tot de volledige administratie, hetzij door een afschrift van de volledige administratie aan hem ( [S] ) toe te zenden. [R] heeft bij e-mail van 3 december 2015 herhaald dat [S] persoonlijk nog steeds welkom is, mogelijk vergezeld van een financieel personeelslid.

2.15

[S] heeft bij brief van 16 december 2015 [R] gesommeerd om onder meer alle facturen, met specificatie, met betrekking tot de “Algemene beheerkosten” (Staphorst Ontwikkeling) en de “algemene kosten” (Staphort Ontwikkeling 2) en met betrekking tot alle (overige) kosten die deze vennootschappen hebben gemaakt ter gunste van Nebo of een andere aan [R] gelieerde vennootschap toe te zenden. [S] heeft zich in deze brief voorts op het standpunt gesteld dat [R] hem belemmert in zijn taak als bestuurder indien [R] volhardt in zijn weigering de administratie zonder voorbehoud aan hem ter beschikking te stellen.

3 De gronden van de beslissing

3.

3.1

Overeenkomstig het gezamenlijk verzoek van partijen ter zitting zal de Ondernemingskamer naast verzoekers 2 tot en met 9 tevens EMS als verzoekster aanmerken. Het betoog van NMThree dat verzoekers 2 tot en met 9 als (deels voormalige) vennoten van EMS niet gerechtigd zijn tot het doen van een enquêteverzoek, behoeft als gevolg daarvan geen bespreking, nu tussen partijen – terecht – niet in geschil is dat in ieder geval ofwel (een aantal van) verzoekers 2 tot en met 9 gezamenlijk, ofwel EMS bevoegd is tot het doen van een enquêteverzoek.

3.2

EMS c.s. hebben aan hun stelling dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid van Staphorst Ontwikkeling c.s. en dat onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen bezwaren ten grondslag gelegd met betrekking tot de volgende onderwerpen:

  1. de door Nebo aan Staphorst Ontwikkeling in rekening gebrachte “algemene beheerskosten” van € 360.299 en de aan Staphorst Ontwikkeling 2 in rekening gebrachte “algemene kosten” van € 25.361;

  2. besluitvorming rondom betalingsopdrachten aan de Rabobank;

en in samenhang met a en b

besluitvorming rondom de jaarrekeningen van Staphorst Ontwikkeling c.s.

Het sub a genoemde bezwaar hebben EMS c.s. toegelicht met de stelling dat er geen bestuursbesluit aan het maken van deze kosten ten grondslag ligt en dat voor die kosten ook geen redelijke verklaring is, mede in aanmerking genomen dat het project al jaren stil ligt en de bedoelde kosten in 2013 zeer sterk afwijken van de in de jaren 2005 tot en met 2012 in rekening gebrachte kosten van telkens enkele duizenden euro’s per jaar. [R] heeft ten onrechte niet voldaan aan de verzoeken van zijn medebestuurder [S] om opheldering over deze kosten. [R] heeft voorts onvoldoende openheid betracht jegens de algemene vergadering van aandeelhouders ten aanzien van de transacties tussen Staphorst Ontwikkeling c.s. en aan hem gelieerde vennootschappen. Als gevolg van een en ander is een patstelling tussen [S] en [R] ontstaan, aldus EMS c.s.

Ter toelichting op het sub b genoemde bezwaar hebben EMS c.s. aangevoerd dat [S] op 16 juli 2014 te kennen heeft gegeven dat hij de onderbouwing van een tweetal facturen van Nebo ontoereikend achtte, dat hij deze facturen daarom slechts “voor gezien” (en niet: voor akkoord) heeft ondertekend en dat [R] de bank niettemin heeft trachten te bewegen tot betaling van deze facturen.

3.3

NMThree heeft aangevoerd dat EMS c.s. niet-ontvankelijk zijn omdat de gestelde bezwaren van louter vermogensrechtelijke aard zijn en het EMS c.s. in wezen gaat om een geschil tussen partijen over de afnameverplichting van NPB Beheer met betrekking tot de grond. De Ondernemingskamer verwerpt dit verweer. EMS c.s. hebben uitdrukkelijk gesteld dat de discussie tussen partijen over de afnameverplichting van NPB Beheer buiten het bestek van het enquêteverzoek valt en de hierboven onder 3.2 samengevatte bezwaren zijn niet louter van vermogensrechtelijke aard, maar hebben betrekking op het beleid en gang van zaken van Staphorst Ontwikkeling c.s.

3.4

NMThree heeft voorts samengevat het volgende aangevoerd:

  • -

    de aangevoerde bezwaren hebben geen betrekking op Staphorst Ontwikkeling 2, althans het geschil over de aan Staphorst Ontwikkeling 2 in rekening gebrachte administratiekosten rechtvaardigt geen enquête naar Staphorst Ontwikkeling 2;

  • -

    tussen partijen is overeengekomen dat NPB Beheer voor de projectleiding jaarlijks een vaste vergoeding ontvangt van € 50.000 en voor de administratie een jaarlijkse vergoeding van € 5.000 en dat andere kosten (“onderhoud/uren/stedenbouwkundig”) op basis van regie worden doorberekend;

  • -

    in 2009/2010 heeft Nebo de projectleiding overgenomen van NPB Beheer en sindsdien is Nebo gerechtigd de daarvoor overeengekomen vergoeding in rekening te brengen;

  • -

    abusievelijk is vanaf 2009/2010 tot en met 2012 verzuimd de administratiekosten en de kosten van de projectleiding bij Staphorst Ontwikkeling in rekening te brengen; dit is in 2013 ontdekt en hersteld;

  • -

    aan Staphorst Ontwikkeling 2 worden slechts administratiekosten ten bedrage van € 5.000 per jaar in rekening gebracht en niet ook een vergoeding voor projectleiding, met dien verstande dat de administratiekosten in de periode 2009/2010 tot en met 2012 per abuis niet in rekening zijn gebracht aan Staphorst Ontwikkeling 2;

  • -

    de vergoeding voor projectleiding werd aanvankelijk verwerkt in de post “onderhanden werk”, maar vanaf 2013 verlangde de accountant dat de vergoeding werd verwerkt in de winst- en verliesrekening; EMS c.s. miskennen dit en mede op die miskenning berust hun onjuiste stelling dat de kosten in 2013 veel hoger zijn dan daarvoor;

  • -

    [S] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om, desgewenst met een eigen financiële medewerker, de administratie in te zien, voor het door [S] beoogde forensisch onderzoek bestaat geen enkele aanleiding en [S] heeft nagelaten een bestuursvergadering of aandeelhoudersvergadering bijeen te roepen;

  • -

    [R] heeft geen tegenstrijdig belang bij de gemaakte kosten;

  • -

    [R] is gemachtigd tot het doen van betalingen tot bedrag van € 113.445 op grond van artikel 21 van Ontwikkelingsovereenkomst I; Waar [S] de facturen “voor gezien” tekende, gaf dat blijk van zijn instemming.

3.5

Tussen partijen is niet in geschil dat tussen [R] en [S] als bestuurders van Staphorst Ontwikkeling c.s. een taakverdeling bestaat die samenhangt met de omstandigheid dat een aan [R] gelieerde vennootschap, thans Nebo, op grond van de Ontwikkelingsovereenkomsten de administratie voert en de projectleiding verzorgt. [R] had de dagelijkse leiding en [S] bleef op de achtergrond. In het licht van die taakverdeling acht de Ondernemingskamer het alleszins begrijpelijk dat EMS, bij monde van [S] , op 24 maart 2015 opheldering heeft gevraagd over bepaalde kosten opgenomen in de onder verantwoordelijkheid van [R] opgestelde jaarrekeningen 2013 van Staphorst Ontwikkeling c.s. De Ondernemingskamer constateert dat [R] pas op 15 oktober 2015 heeft gereageerd op de vragen van [S] in zijn brieven van 24 maart 2015, 16 september 2015 en 7 oktober 2015. De reactie van [R] bij brief van 15 oktober 2015 is niet alleen rijkelijk laat, maar bovendien inhoudelijk niet adequaat, reeds omdat die reactie (evenals de daarop volgende mededelingen van [R] voorafgaand aan de procedure) geen behoorlijke uitleg bevat in reactie op de door [R] opgeworpen vragen over de kosten.

3.6

Eerst in het verweerschrift van NMThree is naar voren gebracht dat vanaf 2009/2010 tot en met 2012 per abuis verzuimd is de administratiekosten en de kosten van de projectleiding bij Staphorst Ontwikkeling in rekening te brengen en de administratiekosten bij Staphorst Ontwikkeling 2 en dat dit in 2013 is ontdekt en hersteld door in 2013 aan Staphorst Ontwikkeling in rekening te brengen:

  • -

    4 x € 50.000 aan kosten voor projectleiding (2010 t/m 2013);

  • -

    4 x € 5.000 aan administratiekosten (2010 t/m 2013);

  • -

    € 68.800 aan “onderhoud/uren/stedenbouwkundig” gemaakt in 2012; en

  • -

    € 70.600 aan “onderhoud/uren/stedenbouwkundig” gemaakt in 2013:

en aan Staphorst Ontwikkeling 2:

4 x € 5.000 aan administratiekosten (2010 t/m 2013).

3.7

Deze toelichting is echter ook niet toereikend en roept vragen op. De Ontwikkelingsovereenkomst houdt in dat slechts voor het jaar 2001 de vergoeding voor de projectleiding is overeengekomen, te weten ƒ 100.000, en dat partijen in onderling overleg zullen bepalen wat de vergoeding voor de daaropvolgende jaren zal zijn. Niet duidelijk is op grond waarvan Staphorst Ontwikkeling in de jaren 2010 tot en met 2013 (en 2014) € 50.000 per jaar als vergoeding voor de projectleiding door Nebo verschuldigd zou zijn; niet gebleken is dat over de omvang van de vergoeding nader overleg heeft plaatsgevonden en dat Nebo in de genoemde jaren substantiële werkzaamheden onder de noemer projectleiding heeft verricht. Weliswaar heeft NMThree de stelling van EMS c.s. dat het project al jaren stilligt weersproken, maar zij heeft niet duidelijk gemaakt welke werkzaamheden van Nebo in redelijkheid een vergoeding van € 50.000 per jaar rechtvaardigen. De toelichting in het verweer van NMThree biedt voorts onvoldoende inzicht in de kosten onder de noemer “onderhoud/uren/stedenbouwkundig”, reeds omdat een deugdelijke specificatie van de desbetreffende werkzaamheden ontbreekt.

3.8

De omstandigheid dat [R] in reactie op de vragen van [S] over de kosten geen openheid van zaken heeft betracht, zonder goede reden niet heeft willen meewerken aan het door [S] beoogde onderzoek in de administratie en evenmin aan hem een kopie van de volledige administratie ter hand heeft willen stellen, heeft afbreuk gedaan aan de verstandhouding tussen de beide bestuurders van Staphorst Ontwikkeling. Zoals de Ondernemingskamer ter zitting heeft kunnen vaststellen is de verstandhouding tussen beide bestuurders verstoord en functioneert het bestuur dientengevolge niet naar behoren. Een symptoom van dit laatste is ook de tussen [S] en [R] gerezen onduidelijkheid over de vraag of [S] al dan niet instemde, of juist bezwaar maakte tegen, voldoening van bepaalde facturen. De verstoorde verhoudingen tussen [S] en [R] hebben onvermijdelijk ook hun weerslag in het bestuur van Staphorst Ontwikkeling 2.

3.9

Het gebrek aan openheid van zaken van [R] jegens medebestuurder [S] en aandeelhouder EMS is temeer bezwaarlijk omdat de genoemde kosten in rekening zijn gebracht door Nebo, zijnde een aan [R] gelieerde vennootschap. Weliswaar worden de aandelen in Nebo gehouden door Stichting NMTwo (en niet (indirect) door [R] ), maar gelet op de doelstelling van die stichting (het in stand houden van het familiekapitaal van de familie [R] ), bestaat er met betrekking tot de in rekening gebrachte kosten een tegenstrijdig belang aan de zijde van [R] . Ook dat noopt tot het betrachten van transparantie.

3.10

De verantwoording van de in 3.6 genoemde kosten in de concept-jaarrekening 2013 roept ook vragen op. Allereerst is er – aldus [R] – sprake van een correctie op voorgaande jaren. Hierop ontbreekt echter iedere toelichting in de jaarrekening. Voorts blijkt er sprake te zijn van een stelselwijziging (kosten die in voorgaande jaren nog geactiveerd werden als Onderhanden Werk, worden nu direct ten laste van de winst- en verliesrekening geboekt). Ook deze wijziging had in de jaarrekeningen toegelicht moeten worden. Uit de overgelegde stukken blijkt voorts dat de publicatieverslagen 2013 en 2014 van Staphorst Ontwikkeling en de publicatieverslagen 2013 en 2014 van Staphorst Ontwikkeling 2 zijn gedeponeerd als ware deze vastgesteld, terwijl, naar [R] ter zitting heeft erkend, de desbetreffende jaarrekeningen niet zijn vastgesteld.

3.11

Uit bovenstaande overwegingen volgt dat er gegronde redenen bestaan om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Staphorst Ontwikkeling c.s. te twijfelen. De Ondernemingskamer zal een onderzoek gelasten over de periode vanaf van 1 januari 2013 tot 4 februari 2016.

3.12

De gegronde redenen om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Staphorst Ontwikkeling c.s. te twijfelen en in het bijzonder de verstoorde verhoudingen binnen het bestuur nopen tot het treffen van een onmiddellijke voorziening in de vorm van een tijdelijk commissaris die toezicht houdt op het bestuur en het tevens tot zijn taak mag rekenen te bezien of tussen partijen een minnelijke regeling kan worden getroffen. Er is onvoldoende grond voor het treffen van andere onmiddellijke voorzieningen. Het bezwaar van NMThree tegen de vermeerdering van het verzoek van EMS c.s. ter zitting kan daarom onbesproken blijven.

3.13

De Ondernemingskamer zal Staphorst Ontwikkeling c.s. als de overwegend in het ongelijk gestelde partijen, veroordelen in de kosten van het geding.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Staphorst Ontwikkeling B.V. en Staphorst Ontwikkeling 2 B.V., beide gevestigd te Staphorst, over de periode van 1 januari 2013 tot 4 februari 2016;

benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten;

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 30.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Staphorst Ontwikkeling B.V. en Staphorst Ontwikkeling 2 B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dienen te stellen;

benoemt mr. A.J. Wolfs tot raadsheer-commissaris;

benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot commissaris van Staphorst Ontwikkeling B.V. en Staphorst Ontwikkeling 2 B.V.;

bepaalt dat het salaris en de kosten van deze commissaris ten laste komen van Staphorst Ontwikkeling B.V. en Staphorst Ontwikkeling 2 B.V. en bepaalt dat Staphorst Ontwikkeling B.V. en Staphorst Ontwikkeling 2 B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de commissaris zekerheid dienen te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;

veroordeelt Staphorst Ontwikkeling B.V. en Staphorst Ontwikkeling 2 B.V. hoofdelijk in de kosten van het geding aan de zijde van verzoekers, tot op heden begroot op € 3.400;

wijst af het meer of anders verzochte;

verklaart deze beschikking voor uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, mr. G.C. Makkink en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en drs. C. Smits-Nusteling, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk en mr. R.P. Jager, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 12 mei 2016.