Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5636

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
30-12-2015
Datum publicatie
12-01-2016
Zaaknummer
23-003244-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overtreding APV, verkoop nepdrugs. Irrelevant of het eigen medicijnen waren. Recidive niet meegewogen i.v.m. data onherroepelijkheid eerdere veroordelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-003244-15

datum uitspraak: 17 december 2015

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 17 juli 2015 in de strafzaak onder parketnummer

13-021884-14 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

adres: [adres],

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

17 december 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 04 november 2013 te Amsterdam zich op en/of aan de weg, te weten de Lange Niezel heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of 3 van de Opiumwet althans daarop gelijkende waar, en/of slaapmiddelen en/of kalmeringsmiddelen en/of stimulerende middelen of daarop gelijkende waar te kopen en/of te koop aan te bieden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep en beslissing tot terugwijzing

Het vonnis waarvan beroep kan, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering, niet in stand blijven.

Het hof overweegt voorts het volgende.

De verdachte is rechtsgeldig, doch niet in persoon gedagvaard voor de terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht, en dit blijkt ook uit de stukken, dat hij tijdens de behandeling van de onderhavige zaak bij de kantonrechter op 17 juli 2015 al ongeveer twee maanden uit anderen hoofde gedetineerd was. De verdachte is echter niet aangevoerd, terwijl hij geen afstand had gedaan van zijn recht bij de zitting aanwezig te zijn. Niet gebleken is dat de kantonrechter, alvorens verstek te verlenen, zich ervan heeft vergewist of de inmiddels gedetineerde verdachte op de hoogte was van de behandeling van zijn zaak en of hij afstand had gedaan van het recht om bij zijn zaak aanwezig te zijn. Evenmin is gesteld of gebleken dat de verdachte via zijn raadsvrouw op de hoogte was gekomen van de zitting. De kantonrechter heeft verstek verleend en de zaak buiten aanwezigheid van de verdachte behandeld en hem veroordeeld tot vier weken hechtenis. Nadat de verdachte de mededeling uitspraak uitgereikt heeft gekregen, is hoger beroep tegen het verstekvonnis ingesteld.

De beantwoording van de vraag of een verdachte buiten zijn tegenwoordigheid kan worden berecht of dat daarmee zijn aanwezigheidsrecht tekort wordt gedaan, zal steeds gepaard moeten gaan met een concrete afweging tussen – enerzijds – het belang van de verdachte bij het uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht en – anderzijds – het algemeen belang van een behoorlijke rechtspleging. Justitie heeft de verantwoordelijkheid de verwezenlijking van het aanwezigheidsrecht te waarborgen en zich daartoe voldoende in te spannen; intussen behoort de verdachte zich bereikbaar te houden voor zijn raadsman of -vrouw, opdat hij in voorkomende gevallen (ook) langs die weg van het tijdstip van de behandeling van zijn zaak op de hoogte komt.

In de onderhavige zaak is de verdachte tijdens zijn detentie bij verstek een vrijheidsbenemende straf door de kantonrechter opgelegd, terwijl de beantwoording van de vraag of een niet verschenen verdachte gedetineerd is, langs digitale weg veelal eenvoudig te beantwoorden is. Bovendien volgt uit een stelbrief van de raadsvrouw dat zij tevoren op de hoogte was van de zitting bij de kantonrechter en is ter zitting niet zekerheidshalve naar haar afwezigheid geïnformeerd, terwijl – gelet op de inhoud van die stelbrief – wel bekend was dat zij als raadsvrouw van de verdachte zou optreden. De verdachte heeft zich bereikbaar gehouden voor zijn raadsvrouw, maar van haar heeft hij, zo volgt uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, kennelijk niets vernomen over de zitting bij de kantonrechter. Om dat in deze mate voor rekening van de verdachte te doen komen, acht het hof niet rechtvaardig. De controle op detentie is relatief eenvoudig en gebruikelijk en deze controle betreft naar het oordeel van het hof in de onderhavige zaak, waarbij een vrijheidsbenemende straf is opgelegd, een redelijkerwijs te vergen, geringe inspanning van de zijde van justitie, ook in eerste aanleg. Daarbij heeft het hof mede gelet op het belang van een eerlijke procesvoering als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en de ontwikkelingen in het voortbouwend appel, welke gepaard behoren te gaan met een zekere verzwaarde nadruk op een goede behandeling van de zaak in eerste aanleg. De raadsvrouw heeft in hoger beroep ook uitdrukkelijk betoogd dat de verdachte aanspraak wenst te maken op een behandeling in twee instanties en heeft om terugwijzing van de zaak naar de eerste aanleg verzocht.

De redenen voor terugwijzing van de zaak, teneinde de verdachte een berechting in twee instanties niet te onthouden, zijn weliswaar bij wet en jurisprudentie beperkt, maar het hof acht terugwijzing in de onderhavige zaak aangewezen. De kantonrechter had gelet op het aanwezigheidsrecht van de verdachte niet zonder meer aan de behandeling ten gronde van de zaak mogen toekomen.

Het hof zal de zaak terugwijzen naar de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam.

BESLISSING

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Wijst de zaak terug naar de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E.N. van der Spoel, mr. J.L. Bruinsma en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van

mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

17 december 2015.

Mrs. Van der Spoel en Metgod zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.