Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1053

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-03-2016
Datum publicatie
01-04-2016
Zaaknummer
200.158.224/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK. Enquête. Deponering onderzoeksverslag. Partijen in de gelegenheid zich uit te laten over vergoeding onderzoeker.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 353
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1027
ARO 2016/102
OR-Updates.nl 2016-0106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer : 200.158.224/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 24 maart 2016

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GREEN EQUITY INVESTMENTS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. G.C. Vergouwen en mr. E. Baghery, kantoorhoudende te Eindhoven,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EKOPON B.V.,

gevestigd te Den Bosch,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

X-MARKT B.V.

gevestigd te Amsterdam,

2. [A],

wonende te [....] ,

advocaat: mr. S.C. Krekel, kantoorhoudende te Leiden,

3. R.F.W. VAN SEUMEREN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Ekopon B.V.,

advocaat: mr. P.A. van der Schee, kantoorhoudende te Breda,

BELANGHEBBENDEN.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zal verweerster wederom Ekopon worden genoemd.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 2 en 3 april 2015 in deze zaak.

1.3

Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Ekopon over de periode vanaf 28 juni 2012 tot 19 augustus 2014 en mr. M. Drop (hierna: de onderzoeker) als onderzoeker benoemd.

1.4

Bij brief van 23 maart 2016, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 24 maart 2016, heeft de onderzoeker het onderzoeksverslag (met bijlagen) aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Eveneens bij brief (met bijlage) van 23 maart 2016 heeft de onderzoeker een overzicht van de door hem aan het onderzoek bestede uren gegeven, en bericht dat de totale kosten van het onderzoek € 40.628,90 (inclusief kantoorkosten en verschotten, exclusief btw) bedragen. In de brief heeft de onderzoeker aangegeven – zo begrijpt de Ondernemingskamer – dat hij zijn vergoeding zal beperken tot € 20.000 (exclusief btw).

1.5

De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag (met bijlagen) van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

2.2

Met het oog op de door de Ondernemingskamer op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW vast te stellen vergoeding van de onderzoeker, zal de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid stellen zich over de vast te stellen vergoeding van de onderzoeker uit te laten.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij beschikking van 2 april 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Ekopon B.V., gevestigd te Den Bosch, ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;

stelt partijen in de gelegenheid zich uiterlijk op 5 april 2016 te 16:00 uur schriftelijk uit te laten over de vergoeding van de onderzoeker als weergegeven in 2.2 hiervoor;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs , raadsheren, en H. de Munnik en drs. M.A. Scheltema, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en door mr. M.M.M. Tillema in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2016.