Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1588

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-04-2016
Datum publicatie
04-05-2016
Zaaknummer
200.165.093/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beëindiging onderzoek en onmiddellijke voorzieningen vanwege minnelijke regeling tussen partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2016/120
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.165.093/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 11 april 2016

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. E. den Hartog, kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[C] ,

beide gevestigd te [....] ,

VERWEERSTERS,

niet verschenen,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[D] ,

gevestigd te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. P.A. de Lange, kantoorhoudende te Barendrecht.

1. Het verloop van het geding

1.1 Partijen zullen (ook) als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoekster als [A] ;

  • -

    verweersters onderscheidenlijk als [B] en [C] ;

  • -

    belanghebbende als [D] .

1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 11 en 12 mei 2015 in deze zaak.

1.3 Bij de beschikking van 11 mei 2015 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [B] en [C] over de periode vanaf 1 januari 2013, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding – [A] en [D] geschorst als bestuurders van [B] , de aan [E] en [F] verleende volmachten geschorst, een tijdelijk bestuurder van [B] benoemd en één aandeel van elk van beide aandeelhouders in [B] ten titel van beheer overgedragen aan de tijdelijke bestuurder. Bij de beschikking van 12 mei 2015 heeft de Ondernemingskamer mr. J.F. Rense (verder: Rense) als onderzoeker en mr. J.A. van der Have (verder: Van der Have) aangewezen als bestuurder en beheerder in deze zaak.

1.4 Bij verzoekschrift van 29 maart 2016, dat vervolgens nog is aangevuld met een op 4 april 2016 bij de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift, hebben mr. De Lange namens [A] en mr. Den Hartog namens [D] aan de Ondernemingskamer medegedeeld dat partijen (en betrokkenen) een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten en hebben zij ter uitvoering van de vaststellingsovereenkomst aan de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven - het bij de beschikking van 11 mei 2015 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen. Voormelde verzoeken zijn voorts ter goedkeuring ondertekend door Van der Have. Verder heeft Rense aan de secretaris van de Ondernemingskamer schriftelijk medegedeeld dat ook wat haar betreft de procedure kan worden beëindigd.

2 De gronden van de beslissing

Nu partijen hebben verzocht het bij de beschikking van 11 mei 2015 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen en de Ondernemingskamer niet is gebleken van enig belang dat zich tegen beëindiging verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen, een en ander met ingang van heden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 11 mei 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [B] en [C] ;

beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 11 mei 2015 in deze zaak getroffen onmiddellijke voorzieningen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.C. Faber, raadsheren, en drs. P.R. Baart en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2016.