Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5731

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-12-2015
Datum publicatie
10-03-2016
Zaaknummer
23-000735-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schuldheling. A-typische handel op zwarte markt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-000735-15

Datum uitspraak: 16 december 2015

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 6 februari 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15-710302-14 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,

adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 december 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 24 februari 2013 tot en met 7 maart 2013 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer en/of in de gemeente(n) Beverwijk en/of Haarlem en/of Venray, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (groot) aantal goederen (wekkerradio's en/of hoofdtelefoons en/of bluetooth speakers) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die wekkerradio's en/of hoofdtelefoons en/of bluetooth speakers wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bespreking ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte, wegens strijd met de beginselen van de goede procesorde – in dit geval het gelijkheidsbeginsel – nu de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] is geseponeerd.

De argumenten van de raadsman schragen de conclusie die hij eraan verbindt onvoldoende. Het verweer zal derhalve worden verworpen. Bovendien kan het niet vervolgen van derden wier gedragingen mogelijk het voorwerp van strafvervolging dienen te zijn, niet zonder meer leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging tegen de verdachte.

Nog daargelaten dat de beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan zich in zeer beperkte mate leent voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing, in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde.

Bewijsoverweging

Het hof is op grond van de feiten en omstandigheden zoals die uit het dossier blijken van oordeel dat de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de goederen die hij heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen van misdrijf afkomstig waren. In het bijzonder acht het hof daarvoor van belang dat de verdachte bezig was met voor hem a-typische handel op de Zwarte markt te Beverwijk met een voor hem onbekend persoon, terwijl hij reeds vermoedde dat de artikelen mogelijk nep waren. De verdachte heeft onraad geroken, bij hem zijn alarmbellen gaan rinkelen, maar hij is desondanks alsnog de deal aangegaan. De verdachte was kennelijk in de veronderstelling dat hij, ook indien de goederen nep zouden zijn geweest, een redelijke prijs had afgesproken, laat staan als de goederen echt zouden blijken te zijn. Gelet op deze omstandigheden had de verdachte naast het vermoeden dat de goederen mogelijk nep waren ook redelijkerwijs moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 24 februari 2013 tot en met 7 maart 2013 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer en in de gemeenten Beverwijk en Venray, een groot aantal goederen (wekkerradio's en hoofdtelefoons en bluetooth speakers) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die wekkerradio's en hoofdtelefoons en bluetooth speakers redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

schuldheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren en een geldboete ter hoogte van € 2.000,00, subsidiair 30 dagen hechtenis.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft een grote hoeveelheid goederen verworven, voorhanden gehad en overgedragen waarvan hij redelijkerwijs moest vermoeden dat het goederen betrof die uit misdrijf afkomstig waren. Deze wijze van handelen draagt bij aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 17 november 2015 is de verdachte eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld. Dit weegt in zijn nadeel.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet (naar behoren) verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. N.A. Schimmel en mr. M. Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van mr. M. Helmers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 december 2015.

mr. Gonggrijp-van Mourik en mr. Helmers zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....][....][....]

[....][....][....]

[....][....][....]

[....]

[....][....][....]

[....]

[....][....]

[....][....][....][....]

[....]