Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1774

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-05-2016
Datum publicatie
10-05-2016
Zaaknummer
23-001084-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Woningoverval met grof geweld. Bewijs gestoeld op DNA, dactyloscopische sporen en souche-onderzoek. Gevangenisstraf vijf jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-001084-14

datum uitspraak: 4 mei 2016

tegenspraak

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 maart 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-650088-13 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1988,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 april 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegde dat:

hij op of omstreeks 10 januari 2013 te Amsterdam (in een woning perceel [adres 2] ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedrag(en) met een totaal van ongeveer 460 euro en/of drie laptops en/of een digitale camera en/of een onbekend gebleven geldbedrag, in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan respectievelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren en/of,

- met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer 6] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) met een totaal van ongeveer 460 euro en/of drie laptops en/of een digitale camera en/of een onbekend gebleven geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bij genoemde diefstal en/of genoemde afpersing hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en/of dreigend

- die woning (perceel [adres 2] ) is/zijn binnengedrongen en/of

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben gericht en/of voorgehouden en/of

- ( meermalen) (met dat vuurwapen en of (een) honkbalknuppel(s)) op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben geslagen en/of

- ( meermalen) op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp tegen de hals van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gehouden en/of

- de handen van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] met tape heeft/hebben vastgebonden en/of

- de monden van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] met tape heeft/hebben afgeplakt en/of

- die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben gedwongen op de buik te gaan liggen en/of

- ( meermalen) heeft/hebben gezegd/geroepen: "Where is the money, where is the coke" en/of "Ok if they don't have coke or money, we take everything else" en/of "I"ll kill you, I kill for fun", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd dat zij zijn vinger(s) gingen afhakken en/of

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben gedwongen mee te gaan naar perceel [adres 3] en/of

- de kamers van beide woningen heeft/hebben doorzocht;

2.
hij op of omstreeks 10 januari 2013 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of de [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 7] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en /of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij, verdachte, en/of (een of meer) van zijn mededader(s)

- die woning (perceel [adres 2] ) is/zijn binnengedrongen en/of

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben gericht en/of voorgehouden en/of

- ( meermalen) (met dat vuurwapen en of (een) honkbalknuppel(s)) op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben geslagen en/of

- ( meermalen) op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp tegen de hals van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gehouden en/of

- de handen van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] met tape heeft/hebben vastgebonden en/of

- de monden van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] met tape heeft/hebben afgeplakt en/of

- die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] heeft/hebben gedwongen op de buik te gaan liggen en/of

- ( meermalen) heeft/hebben gezegd/geroepen: "Where is the money, where is the coke" en/of "Ok if they don't have coke or money, we take everything else" en/of "I"ll kill you, I kill for fun", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd dat zij zijn vinger(s) gingen afhakken en/of

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben gedwongen mee te gaan naar perceel [adres 3] .

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt.

Bespreking ter terechtzitting gevoerde verweren met betrekking tot het bewijs

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat de DNA-sporen die in deze zaak zijn aangetroffen, niet of slechts in zeer geringe mate kunnen bijdragen tot het bewijs. Zij heeft daartoe – kort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.

Ten eerste is sprake van onduidelijkheid, omdat in de eerste vijf aanvragen voor nader onderzoek van DNA-sporen is gesteld dat het ging om DNA dat afkomstig was van een zekere [naam 1] . Ten tweede dienen de stukken tape aangeduid met nummers [nummer 1] en [nummer 2] te worden uitgesloten van het bewijs, omdat de herkomst van deze stukken tape onduidelijk is. Voorts is het volledige DNA-profiel dat Verilabs heeft aangetroffen niet door het NFI gevonden, zodat niet uitgegaan kan worden van de juistheid van de DNA-match. Ten slotte kan het DNA van de verdachte ook op een ander moment dan ten tijde van de overval op de rol tape, waarop dit is gevonden, terecht zijn gekomen.

De raadsvrouw heeft voorts de juistheid van het dactyloscopisch onderzoek betwist. Zij heeft hiertoe gesteld dat sprake is van een tegenstrijdigheid in de onderzoeken, nu het NFI-rapport van 7 juli 2015 inhoudt dat afdruk #D04 is aangetroffen op de kleefzijde van het tape met nummer [nummer 3] , terwijl in het NFI-rapport van 24 december 2015 achter #D04 een ‘R’ is vermeld, waaruit moet worden afgeleid dat de afdruk op de rugzijde van de tape is gevonden. Het betreft een belangrijk verschil. Deze vingerafdruk dient daarom te worden uitgesloten van het bewijs.

Ten slotte heeft de raadsvrouw betoogd dat ook de palmafdruk van de hand van de verdachte op een ander moment dan ten tijde van het delict op de rol terecht kan zijn gekomen.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht onvoldoende is om te twijfelen aan de juistheid van de resultaten van het DNA- en dactyloscopisch onderzoek. Het hof is voorts van oordeel dat deze resultaten, bezien in combinatie met de resultaten van het souche-onderzoek, zoals beschreven in het rapport van het NFI van 24 december 2015, aantonen dat het de verdachte is geweest die de rol tape op het moment van de overval in zijn handen heeft gehad en daarvan stukken heeft afgescheurd.

Het hof komt tot deze conclusies op grond van het volgende.

Bevindingen ten tijde van het voorbereidend onderzoek

Bij het onderzoek naar de aan de verdachte ten laste gelegde woningoverval zijn in de woning, waar deze overval plaatsvond, stukken tape aangetroffen en van een beslagnummer voorzien. Deze bevonden zich respectievelijk op de vloer van de gang ([nummer 5]), in een afvalbak ([nummer 6]), op een tafel/bar tussen keuken en woonkamer ([nummer 4]) en in een prullenbak ([nummer 8]). Een rol tape werd aangetroffen op de keukentafel ( [nummer 3] ). Deze stukken tape en de rol tape zijn in beslag genomen en – gedurende het voorbereidend onderzoek – onderzocht op de aanwezigheid van DNA door het onderzoeksinstituut Verilabs. Daarnaast werden door Verilabs twee nog niet genoemde stukken tape ontvangen en onderzocht ( [nummer 2] ) en [nummer 9]). In het dossier bevindt zich echter geen kennisgeving van inbeslagneming of enig ander stuk op grond waarvan de beslagnummers waarmee deze stukken tape zijn aangeduid in verband kunnen worden gebracht met enig inbeslaggenomen stuk tape. Het hof gaat er echter, op hieronder (onder ‘Bespreking standpunten verdediging) te noemen gronden, van uit dat deze stukken tape werden aangetroffen op straat, in de nabijheid van de plaats waar het slachtoffer [slachtoffer 3] direct na zijn vlucht uit de woning hulp heeft gezocht. Het rapport van Verilabs van 31 oktober 2013 houdt (onder meer) in dat een DNA-spoor aanwezig was op het stuk tape dat was aangetroffen in een afvalbak. Dit spoor bleek te matchen met het DNA van de verdachte, in die zin dat de kans dat ook een willekeurige ander matcht met dit profiel kleiner is dan 1 op 1 miljard.

Bevindingen uit het nadere onderzoek

Nadat de rechtbank in haar vonnis tot het oordeel was gekomen dat deze constatering onvoldoende was om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat de verdachte het hem ten laste gelegde had begaan, heeft het Openbaar Ministerie aanvullend onderzoek laten uitvoeren. Dit heeft geleid tot de volgende nadere rapporten en bevindingen, die in hoger beroep aan het dossier zijn toegevoegd.

- Het rapport ‘Onderzoek naar de aanwezigheid van dactyloscopische sporen’ van het NFI van 7 juli 2015.

Dit rapport houdt in dat in totaal acht dactyloscopische sporen zichtbaar waren op de stukken tape die waren aangetroffen in de woning perceel 24 op respectievelijk de vloer in de gang en op de tafel/bar tussen keuken en woonkamer ( [nummers] ), alsmede op de rol tape die was gevonden op de keukentafel ( [nummer 3] ). Foto’s van deze sporen zijn voor de identificatieprocedure verzonden naar de dienst Forensische Opsporing van de politie. Daarnaast zijn deze stukken tape bemonsterd voor DNA-onderzoek;

- Het ‘Rapport dactyloscopisch onderzoek’ van de politie van 16 juli 2015, met betrekking tot sporendrager [nummer 4] .

Dit rapport houdt in dat het dactyloscopisch onderzoek naar genoemd spoor heeft geleid tot individualisatie van het spoor op de verdachte.

- Het ‘Rapport dactyloscopisch onderzoek’ van de politie van 16 juli 2015 met betrekking tot sporendrager [nummer 3] #D04.

Dit rapport houdt in dat het dactyloscopisch onderzoek naar genoemd spoor heeft geleid tot individualisatie van het spoor op de verdachte.

- Het rapport ‘DNA-onderzoek, vingersporenonderzoek en souche-onderzoek aan tape naar aanleiding van een woningoverval in Amsterdam op 10 januari 2013’ van het NFI van 24 december 2015.

Dit rapport behelst ten eerste de resultaten van aanvullend onderzoek door het NFI, te weten nader onderzoek naar biologische sporen en DNA en een souche-onderzoek. Daarnaast bevat het rapport een evaluatie van alle in deze zaak uitgebrachte forensische onderzoeksrapporten.

Het hof zal dit rapport, vanwege het belang ervan voor het bewijs, thans uitvoerig bespreken.

Het NFI-rapport van 24 december 2015

Bij het aanvullend DNA-onderzoek werd op één van de op straat aangetroffen stukken tape een DNA-mengprofiel aangetroffen, waaruit een DNA-hoofdprofiel kon worden afgeleid van een man wiens DNA prominent in de bemonstering aanwezig was. Dit afgeleide DNA-hoofdprofiel bleek te matchen (met een matchkans met enig ander van minder dan 1 op 1 miljard) met het DNA-profiel van de verdachte. Daarnaast werden kenmerken aangetroffen die overeenkomen met het DNA-profiel van het slachtoffer [slachtoffer 3] , zonder dat sprake is van een ‘match’.

Uit de rapportage van het souche-onderzoek leidt het hof het volgende af.

Op basis van overeenkomende scheidingskenmerken van de onderzochte stukken tape is geconstateerd dat vier stroken (aangeduid als ‘groepen’) tape konden worden samengesteld waarvan de randen aan elkaar lijken te passen.

Groep 1 bestaat uit de rol tape en twee delen van de stukken tape die werden gevonden op straat. Op het tape op de rol bevindt zich een vingerspoor van de verdachte.

Groep 2 bestaat uit stukken tape afkomstig uit de prullenbak in de woonkamer en uit de afvalbak, waaronder het stuk tape waarop zich een met de verdachte matchend DNA-spoor bevindt.

Groep 4 bestaat uit stukken tape die gevonden zijn in de prullenbak in de woonkamer, de afvalbak en op straat, op welk laatste stuk eveneens een DNA-spoor is gevonden dat matcht met het DNA-profiel van de verdachte.

De conclusie van het NFI luidt dat de bevindingen van het souche-onderzoek extreem veel waarschijnlijker zijn, wanneer de voornoemde aangetroffen stukken tape, in de groepen en de volgorde zoals in het bij het rapport behorende schema weergegeven, oorspronkelijk één geheel hebben gevormd, dan wanneer dat niet zo was.

In het rapport zijn onder meer de volgende opmerkingen bij de bevindingen uit het souche-onderzoek opgenomen:

“Met betrekking tot groep 1 kan aangenomen worden dat de stukken tape, die een lengte vertegenwoordigen van circa 4,4 meter, aan de aangetroffen rol hebben vastgezeten. Op basis van de aanname dat de rol voorafgaande aan het incident regulier gebruikt is kunnen vingersporen die voorafgaande aan het incident op de tape terecht zijn gekomen alleen op de eerste circa 60 cm tape aanwezig zijn. Op de aangetroffen rol tape waar op basis van soucheonderzoek tijdens het incident minimaal 4,4 meter tape vanaf is gescheurd kunnen zich alleen vingersporen bevinden die tijdens het incident erop terecht zijn gekomen. (…) Met name het aantreffen van het vingerspoor van de verdachte [verdachte] [nummer 3] #D04 op de rol wordt alleen verwacht, wanneer verdachte de stukken tape van de groep 1 van de aangetroffen rol heeft gescheurd. Bij regulier gebruik van de rol tape (voorafgaande aan het incident) is het onder het door de verdediging geschetste scenario (…) immers niet mogelijk om op een afstand van meer dan 4,40 meter van het oorspronkelijke uiteinde van de rol tape een vingerspoor achter te laten bij gebruik van de rol voorafgaand aan het incident.”

Naast de bevindingen uit het aanvullend onderzoek bevat het rapport een evaluatie van deze aanvullende onderzoeken en de hierboven genoemde eerdere onderzoeken. Bij deze evaluatie zijn de resultaten die zijn verkregen uit die eerdere onderzoeken zonder meer overgenomen en niet door medewerkers van het NFI beoordeeld.

Voornoemde evaluatie heeft het NFI uitgevoerd in het licht van de volgende hypothesen:

Hypothese I: verdachte [verdachte] heeft de slachtoffers met tape vastgebonden

Hypothese II: een onbekende persoon heeft de slachtoffers met tape vastgebonden, verdachte [verdachte] heeft niets met het delict te maken.

De conclusie van het NFI met betrekking tot deze hypothesen luidt dat hypothese 1 – onder de voorliggende hypothesen – de enig mogelijke verklaring voor de bevindingen is.

Bespreking van het standpunt van de verdediging

Met betrekking tot hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht overweegt het hof het volgende.

Het hof is van oordeel dat het enkele feit dat in de onderzoeksaanvragen niet de naam van de verdachte, maar die van een zekere [naam 1] is genoemd, geen afbreuk doet aan de bevindingen van Verilabs en het NFI, nu niet is gebleken dat deze vermeldingen van invloed zijn geweest op de bevindingen uit het onderzoek.

Het hof is voorts van oordeel dat voldoende vaststaat dat de twee monsters met de nummers [nummer 2] en [nummer 1] de twee stukken tape betreft, die door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op 10 januari 2013 op aangeven van een getuige zijn aangetroffen op het voetpad van de [adres 2] , ter hoogte van perceel 68 (dossierpagina B 08 en B 09). Weliswaar ontbreekt in het dossier de in hun proces-verbaal aangekondigde kennisgeving van inbeslagneming, maar nu uit het souche-onderzoek is gebleken dat (delen van) deze stukken tape hebben vastgezeten aan in de woning aangetroffen tape, kan het naar het oordeel van het hof niet anders dan dat het de op straat aangetroffen stukken tape betreft, waarmee [slachtoffer 3] geboeid is geweest.

Voorts ziet het hof geen reden te twijfelen aan het door Verilabs gevonden volledige DNA-profiel van de verdachte. Dat het NFI op hetzelfde stuk tape slechts mengprofielen heeft gevonden, laat zich verklaren doordat het NFI het tape niet op dezelfde plaatsen heeft bemonsterd als Verilabs (p. 6 van het rapport van 24 december 2015).

Het hof geeft de raadsvrouw toe dat de rapportage een tegenstrijdigheid bevat waar het bemonstering #D04 op het stuk tape van de rol betreft. Het hof is echter, anders dan de raadsvrouw, van oordeel dat voor de bewijsvraag niet van belang is of dit spoor zich op de rug- of de kleefzijde bevindt, zolang aan de juistheid van conclusie dat het spoor aan de verdachte moet worden toegeschreven geen twijfel bestaat, hetgeen niet het geval is.

Conclusie

Het hof constateert dat op grond van alle zich thans in het dossier bevindende rapportage moet worden vastgesteld dat de verdachte meerdere sporen heeft achtergelaten op de tape die bij de woningoverval is gebruikt om de slachtoffers te boeien. De kans dat de DNA-sporen op het stuk tape dat is gevonden in de afvalbak en op het stuk tape dat is gevonden op straat ( [nummer 1] ), niet van de verdachte zijn is verwaarloosbaar klein. Voorts zijn afdrukken van zijn vinger/handpalm gevonden op de rol tape op een plaats die uitsluit dat deze daarop kan zijn geplaatst vóór het plegen van de onderhavige feiten. Ook op de tape die werd gevonden op de tafel/bar bevond zich een vingerspoor van de verdachte, waarvoor geen andere redelijke verklaring denkbaar is dan dat deze daarop is terechtgekomen ten tijde van de overval.

Desgevraagd heeft de verdachte voor de aanwezigheid van deze sporen geen andere, aannemelijke, verklaring gegeven.

Gelet hierop is het hof van oordeel dat, mede gelet op de overige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte het hem onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 10 januari 2013 te Amsterdam, in een woning perceel [adres 2] , tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer € 460,-- en drie laptops en een digitale camera toebehorende aan [slachtoffer 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld bij genoemde diefstal hierin bestonden, dat hij verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en dreigend

- die woning, perceel [adres 2] , zijn binnengedrongen en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 3] en/of die De [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] heeft gericht en/of voorgehouden en

- met dat vuurwapen en/of een honkbalknuppel tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] heeft/hebben geschopt en

- een mes tegen de hals van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gehouden en

- de handen en/of de monden van die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 2] en die De [slachtoffer 5] en die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 7] met tape heeft/hebben vastgebonden en/of afgeplakt en

- die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 2] en die De [slachtoffer 5] en die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 7] heeft/hebben gedwongen op de buik te gaan liggen en

- heeft/hebben gezegd: "Where is the money, where is the coke" en/of "Ok if they don't have coke or money, we take everything else" en/of "I"ll kill you, I"kill for fun", en

- tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd dat zij zijn vingers gingen afhakken en

- die [slachtoffer 3] hebben gedwongen mee te gaan naar perceel [adres 3] en kamers heeft/hebben doorzocht;

2.
hij op 10 januari 2013 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] en De [slachtoffer 5] en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 7] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die woning perceel [adres 2] binnengedrongen en

- een vuurwapen op die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die de [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 7] gericht en/of voorgehouden en

- met dat vuurwapen en/of een honkbalknuppel tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] geslagen en

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] geschopt en

- een mes tegen de hals van die [slachtoffer 3] gehouden en

- de handen en/of de monden van die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 2] en die De [slachtoffer 5] en die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 7] met tape vastgebonden en/of afgeplakt en

- die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 2] en die De [slachtoffer 5] en die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 7] gedwongen op de buik te gaan liggen e

- gezegd: "Where is the money, where is the coke" en/of "Ok if they don't have coke or money, we take everything else" en/of "I"ll kill you, I"kill for fun", en

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd dat zij zijn vingers gingen afhakken en

- die [slachtoffer 3] gedwongen mee te gaan naar perceel [adres 3] .

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

telkens: medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde vrijgesproken.

Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van het voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich, met onbekend gebleven anderen, schuldig gemaakt aan een woningoverval waarbij bruut geweld is gebruikt. Nadat de verdachte en zijn mededaders de woning onder valse voorwendselen waren binnen gedrongen hebben zij de vijf in de woning aanwezige personen gedwongen te gaan liggen en geboeid met tape. Een buurman die op het lawaai afkwam werd eveneens bedreigd en geboeid. De weerloze slachtoffers werden ernstig bedreigd, geschopt en (tot bloedens toe) geslagen met het vuurwapen, de honkbalknuppel en een mes. De daders riepen daarbij om cocaïne en geld. Ze hebben de woning doorzocht en zijn na ongeveer een half uur met geld en goederen vertrokken. De slachtoffers hebben doodsangsten uitgestaan, hetgeen naar voren komt uit de door hen afgelegde verklaringen. De ervaring leert dat een dergelijk feit langdurige nadelige psychische effecten tot gevolg kan hebben. Het hof rekent dit de verdachte zeer zwaar aan. Dat het ging om een krakerswoning waarin mogelijk drugs werden verhandeld, doet aan de ernst van de feiten niet af. Ook in een dergelijke woning mogen de bewoners geacht worden zich veilig te voelen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 8 april 2016 is hij eerder veelvuldig voor onder meer vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld.

Het hof acht een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een dergelijk ernstig feit onontkoombaar. De verdachte heeft ervoor gekozen geen verklaring omtrent het gebeurde af te leggen waardoor het hof geen inzicht heeft verkregen in wat hem ertoe heeft gebracht een dergelijk ernstig feit, waaraan hij zich niet eerder heeft schuldig gemaakt, mede te plegen. Dat de verdachte, zoals de raadsvrouw heeft aangevoerd, bij het plegen van de overval de kleinste rol had, is niet komen vast te staan. Het hof ziet, nu ook met betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, dan ook geen strafmatigende omstandigheden waarmee het rekening zou dienen te houden.

Het hof is van oordeel dat, hoewel de behandeling in hoger beroep iets langer dan twee jaar heeft geduurd, geen sprake is van schending van de redelijke termijn. In hoger beroep heeft uitvoerig nader forensisch onderzoek plaatsgevonden, waarbij meerdere onderzoeksterreinen werden bestreken en de resultaten van de betreffende onderzoeken in onderlinge samenhang door het NFI zijn geëvalueerd. Hoewel het onderzoek wellicht voortvarender had kunnen plaatsvinden, ziet het hof in het tijdsverloop dat hiermee gemoeid is geweest geen aanleiding tot strafvermindering.

Het hof is van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten als ongelijksoortige, en derhalve op zichzelf staande, handelingen dienen te worden beschouwd, zodat sprake is van meerdaadse samenloop. Gelet op de gelijktijdigheid van deze handelingen ziet het hof echter geen aanleiding tot het opleggen van een hogere straf dan wanneer het slechts de strafbepaling van artikel 312 Sr had toegepast.

Het hof acht, alles afwegende en mede gelet op de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 57, 63, 282 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E.M. Röttgering, mr. H.S.G. Verhoeff en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van mr. F. Hardonk-Kruiswijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

4 mei 2016.

De oudste en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[.......]

[.......]

[.......]

[.......]

[.......]

[.......]

[.......]

[.......]

[.......]

[.......]

[.......]

[.......] [.......] [.......]

[.......] [.......] [.......]

[.......] [.......] [.......]

[.......]

[.......] [.......] [.......]

[.......]

[.......] [.......]

[.......] [.......] [.......] [.......]

[.......] .

Bijlage bewijsmiddelen

Bewijsmiddelen

1. Een proces-verbaal van 11 januari 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] . (pol dossier pag 1 t/m 3). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als de op 10 januari 2013 tegenover verbalisant voornoemd afgelegde verklaring van [slachtoffer 3] :

Ik was op 10 januari 2013 bij mijn vriendin [slachtoffer 6] (hof begrijpt: [slachtoffer 1] ) op de [adres 2] (hof begrijpt: te Amsterdam). Er werd op de deur geklopt en ik deed de deur open. Ik zag een negroide man met een vuurwapen in zijn hand. Gelijk achter hem kwam nog een negroide man met een honkbalknuppel naar binnen. Iedereen moest op de grond gaan zitten. De handen van alle aanwezige personen werden op hun rug vastgemaakt met duck-tape. Iedereen moest op de buik liggen.

Ik moest in de hoek zitten. Ik voelde dat ik werd geschopt. Ik ben meer keren met het vuurwapen op mijn hoofd geslagen. Het vuurwapen werd tegen mijn hals gedrukt. Ook voelde ik dat er een mes in mijn hals werd gedrukt. Ik ben meermalen geslagen met de honkbalknuppel. Ik ben op mijn hele lichaam geraakt. Ik zag dat de buurman [slachtoffer 7] (hof begrijpt [slachtoffer 7] ) naar binnen werd gedrukt. Ook hij werd vastgebonden en moest op de grond liggen. Ik moest met de verdacht mee die het vuurwapen vasthield. We gingen naar de woning van [slachtoffer 7] . Ik werd meermalen geslagen met het vuurwapen.

Op een gegeven moment werd de verdachte met het vuurwapen geroepen en was ik alleen. Ik ben toen naar buiten gerend.

2. Een proces-verbaal van 16 januari 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 2] en [opsporingsambtenaar 3] . (pol dossier pag 14 t/m 19). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van [slachtoffer 6]

Ik woon op de [adres 2] (hof begrijpt: te Amsterdam). Er wonen daar nog drie andere personen dat zijn [slachtoffer 4] , en een stel genaamd [slachtoffer 5] (hof begrijpt: [slachtoffer 5] ) en [slachtoffer 2] . Op 10 januari 2013 werd aangebeld aan de voordeur. Mijn vriend deed open.

Op 10 januari 2013 stapten drie onbekende mannen naar binnen. NN2 duwde direct een hand op mijn mond en duwde me op de grond. Ik ontwaarde dat hij een pistool in zijn hand had. Ik kreeg een klap van hem met het pistool. NN2 werd [naam 2] genoemd. Hij had de leiding. Hij was breed en gespierd, gouden tand, rond gezicht, leren ogende jas met grote capuchon en bontkraag, handschoenen, hese stem, ongeveer 30 jaar oud. Toen ik de woonkamer werd binnen gesleept zag ik een derde onbekende man. Ik zag dat hij een honkbalknuppel vasthield. Hij stond bij mijn vriend [slachtoffer 3] . Er was ook nog een vierde onbekend man in de woning.

Toen alle mensen van boven naar beneden waren gehaald legden ze ons op de grond. Ik zag dat [slachtoffer 7] naar binnen waren gebracht. [slachtoffer 7] is de buurman. NN2 heeft onze handen achter onze rug vastgetaped met tape en onze mond afgeplakt. De mannen waren agressief naar ons. Ik zag dat ze mijn vriend schopten. Ikzelf ben meermalen met een honkbalknuppel geslagen tegen mijn hoofd. Op een gegeven moment zei NN3: I’ll kill you, I’ll kill for fun”. Op een gegeven moment eisten de mannen van ons telefoons en geld. Uiteindelijk is van mij weggenomen: € 350,00 a 400,00 euro en zestig euro uit mijn portemonnee, drie lap toppen en een camera. Al deze goederen zijn mijn eigendom. Ze hebben ook nog spullen van de andere bewoners weggenomen. Op een gegeven moment dreigden ze een vinger van mijn vriend af te snijden.

Hierna namen ze mijn vriend mee. Waarheen is mij onbekend. Er gingen een aantal minuten voorbij. De buurman was de eerste die overheid kwam en vroeg of ze weg zijn. Ik kon mezelf bevrijden. Ik denk dat het hele voorval ongeveer veertig minuten heeft geduurd.

3. Een proces-verbaal van 10 januari 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar D. Sijmons. (pol dossier pag 31 en 32). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van [slachtoffer 2] [slachtoffer 2] [slachtoffer 2]:

Ik was thuis op de H.J. E. [adres 2] (hof begrijpt: te Amsterdam. Ik woon daar samen met mijn vriendin [slachtoffer 5] (hof begrjipt; [slachtoffer 5] ). We waren aan het tv kijken. Ik hoorde breekgeluiden. Plots ging de deur open en ik zag een grote zwarte man staan met een honkbalknuppel. De man riep “Dit is een overval”.

De man duwde ons de huiskamer in. Alle bewoners, vier personen, zaten daar al. Er waren in totaal vier daders, allemaal hadden ze een honkbalknuppel bij zich en één van hen had een pistool. Iedereen kreeg tape om zijn polsen en handen en de handen werden achter de rug gebonden. Ik kreeg tape over mijn mond. Ik lag op de bank. Ik was bang. Ik deed mijn ogen dicht en kreeg een klap naast mijn linkeroog met een honkbalknuppel.

4. Een proces-verbaal van 18 januari 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 4] . (pol dossier pag 34 t/m 37). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van [slachtoffer 5] [slachtoffer 5]

Ik was samen met mijn vriend. Ik hoorde dat er op onze kamerdeur werd geklopt. Ik hoorde “sta op, waar is het fucking geld?” Ik zag dat [slachtoffer 2] uit de broekzak van zijn spijkerbroek geld pakte en dit aan de man gaf. De man had een zwarte jas aan. Ter hoogte van zijn linkerborst was een oranje streepje. Hij had een honkbalknuppel in zijn hand. De man gaf ons de opdracht naar de woonkamer te gaan. Ik zag dat een medebewoner, [slachtoffer 4] , door een ander overvaller naar beneden werd gebracht.

Ik zag dat alle aanwezige personen in de woning, in de woonkamer zaten. Dit waren [slachtoffer 6] (hof begrijpt: [slachtoffer 1] ), [slachtoffer 4] , [slachtoffer 3] (hof begrijpt: [slachtoffer 3] ). Ik zag dat er nog twee overvallers stonden. Ik zag dat één van hen een pistool vast hield. Ik zag dat de overvaller zijn pistool richtte op [slachtoffer 4] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 3] .

NN 2 heeft duck-tape over mijn mond geplakt. Vervolgens moest ik gaan liggen en werd mijn hand op mijn rug vastgemaakt met duck-tape. Ik zag dat de duck-tape van een rol kwam. Ik was heel erg bang. Er werd een vuurwapen op mij gericht.

Hierop werd aan iedereen gevraagd waar de cocaine was en het geld. Mij werd het ook gevraagd. Op dit moment hield een van de daders het vuurwapen heel dicht bij mijn gezicht.

Ik heb ook gezien dat [slachtoffer 2] ( [slachtoffer 2] [slachtoffer 2] ) met de honkbalknuppel werd geslagen. Ik zag dat hij hem in zijn gezicht en tegen zijn lichaam sloeg. Ik zag dat een andere dader de anderen, die op de grond lagen, schopte.

Op een gegeven moment zag ik dat buurman [slachtoffer 7] (hof begrijpt [slachtoffer 7] ) ook in de woning was. Hij werd vastgebonden. Ik zag dat NN1 zijn pistool richtte op zijn hoofd.

Toen werd [slachtoffer 3] meegenomen. Ze zeiden dat er een mes meegenomen moest worden en dat ze zijn vingers zouden afhakken.

NN1 en NN2 waren de leiders. Het hele voorval heeft ongeveer twintig tot veertig minuten geduurd.

Degene die bij ons op de duur klopte was dacht ik Surinaams. Hij was ongeveer 175 – 180 cm lang. Gespierd postuur. Hij had donkere jas aan met capuchon met bont. Onder zijn jas had hij nog een jas aan. Ter hoogte van de linkerborst zat een oranje streep.

Degene die de tape om mijn polsen deed noemde zichzelf Mister Nice Guy. Hij was ongeveer 175 cm lang. Slank en sportief postuur. Hij had opvallend dunne wenkbrauwen en de lichtste huidskleur van alle daders.

5. Een proces-verbaal van 10 januari 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5] . (pol dossier pag 24 t/m 26). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van [slachtoffer 4]:

Zij duwden mij de woonkamer in. Iedereen die in huis woont was daar. Een had een pistool. Ik zag ongeveer vier overvallers. Zij lieten ons met het gezicht naar beneden op de grond liggen. Wij weden met ons handen op ons rug vastgebonden. Ik kreeg tape op mijn mond. Ik werd geschopt en ik zag dat ik werd geslagen met een honkbalknuppel, Ik zag dat ze laptop’s en phones (hof begrijpt: mobiele telefoontoestellen) meenamen.