Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5311

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-12-2015
Datum publicatie
23-12-2015
Zaaknummer
23-000748-13
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:2793, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Faillissementsfraude. Bijzondere voorwaarde: tijdens proeftijd van 3 jaren niet het beroep uitoefenen van statutair directeur rechtspersoon. Ongeanonimiseerde publicatie van arrest ter bescherming van de maatschappij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2675
INS-Updates.nl 2016-0020
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-000748-13 (strafzaak)

Datum uitspraak: 18 december 2015

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 februari 2013 in de strafzaak onder parketnummer 13-993500-12 tegen:

Johannes EVENBOER,

geboren te Zwolle op 29 december 1942,

adres: De Watermarsen 6, 8019 BS Zwolle.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 februari 2015, 19 november 2015 en 4 december 2015, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. primair:
MHAM Beheer BV in na te noemen periode(n), te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of een of meer natuurlijke personen, althans alleen, terwijl genoemde besloten vennootschap bij vonnis van de rechtbank Amsterdam dd. 8 december 2009 in staat van faillissement is/was verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van genoemde besloten vennootschap,

A) in de periode maart 2010 tot en met mei 2010 of in de periode 8 december 2009 tot en met 7 september 2010 een goed, te weten een auto, Landrover Discovery, of een recht of vermogensbestanddeel voortkomende uit de leaseovereenkomst van die Landrover Discovery, aan de boedel heeft onttrokken;

en/of

B) in de periode van 8 juli 2009 tot 8 december 2009 niet had voldaan aan de op haar rustende verplichting ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek; en/of in de periode 8 juli 2009 tot 8 december 2009 niet had voldaan en/of in de periode van 8 december 2009 tot en met 7 september 2010 niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting ten opzichte van het bewaren van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in dat artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

en/of in de periode 8 december 2009 tot en met 7 september 2010 niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting tot het te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in dat artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek; zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet via Stichting Aijbo Aandelenkantoor tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

1. subsidiair:
dat Stichting Aijbo Aandelenkantoor in na te noemen periode(n) te Amsterdam en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen, althans alleen, als bestuurder van MHAM Beheer BV, welke besloten vennootschap bij vonnis van de rechtbank Amsterdam dd. 8 december 2009 in staat van faillissement is/was verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van genoemde besloten vennootschap,

A) in de periode maart 2010 tot en met mei 2010 of in de periode 8 december 2009 tot en met 7 september 2010 een goed, te weten een auto, Landrover Discovery, of een recht of vermogensbestanddeel voortkomende uit de leaseovereenkomst van die Landrover Discovery, aan de boedel heeft onttrokken;

en/of

B) in de periode van 8 juli 2009 tot 8 december 2009 niet had voldaan aan de op haar rustende verplichting ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wet en/of artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van die besloten vennootschap;

en/of in de periode 8 juli 2009 tot 8 december 2009 niet had voldaan en/of in de periode van 8 december 2009 tot en met 7 september 2010 niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting ten opzichte van het bewaren van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wet en/of in artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van die besloten vennootschap;

en/of in de periode 8 december 2009 tot en met 7 september 2010 niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting tot het te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wet en/of in artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van die besloten vennootschap; zulks terwijl hij, verdachte, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

2 primair:
Maca Beheer Groep BV op of omstreeks 3 oktober 2008, althans in oktober 2008, te Hollandscheveld en/of in de gemeente Haren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of een of meer natuurlijke personen, althans alleen, terwijl genoemde besloten vennootschap bij vonnis van de rechtbank Groningen dd. 7 oktober 2008 in staat van faillissement is/was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van genoemde besloten vennootschap, een bate van ongeveer Euro 10.000,- niet had verantwoord en/of een goed, te weten een geldbedrag van ongeveer Euro 10.000,- , aan de boedel had en/of heeft onttrokken, zulks terwijl hij, verdachte, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en);

2 subsidiair:
hij op of omstreeks 3 oktober 2008, te Hollandscheveld en/of (elders) in Nederland, in het vooruitzicht van het faillissement van Maca Beheer Groep BV, terwijl het faillissement van genoemd besloten vennootschap is gevolgd bij vonnis van de rechtbank Groningen van 7 oktober 2008, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van genoemde besloten vennootschap, een goed, te weten ongeveer Euro 10.000,-, aan de boedel heeft onttrokken;

3 primair:
hij in na te noemen periode(n), in de gemeente Pijnacker-Nootdorp en/of te Naaldwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer rechtspersonen, althans alleen, als bestuurder van Axcess Holding BV, welke besloten vennootschap bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage dd. 11 mei 2010 in staat van faillissement is/was verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van genoemde besloten vennootschap,

in de periode van 26 oktober 2009 tot 11 mei 2010 niet had voldaan aan de op hem rustende verplichting ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van die besloten vennootschap;

en/of in de periode 26 oktober 2009 tot 11 mei 2010 niet had voldaan en/of in de periode van 11 mei 2010 tot en met 27 december 2010 niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichting ten opzichte van het bewaren van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in dat artikel 10, eerste lid van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of in dat artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van die besloten vennootschap;

en/of in de periode 9 augustus 2010 tot en met 27 december 2010 niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichting tot het te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in artikel 10, eerste lid van boek 2 en/of in dat artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van die besloten vennootschap;

3 subsidiair:
Axces Holding BV in na te noemen periode(n), in de gemeente Pijnacker-Nootdorp en/of te Naaldwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of een of meer natuurlijke personen, althans alleen, terwijl genoemde besloten vennootschap bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage dd. 11 mei 2010 in staat van faillissement is/was verklaard, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van genoemde besloten vennootschap,

in de periode van 26 oktober 2009 tot 11 mei 2010 niet had voldaan aan de op haar rustende verplichting ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

en/of in de periode 26 oktober 2009 tot 11 mei 2010 niet had voldaan en/of in de periode van 11 mei 2010 tot en met 27 december 2010 niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting ten opzichte van het bewaren van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in dat artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

en/of in de periode 9 augustus 2010 tot en met 27 december 2010 niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting tot het te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in dat artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek; zulks terwijl hij, verdachte, tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en een andere straftoemeting komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging

Feit 1 onder A: Onttrekken Landrover Discovery

De verdediging heeft in hoger beroep vrijspraak bepleit en daartoe – zakelijk en verkort weergegeven – het volgende aangevoerd. De verdachte heeft de Landrover Discovery, behorende tot de boedel van MHAM Beheer B.V., meegegeven aan [getuige 1] , nadat deze de stichting Aijbo Aandelenkantoor heeft overgenomen. Stichting Aijbo Aandelenkantoor was aandeelhouder van MHAM Beheer B.V., zodat het voertuig in de boedel is gebleven. Er is dan ook geen sprake van onttrekking aan de boedel, aldus de verdediging. Subsidiair stelt de verdediging dat indien het meegeven van het voertuig aan [getuige 1] ten onrechte is geschied, niet althans onvoldoende blijkt dat de schuldeisers zijn benadeeld. Meer subsidiair heeft de verdediging gesteld dat er geen sprake was van opzet op het benadelen van de boedel, omdat de verdachte in de veronderstelling was dat hij juist had gehandeld door de auto aan de opvolger [getuige 1] mee te geven.

Het hof overweegt als volgt.

MHAM Beheer B.V. is op 8 december 2009 failliet verklaard. Over de periode voorafgaand aan dit faillissement is uit het dossier onder meer het volgende naar voren gekomen.

MHAM Beheer B.V. is een aantal maanden voor het faillissement overgenomen door Stichting Auream Mediocratem. Enkele dagen na die bedrijfsovername bleek van een faillissementsaanvraag die het personeel had gedaan met betrekking tot de bij MHAM Beheer B.V. behorende werkmaatschappij Infra View Solutions B.V. In het handelsregister werd een paar dagen vóór 18 augustus 2009 de bedrijfsovername ingeschreven, met terugwerkende kracht per 1 juli 2009 (de daarbij betrokken namen zijn [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ). Op 18 augustus 2009 werd de werkmaatschappij Infra View Solutions B.V. failliet verklaard. Ná het faillissement van Infra View Solutions B.V. is Stichting Aijbo Aandelenkantoor de bestuurder geworden van de Stichting Auream Mediocratem – en daarmee dus ook van MHAM Beheer B.V. – met terugwerkende kracht per 3 juli 2009.

Stichting Aijbo Aandelenkantoor was derhalve vanaf 3 juli 2009 bestuurder van MHAM Beheer B.V. en de verdachte is vanaf 8 juli 2009 bestuurder van Stichting Aijbo Aandelenkantoor en daarmee (onder Stichting Auream Mediocratem) ook van MHAM Beheer B.V.

De verdachte kocht bedrijven op die in moeilijkheden verkeerden, zo volgt (ook) uit de verklaring van getuige [getuige 2] , op 17 augustus 2015 afgelegd tegenover de raadsheer-commissaris. Ten tijde van het faillissement van MHAM Beheer B.V., op 8 december 2009, was de verdachte bestuurder van dit bedrijf. De verdachte had op dat moment het voertuig ter beschikking moeten houden voor de curator. Nu de verdachte dat niet heeft gedaan, heeft hij het voertuig onttrokken aan de boedel van MHAM Beheer B.V. Het voertuig kon derhalve vanaf de datum van het faillissement niet uitgewonnen worden.

Voor zover de verdachte (subsidiair) heeft gesteld dat niet blijkt van benadeling van de schuldeisers, is die stelling gestoeld op een eis die de wet – binnen het kader van de tenlastelegging – niet stelt. De verplichting van de verdachte om de auto ter beschikking te houden voor de curator gold tot 12 januari 2010, omdat op die datum Stichting Aijbo Aandelenkantoor is overgedragen aan [getuige 1] en voornoemde verplichting vanaf dat moment op de heer [getuige 1] rustte. Dat de leasemaatschappij Amende het voertuig uiteindelijk, na 12 januari 2010, heeft weten op te sporen en terug te halen doet aan het voorgaande niet af.

Voor zover meer subsidiair is bepleit dat bij de verdachte geen sprake was van (voorwaardelijk) opzet op het onder 1 ten laste gelegde, overweegt het hof het volgende. De verdachte wist dat de Landrover Discovery van MHAM Beheer B.V. was. De verdachte heeft verklaard dat hij voor de overname van MHAM Beheer B.V. een bedrag van € 500 zou ontvangen en [betrokkene 1] heeft verklaard dat een bedrag van € 1.500 voor deze overname is betaald. De Landrover Discovery werd naderhand, toen de auto (ruim) na het faillissement werd terug gevonden, getaxeerd op € 11.500. Aangenomen kan worden dat de auto ten tijde van het faillissement waarde vertegenwoordigde en dat de verdachte daarvan – gelet op het financial leasecontract voor de auto – op de hoogte was.

De verdachte heeft verklaard dat hij ongeveer anderhalve maand na de overdracht van Stichting Aijbo Aandelenkantoor (en dus van MHAM Beheer B.V.) aan [getuige 1] de auto aan de heer [getuige 1] heeft overgedragen. Mede gelet op het reeds uitgesproken faillissement van de werkmaatschappij Infra View Solutions B.V. kan het niet anders dan dat de verdachte met het verstrekken van de Landrover Discovery aan [getuige 1] bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij daarmee minst genomen – zonder het doen van enige navraag – buiten een reeds op handen zijnde dan wel uitgesproken faillissement van MHAM Beheer B.V. om handelde en daarmee bedrieglijk tot verkorting van de rechten van schuldeisers.

De verweren worden verworpen.

Feit 1 onder B: Administratie MHAM Beheer B.V.

De verdediging heeft hiervan vrijspraak bepleit, nu de verdachte alle administratie aan [getuige 1] heeft overgedragen, toen diegene Stichting Aijbo Aandelenkantoor en daarmee MHAM Beheer B.V. heeft overgenomen. Op het moment dat de curator heeft verzocht om bescheiden, was de verdachte geen bestuurder meer van MHAM Beheer B.V. en hij heeft derhalve de plicht die op de bestuurder rust niet verzuimd, aldus de verdediging.

Het hof overweegt als volgt.

Vanaf 8 juli 2009 was de verdachte bestuurder van MHAM Beheer B.V., dus vanaf dat moment was hij verantwoordelijk voor het verkrijgen van de administratie van het bedrijf, maar ook voor het voeren en overdragen van deze administratie. Nu de verdachte dat bewust niet heeft gedaan, heeft hij – mede gelet op het hiervoor overwogene met betrekking tot het moment van overname van de B.V. en de omstandigheden waaronder – de aanmerkelijke kans aanvaard dat de rechten van de schuldeisers van MHAM Beheer. B.V. daardoor zouden worden verkort. Het hof is van oordeel dat voornoemde administratieve plicht tot 12 januari 2010 op de verdachte rustte. Vanaf 12 januari 2010 was MHAM Beheer B.V. immers overgedragen aan [getuige 1] , zodat na deze datum de verdachte hier niet meer voor verantwoordelijk was. Het verweer wordt in zoverre verworpen.

Het hof acht met de raadsman niet bewezen dat de verdachte niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichting tot het tevoorschijn brengen van de administratie. Uit het dossier blijkt niet dat de curator vóór 12 januari 2010 de administratie heeft opgevraagd bij de verdachte. Daarmee ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs voor het vereiste (voorwaardelijk) opzet van de verdachte op het verzaken van deze plicht. De verdachte wordt dan ook vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde niet tevoorschijn brengen van de administratie.

Feit 2: MACA beheer groep B.V.

De verdediging heeft ook hiervan vrijspraak bepleit, nu bij de verkoop van de MACA beheer groep B.V. de activa van Apeldoorn B.V. i.o. zijn uitgesloten en de € 10.000 die is overgeboekt op de rekening van de verdachte afkomstig is uit de opbrengsten van de verkoop van die activa.

Het hof overweegt aldus.

Ten aanzien van de MACA Beheer Groep B.V. is het volgende komen vast te staan.

Op 11 september 2008 zijn de aandelen van MACA Beheer Groep B.V. geleverd aan De Hoop Invest B.V. Op dat moment – sinds 29 augustus 2008 – was de verdachte enig aandeelhouder en bestuurder van De Hoop Invest B.V.

Een kopie van de notariële akte van deze levering van aandelen bevindt zich bij de stukken van het geding (D-8, p. 287 e.v.). De akte houdt onder II.D.2c, aanhef en onder e “(t)en aanzien van de Vennootschap (het hof begrijpt: MACA Beheer Groep B.V.) en de daaraan verbonden werkmaatschappijen” , het volgende in:

“de vennootschap is niet gebonden aan enig non-concurrentiebeding, de vennootschap heeft zich niet voor de schulden van derden verbonden.

Er behoeven geen bedragen of goederen uit het bedrijf dan wel de daaraan verbonden werkmaatschappijen onttrokken te worden tengevolge van tot en met heden genomen besluiten of gesloten overeenkomsten, met uitzondering van:
(…)

e. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: Absoluut Apeldoorn B.V. in oprichting, waarvan de activa door de vennootschap zijn dan [wel] zullen worden verkocht aan een derde, waarvan de opbrengst toekomt aan de bank; koper is hiermee bekend en zal hieraan ui[t]voering geven;”.

Het hof leidt uit het voorgaande af dat ook de activa van Absoluut Apeldoorn B.V. in oprichting zijn overgedragen aan de koper, De Hoop Invest B.V., echter onder de verplichting uitvoering te geven aan de verkoop daarvan aan een derde en het laten toevloeien van de opbrengsten van die verkoop aan de bank ter vermindering van de schuld van MACA Beheer Groep B.V. aan die bank.

Op 7 oktober 2008 is MACA Beheer Groep B.V. failliet verklaard door de rechtbank Groningen. Aan de verdachte is op 3 oktober 2008 een bedrag van € 10.000 overgemaakt, betaald uit de opbrengsten van de verkoop van de activa van Absoluut Apeldoorn B.V. i.o. Bij de overboeking op verdachtes privérekening stond vermeld: “deelbet. Zoals overeengek. Inz. Absoluut Apeldoorn bv i.o.”. Gelet op een e-mail van de heer [getuige 3] – de eigenaar van MACA Beheer Groep B.V. vóórdat deze werd overgedragen aan De Hoop Invest B.V. – aan de heer [getuige 4] , makelaar, is bedoeld bij deze overboeking in afkortingen aan te duiden “deelbetaling zoals overeengekomen inzake Absoluut Apeldoorn b.v. i.o.”.

Van de verdachte staat vast dat hij wist dat hij voor de overname van MACA Beheer Groep N.V. nog een bedrag van € 10.000 zou ontvangen en dat dit later op zijn privérekening zou volgen; voorts moet hij er – gelet op de hierboven aangehaalde inhoud van de notariële akte betreffende de levering van aandelen - geacht worden ermee bekend te zijn geweest dat de opbrengsten van de activa toekwamen aan de bank. Door de toe-eigening van € 10.000 afkomstig uit de opbrengsten van de verkoop van de activa van Absoluut Apeldoorn B.V. i.o. blijkt dat de verdachte, als feitelijk leidinggevende, het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het onttrekken van gelden aan de boedel.

Feit 3: Administratie Axcess Holding B.V.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte geen boekhouding heeft ontvangen van Axcess Holding B.V., zodat hem niet kan worden verweten dat hij deze niet heeft bewaard. Tevens heeft de verdachte geen handelingen verricht en heeft dan ook geen boekhouding kunnen bijhouden. Voorts heeft de verdachte geen berichten ontvangen van de curator om de stukken over te dragen en kan hem dus niet worden verweten dat hij dit niet heeft gedaan. Dit geldt temeer volgens de verdediging omdat de verdachte na het faillissement geen bestuurder meer was. Volgens de verdediging dient de verdachte vrijgesproken te worden van het onder 3 ten laste gelegde.

Het hof volgt het betoog van de raadsman niet en overweegt daartoe als volgt.

Vanaf 26 oktober 2009 was de verdachte enig aandeelhouder van Axcess Holding B.V. en deze besloten vennootschap is op 11 mei 2010 failliet gegaan.

De verdachte heeft verklaard dat de overname van Axcess Holding B.V. in één dag geregeld moest worden en dat hem niet zoveel werd medegedeeld. De boekhouding van Axcess Holding B.V. heeft de verdachte wel een beetje bekeken, maar hij heeft deze niet meegenomen. In de boedel werd door de curator helemaal niets aan administratie aangetroffen. Hiermee heeft de verdachte aangegeven dat hij zich in het geheel niet heeft bekommerd om de administratie van de vennootschap; niet wat de administratie van de desbetreffende vennootschap betreft die de vorige eigenaren kennelijk (in enige mate) wel hadden gevoerd, maar evenmin gedurende tijd dat hij enig aandeelhouder was.

De curator heeft aan de verdachte op 6 juli 2010 per e-mail en op 30 juli 2010 per brief verzocht informatie te verschaffen en de volledige administratie van de gefailleerde op diens kantoor af te leveren. De verdachte heeft zich niet bereikbaar gehouden en evenmin zelf contact met de curator gezocht.

Het enkele niet voldoen aan de administratieve verplichtingen brengt niet zonder meer de bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde met zich. Gelet evenwel op de omstandigheden waaronder de verdachte de B.V. heeft overgenomen en de wijze waarop hij toen en nadien heeft gehandeld, is het hof van oordeel dat de verdachte, door niet te voldoen aan de op hem rustende (administratieve) verplichtingen, de aanmerkelijke kans op verkorting van de rechten van zijn schuldeisers heeft doen ontstaan en dat hij deze kans, door zijn nalaten om zowel tevoren als na het faillissement orde op zaken te stellen, ook bewust heeft aanvaard.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair:
MHAM Beheer BV in na te noemen perioden, in Nederland, terwijl genoemde besloten vennootschap bij vonnis van de rechtbank Amsterdam d.d. 8 december 2009 in staat van faillissement was verklaard, telkens ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van genoemde besloten vennootschap,

A) in de periode 8 december 2009 tot en met 12 januari 2010 een goed, te weten een auto, Landrover Discovery aan de boedel heeft onttrokken;

en

B) in de periode van 8 juli 2009 tot 8 december 2009 niet had voldaan aan de op haar rustende verplichting ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

en

in de periode 8 juli 2009 tot 8 december 2009 niet had voldaan en in de periode van 8 december 2009 tot en met 12 januari 2010 niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting ten opzichte van het bewaren van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

zulks terwijl hij, verdachte, via Stichting Aijbo Aandelenkantoor feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen;

2 primair:

MACA Beheer Groep BV op 3 oktober 2008 in Nederland, tezamen en in vereniging met een natuurlijke persoon, terwijl genoemde besloten vennootschap bij vonnis van de rechtbank Groningen d.d. 7 oktober 2008 in staat van faillissement is verklaard, ter bedriegelijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van genoemde besloten vennootschap, een geldbedrag van Euro 10.000,- aan de boedel heeft onttrokken, terwijl hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging.

3
primair:
hij in na te noemen perioden, in Nederland, als bestuurder van Axcess Holding BV, welke besloten vennootschap bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage dd. 11 mei 2010 in staat van faillissement is/was verklaard, telkens ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van genoemde besloten vennootschap,

in de periode van 26 oktober 2009 tot 11 mei 2010 niet had voldaan aan de op hem rustende verplichting ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van die besloten vennootschap;

en

in de periode 26 oktober 2009 tot 11 mei 2010 niet had voldaan en

in de periode van 11 mei 2010 tot en met 27 december 2010 niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichting ten opzichte van het bewaren van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in dat artikel 10, eerste lid van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of in dat artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van die besloten vennootschap;

en

in de periode 9 augustus 2010 tot en met 27 december 2010 niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichting tot het te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers als bedoeld in artikel 10, eerste lid van Boek 2 en/of in dat artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van die besloten vennootschap.

Hetgeen onder 1 primair, 2 primair en 3 primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

bedrieglijke bankbreuk begaan door een rechtspersoon terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging,

en

als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon niet voldaan hebben of niet voldoen aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en het bewaren van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers als bedoeld in artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van bedrieglijke bankbreuk begaan door een rechtspersoon terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon niet voldaan hebben of niet voldoen aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge de in artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden, met aftrek van voorarrest als bedoeld in artikel 27 en 27a van het Wetboek van Strafrecht. Voorts heeft de rechtbank beslist tot ontzetting uit het beroep van statutair directeur bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van twee jaren en tot openbaarmaking van het vonnis na het onherroepelijk worden daarvan, met vermelding van de personalia van verdachte door publicatie ervan op op www.rechtspraak.nl.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Ten aanzien van de ontzetting van de uitoefening van het beroep van statutair directeur van een rechtspersoon en de openbaarmaking van het arrest heeft de advocaat-generaal overeenkomstig de beslissingen van de rechtbank gevorderd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan faillissementsfraude bij drie faillissementen. Een waardevolle auto en een geldbedrag zijn onttrokken aan de boedel. Voorts heeft de verdachte zijn administratieve verplichtingen verzaakt en aldus kwam er voor de curatoren onvoldoende zicht op de boedel om de belangen van crediteuren te behartigen.

Mede gezien een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 4 november 2015, kan de verdachte worden aangemerkt als beroepsfraudeur, voor wie (ook) het faillissement een doelbewust instrument is om zich op onrechtmatige wijze te verrijken ten koste van anderen. Het hof rekent dit de verdachte ernstig aan.

In beginsel acht het hof slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende sanctie. Hetgeen evenwel namens de verdachte ten aanzien van zijn gezondheidstoestand naar voren is gebracht, is dermate zorgelijk dat reeds op voorhand bij de detentiegeschiktheid vraagtekens moeten worden gesteld. Voorts is er sprake van een overschrijding van de redelijke termijn en is de verdachte in 2013 in België tot (onder meer) veertig maanden gevangenisstraf en een geldboete van € 11.000 veroordeeld. Het hof acht het derhalve thans aangewezen de op te leggen straf in geheel voorwaardelijke vorm op te leggen.

Om de maatschappij te beschermen zal het hof daarbij een proeftijd van drie jaar vaststellen en als bijzondere voorwaarde opnemen dat de verdachte gedurende de proeftijd niet het beroep van statutair directeur van een rechtspersoon mag uitoefenen.

Openbaarmaking arrest

Het hof zal tevens als bijkomende straf de openbaarmaking van dit arrest gelasten. Hierbij weegt, gelet op aard en ernst van de bewezen strafbare feiten en de kennelijke gewoonte van de verdachte dergelijke misdrijven te plegen, zoals hiervoor is weergegeven, mee dat de maatschappij tegen de verdachte moet worden beschermd. De openbaarmaking zal dienen te geschieden door middel van ongeanonimiseerde publicatie van dit arrest op www.rechtspraak.nl. Aangezien hiermee geen op de verdachte te verhalen kosten gemoeid zijn, zal het hof de kosten van openbaarmaking op nihil schatten en kan dientengevolge artikel 36, derde lid, in samenhang met artikel 24c van het Wetboek van Strafrecht buiten beschouwing blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36, 47, 51, 57, 341 en 343 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren niet het beroep uitoefent van statutair directeur van een rechtspersoon.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat deze uitspraak niet geanonimiseerd openbaar wordt gemaakt op en via de website www.rechtspraak.nl en schat de kosten daarvan op nihil.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.J.M.W. Paridaens, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. van der Voort, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 december 2015.

mr. J.W.H.G. Loyson is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[....]