Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5293

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-11-2015
Datum publicatie
12-08-2019
Zaaknummer
23-002117-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

veroordeling wegens inbraak en poging inbraak in kelderboxen.

veroordeling wegens vernieling, verwerping verweer ontbreken materiële wederrechtelijkheid.

vrijspraak bedreiging. Op grond van artikel 6 lid 3 sub d EVRM heeft de verdediging aanspraak op een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om een getuige in enig stadium van het geding te (doen) ondervragen. Beslissende getuigen niet kunnen horen, geen sprake geweest van compensatie.

Geen straf of maatregel (9a Sr). In hoger beroep is de behandeling van de zaak op 4 oktober 2016 aangehouden, met de bedoeling deze op 22 november 2016 gelijktijdig te behandelen met een zaak waarvoor aan de verdachte in eerste aanleg een ISD-maatregel was opgelegd. Door een fout bij het plannen van de beide zaken zijn deze uiteindelijk niet gelijktijdig behandeld. Inmiddels is in de andere strafzaak de opgelegde ISD-maatregel onherroepelijk geworden. Het hof acht aannemelijk dat in de voorliggende zaak geen straf of maatregel zou zijn opgelegd, indien deze gelijktijdig met de andere strafzaak zou zijn behandeld. Om te voorkomen dat de verdachte nadeel ondervindt van de – niet aan hem te wijten - ongelukkige samenloop van omstandigheden, acht het hof het in deze zaak raadzaam aan de verdachte geen straf of maatregel op te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-002117-14

Datum uitspraak: 3 november 2015

VERSTEK (niet-gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 mei 2014 in de strafzaak onder parketnummer 15-740245-13 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,

adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 3 november 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Nu door of namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend, mondeling geen bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. W.M.C. Tilleman en mr. P.C. Römer, in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. van der Voort, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 november 2015.