Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1106

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-03-2016
Datum publicatie
01-04-2016
Zaaknummer
200.152.052/01
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontheffing van de bestuurder; partijen worden in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het vervolg van de procedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/973
ARO 2016/86
OR-Updates.nl 2016-0107
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.152.052/01

beschikking van de Ondernemingskamer van 24 maart 2016

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MONEY SERVICE ONLINE B.V.,

gevestigd te Zevenaar,

VERZOEKSTER,

advocaat: voorheen mr. R.H. van Dijke, kantoorhoudende te Amersfoort, thans mr. T.E. Kuijpers, kantoorhoudende te Amersfoort,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VTS GROEP NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Krimpen aan den IJssel,

VERWEERSTER,

advocaat: voorheen mr. dr. J.H. van Gelderen, kantoorhoudende te Den Haag, thans mr. J.F.T.A. van den Eijnden, kantoorhoudende te Rotterdam,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

2. [B],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: voorheen mr. dr. J.H. van Gelderen, kantoorhoudende te Den Haag, thans geen.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen worden hierna onderscheidenlijk aangeduid als MSO, VTS, [A] en [B] .

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 4 en 9 december 2014.

1.3

Bij de beschikking van 4 december 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van VTS over de periode vanaf 1 januari 2012, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van VTS. Bij beschikking van 9 december 2014 heeft de Ondernemingskamer mr. F. Rense als onderzoeker en mr. C.F. Mijs aangewezen als bestuurder van VTS.

1.4

Op 7 december 2015 heeft mr. Van Dijke namens MSO bij de Ondernemingskamer een verzoekschrift ingediend waarin MSO de Ondernemingskamer heeft verzocht – zakelijk weergegeven – om, bij wijze van onmiddellijke voorziening, opdracht te geven tot het starten van het onderzoek door mr. Rense alsmede elke andere onmiddellijke voorziening te treffen die de Ondernemingskamer geraden acht.

1.5

Bij op 7 januari 2016 ter griffie ingekomen verweerschrift heeft VTS geconcludeerd tot afwijzing van de door VSO verzochte onmiddellijke voorzieningen.

1.6

Bij brief van 20 januari 2016 heeft mr. Kuijpers namens MSO de Ondernemingskamer verzocht om aanhouding van de mondelinge behandeling van het verzoekschrift bedoeld onder 1.3.

1.7

Op 21 januari 2016 heeft mr. Van den Eijnden namens VTS medegedeeld dat VTS akkoord is met het aanhoudingsverzoek bedoeld onder 1.6. Vervolgens heeft de secretaris aan (de advocaten van) partijen medegedeeld dat de behandeling van het verzoekschrift onder 1.4 pro forma is aangehouden tot 21 juli 2016.

1.8

Bij brief van 8 maart 2016 heeft mr. Mijs de Ondernemingskamer verzocht ontheven te worden uit de functie van bestuurder van VTS, omdat, aldus mr. Mijs, (i) er geen redenen zijn zijn benoeming in stand te houden omdat [A] en [B] niet meer bij VTS zijn betrokken en de situatie binnen VTS is genormaliseerd en (ii) zijn facturen voor zijn werkzaamheden grotendeels onbetaald zijn gebleven en er nog een bedrag openstaat van € 48.260,30 en dat zijn verwachting is dat VTS niet in staat zal zijn op korte termijn dit bedrag volledig te betalen.. Voorts heeft mr. Mijs medegedeeld dat naar zijn mening “de voorlopige voorziening tot benoeming van een tijdelijk bestuurder van VTS (…) kan worden beëindigd.

1.9

Bij brief van 11 maart 2016 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld hun zienswijze ten aanzien van het verzoek bedoeld onder 1.8 kenbaar te maken. Voorts zijn zij in deze brief in de gelegenheid gesteld zich uit te laten of zij instemmen met beëindiging van de op 4 december 2014 getroffen onmiddellijke voorziening.

1.10

Bij brief van 18 maart 2016 heeft mr. T.E. Kuijpers namens MSO bericht dat MSO instemt met inwilliging van het verzoek van mr. Mijs, doch niet voordat VTS een procedure jegens [B] (hierna: “ [B] ”) aanhangig heeft gemaakt ter zake het incasseren van een rekening-courant vordering van VTS op [B] . Voorts is MSO van oordeel dat de op 4 december 2014 getroffen onmiddellijke voorziening nog niet behoort te worden beëindigd, omdat “door het bestuur van VTS geen prioriteit is gegeven aan het verbeteren van de liquiditeit van VTS en het (daarmee kunnen) voldoen aan de verplichting van VTS om zekerheid te stellen voor de betaling van het (…) bevolen onderzoek en het feit dat [B] voorafgaande en sinds zijn vertrek bij VTS activiteiten verricht die concurrerend zijn voor VTS.

1.11

Bij brief van 21 maart 2016 hebben [B] en [A] de Ondernemingskamer onder andere bericht geen bezwaar te hebben tegen het beëindigen van de op 4 december 2014 getroffen onmiddellijke voorziening.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De Ondernemingskamer zal thans mr. Mijs uit diens functie van bestuurder ontheffen, reeds omdat hij de Ondernemingskamer daarom heeft verzocht en daartegen geen bezwaren zijn ingebracht. Nu de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder zijn taak in beginsel zelfstandig verricht en de Ondernemingskamer – mogelijk uitzonderingen daargelaten – ook geen concrete instructie tot het verrichten van bepaalde bestuurshandelingen geeft, zal de Ondernemingskamer aan de ontheffing niet de voorwaarde verbinden dat VTS een procedure bedoeld onder 1.10 aanhangig moet maken.

2.2

Gelet op de mededelingen van mr. Mijs in zijn brief bedoeld onder 1.8 die er op neerkomen dat VTS nog steeds in financiële moeilijkheden verkeert en geen financiële middelen voor de kosten van een bestuurder heeft en dat concrete aanwijzingen dat in deze situatie op afzienbare termijn verandering zal komen ontbreken, zal de Ondernemingskamer vooralsnog geen andere persoon aanwijzen als bestuurder van VTS en zal zij (de advocaten van) partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over voortzetting van het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening en indien voortzetting van het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening gewenst wordt over de financiering daarvan zoals hierna te vermelden. Wat betreft de onmiddellijke voorziening verzoekt de Ondernemingskamerpartijen om in hun uitlatingen te betrekken die mededeling van mr. Mijs in zijn vierde verslag d.d. 25 februari 2016 dat [C] sinds 30 september 2015 bestuurder is van VTS.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

ontheft mr. C.F. Mijs te Rotterdam uit de functie van bestuurder van VTS Nederland B.V. zoals bedoeld in de beschikking van 4 december 2014, en wel met ingang van heden;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

stelt (de advocaten van) partijen tot uiterlijk donderdag 31 maart 2016 in de gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over de voortzetting van het onderzoek en de gelaste onmiddellijke voorziening zoals bedoeld in de beschikking van 4 december 2014 en indien voortzetting van het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening gewenst wordt over de financiering daarvan;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. J. van den Belt en drs. P.G. Boumeester, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 maart 2016.