Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5815

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-05-2015
Datum publicatie
07-10-2016
Zaaknummer
23-004298-10
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:2242, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mensensmokkel, meermalen gepleegd. Geen overschrijding van de redelijke termijn abi artikel 6 EVRM nu de vertraging het gevolg was van het horen van de door de verdediging verzochte getuigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-004298-10

datum uitspraak: 4 mei 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 29 september 2010 in de strafzaak onder parketnummer 15-800007-10 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Afghanistan) op [geboortedag] 1971,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 april 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 01 november 2009 tot en met 01 januari 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland en/of India en/of Afghanistan en/of Dubai (verenigde Emiraten) en/of Istanbul (Turkije), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer ander(en), te weten

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8], behulpzaam is/zijn geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- voor/aan voornoemd(e) perso(o)n(en) een visum geregeld en/of gekocht en/of gehaald en/of - (vervolgens) voor/aan voornoemd(e) perso(o)n(en) (een) vliegticket(s) geboekt en/of verstrekt en/of gegeven en/of gekocht en/of - (vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en) begeleid op zijn/hun reis van Kabul via Dubai en/of via Istanbul naar Schiphol (Amsterdam) en/of - (vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en) begeleid op de luchthaven Schiphol en/of - (daarbij) voornoemd(e) perso(o)n(en) (telefonisch) aanwijzingen en/of instructies gegeven en/of - (vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en) begeleid naar de (paspoort/grens)controle (ter inreis Schengen gebied) en/of - (vervolgens/daarbij) voor voornoemd(e) perso(o)n(en) het woord gevoerd en/of als tolk gefungeerd en/of als leider van de groep optrad bij de (grens)controle, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewijsbeslissing komt en een andere straf oplegt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 november 2009 tot en met 1 januari 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, India en Afghanistan en Dubai (verenigde Emiraten) en Istanbul (Turkije),

[betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en [betrokkene 6] en [betrokkene 7] en [betrokkene 8], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, immers heeft verdachte:

- voornoemde personen begeleid op hun reis van Kabul via Dubai en via Istanbul naar Schiphol en

- vervolgens voornoemde personen begeleid op de luchthaven Schiphol; en

- daarbij voornoemde personen aanwijzingen gegeven; en

- vervolgens voornoemde personen begeleid naar de (paspoort/grens)controle ter inreis van het Schengen gebied; en

- vervolgens voor voornoemde personen het woord gevoerd en als tolk gefungeerd en als leider van de groep opgetreden bij de grenscontrole, terwijl verdachte wist dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.

Wat meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting betoogd dat het ten laste gelegde feit weliswaar zou kunnen worden bewezen, maar dat de overtuiging ontbreekt. Het hof volgt de raadsvrouw daarin niet. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het bewezen verklaarde levert op:

mensensmokkel, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel, door een groep van acht personen behulpzaam te zijn bij de toegang tot of de doorreis door Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, terwijl hij wist dat deze toegang of doorreis wederrechtelijk was. Hiertoe heeft hij de genoemde personen tijdens hun reis begeleid, aanwijzingen gegeven en hij heeft als tolk en als leider van de groep gefungeerd. Gezien het dossier waren deze personen geen vrienden of familie van de verdachte. De verdachte heeft door zijn handelen het overheidsbeleid inzake de bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere Schengenlanden doorkruist.

Gelet op de aard en de ernst van het feit is het hof van oordeel, dat in dit geval een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf passend en geboden is. Bij het bepalen van de hoogte van de straf zal het hof evenwel rekening houden met de omstandigheid dat de verdachte zich, naar het laat aanzien, heeft beperkt tot het (in opdracht) begeleiden van de groep van acht personen en hoogstwaarschijnlijk, althans biedt het dossier daarvoor geen aanknopingspunten, geen deel heeft uitgemaakt van de top van de mensensmokkelorganisatie. Het hof zal daarom, en omdat het hof tot een andere bewijsbeslissing is gekomen dan de rechter in eerste aanleg, de door de rechtbank opgelegde straf matigen.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 10 april 2015 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld, echter niet voor wat betreft een soortgelijk feit als het onderhavige.

Het hof heeft voorts de termijn voor afdoening van onderhavige zaak in ogenschouw genomen, nu de dagvaarding in eerste aanleg de verdachte op 26 augustus 2010 is betekend, hij op 7 oktober 2010 hoger beroep heeft ingesteld en het hof eerst heden op 4 mei 2015 arrest wijst.

Als uitgangspunt heeft te gelden, dat de behandeling van een zaak in hoger beroep wordt afgerond met een eindbeslissing binnen twee jaar na de instelling van het hoger beroep, waarbij de redelijkheid van de duur van de procedure kan worden beïnvloed door bepaalde omstandigheden (vgl. HR17 juni 2008, NJ 2008/358). In dit geval heeft het doen van verzoeken tot het horen van getuigen door de verdediging in hoger beroep geleid tot vertraging in de afdoening van de zaak. Deze vertraging komt naar het oordeel voor rekening van de verdachte. Het hof is daarom van oordeel, dat, hoewel sprake is van een langdurige procedure, de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM in dit geval niet is overschreden.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

Anders dan de rechtbank in het vonnis heeft overwogen, dient het hof een beslissing te nemen op de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet terug gegeven goederen. De omstandigheid dat het openbaar ministerie in eerste aanleg geen beslaglijst aan het dossier heeft toegevoegd, doet daar niet aan af (vgl. HR 1 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT1672).

Het hof zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de onder hem in beslag genomen geldbedragen, nu niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld, dat deze geldbedragen zijn verkregen door middel van het ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit.

Het hof zal tevens de teruggave aan de verdachte gelasten van de onder hem in beslag genomen MP3-speler.

Voorts is het ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit begaan met betrekking tot de hierna te noemen onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, de nummers 3, 12, 15, 17, 18 en 20 tot en met 23 van de aangehechte lijst met onder verdachte in beslag genomen goederen (paragraaf 2.1 en 2.1.1 van het dossier). Zij behoren de verdachte toe en zullen daarom worden verbeurd verklaard nu uit de bewijsmiddelen volgt dat het misdrijf met behulp van deze voorwerpen is begaan.

Ten slotte zal het hof de bewaring gelasten ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen fotocamera (Kodak, [nummer], kleur grijs).

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

de nummers 3, 12, 15, 17, 18 en 20 tot en met 23 van de aangehechte lijst met onder verdachte in beslag genomen goederen.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- € 2430,00 (4 biljetten van € 500, 4 biljetten van € 100, 1 biljet van € 20 en 1 biljet van € 10)

- 4000,00 US Dollar (40 biljetten van 100 US Dollar)

- 150 Britse Ponden (3 biljetten van 50 Pond)

- MP3 speler (BLU: Sens, type P19. 4GB.R 1070, kleur rood).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- Fotocamera digitaal (Kodak, [nummer], kleur grijs).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Jurgens, mr. N.A. Schimmel en mr. J.H. Wesselink, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 mei 2015.

Mrs. Schimmel en Wesselink zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[.........]

.