Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5335

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-12-2015
Datum publicatie
24-12-2015
Zaaknummer
200.173.522/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klacht tegen een oud-notaris. De kamer heeft het verzet van klaagster tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer, waarbij de klacht van klaagster tegen de oud-notaris als kennelijk ongegrond is afgewezen, ongegrond verklaard. Uit artikel 99 Wna volgt dat er geen rechtsmiddel, zoals hoger beroep, tegen de bestreden beslissing kan worden ingesteld. Feiten of omstandigheden waaruit zou kunnen worden afgeleid dat een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden, zijn evenwel gesteld noch gebleken. Het hof verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 99
Wet op het notarisambt 107
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.173.522/01 NOT

nummer eerste aanleg : 577632/NT 14-74 SP

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 22 december 2015

inzake

[naam],

wonend te [plaats],

appellante,

tegen

mr. [naam],

oud-notaris te [plaats],

geïntimeerde,

gemachtigde: mr. [naam] te [plaats].

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellante (hierna: klaagster) heeft op 17 juli 2015 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam (hierna: de kamer) van 4 juni 2015.

1.2.

De kamer heeft in de bestreden beslissing het verzet van klaagster tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer van 10 maart 2015, waarbij de klacht van klaagster tegen geïntimeerde (hierna: de oud-notaris) als kennelijk ongegrond is afgewezen, ongegrond verklaard.

1.3.

Op 20 augustus 2015 heeft het hof een aanvullend beroepschrift - met bijlagen - ontvangen.

1.4.

De notaris heeft op 14 september 2015 een verweerschrift bij het hof ingediend.

1.5.

De zaak is, voor zover het betreft de ontvankelijkheid van klaagster in haar hoger beroep, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 26 november 2015.

Klaagster en de gemachtigde van de oud-notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Ontvankelijkheid

3.1.

Klaagster heeft op 9 december 2014 bij de kamer een klacht ingediend tegen twee notarissen, onder wie de oud-notaris. De voorzitter van de kamer heeft op 10 maart 2015 twee afzonderlijke beslissingen gegeven. De klacht van klaagster tegen de oud-notaris is als kennelijk ongegrond afgewezen. Tegen deze beslissing heeft klaagster verzet ingesteld bij de kamer. De kamer heeft bij beslissing van 4 juni 2015 het verzet ongegrond verklaard.

3.2.

In het algemeen staat – op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) – tegen een beslissing van de kamer op een klacht het rechtsmiddel van hoger beroep bij dit hof open. Artikel 99 Wna bepaalt echter in de leden 5, 9 en 13 – verkort weergegeven en voor zover hier van belang – dat (i) de voorzitter van de kamer klachten die naar zijn oordeel kennelijk niet-ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht zijn, kan afwijzen, (ii) tegen een dergelijke beslissing van de voorzitter verzet kan worden gedaan bij de kamer en (iii) tegen de beslissing van de kamer dat het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond is, geen rechtsmiddel openstaat. Uit genoemde leden van artikel 99 Wna volgt derhalve dat er geen rechtsmiddel, zoals hoger beroep, tegen de bestreden beslissing open staat.

Dit is slechts anders indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel rechtsbeginsel is veronachtzaamd dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken. Feiten of omstandigheden waaruit zou kunnen worden afgeleid dat een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden, zijn evenwel gesteld noch gebleken. Het enkele feit dat klaagster de bestreden beslissing onjuist acht, is daartoe niet voldoende. Dit brengt mee dat klaagster in haar hoger beroep niet kan worden ontvangen.

3.3.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

4 Beslissing

Het hof verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.M.A. Verscheure, C.H.M. van Altena en B.J.M. Gehlen en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2015 door de rolraadsheer.