Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5737

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-11-2015
Datum publicatie
13-04-2016
Zaaknummer
13/730083-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Zeer ernstig feit en geschokte rechtsorde. Alleen schorsing bij zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden. Daarvan is niet gebleken. Enkele feit dat de verdachte minderjarig is, is niet voldoende om van vorengenoemd standpunt af te wijken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/730083-15

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

wonende te [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim,

tegen de beschikking van de rechtbank te Amsterdam van 21 oktober 2015, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 26 oktober 2015, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. P.A. van der Waal.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en de gronden waarop deze berust, met uitzondering van de onderzoeksgrond. Deze komt dan ook te vervallen.

Het hof is van oordeel dat er voldoende ernstige bezwaren zijn voor beide op de vordering inbewaringstelling vermelde feiten. Wat feit 1 betreft baseert het hof dit niet alleen op het aantreffen van een peilbaken bij de verdachte en hetgeen is gerelateerd omtrent zijn handelingen bij de Porsche, maar ook op zijn verklaring zoals afgelegd bij zijn inverzekeringstelling. Dit alles mede gezien het feit dat de eigenaar van de Porsche op een zogeheten dodenlijst voorkomt.

Wat feit 2, primair, betreft heeft het hof acht geslagen op het feit dat het moment van het aantreffen van de fotoapparatuur in de woning van de verdachte niet ver verwijderd is van het moment van de diefstal van die fotoapparatuur.

Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a lid 3 Sv zich thans niet voordoet.

Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat er sprake is van een zeer ernstig feit en een geschokte rechtsorde. Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Daarvan is niet gebleken. Weliswaar is de verdachte minderjarig, maar dat enkele feit is niet voldoende om van vorengenoemd standpunt af te wijken. Het hof heeft acht geslagen op het feit dat de Raad voor de Kinderbescherming niet tot schorsing heeft geadviseerd, de verdachte nog in een proeftijd van een eerdere veroordeling liep en er een advies ligt om een dubbel persoonlijkheidsonderzoek te laten opmaken. Om die reden zal het hof het verzoek van de verdachte afwijzen, omdat het belang dat de verdachte heeft bij zijn invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot zijn gevangenhouding zijn aangewezen, welke ook thans nog grond geven tot voortduring van zijn vrijheidsbeneming.

13/730083-15

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 18 november 2015 in raadkamer van dit hof door

mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,

mrs. M.J.G.B. Heutink en H.F. van Kregten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 18 november 2015,

de advocaat-generaal