Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5790

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-02-2015
Datum publicatie
21-07-2016
Zaaknummer
13/730029-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Borgsom afgewezen gelet op de financiële aard en ernst van het delict.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/730029-14

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Colombia) op [geboortedag] 1985,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in het huis van bewaring Nieuwersluis te Nieuwersluis,

tegen de beslissing van de rechtbank te Amsterdam van 10 december 2014, houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 12 december 2014, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. G.R. Stolk.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.

De verdediging heeft mondeling een verzoek tot schorsing gedaan en aangeboden een borg van € 10.000,- te betalen ter verzekering dat de verdachte bij de inhoudelijke behandeling zal verschijnen. Het hof wijst dit aanbod af. Het hof overweegt daartoe dat gelet op de aard en de ernst van het delict waarmee grote geldbedragen zijn gemoeid een borgsom onvoldoende zekerheid kan bieden.

Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen, omdat het belang dat de verdachte heeft bij haar invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot haar gevangenhouding zijn aangewezen, welke ook thans nog grond geven tot voortduring van haar vrijheidsbeneming.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 11 februari 2015 in raadkamer van dit hof door

mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,

mrs. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van K.D.M. de Lange als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 11 februari 2015,

de advocaat-generaal