Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1765

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-05-2016
Datum publicatie
09-05-2016
Zaaknummer
23-004451-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal door twee of meer verenigde personen, medeplegen van poging tot afpersing en opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-004451-15

datum uitspraak: 3 mei 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 23 oktober 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-680066-15 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

adres: [adres 1],

thans gedetineerd in P.I. Lelystad te Lelystad.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover in hoger beroep van belang – ten laste gelegd dat:

2.
hij op of omstreeks 16 juni 2015 te Hoofddorp, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan perceel [adres 2]) heeft weggenomen

- 3, in elk geval één of meer telefoon(s) (merk(en) Iphone, Blackberry en/of LG)

en/of

- één of meer horloge(s) (merk ICE en/of Ebel)

en/of

- verschillende (gouden) sieraden

en/of

- een fotocamera,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3.
hij op of omstreeks 05 juni 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of [betrokkene] en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 10.000 euro, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- ( naar de telefoon van) voornoemde [slachtoffer 2] één of meer sms-bericht(en) heeft gestuurd met de tekst(en) "er is sprake van een schuld. Wanneer heb je het klaar liggen" en/of "Als je NEE ik geef het niet zegt, zeg het dan gewoon openlijk zodat ik mij daarop kan voorbereiden als ik eraan kom", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer 2] heeft gebeld en heeft gezegd "jij wilt problemen, jij krijgt problemen" en/of "jij moet hem betalen" en/of "gaan we zien wat ik met jouw hoofd ga doen" en/of "Als je het geld niet geeft dan breek ik je kop", althans woorden gelijke aard en/of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 05 juni 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd; "Als je NEE ik geef het niet zegt zeg het dan gewoon openlijk zodat ik mij daarop kan voorbereiden als ik eraan kom" en/of "jij wilt problemen, jij krijgt problemen" en/of "jij moet hem betalen" en/of "Gaan we zien wat ik met jouw hoofd ga doen" en/of "Als je het geld niet geeft dan breek ik je kop", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.
hij op of omstreeks 05 juni 2015 te Badhoevedorp, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft verkocht of afgeleverd of verstrekt (aan [naam 1]) of vervoerd en/of voorhanden heeft gehad (ongeveer) 0,64 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne.

Het hof verstaat hierbij het onder 3 cumulatief/alternatief (en/of) ten laste gelegde als alternatief ten laste gelegd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 4

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij op 5 juni 2015 tijdens een bezoek aan het detentiecentrum hasj aan [naam 1] heeft verstrekt. De verdachte heeft echter ontkend dat hij die dag tevens cocaïne aan hem heeft verstrekt.

Het hof gaat uit van de navolgende feiten en omstandigheden.

Uit een opgenomen telefoongesprek tussen de verdachte en de gedetineerde [naam 2] van maandag 1 juni 2015 te 20.02 uur blijkt dat de verdachte tegen [naam 2] heeft gezegd dat hij het gekocht heeft en het vrijdag zal meenemen. [naam 2] vroeg hem om twee dingen mee te nemen, dat ene wat de verdachte had gekocht en datgene wat hij had gemaakt1. Op 4 juni 2015 om 17.17 voeren de verdachte en [naam 2] wederom een telefoongesprek. Daarin zegt de verdachte dat [vriendin] (zijn vriendin) het heeft gevonden en door de wc heeft gegooid. [naam 2] zegt dat de verdachte voor nieuwe moet zorgen omdat [naam 2] het aan die ander heeft beloofd. De verdachte zegt dat hij niet zonder zal komen2.

Op de camerabeelden die zijn gemaakt bij het detentiecentrum, tijdens het bezoek van de verdachte, is te zien dat de verdachte meerdere malen lichamelijk contact heeft met [naam 1]. Tevens is te zien dat [betrokkene] op hetzelfde moment naast de verdachte zit en contact heeft met [naam 2]. Na het bezoek van de verdachte in het detentiecentrum is [naam 1] door de bewaarders gevisiteerd. Hierbij zijn een op hasj gelijkende substantie en een wit klein envelopje met vermoedelijk cocaïne in de mond van [naam 1] aangetroffen3.

Het hof is gelet op voorgaande feiten en omstandigheden, in onderling verband en in samenhang bezien, van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte op 5 juni 2015 ook de cocaïne aan [naam 1] heeft verstrekt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.
hij op 16 juni 2015 te Hoofddorp tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan perceel [adres 2] heeft weggenomen

- 3 telefoons, merken Iphone, Blackberry en LG en

- horloges, merk ICE en Ebel en

- verschillende gouden sieraden en

- een fotocamera,

toebehorende aan [slachtoffer 1];

3.
hij op 5 juni 2015 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om [betrokkene] wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 10.000 euro, toebehorende aan [slachtoffer 2],

- naar de telefoon van voornoemde [slachtoffer 2] sms-berichten heeft gestuurd met de teksten "er is sprake van een schuld. Wanneer heb je het klaar liggen" en "Als je NEE ik geef het niet zegt, zeg het dan gewoon openlijk zodat ik mij daarop kan voorbereiden als ik eraan kom"

en

- vervolgens [slachtoffer 2] heeft gebeld en heeft gezegd "jij wilt problemen, jij krijgt problemen" en "jij moet hem betalen" en "gaan we zien wat ik met jouw hoofd ga doen";


4.
hij op 5 juni 2015 in Nederland opzettelijk heeft verstrekt aan [naam 1] ongeveer 0,64 gram cocaïne.

Hetgeen onder 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van poging tot afpersing.

Het in onder 4 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 2, 3 cumulatief en 4 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd zal blijven onder toezicht van de Top600 casusregisseur en de door of namens die Top600 casusregisseur te geven aanwijzingen opvolgt, zolang de Top600 casusregisseur dat nodig acht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich met een ander schuldig gemaakt aan diefstal van verschillende goederen uit een woning. Hij heeft daarbij materiële en immateriële schade toegebracht aan het slachtoffer. De verdachte is actief en weloverwogen samen met een ander op inbrekerspad gegaan naar aanleiding van een tip dat de achterdeur niet op slot was. Woninginbraken vormen zeer ernstige inbreuken op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers en met name die inbraken zijn een zeer sterke bron voor de versterking van de gevoelens van onveiligheid in de samenleving, hetgeen de strafwaardigheid verhoogt.

Voorts heeft de verdachte op verzoek van een ander geprobeerd om iemand af te persen tot betaling van tienduizend euro door hem te bellen en te sms-en. Die persoon is daar zo bang van geworden, dat hij – ondanks dat er volgens hem geen sprake was van een schuld – bereid was dat geldbedrag te betalen.

Ten slotte heeft de verdachte cocaïne verstrekt aan een ander, terwijl die ander zich in detentie bevond. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof waaraan gebruikers gemakkelijk verslaafd raken, met alle gevolgen voor de gebruikers en voor de maatschappij van dien, zoals het begaan van strafbare feiten die gepleegd worden om aan geld te komen voor de aanschaf van cocaïne. Bovendien zijn verdovende middelen binnen detentiecentra een oorzaak van onrust en geweld.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 april 2016 is hij eerder voor strafbare feiten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Het hof heeft kennis genomen van reclasseringsadviezen van 11 augustus 2015 en 11 april 2016 en heeft in aanmerking genomen hetgeen ter terechtzitting van het hof door de regisseur Top 600, [regisseur], naar voren is gebracht. Dit houdt onder meer in dat er reeds vanuit de Top 600 een vorm van begeleiding plaatsvindt.

Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan [naam 3] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1.00

STK Personenauto 70-SZ-LK, Volkswagen Polo, zwart, [nummer 1] (nummer 6 op de beslaglijst).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1.00

STK Zaktelefoon, zwart, Blackberry, [nummer 2] (nummer 1 op de beslaglijst);

1.00

STK Computer, zilver, HP Steam, [nummer 3] (nummer 2 op de beslaglijst);

1.00

STK Pas, oranje, ING, op naam van Cetin, [nummer 4] (nummer 3 op de beslaglijst);

1.00

STK Zaktelefoon, rood, Samsung, [nummer 5] (nummer 4 op de beslaglijst);

1.00

STK Slot, cilinderslot [nummer 6] (nummer 5 op de beslaglijst).

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.A. Hartsuiker, mr. J.D.L. Nuis en mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 mei 2016.

1 Proces-verbaal van bevindingen met nummer [nummer 7] van 2 juni 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] (zaaksdossier Drugs in de PI, dossierpagina’s 15-17).

2 Proces-verbaal van bevindingen drugs naar detentiecentrum Schiphol met nummer [nummer 7] van 23 juni 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] (zaaksdossier Drugs in de PI, dossierpagina’s 1-5).

3 Proces-verbaal van bevindingen drugs naar detentiecentrum Schiphol met nummer [nummer 7] van 23 juni 2015, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] (zaaksdossier Drugs in de PI, dossierpagina’s 1-5).