Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1379

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-04-2016
Datum publicatie
13-04-2016
Zaaknummer
K15/0222
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beklag ex artikel 12 Sv.

Klager wenst dat strafrechtelijk onderzoek wordt gedaan naar enkele personen die op groteske wijze als Zwarte Piet uitgedost hebben meegelopen in de Sinterklaasoptocht en zich aldus hebben schuldig gemaakt aan discriminatie en racisme.

Het hof wijst het beklag af bij gebrek aan mogelijkheden om de identiteit te achterhalen van deze personen, die zich zonder medeweten van het organisatiecomité bij de optocht hebben gevoegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

BEKLAGKAMER

Beschikking van op het beklag met het rekestnummer K15/0222 van

[klager],

wonende te [woonplaats],

klager.

1 Het beklag

Het klaagschrift is op 22 mei 2015 door het hof ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie te Amsterdam om geen strafvervolging in te stellen ter zake van discriminatie en uiting van racisme tegen bestuursleden van het ‘Sinterklaas intochtcomité Amsterdam’ en enkele personen die verkleed als Zwarte Piet hebben deelgenomen aan de intocht van Sinterklaas op 16 november 2014 te Amsterdam.

2 Het verslag van de advocaat-generaal

Bij verslag van 21 december 2015 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen.

3 De voorhanden stukken

Behalve van het klaagschrift en van het verslag heeft het hof kennis genomen van het in deze zaak door de politie opgemaakte proces-verbaal van aangifte alsmede van het ambtsbericht namens de hoofdofficier van justitie te Amsterdam van 28 september 2015.

Aan deze beschikking zijn kopieën van het verslag en ambtsbericht gehecht.

4 De beoordeling van het beklag

Klager heeft op 16 november 2014 namens de stichting ‘Nederland wordt beter’ aangifte gedaan van discriminatie en uiting van racisme door bestuursleden van het ‘Sinterklaas intochtcomité Amsterdam’ tijdens de intocht van Sinterklaas. Volgens de aangifte was klager bij de intocht aanwezig om toe te zien op de tussen ‘Sinterklaas intochtcomité Amsterdam’, de burgemeester en de stichting ‘Nederland wordt beter’ gemaakte afspraken. Naast Pieten in de afgesproken uitdossing, zag klager een aantal Pieten met zwart geschminkte gezichten, rode lippen en een ‘afropruik’ met een kam erin. Volgens klager is sprake van discriminatie en racisme omdat de kenmerken van zwarte mensen door laatstgenoemde Zwarte Pieten zodoende grotesk worden uitgebeeld.

De zaak is door de officier van justitie geseponeerd op de grond dat geen sprake is van een strafbaar feit.

Klager kan zich daarmee niet verenigen en heeft een klaagschrift ingediend. Het klaagschrift vermeldt dat aangifte is gedaan tegen enkele deelnemers aan de optocht die opzettelijk beledigend en provocerend als Zwarte Piet waren uitgedost. Van één van deze personen is een foto bijgevoegd. Volgens klager zou navraag bij het intochtcomité het Openbaar Ministerie hebben geleerd dat ook dat comité van mening was dat deze deelnemer zich opzettelijk beledigend gedroeg jegens de zwarte gemeenschap. De personen in deze uitdossing moeten zich zonder toestemming van, en pas na controle door het comité, bij de optocht hebben gevoegd. De officier van justitie had moeten besluiten na te gaan wie deze individuen waren om hen vervolgens te vervolgen.

Het hof begrijpt uit het voorgaande dat de klacht tot niet vervolgen niet (meer) is gericht tegen het bestuur van het intochtcomité maar tegen bepaalde personen die op de in de aangifte omschreven wijze als Zwarte Piet waren verkleed; van één van hen is een foto in het klaagschrift gevoegd.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof heeft te beoordelen of vervolging op basis van de aanwijzingen in het dossier ertoe zou kunnen leiden dat de strafrechter aan wie de zaak zou worden voorgelegd, tot een bewezenverklaring zou komen. Als dat niet het geval is, heeft het hof te beoordelen of aanvullend onderzoek tot een andere opvatting zou kunnen leiden. Indien een bewezenverklaring mogelijk zou kunnen zijn, dient het hof vervolgens te beoordelen of er voldoende maatschappelijk belang is dat de vervolging kan rechtvaardigen.

Bij de toetsing moet in acht worden genomen dat in het strafrecht geldt dat voor een bewezenverklaring naast een aangifte tenminste een minimale hoeveelheid steunbewijs nodig is die uit een andere bron dan aangever afkomstig is en waarin bevestiging gevonden kan worden voor de juistheid van de in de aangifte opgenomen verklaring over de strafbare gedraging.

Het dossier bevat slechts de aangifte van klager. Op deze aangifte is geen politieonderzoek gevolgd. Het hof heeft derhalve de vraag te beantwoorden of aanvullend onderzoek mogelijk is teneinde tot een bewijsbare strafzaak te kunnen komen.

Wat er zij van de door klager aangestipte strafbare feiten, opsporing op basis van enkel de in het klaagschrift gevoegde foto van een persoon verkleed als Zwarte Piet komt het hof als uitzichtloos voor. Gelet op de uitdossing zijn immers geen specifieke kenmerken zichtbaar waarmee een of meer personen geïdentificeerd zouden kunnen worden. Nu er ook geen grond is om te veronderstellen dat het intochtcomité iets te maken had met de aanwezigheid van de persoon of personen die op de in de aangifte omschreven wijze als Zwarte Piet waren verkleed, valt niet te verwachten dat de identiteit van deze perso(o)n(en) op enigerlei wijze achterhaald kan worden.

Gezien hetgeen hiervoor is weergegeven kan het hof billijken dat de officier van justitie in deze zaak geen nader onderzoek heeft verricht. Het hof acht het beklag kennelijk ongegrond.

5 De beslissing

Het hof wijst het beklag af.

Deze beschikking, waartegen geen gewoon rechtsmiddel openstaat, is gegeven op

door mrs. P.C. Kortenhorst, voorzitter, I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en N. van der Wijngaart, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. L.H.J. Peters, griffier, en is ondertekend door de voorzitter en de griffier.