Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1503

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-04-2016
Datum publicatie
22-04-2016
Zaaknummer
200.174.125/01 NOT
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:TNORARL:2015:26
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klacht tegen een oud-notaris. Klager verwijt de oud-notaris (die op 1 januari 2015 zijn kantoor heeft gesloten) dat hij niet heeft gereageerd op de door klager aan hem gezonden brieven. De kamer heeft de klacht gegrond verklaard, zonder een maatregel op te leggen. Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn in hoger beroep uitgebreide klacht en bevestigt de bestreden beslissing.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 107
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.174.125/01 NOT

nummer eerste aanleg : AL/2015/15

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 19 april 2016

inzake

[naam] ,

wonend te [plaats] ,

appellant,

tegen

[naam] ,

oud-notaris te [plaats] , gemeente [naam] ,

geïntimeerde,

gemachtigde: [naam] te [plaats] .

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellant (hierna: klager) heeft op 29 juli 2015 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 3 juli 2015 (ECLI:NL:TNORARL:2015:26). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de oud-notaris) gegrond verklaard, zonder een maatregel op te leggen.

1.2.

De oud-notaris heeft op 21 januari 2016 een verweerschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend.

1.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 4 februari 2016. Klager en de gemachtigde van de oud-notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3.2.

Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende.

3.2.1.

De oud-notaris is per 29 juli 2014 gedefungeerd. Van 30 juli 2014 tot 1 januari 2015 is de oud-notaris als kandidaat-notaris opgetreden als waarnemer van zijn eigen kantoor.

3.2.2.

Op 25 september 2014 heeft klager een aangetekende brief aan de oud-notaris gezonden. Ter herinnering heeft klager op 5 november 2014 en 9 december 2014 brieven aan de oud-notaris gezonden.

3.2.3.

De oud-notaris heeft zijn kantoor op 1 januari 2015 gesloten.

3.2.4.

De gemachtigde van de oud-notaris heeft bij brief van 14 januari 2015 op de brief van

25 september 2014 van klager geantwoord.

4 Standpunt van klager

Klager verwijt de oud-notaris dat hij niet heeft gereageerd op de door klager aan hem gezonden brieven.

5 Standpunt van de oud-notaris

De oud-notaris heeft verweer gevoerd. Het standpunt van de oud-notaris wordt, voor zover relevant, hieronder besproken.

6 Beoordeling

Uitbreiding klacht

6.1.

Voor zover klager op de zitting in hoger beroep zijn klacht heeft uitgebreid, heeft te gelden dat op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 4 van de Wet op het notarisambt (Wna) het hof een aan hem voorgelegde zaak opnieuw in volle omvang behandelt en dat dit betekent dat alleen in beschouwing worden genomen de klachten die ook in de procedure in eerste aanleg aan de orde zijn geweest. Klager zal in de ongeoorloofde uitbreiding van de klacht niet-ontvankelijk worden verklaard.

De klacht

6.2.

Op de zitting in hoger beroep heeft de gemachtigde van de oud-notaris het volgende verklaard. Wegens ziekte van de oud-notaris heeft hij het dossier van klager overgenomen. Hij heeft de aan de orde zijnde kwestie uitgezocht en klager vervolgens hierover benaderd. Hij heeft klager drie keer aan de telefoon gehad. Van deze telefoongesprekken heeft hij geen aantekeningen in het dossier gemaakt.

Klager heeft hierop verklaard dat hij de gemachtigde van de oud-notaris slechts eenmaal telefonisch heeft gesproken.

6.3.

Onduidelijk is gebleven wanneer de gemachtigde van de oud-notaris naar aanleiding van de door klager aan de oud-notaris gezonden brieven telefonisch contact met klager heeft gehad. Zodoende kan thans niet worden vastgesteld dat direct dan wel binnen een redelijke termijn op de brief van 25 september 2014 van klager aan de oud-notaris is gereageerd. De klacht is daarmee gegrond. Het hof acht dit kennelijke nalaten, ook gezien de omstandigheden, echter niet zodanig ernstig dat een maatregel gerechtvaardigd is.

6.4.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

6.5.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 Beslissing

Het hof:

- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn in hoger beroep uitgebreide klacht;

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.M.A. Verscheure, J.H. Lieber en B.J.M. Gehlen en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2016 door de rolraadsheer.