Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1087

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-03-2016
Datum publicatie
30-03-2016
Zaaknummer
200.175.290/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vereniging van eigenaars van huisjes op recreatiepark. Vordering betaling boetes, verwijdering schotelantenne en overlegging huurdersverklaring (met kopie paspoort). Boetes met betrekking tot schotelantenne en huurdersverklaring zijn verbeurd. Van strijd met artikel 10 EVRM is niet gebleken. Boetebeding is niet oneerlijk, zodat in het midden kan blijven of Richtlijn 93/13 EEG op de bepaling op het Huishoudelijk Reglement van toepassing is. Voor het vorderen van een kopie van een identiteitsbewijs biedt het Huishoudelijk Reglement echter geen basis. In het midden kan blijven of deze verplichting in strijd is met de richtlijnen van het College Bescherming Persoonsgegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.175.290/01

zaaknummer/rolnummer rechtbank Noord-Holland : 3484905/CV EXPL 14-11153

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 maart 2016

inzake

[X] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. M.J. Meijer te Haarlem,

tegen

VERENIGING VAN EIGENAARS “BUITENBORGH”,

gevestigd in de gemeente Ronde Venen, kantoorhoudend te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.C. Daniëls te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [X] en de VvE genoemd.

[X] is bij dagvaarding van 5 juni 2015, hersteld bij exploot van 14 augustus 2015, in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 maart 2015, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen de VvE als eiseres en [X] als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord, met producties.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[X] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog alle vorderingen van de VvE zal afwijzen, met beslissing over de proceskosten.

De VvE heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder het kopje “De feiten”, onder a. tot en met h. de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Die feiten zijn de volgende.

a. De VvE heeft 220 leden. Zij zijn allen eigenaar van een recreatiewoning in Park Buitenborgh aan de Vinkenkade te Vinkeveen. De bestuurder van de VvE is De Nieuwe Wereld vastgoedbeheer (hierna: DNW).

b. [X] is lid van de VvE en eigenaar van recreatiewoning [a] . Hij heeft die woning verhuurd aan [Z] .

c. In het Huishoudelijk Reglement van de VvE is bepaald:

“Artikel 1

Iedere eigenaar c.q. bewoner wordt verzocht een eventuele nieuwe koper of nieuwe bewoner, voordat een koop- c.q huurcontract wordt afgesloten, op de hoogte te stellen van het Huishoudelijk Reglement. De nieuwe gebruiker c.q. bewoner dient door ondertekening in te stemmen met het Huishoudelijk Reglement en daartoe de gebruikersverklaring te tekenen.

Supplement. Boete bij overtreding € 750,00 (ALV 22-12-2010)

(…)

Artikel 13

Het is de eigenaar of gebruiker niet toegestaan antennes of schotels te plaatsen.

Supplement: Boete bij overtreding € 500,00 (ALV 03-05-2004)

d. Bij brief van 12 december 2013 heeft DNW [X] het volgende meegedeeld:

“(…) Naar aanleiding van uw mondelinge klacht tegen het weghalen van de TV Schotel van uw perceel heeft het bestuur besloten dat het huishoudelijk reglement hier duidelijk over is dat het beleid hier niet zal veranderen. Uw schotel moet per direct worden verwijderd en wel uiterlijk zijn verdwenen van uw perceel op vrijdag 20 december 2013. Anders wordt per direct de boete van E 500 aan u opgelegd. (…)

Verder is ons bekend dat u uw woning verhuurt, maar dat u voor de huidige huurder geen huurdersverklaring heeft doen toekomen aan DNW te Amsterdam.

Model huurdersverklaring te vinden op de website www.buitenborgh.org, kunt u uitprinten.

De huurdersverklaring moet zijn ingeleverd uiterlijk 20 december 2013 bij DNW. Mocht u hieraan geen gehoor geven dan volgt per direct een boete oplegging van E 750 bepaald in het huishoudelijk reglement (…).”

e. Bij brief van 6 januari 2014 heeft DNW [X] het volgende meegedeeld:

“(…)Wij hebben tot op heden geen huurdersverklaring van u mogen ontvangen (…). Derhalve heeft het bestuur besloten u per direct een boete op te leggen van E 750 (…). Dit laat onverlet dat u nog steeds een huurdersverklaring per direct moet indienen van uw huidige huurder (…).

Wat betreft de TV schotel (…) heeft het bestuur geconstateerd dat de schotel nog steeds aanwezig is echter nu plat liggend in de tuin en nog steeds verbonden met snoer aan de woning. Ook dit is niet geoorloofd omdat de huurder op deze wijze op elk moment de schotel weer kan opzetten (…). Het bestuur wil derhalve dat u de schotel volledig laat verwijderen uit de tuin alsook de aansluiting op de woning. De termijn dat u hieraan gehoor moet geven is gesteld op uiterlijk 15 januari 2014. (…)“

f. Hierop heeft [X] bij e-mail van 17 januari 2014 als volgt gereageerd:

“(…) Ik heb een huurdersverklaring (…) maar nog geen kopie paspoort. (…) Doordat er reeds lange tijd niemand aanwezig is in het pand, kon de TV schotel niet verwijderd worden. Wel platgelegd, zodat U kon zien dat hij niet gebruikt werd en wordt. Wij hebben de huurder (…) er reeds op gewezen dat de schotel verwijderd moet worden zodra hij thuiskomt. (…) Meer kon ik op dat moment niet doen, daar de schotel niet mijn eigendom is (…). Wel heb ik uitgezocht hoe mijn huurder nu wel tv kan kijken en dit ook aan de makelaar doorgegeven, welke dit met mijn huurder gaat realiseren. (…)”

Bij de e-mail was een (alleen) door [X] ondertekende gebruikersverklaring gevoegd.

g. Bij brief van 20 februari 2014 heeft DNW jegens [X] ook aanspraak gemaakt op de boete van € 500,= voor het overtreden van artikel 13 van het Huishoudelijk Reglement.

h. De gemachtigde van de VvE heeft [X] in maart, april en september 2014 tevergeefs gesommeerd tot betaling van de boetes, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente.

3 Beoordeling

3.1

In dit geding vordert de VvE, voor zover in hoger beroep nog van belang, betaling door [X] van een bedrag € 1.362,50 (de twee hiervoor genoemde boetes, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten) met wettelijke rente, alsmede veroordeling van [X] tot het verwijderen van de hiervoor genoemde schotel en tot het afgeven van een volledig ingevulde en ondertekende gebruikers-/huurdersverklaring aan de VvE, telkens op straffe van een dwangsom. De kantonrechter heeft deze vorderingen toegewezen en [X] in de proceskosten veroordeeld.

3.2

[X] heeft tegen het bestreden vonnis zeven grieven aangevoerd.

3.3

Met grief 1 betoogt [X] dat de VvE niet gerechtigd is te vorderen dat bij de ingevulde gebruikers-/huurdersverklaring een kopie van een identiteitsbewijs van de gebruiker/huurder wordt gevoegd. Volgens [X] is deze eis in strijd met de richtlijnen van het College Bescherming Persoonsgegevens.

3.4

Het hof sluit niet uit dat het door de VvE gebezigde veiligheidsargument onder omstandigheden een valide reden kan zijn voor het vragen van een kopie van een identiteitsbewijs van de (beoogd) gebruiker/huurder. Of dat zo is, kan echter in het midden blijven. Het hof moet namelijk vaststellen dat artikel 1 van het Huishoudelijk Reglement voor een dergelijke ingrijpende verplichting hoe dan ook onvoldoende contractuele basis biedt. Dat artikel rept immers in het geheel niet van een kopie van een identiteitsbewijs, terwijl in dat artikel ook niet op een voldoende duidelijke wijze een verband is gelegd met het model gebruikers-/huurdersverklaring, waarin die eis wel is gesteld. De conclusie moet dan ook zijn dat de VvE niet gerechtigd was te eisen dat een kopie van een identiteitsbewijs zou worden overgelegd.

3.5

Daarmee komt de vraag aan de orde of [X] de boete van € 750,= wegens het overtreden van artikel 1 van het Huishoudelijk Reglement heeft verbeurd. Hierover gaat grief 2. [X] meent dat hij die boete niet heeft verbeurd, omdat de VvE ten onrechte de eis van overlegging van een kopie van een identiteitsbewijs heeft gesteld. Dit betoog gaat niet op. De kantonrechter heeft vastgesteld, zonder dat dit door een grief is bestreden, dat [X] op 17 januari 2014 een alleen door hemzelf ondertekende gebruikers-/huurdersverklaring heeft verstrekt. Aan zijn verplichting een door de huurder ondertekende verklaring over te leggen heeft hij toen dus niet voldaan en ook niet op enig ander moment vóór het wijzen van het bestreden vonnis, zonder dat daarvoor een rechtvaardiging is gebleken. De omstandigheid dat het model gebruikers-/huurdersverklaring, zonder voldoende contractuele basis, voorschreef dat daarbij een kopie van een identiteitsbewijs van de gebruiker/huurder moest worden gevoegd, ontsloeg [X] immers niet van zijn in artikel 1 van het Huishoudelijk Reglement neergelegde plicht een door de huurder ondertekend exemplaar van die verklaring over te leggen. Van de bestaande mogelijkheid een verklaring over te leggen zonder daarbij een kopie van een identiteitsbewijs te voegen heeft [X] toen wel gebruik gemaakt, maar, door deze niet (mede) te laten ondertekenen door de huurder, niet op de juiste wijze. Ook hoefde de VvE geen genoegen te nemen met de mededeling van de makelaar van [X] aan de VvE dat de huurder, hoewel zijn handtekening onder de verklaring ontbrak, akkoord was met alle na te leven bepalingen uit het Huishoudelijk Reglement.

3.6

[X] betoogt voorts dat het boetebeding een oneerlijk beding is in de zin van de Europese Richtlijn 93/13 EEG, omdat het te algemeen is en niet nader is gespecificeerd in de aard/ernst van de overtreding, geen limiet kent en voorts niet duidelijk is of daarnaast nog schadevergoeding kan worden gevorderd. Ook dit betoog wordt verworpen. Daargelaten of Richtlijn 93/13 EEG op artikel 1 van het Huishoudelijke Reglement van toepassing is, moet worden geoordeeld dat het beding niet oneerlijk is. Het beding bevat een duidelijke omschrijving van het verzuim waarop de boete is gesteld, de boete is eenmalig en staat in een redelijke verhouding tot het gepleegde verzuim en het daardoor geschonden belang van de VvE, terwijl schadevergoeding zich voor een verzuim als het onderhavige niet goed laat denken en bovendien artikel 6:92 lid 2 BW bepaalt dat een boete in beginsel in de plaats treedt van schadevergoeding. Al met al is de kantonrechter terecht tot de conclusie gekomen dat de boete van € 750,= is verbeurd.

3.7

Grief 3 bestrijdt het oordeel van de kantonrechter dat [X] ook artikel 13 van het Huishoudelijk Reglement heeft overtreden. [X] stelt ter zake van het verwijderen van de schotelantenne nimmer in verzuim te zijn geraakt en biedt dat ook te bewijzen aan. Deze betwisting is echter te vaag. De VvE heeft immers bij inleidende dagvaarding, onder overlegging van bewijsstukken, gesteld dat zij [X] bij brief van 12 december 2013 heeft gesommeerd de schotel vóór 20 december 2013 te verwijderen en bij brief van 6 januari 2014 heeft gesommeerd de schotel, die inmiddels plat in de tuin was gelegd, vóór 15 januari 2014 in zijn geheel te verwijderen, waarna de VvE bij brief van 20 februari 2014 heeft geconstateerd dat de schotel nog steeds niet was verwijderd en aanspraak heeft gemaakt op de boete van € 500,=. [X] maakt in het geheel niet duidelijk wanneer hij de schotelantenne in zijn geheel zou hebben verwijderd, vóór of na laatstgenoemde brief.

3.8

Als [X] bedoelt dat hij het verbod van artikel 13 van het Huishoudelijk Reglement in redelijkheid aldus heeft mogen interpreteren dat een plat op de grond gelegde schotelantenne wel zou zijn toegestaan, faalt dat betoog. Artikel 13 van het Huishoudelijk Reglement beperkt het verbod niet tot antennes of schotels die op het dak dan wel op of aan de woning zijn bevestigd. In de brief van 6 januari 2014 heeft de VvE ook duidelijk gemaakt waarom zij ook een plat neergelegde schotelantenne niet accepteert, te weten omdat de huurder op die manier op elk moment de schotel weer kan opzetten en gaan gebruiken. Dit is een valide argument en [X] heeft moeten begrijpen dat hij ook met een plat neergelegde schotelantenne in overtreding zou zijn.

3.9

Het betoog dat hij de schotelantenne inmiddels heeft vervangen door een op manshoogte opgehangen “elektronisch kastje” van 30 bij 20 bij 10 cm., dat niet ontsierend is en waarvan niemand hinder heeft, kan [X] evenmin baten. Het kastje is kennelijk een vorm van een antenne of schotel en als zodanig niet toegestaan. De persoonlijke opvatting van [X] dat een buitenunit van een airconditioning, die wel is toegestaan, meer ontsierend is dan dit kastje, brengt nog niet met zich dat het optreden van de VvE tegen dit kastje naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Als [X] van mening is dat het verbod een onjuiste inhoud heeft zal hij binnen de VvE op wijziging daarvan moeten aansturen.

3.10

In eerste aanleg heeft [X] nog aangevoerd dat (de handhaving van) het verbod in artikel 13 van het Huishoudelijk Reglement strijdig is met artikel 10 EVRM (de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen). Voor het geval [X] met zijn betoog dat zijn Poolse huurder de door deze gewenste Poolse tv-zenders niet via de kabel kan ontvangen, heeft beoogd dit beroep in appel te herhalen, wordt als volgt overwogen. De VvE heeft in eerste aanleg onbetwist gesteld dat op het park kabeltelevisie en internet beschikbaar zijn. [X] heeft niet duidelijk gemaakt dat en waarom die beide middelen samen niet voldoende zouden zijn om in redelijke mate aan de informatiebehoefte van zijn Poolse huurder te voldoen. Ook een eventueel beroep op artikel 10 EVRM helpt [X] dus niet.

3.11

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat ook grief 3 faalt en in het voetspoor daarvan ook grief 4, die bestrijdt dat [X] op grond van artikel 13 van het Huishoudelijk Reglement de boete van € 500,= heeft verbeurd.

3.12

De grieven 5, 6 en 7 gaan over de toegewezen buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente en op de proceskostenveroordeling, maar bevatten geen zelfstandige argumenten, zodat zij het lot van de overige grieven delen.

3.13

De grieven falen. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [X] worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep.

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

veroordeelt [X] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de VvE begroot op € 711,= aan verschotten en € 632,= voor salaris.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, D.J. van der Kwaak en R.J.Q. Klomp en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2016.