Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1654

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-02-2016
Datum publicatie
04-05-2016
Zaaknummer
23-001756-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zware mishandeling op het Kwakoe-festival. Beroep op noodweerexces gehonoreerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-001756-15

datum uitspraak: 16 februari 2016

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 april 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-706263-13 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedag] 1980,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 februari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 18 augustus 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet éénmaal of meermalen (met grote kracht) met een stoel, althans met een stomp en/of zwaar voorwerp, op/tegen het (voor)hoofd, in elk geval tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft geslagen en/of gezwaaid;


subsidiair:
hij op of omstreeks 18 augustus 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan een persoon genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een communitieve fractuur van de sinus frontalis voorwand links met dislocatie en/of dislocatie fractuur van de sinus frontalis achterwand zonder verplaatsing (en/of aangezichtsletsel en/of laceratie op het voorhoofd links) en/of (een) blijvend(e) en/of ontsierend(e) litteken(s) in het aangezicht, en/of terugkerende hoofdpijn(en) en/of gevoelloosheid in (een deel van) het hoofd heeft toegebracht, door voornoemde [slachtoffer] opzettelijk éénmaal of meermalen (met grote kracht) met een stoel, althans een zwaar en/of stomp voorwerp op/tegen het (voor)hoofd, in elk geval tegen het lichaam te slaan;


meer subsidiair:

hij op of omstreeks 18 augustus 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het éénmaal of meermalen (met grote kracht) slaan en/of stompen met een stoel, althans een stomp en/of zwaar voorwerp, op/tegen het (voor)hoofd, in elk geval tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] , tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (te weten een communitieve fractuur van de sinus frontalis voorwand links met dislocatie en/of dislocatie fractuur van de sinus frontalis achterwand zonder verplaatsing (en/of aangezichtsletsel en/of laceratie op het voorhoofd links) en/of (een) blijvend(e) en/of ontsierend(e) litteken(s) in het aangezicht en/of terugkerende hoofdpijn(en) en/of gevoelloosheid in (een deel van) het hoofd, althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof – conform de standpunten van de advocaat-generaal en de raadsvrouw – is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Gevoerd verweer

De raadsvrouw heeft in hoger beroep aangevoerd dat uit de stukken niet blijkt dat de verdachte gericht op het hoofd van de aangever heeft geslagen. Ook blijkt niet met welke intentie is geslagen of hoe vaak de aangever is geraakt. De stoel waarmee geslagen is betreft een plastic stoel met aluminium poten. De verdachte had geen voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en daarom moet hij ook van het subsidiaire worden vrijgesproken, aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof leidt uit het dossier af dat de verdachte de aangever meerdere malen met kracht met een stoel met aluminium poten op het voorhoofd, een kwetsbaar deel van het lichaam, heeft geslagen. Zo de raadsvrouw suggereert dat op voorhand duidelijk is dat met een plastic stoel geen ernstig letsel kan worden toegebracht, deelt het hof deze mening – die overigens ook niet nader is onderbouwd – niet; dergelijke stoelen zijn dermate stevig dat een volwassen persoon (van tenminste 80 kilo) daarop kan zitten. Dat de verdachte bij de uitvoering van deze handelingen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangever daarbij zwaar lichamelijk letsel zou oplopen, blijkt overigens uit de uiterlijke verschijningsvorm van de handelingen. Het hof verwerpt mitsdien het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

subsidiair:
hij op 18 augustus 2012 te Amsterdam aan een persoon genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een communitieve fractuur van de sinus frontalis voorwand links met dislocatie en dislocatie fractuur van de sinus frontalis achterwand zonder verplaatsing en aangezichtsletsel en laceratie op het voorhoofd links heeft toegebracht, door voornoemde [slachtoffer] opzettelijk meermalen met kracht met een stoel op het voorhoofd te slaan.

Hetgeen subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Gevoerde verweren ten aanzien van de strafbaarheid

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep – kort samengevat – aangevoerd dat de verdachte uit noodweer handelde en dat hij daarom moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De aangever heeft als eerste geweld gebruikt door de verdachte te duwen en te slaan. De aangever is veel groter dan de verdachte. Hij bleef bij de verdachte staan, de verdachte kon geen kant op. Er stond de verdachte geen andere, minder ingrijpende mogelijkheid open om een einde te maken aan de aanranding. Subsidiair beroept de verdachte zich op noodweerexces.

Het hof overweegt hiertoe het volgende.

Op 18 augustus 2012 is er op het terrein van het Kwakoe-festival onenigheid ontstaan tussen de verdachte en de aangever over een stoel. Deze onenigheid eindigde in het slaan van de verdachte met een stoel tegen het voorhoofd van de aangever, waaraan de aangever zwaar lichamelijk letsel heeft overgehouden. Niet alle getuigen in de nabije omgeving van de aangever en de verdachte hebben gezien wat er voorafgaand aan het slaan met de stoel is gebeurd. Op basis van de verklaringen van [getuige 1] (dossierpagina 40) en [getuige 2] (verklaring bij de rechter-commissaris) stelt het hof vast dat de aangever de verdachte als eerste een duw heeft gegeven en heeft geslagen en daarna dreigend bij de verdachte is blijven staan.

Gelet op het voorgaande acht het hof het aannemelijk dat de verdachte zich niet aan de (dreigende) aanranding door de aangever kon onttrekken, zodat hij zich tegen deze aanranding mocht verdedigen. Het hof weegt in dat verband mee dat de aangever over de verdachte heeft gezegd “[he] wouldn’t stand a chance against me” en dat de aangever (naar eigen zeggen) veel groter is dan de verdachte.

Dat de verdachte zich tegen de aanranding heeft verweerd door met een stoel te slaan acht het hof niet strijdig met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, nu voor zover bekend een stoel het enige voorwerp was dat voorhanden was.

De verdachte heeft wel de grenzen van de noodzakelijke verdediging overschreden door te lang en te heftig met de stoel tegen het hoofd van de aangever te blijven slaan met als gevolg dat de aangever zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen. De verdachte heeft echter voldoende aannemelijk gemaakt dat deze overschrijding het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging door de aanranding veroorzaakt. De verdachte dient derhalve te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is ten aanzien van het subsidiair bewezen verklaarde niet strafbaar en dient derhalve te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 4.376,58. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Nu de verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging, kan de benadeelde partij thans in de vordering niet worden ontvangen en kan hij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, verklaart de verdachte niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. F.A. Hartsuiker en mr. M. Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van mr. A.M.R. Karsemeijer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 februari 2016.

=========================================================================

[....]