Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1181

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-03-2016
Datum publicatie
09-06-2016
Zaaknummer
200.171.292/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De man heeft tezamen met zijn toenmalige vrouw een beleggings-/levensverzekering afgesloten. Na echtscheiding hebben zij verzocht om afkoop van de polis en uitkering aan elk van hen van de helft van de afkoopwaarde. De verzekeraar stemt daarmee in maar keert het gehele bedrag van de afkoopwaarde uit aan de vrouw. Nu de vrouw deze niet mede namens de man mocht ontvangen, valt de uitkering niet in de ontbonden huwelijksgemeenschap maar in het vermogen van de vrouw alleen. Geen (ongerechtvaardigde) verrijking van de man. De eerste rechter heeft de verzekeraar terecht veroordeeld alsnog de helft van de afkoopwaarde aan de man uit te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.171.292/01

zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : 3740691 / CV EXPL 15/157

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 29 maart 2016

inzake

SRLEV N.V., handelend onder de naam Reaal en Reaal Levensverzekeringen,

gevestigd te Alkmaar,

appellante,

advocaat: mr. S. Odijk te Utrecht,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonend te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. P.F.M. Dijkers te Hoorn.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Reaal en [geïntimeerde] genoemd.

Reaal is bij dagvaarding van 2 juni 2015 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, sectie Kanton, hierna: de kantonrechter, van 13 mei 2015, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen [geïntimeerde] als eiser en Reaal als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord, met één productie;

- akte uitlating van Reaal;

- antwoordakte van [geïntimeerde] .

Partijen hebben hun zaak ter zitting van het hof van 5 februari 2016 doen bepleiten, Reaal door mr. Odijk voornoemd en [geïntimeerde] door mr. Dijkers voornoemd, ieder aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

Ten slotte is arrest gevraagd.

Reaal heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vordering van [geïntimeerde] alsnog zal afwijzen, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties, met nakosten en rente. [geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van Reaal in de kosten van het hoger beroep.

Reaal heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.

2 Beoordeling

2.1

Het gaat in deze zaak om het volgende.

2.1.1

[geïntimeerde] heeft tezamen met zijn toenmalige echtgenote [X] , op 1 augustus 2003 een beleggings-/levensverzekering bij (de rechtsvoorgangster van) Reaal afgesloten.

2.1.2

De polis vermeldt als begunstiging:

“de verzekeringnemers, ieder voor een gelijk deel; de langstlevende voor het geheel”.

2.1.3

Artikel 8.4 van de algemene voorwaarden voor DBV hypotheekverzekeringen (hierna: de algemene voorwaarden) luidt als volgt:

8.4 Eén uitkering

Komt een uitkering aan meer personen gezamenlijk toe, dan hebben deze gezamenlijk één recht tot het ontvangen van de uitkering en betaalt de maatschappij deze slechts nadat de begunstigden één betaaladres hebben aangewezen.”

2.1.4

Het verzoek tot echtscheiding tussen [geïntimeerde] en [X] is op 5 september 2013 in het huwelijksgoederenregister ingeschreven. De huwelijkse goederengemeenschap is door het echtscheidingsverzoek ontbonden.

2.1.5

[geïntimeerde] en [X] hebben Reaal in maart 2014 verzocht om tot afkoop van de polis over te gaan en aan elk van hen de helft van de afkoopwaarde uit te keren. De afkoopwaarde bedroeg per 8 april 2014 € 26.473,05 en de rente € 2,65.

2.1.6

Reaal heeft op 8 april 2014 de volledige afkoopwaarde ten bedrage van € 26.475,70 (incl. rente) aan [X] uitgekeerd.

2.1.7

Bij brief van 20 oktober 2014 heeft Reaal, voor zover van belang, als volgt aan (de raadsman van) [geïntimeerde] bericht:

“Op 8 oktober 2014 ontvingen wij uw brief waarin u ons verzoekt om uitbetaling van de helft van de afkoopwaarde van de verzekering (...) aan de heer [geïntimeerde] . Met deze brief reageren wij hierop.

Verzoek uitkering

Wij zullen uw verzoek tot overboeking van de helft van de afkoopwaarde niet uitvoeren. Zoals gesteld in onze e-mail van 18 augustus 2014 aan de heer [geïntimeerde] , is de reden hiervan dat de heer [geïntimeerde] zijn deel van de afkoopwaarde kan verrekenen in de boedelverdeling die nog moet plaatsvinden. Ondanks het feit dat Reaal een fout heeft gemaakt, impliceert dit niet dat de heer [geïntimeerde] daar schade door leidt. Hij kan dit bij de boedelverdeling immers recht trekken.

(...)

Afkoop

Helaas is uiteindelijk toch iets fout gegaan en de volledige afkoopwaarde uitgekeerd aan mevrouw [X] . Dit had zoals al eerder gesteld niet mogen gebeuren.

(...)

Aangezien uw cliënt en mevrouw [X] hebben ingestemd met afkoop, is de verzekering hierdoor beëindigd. De afkoopwaarde is uitgekeerd, zodat er ook geen sprake meer van kan zijn dat uw cliënt de helft van de afkoopwaarde bij ons kan claimen. De uitgekeerde afkoopwaarde maakt deel uit van de onverdeelde boedel waarin uw cliënt zich bevindt. Of hij schade door de onjuiste verwerking van de afkoopwaarde heeft geleden, blijkt voorshands niet.”

2.2

[geïntimeerde] heeft Reaal gedagvaard en gevorderd Reaal te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 13.236,52 (50% van 26.473,05), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2014 alsmede Reaal te veroordelen, primair, tot betaling van de (nader te specificeren) werkelijke kosten van [geïntimeerde] vanwege de fout van Reaal bij de uitbetaling van de afkoopwaarde van de polis en subsidiair de te liquideren kosten van de procedure. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis de vordering van € 13.236,52 met rente toegewezen. De gevorderde werkelijke kosten van [geïntimeerde] heeft de kantonrechter afgewezen. Reaal is als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

2.3

Grief 1 strekt ten betoge dat het bestreden vonnis op een juridische misslag berust, omdat Reaal niet (meer) in de gelegenheid is gesteld een conclusie van antwoord te nemen. Bij deze grief heeft Reaal geen belang, omdat het hof, mocht de grief gegrond zijn, niet de mogelijkheid heeft op basis daarvan het vonnis te vernietigen en de zaak terug te wijzen naar de kantonrechter.

2.4

Met grief 2 voert Reaal inhoudelijk verweer tegen de vordering van [geïntimeerde] . Reaal stelt dat het geschil van partijen in de kern gaat om de vraag of Reaal (ook) jegens [geïntimeerde] bevrijdend aan [X] kon betalen, dan wel of zij gehouden is 50% van het bedrag van € 26.475,70 (incl. rente van € 2,65) (nogmaals) aan [geïntimeerde] uit te keren. Reaal meent dat zij bevrijdend kon betalen aan [X] , en dat zij [geïntimeerde] op grond van de tussen partijen gesloten verzekeringsovereenkomst niets meer verschuldigd is. De vraag is volgens Reaal of [X] al dan niet bevoegd was om de uitkering (mede) namens [geïntimeerde] te ontvangen. Reaal stelt zich primair op het standpunt dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord. Zelfs indien ervan moet worden uitgegaan dat [X] daartoe onbevoegd was, betoogt Reaal subsidiair dat zij alsnog bevrijdend heeft betaald nu [geïntimeerde] door de uitkering aan [X] is gebaat.

2.5

De grief faalt. Uit de stellingen van partijen en de in het geding gebrachte correspondentie volgt dat Reaal heeft ingestemd met het verzoek van [geïntimeerde] en [X] om 50% van de afkoopwaarde aan [geïntimeerde] uit te betalen en 50% aan [X] . Reaal erkent dat zij in strijd met die afspraak het gehele bedrag van de afkoopwaarde van (incl. rente) € 26.475,70 aan [X] heeft uitgekeerd, zo volgt uit de onder de onder 2.1.7 geciteerde brief. Voor zover Reaal een beroep doet op artikel 8.4 van de algemene voorwaarden mist dat artikel toepassing, reeds omdat partijen zoals hiervoor is overwogen en conform de op het polisblad vermelde begunstiging zijn overeengekomen dat Reaal 50% van de afkoopwaarde aan [geïntimeerde] en 50% aan [X] zou uitkeren. Bij pleidooi heeft Reaal erkend dat als gevolg van het feit dat ten tijde van de uitkering de huwelijkse gemeenschap was ontbonden niet artikel 1:90 BW van toepassing is maar artikel 3:170 BW. Het betreft hier een ‘aan de gemeenschap verschuldigde prestatie’ als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 BW. Tot het aannemen van die prestatie is [X] alleen te samen met [geïntimeerde] bevoegd. [X] was derhalve niet bevoegd (mede) namens [X] de uitkering aan te nemen.

2.6

Anders dan Reaal subsidiair betoogt, is [geïntimeerde] niet door de betaling aan [X] gebaat. Reaal ziet over het hoofd dat door het echtscheidingsverzoek de huwelijkse goederengemeenschap is ontbonden (artikel 1:99 lid 1 BW). Het bedrag van € 26.475,70 is op 8 april 2014, na de ontbinding, aan [X] uitgekeerd, met als gevolg dat, anders dan Reaal stelt, dat bedrag niet in de huwelijkse gemeenschap is gevallen maar in het vermogen van [X] is gevloeid en niet in dat van [geïntimeerde] ; niet [geïntimeerde] , maar uitsluitend [X] is door die betaling gebaat.

2.7

Nu conform de begunstiging op het polisblad met Reaal is afgesproken dat zij 50% van de afkoopwaarde zou uitkeren aan [X] en 50% aan [geïntimeerde] en Reaal in strijd met die afspraak het gehele bedrag heeft uitgekeerd aan [X] , faalt het betoog van Reaal dat de (afkoop)waarde van de levensverzekering (nog) onderdeel van de huwelijkse gemeenschap is en [geïntimeerde] ongerechtvaardigd zou worden verrijkt, indien Reaal alsnog 50% van de afkoopwaarde aan hem zou uitkeren.

Het hof verbaast zich er overigens over dat een professionele verzekeringsmaatschappij als Reaal, die als gevolg van een door haarzelf erkende fout 50% van de uit te keren afkoopwaarde uitkeert aan de verkeerde persoon, het laat aankomen op onderhavige procedure én een procedure voor de voorzieningenrechter entameert, met alle kosten die dat voor [geïntimeerde] meebrengt.

2.8

Reaal heeft een algemeen bewijsaanbod gedaan. Nu door haar echter geen feiten zijn gesteld en/of voldoende gespecificeerd te bewijzen zijn aangeboden die tot een andere uitkomst van het geding kunnen leiden, zal het bewijsaanbod worden gepasseerd.

2.9

Grief 1 behoeft geen behandeling en grief 2 faalt. Het vonnis waarvan beroep moet worden bekrachtigd. Reaal wordt als de in het ongelijk gesteld partij veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van 13 mei 2015;

veroordeelt Reaal in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 311,- aan verschotten en € 2.682,- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.W.H. Vink, M.P. van Achterberg en S.B. van Baalen en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 29 maart 2016 door de rolraadsheer.