Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5505

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-08-2015
Datum publicatie
05-07-2017
Zaaknummer
23-001910-14
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:3405, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

diefstal d.m.v. braak buitenboordmotor

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-001910-14

datum uitspraak: 20 augustus 2015

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 8 mei 2014 in de strafzaak onder parketnummer 14-170338-12 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 april 2015 en 6 augustus 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

primair:

hij op of omstreeks 8 augustus 2012 te Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (van een Zodiac rubberboot) heeft weggenomen een buitenboordmotor (merk: Mariner, 25 pk), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair:

hij in of omstreeks 8 augustus 2012 te Den Helder, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een buitenboordmotor (merk Mariner 25 pk) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die buitenboordmotor wist(en) althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Bespreking van de bewijsverweren

Standpunt van de verdediging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. Ten aanzien van het primair tenlastegelegde heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de buitenboordmotor samen met medeverdachte [medeverdachte] door middel van braak heeft weggenomen. Uit de verklaring van de verdachte op de terechtzitting in eerste aanleg van 8 mei 2014 volgt immers dat medeverdachte [medeverdachte] de buitenboordmotor via Marktplaats had gekocht en dat de motor gewoon op de steiger of er net naast lag. Derhalve is er geen sprake van wederrechtelijke toe-eigening zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, aldus de raadsvrouw. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsvrouw kort gezegd aangevoerd dat de verdachte niet hoefde te weten dat de motor gestolen was, nu deze op de kant lag en hiervoor een reële prijs was betaald.

Beoordeling

Het hof overweegt ten aanzien van het primair tenlastegelegde het volgende.

Uit de verklaring van de getuige [benadeelde] volgt dat hij op 8 augustus 2012, rond de middag bij zijn boot is geweest en dat de buitenboordmotor toen nog vastgeschroefd aan de boot zat. Verschillende getuigen verklaren dat ze op 8 augustus 2012 omstreeks 20.00 uur een man met een zwarte buitenboordmotor hebben zien lopen op de steiger waaraan de boot lag waarvan de buitenboordmotor is weggenomen, dat zij de man die buitenboordmotor in de achterbak van een groene Opel Astra hebben zien leggen en de auto vervolgens met hoge snelheid hebben zien wegrijden. Kort daarna is de groene Opel Astra, met daarin de verdachte, aangehouden. In de achterbak van deze auto is een zwarte buitenboordmotor aangetroffen. De getuige [benadeelde] heeft bevestigd dat deze zwarte buitenboordmotor van zijn boot afkomstig is.

De verdachte heeft tijdens het onderzoek ter terechtzitting bij de politierechter erkend dat hij de buitenboordmotor van de steiger heeft meegenomen, maar heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan diefstal. De verdachte heeft daaromtrent verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] deze buitenboordmotor motor via Marktplaats had gekocht, dat de verkoper had aangewezen waar de motor zich bevond en dat de motor zich reeds ontkoppeld op de steiger bevond. De door verdachte geschetste gang van zaken acht het hof echter niet geloofwaardig, gelet op de verklaringen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] . Het hof ziet geen reden om aan de verklaringen van deze getuigen te twijfelen. Het hof wijst bovendien op de wisselende verklaringen die de verdachte heeft afgelegd over de plek waar de motor in de Opel Astra zou zijn geladen en over zijn aanwezigheid op de steiger. Ook om die reden hecht het hof geen geloof aan het door verdachte geschetste scenario. Het door de verdediging gevoerde verweer wordt dan ook verworpen.

Het voorgaande leidt ertoe dat het hof wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan. Gelet daarop, behoeft het door de raadsvrouw ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde verweer geen bespreking.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 8 augustus 2012 te Den Helder met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een buitenboordmotor (merk: Mariner, 25 pk), toebehorende aan [benadeelde] , waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg ten laste gelegde bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld voor het primair tenlastegelegde feit tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een buitenboordmotor door middel van verbreking. Diefstal is een ergerlijk feit, dat naast schade vaak veel hinder veroorzaakt voor gedupeerde personen. Bovendien wordt door diefstal een ernstige inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van de benadeelden, hetgeen maatschappelijke onrust veroorzaakt en reeds in de samenleving aanwezige gevoelens van onveiligheid versterkt.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 21 juli 2015 is de verdachte eerder voor soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld. Aan de verdachte zijn voor eerder door hem gepleegde feiten (deels) voorwaardelijke straffen opgelegd. Deze hebben de verdachte er niet van weerhouden om nieuwe strafbare feiten te plegen.

Anders dan de rechtbank ziet het hof daarom aanleiding om een onvoorwaardelijke straf op te leggen.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. E.N. van der Spoel en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van

D.J. Lutje Wagelaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

20 augustus 2015.

Mr. E.N. van der Spoel en mr. M.J. Dubelaar zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]