Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1660

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-03-2016
Datum publicatie
04-05-2016
Zaaknummer
23-000786-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terugwijzing Hoge Raad. Gebruik verklaring anonieme getuige. Vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000786-12

datum uitspraak: 18 maart 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 7 februari 2012 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 februari 2009 in de strafzaak onder parketnummer 13‑447988-08 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1985,

adres: [adres 1].

Procesgang

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van voorarrest.

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 4 juni 2010 het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan en de verdachte voor het – na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep – onder 1 primair en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van voorarrest.

De verdachte heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 7 februari 2012 het arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd, en de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teruggewezen teneinde, met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad, deze op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en na terugwijzing naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 maart 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1 primair:

hij op of omstreeks 18 december 2008 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (woning)pand (perceel [adres 2]) heeft weggenomen een (portable) computer (merk: Packard Bell), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zichde toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door van/in voornoemd (woning)pand (aan de voorzijde) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp een raam open te wrikken en/of te forceren, althans door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

1 subsidiair:

hij op om omstreeks 18 december 2008 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (woning)pand (perceel [adres 2]) weg te nemen enig geld of goed van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen door middel van braak en/of inklimming, met zijn mededader, naar dat pand is toegegaan en hij, verdachte en/of zijn mededader(s) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, een raam heeft open gewrikt en/of heeft geforceerd, althans door middel van braak verbreking en/of inklimming, waarna verdachte en/of zijn mededader(s) door het geopende raam het pand heeft/hebben betreden terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


2:
hij op of omstreeks 18 december 2008 te Amsterdam voorhanden heeft gehad een gasbusje (met opschrift: Euro-Paralisant original CS-gas body-gard 1 billiarde), zijnde een voorwerp dat bestemd is voor het treffen van personen met (een) verstikkende, weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen), in elk geval een wapen in de zin van de Wet Wapens en Munitie van Categorie II, genoemd onder 6.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof, anders dan de rechtbank, de verdachte zal vrijspreken van het onder 1 tenlastegelegde.

Vrijspraak

Op 18 december 2008 is bij een inbraak in een woning aan de [adres 2] te Amsterdam een laptop ontvreemd. Een getuige, die anoniem wenste te blijven, heeft waargenomen dat op die dag rond 15:00 uur een tweetal mannen zich op verdachte wijze ophield bij voornoemde woning. Naar aanleiding van onder meer het signalement dat de anonieme getuige opgaf is korte tijd later de verdachte aangehouden. De getuige is op de voet van art. 190 tweede lid, Sv bij de rechter-commissaris gehoord, waarbij de verdediging in de gelegenheid is geweest tot het stellen van vragen over hetgeen de getuige heeft waargenomen. Andere vragen zijn aldaar door de rechter-commissaris belet. In hoger beroep heeft de verdediging verzocht de getuige ter terechtzitting te horen, teneinde diens motieven en betrouwbaarheid te kunnen toetsen.

De raadsman heeft na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad (wederom) verzocht de anonieme getuige op te roepen voor de terechtzitting, nu het bekend worden van de identiteit van de getuige van belang zou zijn om diens betrouwbaarheid vast te stellen. Dat verzoek is toegewezen en de raadsheer-commissaris heeft de getuige, waarvan inmiddels de naam bekend was, meermalen opgeroepen te verschijnen. De getuige is telkens niet verschenen. Inmiddels heeft de getuige zich uitgeschreven uit de gemeentelijke basisadministratie en is geen nieuw adres van hem bekend. Nu geen verdere persoonsgegevens van de getuige bekend zijn is het, mede gelet op het vorenstaande, onaannemelijk dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn zal verschijnen en ziet het hof geen heil in verdere oproeping van deze getuige. Aldus kan noch het hof, noch de verdediging, noch het openbaar ministerie deze getuige verder bevragen en kan de betrouwbaarheid van zijn verklaring niet nader worden vastgesteld.

De rechtstreekse betrokkenheid van de verdachte bij de ten laste gelegde inbraak berust voornamelijk op de verklaring van deze getuige. De enkelvoudige spiegelconfrontatie waarbij de verdachte door de zelfde getuige is herkend vormt onvoldoende ondersteuning, mede nu er geen aanwijzing is dat de getuige de verdachte kende. Ook het op de vensterbank aangetroffen voetspoor, dat niet nader forensisch is onderzocht, vormt onvoldoende aanvullend bewijs. Al met al bestaat onvoldoende bewijs dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan. Hij moet daarvan dan ook worden vrijgesproken. Hieraan doet niet af dat de verdachte kort na de inbraak in de buurt is aangetroffen en hij voor zijn aanwezigheid aldaar geen geloofwaardige verklaring heeft gegeven.

Nu het hof, in navolging van het requisitoir van de advocaat-generaal, tot vrijspraak komt voor het onder 1 tenlastegelegde kunnen de daarop betrekking hebbende verweren verder onbesproken blijven.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2:
hij op 18 december 2008 te Amsterdam voorhanden heeft gehad een gasbusje met opschrift: Euro-Paralisant original CS-gas body-gard 1 billiarde, zijnde een voorwerp dat bestemd is voor het treffen van personen met een verstikkende, weerloosmakende en traanverwekkende stof.

Hetgeen onder 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met een wapen van categorie II.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot betaling van een geldboete van € 360,- subsidiair 7 dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte was in het bezit van een verboden wapen in de vorm van een busje traangas. Het ongecontroleerde bezit van dergelijke wapens dient te worden bestreden. De geldboete waartoe de advocaat-generaal heeft gerekwireerd, vormt daarvoor in beginsel een passende bestraffing.

Het hof constateert echter ook dat het feit in kwestie thans meer dan 7 jaar geleden is, dat de verdachte thans een heel ander leven lijkt te leiden dan destijds het geval was en dat hij voorts, op enige verkeersfeiten in 2009 en 2010 na, niet meer met justitie in aanraking is geweest, zo blijkt uit het op hem betrekking hebbende Uittreksel Justitiële Documentatie van 19 februari 2016.

Het hof zal daarom, alles afwegende, de door de advocaat-generaal gevorderde geldboete in geheel voorwaardelijke vorm opleggen, met daaraan verbonden een proeftijd van één jaar.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 360,00 (driehonderdzestig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 1 (één) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- grijze jas (trainingsjack met opdruk)

- paar bruine handschoenen

- paar zwarte schoenen, Dolce en Gabbana

- paar zwarte schoenen, Nike.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- reisabonnement op naam van [naam] (1800455575).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. M.M.H.P. Houben en mr. J.L. Bruinsma, in tegenwoordigheid van mr. A.M.R. Karsemeijer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 maart 2016.

Mr. M.M.H.P. Houben is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]