Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1637

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-04-2016
Datum publicatie
03-05-2016
Zaaknummer
23-001292-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Asbestsanering in woningen in 2011. De verdachte was als laborant verantwoordelijk voor de vrijgaven van containments nadat voldaan was aan de opleveringseisen conform NEN 2990 (2005). Niet wettig en overtuigend bewezen dat in de door de verdachte geïnspecteerde afgeschermde ruimtes (containments) na vrijgaven nog visueel zichtbaar asbestmateriaal aanwezig was. Tevens niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de inspectieformulieren en rapportages (opzettelijk) valselijk heeft opgemaakt. Vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-001292-15

Datum uitspraak: 22 april 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 25 februari 2015 in de strafzaak onder parketnummer 16-995011-14 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

De zaak is bij beslissing van 17 maart 2015 op de voet van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden naar dit hof verwezen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 maart 2016 en 8 april 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 20 juli 2011 te Hilversum, één of meerdere inspectieformulier(en) "eindcontrole na sanering (asbest)" en rapportage(s) lucht-eindcontrole containment, met project/rapportnummers 51096-701967, 51096-701946, 51096-701946B, 51096-701942, 51096-701946D, 51096-701942B, 51096-701990, 51096-701990B en/of 51096-701990D

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft hij, verdachte, in deze inspectieformulieren en rapportages met nummers

- 51096-701967 (zolder nr. 9),

- 51096-701946 ( zolder nr. 16),

- 51096-701946 B (zolder nr. 17),

- 51096-701942 ( zolder nr. 19 ),

- 51096-701946 D (garage nr. 19),

- 51096-701942 B (garage nr. 21),

-51096-701990 (zolder nr. 31),

- 51096-701990 B (zolder nr. 32) en/of

- 51096-701990 D (zolder nr. 40)

(telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid telkens als conclusie aangegeven dat bij de verrichte visuele inspectie geen asbestverdachte - of als asbestbesmet te beschouwen materialen- zijn aangetroffen, dit voorzover deze onderdeel vormden van de opdracht, terwijl in werkelijkheid in de gecontroleerde ruimte(n) nog wel asbest en/of asbesthoudende vezels en/of asbestverdachte en/of als asbestbesmet te beschouwen materialen aanwezig waren,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2 primair:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 20 juli 2011 te Hilversum, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, in 7 woningen, althans één of meer woning(en) en/of in 2 garages, althans één of meer garage(s), opzettelijk en wederrechtelijk een stof, te weten asbest en/of asbestvezels, op en/of in de bodem en/of in de lucht heeft gebracht, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid en/of levensgevaar voor bewoners van die woning(en) en/of andere aanwezigen te duchten was,

immers zijn door verdachte uitgevoerde eindcontroles en/of visuele inspecties en/of vrijgaves in de woningen met nummer 9, 16, 17, 19, 31, 32 en/of 40 en/of in garages met behorende bij woningen met nummer 19 en/of 21

niet op de juiste wijze en/of onvoldoende zorgvuldig uitgevoerd en heeft verdachte en/of hebben zijn mededaders vervolgens containments en/of de omgeving van containments vrijgegeven, zodat de ruimten weer toegankelijk waren voor personen zonder kans op blootstelling aan asbest, terwijl die ruimten niet vrijgegeven hadden mogen worden omdat daar nog asbest en/of asbestvezels in was/ waren achtergebleven;

2 subsidiair:
het aan verdachtes schuld te wijten is geweest dat op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2011 tot en met 20 juli 2011 te Hilversum, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, in 7 woningen, althans één of meer woning(en) en/of in 2 garages, althans één of meer garage(s), wederrechtelijk een stof, te weten asbest en/of asbestvezels, op en/of in de bodem en/of in de lucht heeft gebracht, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid en/of levensgevaar voor bewoners van die woning(en) en/of andere aanwezigen te duchten was,

immers zijn door verdachte uitgevoerde eindcontroles en/of visuele inspecties en/of en/of vrijgaves in de woningen met nummer 9, 16, 17, 19, 31, 32 en/of 40 en/of in garages met behorende bij woningen met nummer 19 en/of 21

niet op de juiste wijze en/of onvoldoende zorgvuldig uitgevoerd en/of heeft verdachte en/of hebben zijn mededaders vervolgens containments en/of de omgeving van containments vrijgegeven, zodat de ruimten weer toegankelijk waren voor personen zonder kans op blootstelling aan asbest, terwijl die ruimten niet vrijgegeven hadden mogen worden omdat daar nog asbest en/of asbestvezels in was/ waren achtergebleven.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak feit 1 en feit 2 primair en subsidiair

Inleiding

In juni en juli 2011 zijn in diverse woningen en garages aan de [adres 2] te Hilversum asbestsaneringswerkzaamheden verricht. Het beheer van [adres 2] 1 tot en met 40 en 71 tot en met 79 was sinds 1 januari 2010 in handen van [bedrijfsnaam 1]. [bedrijfsnaam 1] is bij controle door bewoners op de hoogte gebracht van de aanwezigheid van asbest. Naar aanleiding van een inventarisatie uit 2003 van [adres 2] 78, waarbij een globale asbestinventarisatie in alle ruimten was uitgevoerd en waaruit bleek dat er in de woning visueel duidelijk asbest aanwezig was in plaatmateriaal tegen het dak (2 m2), in (door doorvoer van een CV-leiding beschadigd) plaatmateriaal tegen het traphek (1 m2), alsmede in plafondplaten in de garage (24 m2), is vervolgens besloten om alle woningen op deze lokaties op asbest te laten onderzoeken en te saneren.

De asbestsaneringswerkzaamheden zijn verricht door of in opdracht van [bedrijfsnaam 2]., een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf dat – via [bedrijfsnaam 3] en onder verwijzing naar de asbestinventarisatie uit 2003 – opdracht had gekregen tot het saneren van de asbesthoudende beplating rondom de CV op zolder bij de 49 woningen en van de plafondbeplating in de garage van 15 woningen aan de [adres 2].

Voorafgaande aan de verwijdering van asbesthoudend materiaal heeft [bedrijfsnaam 4] (hierna: [bedrijfsnaam 4]), gecertificeerd voor asbestinventarisatie (SC 540), in opdracht van [bedrijfsnaam 2]. op de specifieke locaties in de woningen en garages een inventariserend onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van asbesthoudende/-verdachte materialen. Bij dit onderzoek werd beplating aangetroffen die amosiet bevatte, waarbij het asbest in niet-hechtgebonden vorm aanwezig was. Medewerkers van [bedrijfsnaam 4] hebben na de asbestverwijdering de eindcontroles, visuele inspecties, luchtmetingen en vrijgaven van de afgeschermde ruimtes (hierna: containments) in de woningen en de garages gedaan.

De verdachte was als laborant bij [bedrijfsnaam 4] verantwoordelijk voor de vrijgaven van diverse containments nadat voldaan was aan de opleveringseisen conform NEN 2990 (2005). Vrijgave door de laborant was in dit geval toegestaan nadat de laborant het onder de verantwoordelijkheid van de deskundig toezichthouder asbestverwijdering (DTA-er) opgebouwde containment visueel had geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal alsmede nadat gelet op de aard van het materiaal in en buiten het containment een luchtmeting was gedaan. Het is bij de inspectie niet toegestaan om de bevestiging van het containment te verwijderen omdat daardoor de vereiste onderdruk binnen het containment zou worden verstoord.

Gelet op de aard van de verdachte gemaakte verwijten zal het hof de ten laste gelegde feiten in omgekeerde volgorde bespreken.

Ten aanzien van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde

Aan de verdachte is onder 2 primair en subsidiair - kort weergegeven - ten laste gelegd dat hij tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk dan wel door zijn schuld in voornoemde woningen en/of garages asbest(vezels) in de lucht heeft gebracht, terwijl daarvan gevaar voor de openbare gezondheid en/of levensgevaar voor de bewoners van die woningen en/of andere aanwezigen te duchten was. Hieraan ligt het verwijt ten grondslag dat in de door de verdachte vrijgegeven containments nog visueel zichtbare asbestverdachte materialen aanwezig waren, zodat de verdachte deze containments niet had mogen vrijgeven.

Op grond van het in de stukken van het dossier voorhanden bewijs acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat in de containments die de verdachte heeft vrijgegeven nog visueel zichtbaar asbestverdacht materiaal aanwezig was. Daartoe overweegt het hof het volgende.

[bedrijfsnaam 5]. (hierna: [bedrijfsnaam 5].) heeft in opdracht van de Arbeidsinspectie op 26 juli 2011 op basis van NEN 2991 een risicobeoordeling gemaakt in vier gesaneerde en vrijgegeven woningen ([adres 2] 5, 21, 31 en 79) en daarvan een rapport opgemaakt. Uit dit rapport (dossierpagina 205 e.v.) blijkt dat in de kleefmonsters die op zolder in de door de verdachte vrijgegeven woning (nr. 31) zijn genomen, geen asbest is aangetroffen. Voorts zijn in deze woning (overigens buiten het containment) luchtmetingen verricht die aangaven dat de vezelconcentratie daar lager was dan het verwaarloosbaar risiconiveau. De saneringslokatie in de garage van nr. 21, die door de verdachte is vrijgegeven, is in het onderzoek van [bedrijfsnaam 5]. buiten beschouwing gebleven.

Verder heeft [bedrijfsnaam 6]. in opdracht van de gemeente Hilversum in augustus en september 2011 alle gesaneerde en vrijgegeven woningen en garages aan de [adres 2] op basis van NEN 2991 onderzocht en van de bevindingen per woning/ garage een rapport opgemaakt. In deze rapporten staat vermeld dat in de woningen waar de verdachte de inspecties heeft verricht onder andere op traphekken, in sponningen van het traphek, rondom de spijkers op het traphek en tegen dakbeschotten in de verfrand, visueel restanten asbest zichtbaar waren. Niet steeds is duidelijk of de plaatsen waar deze restanten zijn aangetroffen in het containment zaten, dan wel of deze plaatsen waren afgeplakt bij de opbouw van het containment. Wat daar ook van zij, niet is (door middel van monsters) onderzocht of de door [bedrijfsnaam 6] visueel waargenomen asbestverdachte materialen ook daadwerkelijk asbest betroffen. Wel heeft [bedrijfsnaam 6] kleefmonsters conform NEN 2991 genomen van plaatsen waar niet met het blote oog waarneembare asbestvezels aanwezig konden zijn, maar de bevindingen hiervan vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de verdachte, nu eventuele asbestvezels niet visueel zichtbaar zijn geweest. [bedrijfsnaam 6] heeft tevens bij iedere woning een kleefmonster genomen van de vloer/op de zoldertrap in de hoek onder de cv-ketel. Voor zover het hof heeft kunnen nagaan viel de vloer/de zoldertrap niet in het containment. Daar komt bij dat uit de rapporten van [bedrijfsnaam 6] niet is op te maken of dit een kleefmonster is geweest van visueel zichtbare restanten.

Nu niet vastgesteld kan worden dat in de door de verdachte beoordeelde containments na vrijgaven (visueel zichtbaar) asbest is aangetroffen, dan wel dat van eventueel aangetroffen asbest gevaar te duchten was, is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden hetgeen de verdachte onder 2 primair en subsidiair ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Aan de verdachte is verder onder 1 ten laste gelegd dat hij inspectieformulieren “eindcontrole na sanering asbest” en rapportages lucht-eindcontrole containment valselijk heeft opgemaakt of vervalst. Het verwijt dat de verdachte hier wordt gemaakt is dat hij bij visuele controle van de containments op voornoemde formulieren heeft aangegeven dat er geen asbestverdachte materialen waren aangetroffen, terwijl er wel asbestverdachte materialen aanwezig waren.

Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde, omdat niet vastgesteld kan worden dat in de containments asbestverdachte materialen aanwezig waren die visueel zichtbaar waren, kan naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat de verdachte de inspectieformulieren en rapportages (opzettelijk) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, zodat de verdachte ook hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.J.M.W. Paridaens, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. M. Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. van der Voort, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 april 2016.

=========================================================================

[....]