Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5464

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-12-2015
Datum publicatie
05-01-2016
Zaaknummer
200.182.014/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

verzoeker niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen wrakingsbeslissing waarin een wrakingsverbod is opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

zaaknummer : 200.182.014/01

beslissing van de wrakingskamer van 22 december 2015

inzake het op 15 december 2015 ingediende beroepschrift van

[X],

wonend te [woonplaats] ,

hierna: [X] .

1 Het geding

Het beroepschrift d.d. 9 december 2015 is op 15 december 2015 binnengekomen bij

de Notaris- en Gerechtsdeurwaarderskamer van dit hof. Het beroepschrift is door de Notaris- en Gerechtsdeurwaarderskamer doorgeleid naar de wrakingskamer van dit hof.

Het hoger beroep ziet op het deel van de beslissing van de wrakingskamer van de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam van 19 november 2015 in de zaak met zaaknummer [nummer] , waarbij genoemde wrakingskamer heeft bepaald:

“dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen tuchtrechters belast met de behandeling van het onder zaaknummer [nummer] geregistreerde verzet niet meer

in behandeling zal worden genomen”.

2 Beoordeling

2.1

De wrakingskamer stelt voorop dat op grond van artikel 37 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet de leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders kunnen worden gewraakt indien er te hunnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan waardoor in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Titel IV van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is van overeenkomstige toepassing verklaard.

2.2

Artikel 515 lid 5 Sv bepaalt dat tegen de beslissing van de wrakingskamer geen rechtsmiddel open staat. Dit geldt zowel voor de beslissing op het wrakingsverzoek als de beslissing tot het opleggen van een wrakingsverbod op grond van artikel 515 lid 4 Sv. Reeds op grond van het voorgaande is [X] kennelijk niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

2.3

De wrakingskamer merkt in dit verband nog wel op dat deze regeling onverlet laat dat in het kader van een eventueel hoger beroep in de hoofdzaak ook de beslissing op het wrakingsverzoek ter discussie kan worden gesteld. Bovendien kan, los van de beslissing op het wrakingsverzoek, in hoger beroep worden geklaagd over een gebrek in de rechterlijke onpartijdigheid in eerste aanleg.

2.4

Omdat [X] kennelijk niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep, is op grond van artikel 11 lid 1 van het wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam

en het gerechtshof Den Haag geen mondelinge behandeling van het hoger beroep bepaald. Aan een inhoudelijke behandeling van het beroepschrift komt de wrakingskamer niet toe.

3 Beslissing

Het hof:

verklaart [X] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S. Clement, A.D.R.M. Boumans en L.A.J. Dun en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 22 december 2015 in aanwezigheid van de griffier.