Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2016:1004

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-03-2016
Datum publicatie
18-03-2016
Zaaknummer
23-003691-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak mishandeling. Gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-003691-15

datum uitspraak: 4 maart 2016

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 september 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-105784-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van

19 februari 2016.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 1 juni 2015 te Amsterdam [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer](met kracht) in/op/tegen haar (rechter) wang, in elk geval haar gezicht te duwen en/of te slaan en/of te stompen;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Vrijspraak

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger ter verdediging naar voren gebracht dat sprake is van onvoldoende bewijs, nu niemand heeft verklaard de mishandeling te hebben gezien, zich in het dossier geen letselverklaring bevindt en ook de verbalisanten niet hebben vermeld de vuurrode plek waarover de getuige [getuige] heeft verklaard bij de aangeefster te hebben waargenomen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zich door zijn drankgebruik die avond vrijwel niets van het gebeurde herinnerde, maar heeft ten stelligste ontkend dat hij de aangeefster zou hebben geslagen. Wel achtte hij het mogelijk dat hij haar van zich af heeft geduwd met zijn open hand. Ter terechtzitting in hoger beroep is hij bij deze verklaring gebleven.

De aangifte van Van de [slachtoffer] houdt in dat zij, nadat zij had gehoord dat de verdachte haar in een discussie met de portier van de [bedrijfsnaam] voor ‘hoer’ uitmaakte, naar de verdachte is toegelopen en hem bij de keel heeft gepakt. De verdachte zou haar hierop met een vuist tegen de wang hebben geslagen. De getuige [getuige], een vriendin van de aangeefster, heeft verklaard dat zij samen met de aangeefster de [bedrijfsnaam] heeft verlaten, de aangeefster vervolgens korte tijd uit het oog heeft verloren, waarna de aangeefster heel boos naar haar toekwam en tegen haar zei dat de verdachte haar in haar gezicht had geslagen. De getuige zag dat de rechter wang van de aangeefster vuurrood gekleurd was.

Het hof is van oordeel dat, gelet op de eigen waarneming van [getuige] van een rode verkleuring van de wang van de aangeefster, welke waarneming de aangifte ondersteunt, sprake is van voldoende wettig bewijs. Het hof heeft echter niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat kennelijk tussen de verdachte en de aangeefster een korte schermutseling is ontstaan. Nu het dossier omtrent de precieze toedracht van deze schermutseling geen nadere gegevens inhoudt, is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte de aangeefster heeft mishandeld.

De verdachte dient daarom bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs van het ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.S.G. Verhoeff, mr. N.A. Schimmel en mr. A.E.M. Röttgering, in tegenwoordigheid van

J. Dommershuijzen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

4 maart 2016.

=========================================================================

[....]