Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1769

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-05-2016
Datum publicatie
04-05-2016
Zaaknummer
23-002975-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Winkeldiefstal. Recidive. Afwijzing taakstraf wegens grote kans op mislukking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-002975-15

datum uitspraak: 4 mei 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 juli 2015 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-706393-15 (A) en 13-706177-15 (B) en 13-703050-14 (C), alsmede 13-701041-13 (TUL) tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

[adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 april 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak A (met parketnummer 13-706393-15):

zij op of omstreeks 26 mei 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen vijf, in elk geval een of meer, lamp(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn (vestiging Gulden Winckelplantsoen), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Zaak B (met parketnummer 13-706177-15 (gevoegd)):

zij op of omstreeks 23 februari 2015 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen fruitspread en/of nescafe, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de firma Albert Heijn (Jan Evertsenstraat), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Zaak C (met parketnummer 13-703050-14 (gevoegd)):

zij op of omstreeks 24 oktober 2014 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fles parfum, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de firma Douglas (Osdorpplein), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Overweging omtrent het bewijs in zaak B

De verdachte heeft hetgeen haar in zaak B is ten laste gelegd ontkend en aangevoerd dat zij de betreffende goederen per ongeluk in haar tas heeft gedaan, in plaats van in het mandje dat zij bij zich droeg, en dat zij is vergeten deze goederen af te rekenen.

Het hof acht deze verklaring onaannemelijk, gelet op het feit dat bij het bekijken van de camerabeelden, gemaakt in de Albert Heijn op het moment dat de verdachte daar winkelde, zichtbaar is dat zij twee maal haar winkelmand omhoog hield en aldus ruimte creëerde tussen die mand en haar schoudertas, waarna zij het goed telkens in die tas stopte. Bij de kassa heeft zij voorts de goederen in haar winkelmand wel ter betaling aangeboden en deze vervolgens eveneens in haar tas gestopt, terwijl zij de goederen in haar tas niet heeft betaald. Het hof is van oordeel dat op grond hiervan kan worden vastgesteld dat de verdachte welbewust heeft gehandeld en acht derhalve bewezen dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A (met parketnummer 13-706393-15) en in zaak B (met parketnummer 13-706177-15) en in zaak C (met parketnummer 13-703050-14) ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak A (met parketnummer 13-706393-15):
zij op 26 mei 2015 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee lampen, toebehorende aan Albert Heijn, vestiging Gulden Winckelplantsoen;

Zaak B (met parketnummer 13-706177-15 (gevoegd)):
zij op 23 februari 2015 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen fruitspread en Nescafé, toebehorende aan de firma Albert Heijn, (Jan Evertsenstraat;

Zaak C (met parketnummer 13-703050-14 (gevoegd)):
zij op 24 oktober 2014 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fles parfum, toebehorende aan de firma Douglas (Osdorpplein).

Hetgeen in zaak A (met parketnummer 13-706393-15) en in zaak B (met parketnummer 13-706177-15) en in zaak C (met parketnummer 13-703050-14) meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A (met parketnummer 13-706393-15) en in zaak B (met parketnummer 13-706177-15) en in zaak C (met parketnummer 13-703050-14) bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in zaak A (met parketnummer 13-706393-15) bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het in zaak B (met parketnummer 13-706177-15) bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Het in zaak C (met parketnummer 13-703050-14) bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in A (zaak met parketnummer 13-706393-15) en in zaak B (met parketnummer 13-706177-15) en in zaak C (met parketnummer 13-703050-14) bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak A, B en C bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken met aftrek van de tijd die zij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A, B en C ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken met aftrek van de tijd die zij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich telkens schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstallen zijn hinderlijke feiten, die voor de desbetreffende winkeliers overlast meebrengen. De verdachte heeft er aldus blijk van gegeven het eigendomsrecht van anderen niet te respecteren.

De raadsman heeft verzocht, mede gelet op de zeer zorgelijke medische toestand van de partner van de verdachte, aan haar een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, al dan niet in combinatie met een werkstraf, op te leggen. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat met de door de raadsman bepleite strafmodaliteit niet kan worden volstaan.

Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat de verdachte blijkens een haar betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 8 april 2016 reeds meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van winkeldiefstallen. Daaruit blijkt bovendien dat aan de verdachte eerder een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd, ter zake waarvan thans is gebleken dat zij zich voor het einde van de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Het hof heeft voorts in aanmerking genomen het reclasseringsadvies van 29 mei 2015 van Inforsa, opgemaakt door reclasseringswerker [...] , waarin een zorgelijk beeld van de verdachte wordt geschetst. Zo komt daaruit naar voren dat de verdachte weinig probleembesef lijkt te hebben, dat zij oplossingen en verantwoordelijkheden buiten zichzelf legt en dat zij niet open lijkt te staan voor hulpverlening en begeleiding. Het hof heeft ook geconstateerd dat voornoemd advies tot stand is gekomen op basis van dossierinformatie, aangezien de verdachte meermalen - zonder nader bericht - niet op afspraken is verschenen en voorts dat meerdere aan de verdachte opgelegde werkstraffen zijn geretourneerd omdat de verdachte zich niet aan de gemaakte afspraken heeft gehouden.

Het hof ziet een bevestiging van dit beeld in het feit dat de verdachte het hof ter terechtzitting in hoger beroep via haar raadsman liet weten wegens bromfietspech niet tijdig aanwezig te kunnen zijn, maar vervolgens een later aanvangstijdstip die ochtend, dat werd voorgesteld teneinde haar in de gelegenheid te stellen alsnog te kunnen verschijnen, evenmin haalbaar achtte. Het hof acht de kans op mislukking van een taakstraf, het voorgaande in aanmerking nemend, groot.

Het hof acht, alles afwegende, oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter Amsterdam van 16 januari 2013 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A (met parketnummer 13-706393-15) en in zaak B (met parketnummer 13-706177-15) en in zaak C (met parketnummer 13-703050-14) ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in zaak A (met parketnummer 13-706393-15) en in zaak B (met parketnummer 13-706177-15) en in zaak C (met parketnummer 13-703050-14) bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 16 januari 2013, parketnummer 13-701041-13, te weten van: gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. A.E.M. Röttgering en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 mei 2016.

Mrs. Iedema en Plaisier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.