Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5283

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-12-2015
Datum publicatie
31-12-2015
Zaaknummer
200.158.533/02 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging termijn onmiddellijke voorziening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2016/9
AR 2016/5
JONDR 2016/166
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.158.533/02 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 17 december 2015

inzake

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HENNTECH B.V.,

gevestigd te Maasbommel,

VERZOEKSTERS,

advocaat: mr. T.J. Teggelaar, kantoorhoudende te Nijmegen,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WIKKELBOK B.V.,

gevestigd te Cuijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOKAMO B.V.,

gevestigd te Cuijk,

VERWEERSTERS,

advocaat: mr. Ph. W. Schreurs, kantoorhoudende te Eindhoven,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GICA-TECH B.V.,

gevestigd te Numansdorp,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

OCA NIJMEGEN B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WIJTEC B.V.,

gevestigd te Berkel-Enschot,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEAL CABLEWORKS B.V.,

gevestigd te Oploo,

5. [B],

wonende te [....] ,

6. [C],

wonende te [....] ,

7. [D],

wonende te [....] ,

8. [E],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

niet verschenen.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:

  • -

    verzoekster 1 met [A] ;

  • -

    verzoekster 2 met Henntech;

  • -

    verzoekster 1 en 2 tezamen (ook) met [A] c.s.;

  • -

    verweerster 1 met Wikkelbok;

  • -

    verweerster 2 met Hokamo;

  • -

    verweerster 1 en 2 tezamen (ook) met Wikkelbok c.s.;

  • -

    belanghebbende 1 met Gica-Tech;

  • -

    belanghebbende 2 met OCA;

  • -

    belanghebbende 3 met Wijtec;

  • -

    belanghebbende 4 met Leal;

  • -

    belanghebbende 5 met [B] ;

  • -

    belanghebbende 6 met [C] ;

  • -

    belanghebbende 7 met [D] ;

  • -

    belanghebbende 8 met [E] .

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen van de Ondernemingskamer van 10 februari 2014, 13 februari 2014, 28 april 2014, 27 mei 2014, 27 augustus 2014, 4 september 2014 in de zaak met zaaknummer 200.136.587/01 OK, 27 januari 2015 in de zaak met zaaknummer 200.136.587/02 OK en van 17 maart 2015 in de zaak met zaaknummer 200.158.533/01 OK .

1.3

Bij de beschikkingen van 10 februari 2014 en 13 februari 2014 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Wikkelbok c.s. over de periode vanaf 1 april 2007 en mr. G.J.J.A. van Zeijl (verder: Van Zeijl) tot onderzoeker benoemd en, bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding mr. O.J.H.M. van Eijndhoven (hierna: Van Eijndhoven) als commissaris van Wikkelbok c.s. aangewezen.

1.4

Bij de beschikking van 27 augustus 2014 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het op die dag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde verslag van voormeld onderzoek aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden.

1.5

[A] c.s. hebben bij op 27 oktober 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties, de Ondernemingskamer verzocht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, zakelijk weergegeven

Primair:

1. een nader onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Wikkelbok en Hokamo, in het bijzonder met betrekking tot de zakelijkheid van de transacties tussen enerzijds Hokamo en anderzijds Cabsol en NEDKAB B.V.;

Subsidiair:

2. vast te stellen dat sprake is van wanbeleid bij Wikkelbok en Hokamo;

3. vast te stellen dat Gica-Tech, OCA, Wijtec, [B] , [C] en [D] verantwoordelijk zijn voor dit wanbeleid;

4. een of meer van de volgende voorzieningen te treffen, dan wel zulke voorlopige voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer in verband met de toestand van Wikkelbok c.q. Hokamo in goede justitie geraden acht:

Primair:

a. [C] te ontslaan als statutair bestuurder van Wikkelbok en OCA te ontslaan als statutair bestuurder van Hokamo, alsmede te verbieden dat [C] , OCA en/of een andere aan [C] gelieerde (rechts)persoon binnen vijf jaar na voornoemde ontslagen wordt benoemd als statutair bestuurder van Wikkelbok of Hokamo;

b. een onafhankelijke bestuurder bij Wikkelbok en Hokamo, te benoemen met wie [B] respectievelijk Gica-Tech slechts gezamenlijk bevoegd is om Wikkelbok en Hokamo te vertegenwoordigen;

Subsidiair:

c. een onafhankelijke bestuurder bij Wikkelbok en Hokamo te benoemen, welke bestuurder een doorslaggevende stem zal hebben in het bestuur van Wikkelbok en Hokamo alsmede te bepalen dat [B] en [C] respectievelijk Gica-Tech en OCA niet bevoegd zijn Wikkelbok en Hokamo te vertegenwoordigen anders dan ten minste tezamen met die onafhankelijke bestuurder;

5. alles met veroordeling van Wikkelbok c.s. in de kosten van het geding.

1.6

Bij op 18 februari 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties hebben Wikkelbok c.s. de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van [A] c.s. af te wijzen, met veroordeling van [A] c.s. in de kosten van het geding.

1.7

Bij op 26 februari 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen aanvullend verzoekschrift hebben [A] c.s. de Ondernemingskamer tevens verzocht om “alle dechargebesluiten van de algemene vergadering van Wikkelbok vanaf 2006 te vernietigen.”

1.8

Bij op 6 maart 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen aanvullend verweerschrift hebben Wikkelbok c.s. de Ondernemingskamer (wederom) verzocht het verzoek van [A] c.s. af te wijzen, met veroordeling van [A] c.s. in de kosten van het geding.

1.9

Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 12 maart 2015. Ter terechtzitting hebben partijen een minnelijke regeling getroffen die er toe strekt dat [A] en Henntech hun aandelen in Wikkelbok tegen een door een deskundige te bepalen prijs verkopen aan de overige aandeelhouders van Wikkelbok en/of aan Wikkelbok, een en ander op de voorwaarden zoals vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting. Als onderdeel van deze minnelijke regeling hebben partijen gemeenschappelijk de Ondernemingskamer verzocht om een tot 1 januari 2016 durende onmiddellijke voorziening te treffen alsmede een bindend adviseur aan te wijzen, die bij wijze van bindend advies de koopprijs van de door [A] en Henntech gehouden aandelen in het geplaatste aandelenkapitaal van Wikkelbok zal vaststellen, een en ander zoals is vastgelegd in het proces-verbaal van de voormelde terechtzitting.

1.10

Bij brief van 17 maart 2015 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer (de advocaten van) partijen bericht dat de Ondernemingskamer J.W. Schallenberg RA te Bilthoven aanwijst als bindend adviseur, zoals bedoeld in het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 maart 2015. Verder heeft de Ondernemingskamer bij beschikking van 17 maart 2015 bij wijze van tot 1 januari 2016 durende onmiddellijke voorziening – voor zover nodig in afwijking van de statuten – ir. A. van der Walle te Blaricum (hierna: Van der Walle) benoemd tot bestuurder van Wikkelbok c.s., bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is om Wikkelbok c.s. te vertegenwoordigen en dat deze bestuurder met uitsluiting van de andere bestuurder(s) en de algemene vergadering van aandeelhouders van Wikkelbok c.s. zelfstandig bevoegd is ter zake van beslissingen die betrekking hebben op (i) het inkoopbeleid van Wikkelbok c.s. en (ii) het ontslag van bestuurders van Wikkelbok c.s., bepaald dat het salaris en de kosten van deze bestuurder ten laste komen Wikkelbok c.s. en dat Wikkelbok c.s. voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder voor aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dienen te stellen, bepaald dat [B] behalve voor de beslissingen ter zake van het inkoopbeleid en het ontslag van het bestuur van Wikkelbok c.s., zelfstandig bevoegd is om Wikkelbok c.s. te vertegenwoordigen, en bepaald – voor zover nodig in afwijking van de statuten – dat [C] niet zelfstandig, maar slechts gezamenlijk met [B] of met de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder bevoegd is om Wikkelbok c.s. te vertegenwoordigen.

1.11

[A] c.s. hebben bij op 27 oktober 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties, de Ondernemingskamer verzocht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, zakelijk weergegeven

1) de termijn van de benoeming van Van der Walle te verlengen;

2) een andere deskundige te benoemen als bedoeld in het proces-verbaal onder 2 van de zitting van 12 maart 2015;

3) [D] en Wijtec te gebieden om op eerste verzoek van deze bindend adviseur alle informatie aan hem te verschaffen, binnen 30 dagen – althans een door de Ondernemingskamer in goede justitie te bepalen termijn – op straffe van een dwangsom;

4) met veroordeling van Wikkelbok in de kosten van het geding.

1.12

Bij brief van 11 december 2015, met kopie aan Van der Walle en Van Eijndhoven, heeft de secretaris van de Ondernemingskamer (de advocaten van) partijen op de hoogte gesteld van de inhoud van het verzoek bedoeld onder 1.11 en hen onder andere bericht:

U wordt hierbij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van mr. Teggelaar dat - naar de Ondernemingskamer begrijpt - neerkomt op verlenging van de duur van de in bovenvermelde zaak getroffen onmiddellijke voorziening zoals vastgelegd in punt 11a en 11b van het proces-verbaal van de zitting van 12 maart 2015 en de beschikking van de Ondernemingskamer van 17 maart 2015 en daarbij uit te gaan van een - vooralsnog - door de Ondernemingskamer te bepalen termijn van verlenging van zes (6) maanden, oftewel tot 1 juli 2016.

Indien u niet uiterlijk op dinsdag 15 december 2015 voor 12.00 uur schriftelijk en gemotiveerd uw eventuele bezwaren tegen voormeld verzoek kenbaar heeft gemaakt, zal de Ondernemingskamer verstaan dat uwerzijds geen bezwaren bestaan tegen verlenging van de getroffen onmiddellijke voorziening tot 1 juli 2016.

De overige verzoeken van mr. Teggelaar die zijn opgenomen in het verzoekschrift zullen ter terechtzitting op een nader te bepalen datum worden behandeld. U ontvangt hiervoor nog een separate oproepingsbrief. In deze brief zal onder andere een termijn voor indiening van een verweerschrift worden opgenomen.”

1.13

Bij brief van 14 december 2015 van mr. Schreurs hebben Wikkelbok c.s. de Ondernemingskamer onder andere bericht dat zij geen bezwaar hebben tegen de verlenging van de benoeming van Van der Walle, zoals verzocht door mr. Teggelaar, tot 1 juli 2016.

1.14

Op 15 december 2015 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer van Van der Walle vernomen dat hij geen bezwaar heeft tegen bedoelde verlenging van de bij de beschikking van 17 maart 2015 getroffen onmiddellijke voorziening met zes maanden.

1.15

Van de zijde van de andere partijen heeft de Ondernemingskamer niet vernomen.

2 Gronden van de beslissing

2.1

Nu partijen tegen bedoelde verlenging van de bij de beschikking van 17 maart 2015 getroffen onmiddellijke voorziening met zes maanden geen bezwaren hebben, althans deze niet kenbaar hebben gemaakt, zal de Ondernemingskamer de geldingsduur van de bij de beschikking van 17 maart 2015 getroffen voorziening met ingang van 1 januari 2016 verlengen met een periode van zes maanden.

2.2

De (verdere) behandeling van het verzoek van [A] c.s. bedoeld onder 1.11 sub 2-4 zal plaatsvinden ter een nader te bepalen en door de secretaris van de Ondernemingskamer aan partijen mee te delen openbare terechtzitting.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verlengt met ingang van 1 januari 2016 de geldingsduur van de bij de beschikking van 17 maart 2015 getroffen onmiddellijke voorziening met een periode van zes maanden;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de (verdere) behandeling van het verzoek van [A] en Henntech B.V. bedoeld onder 1.11 sub 2-4 zal plaatsvinden ter een nader te bepalen en door de secretaris van de Ondernemingskamer aan partijen mee te delen openbare terechtzitting.

De beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, H. de Munnik en drs. P.G. Boumeester, raden, en mr. M.A. Sterk, griffier, en in het openbaar uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 17 december 2015.