Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1318

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-02-2016
Datum publicatie
07-04-2016
Zaaknummer
23-002701-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak i.v.m. twijfel omtrent vaststelling identiteit verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-002701-13

datum uitspraak: 9 februari 2016

TEGENSPRAAK, gemachtigd raadsvrouw

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 mei 2013 in de strafzaak onder parketnummer

15-252151-12 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 januari 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 27 maart 2012 in de gemeente Beverwijk, althans in Nederland opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] in diens/dier en/of hun tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Kankerhoeren', 'Joden', 'Kankerlijers", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking, immers heeft verdachte in de richting van die van [verbalisant 3] gespuugd;

2:
hij op of omstreeks 27 maart 2012 in de gemeente Beverwijk en/of de gemeente Zaanstad, althans in Nederland, toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht en/of artikel 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten het cellencomplex te Zaandijk, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner/hunner bediening, door (telkens) opzettelijk gewelddadig

  • -

    van [verbalisant 3] bij het lichaam en/of bij diens/dier been vast te pakken en/of te grijpen en/of in de richting van het been van die van [verbalisant 3] te bijten en/of

  • -

    in de schoen van die [verbalisant 2] te bijten en/of

  • -

    vervolgens een of meerdere malen zich te verzetten en/of weerstand te bieden tegen die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of Van [verbalisant 3] door onder meer met kracht zijn armen in tegenovergestelde richting te brengen als de richting waar die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of van [verbalisant 3] hem naartoe wilde(n) brengen en/of bijtbewegingen richting de hand van die Van [verbalisant 3] te maken en/of harde trapbewegingen te maken met zijn rechtervoet richting die [verbalisant 1].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot 1 dag gevangenisstraf en een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair

20 dagen hechtenis.

Vrijspraak

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, omdat de verdachte – bij monde van zijn raadsvrouw – betwist dat hij degene is die door de politie is aangehouden op 27 maart 2012. Uit het procesdossier blijkt niet dat de identiteit van de aangehouden persoon afdoende is vastgesteld.

Vast staat dat in het proces-verbaal van aanhouding onder het kopje ‘Identificatie’ staat geschreven:

“De verdachte identificeerde zich.”

Het is echter niet aannemelijk geworden dat de aangehouden persoon zich actief heeft geïdentificeerd, nu uit het procesdossier blijkt dat de verdachte ten tijde van zijn aanhouding en daarna niet aanspreekbaar was, niet reageerde op aanspreken en uiteindelijk is heengezonden zonder dat hij een verklaring heeft afgelegd. In het procesdossier ontbreekt een kopie van een getoond, dan wel onder de verdachte tijdens de fouillering aangetroffen identiteitsbewijs, terwijl gebruikelijk is dat daarvan een kopie wordt gemaakt die in het procesdossier wordt gevoegd. Onder die omstandigheden is evenmin aannemelijk geworden dat onder de verdachte een identiteitsbewijs is aangetroffen.

Het enige concrete aanknopingspunt aan de hand waarvan de identiteitsvaststelling kan worden gereconstrueerd is een anonieme melding. Het procesdossier bevat een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2] en Van [verbalisant 3], waarin onder het kopje ‘Identiteit’ staat:

“Nadat de man in de observatiecel van cellencomplex Zaandijk was geplaatst heeft collega [ambtenaar 1] telefonisch contact opgenomen met collega [ambtenaar 2]. [ambtenaar 2] heeft het verhaal van de melder aangehoord. De melder gaf aan dat hij de man kent. De man zou volgens hem zijn: [verdachte].”

Uit het dossier blijkt echter niet dat en zo ja hoe men zich van de juistheid van deze mededeling van de melder heeft vergewist.

Bij de raadsheer-commissaris zijn de drie bij de aanhouding betrokken verbalisanten gehoord in een poging om meer duidelijkheid te krijgen omtrent de wijze waarop de identiteit van de aangehouden persoon is vastgesteld. Deze verhoren hebben echter – mede door het tijdsverloop – niet tot resultaat gehad dat de twijfel bij het hof omtrent de juistheid van de vaststelling van de identiteit van de verdachte is weggenomen.

De door de advocaat-generaal [Advocaat-Generaal 2] (per e-mail) overgelegde verklaring van [hulpofficier] (hulpofficier van politie) maakt dat niet anders, nu deze verklaring zich beperkt tot hoe in zijn algemeenheid de identificatie van verdachten tot stand komt.

Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte degene is geweest die de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken. De overige verweren behoeven om die reden geen bespreking.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M. van der Nat, mr. H.W.J. de Groot en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van

mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

9 februari 2016.

Mr. Dubelaar is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[......]

.