Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5258

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-12-2015
Datum publicatie
18-12-2015
Zaaknummer
200.168.411/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Bevoegdheid kantonrechter in bouwzaak. Beroep op arbitraal beding in UAV 2012 verworpen omdat deze voorwaarden tussen opdrachtgever en aannemer niet zijn overeengekomen. Verwijzing in tekeningen van architect daarvoor onvoldoende. Eventuele toepasselijkheid AVA 1992 niet relevant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
M.B.M. Loos annotatie in TBR 2016/174
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.168.411/01

zaak-/rolnummer rechtbank (Noord-Holland) : 3420761 / CV EXPL 14-10355

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 15 december 2015

(bij vervroeging)

inzake

1 [appellante sub 1] ,

2. [appellant sub 2],

beiden wonend te [woonplaats] ,

appellanten,

advocaat: mr. J.R.L. van Gasteren te Leusden,

tegen

BOUWBEDRIJF [X] B.V.,

gevestigd te Haarlem,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.N. Mense te Haarlem.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna respectievelijk [appellanten] en [X] genoemd.

[appellanten] zijn bij dagvaarding van 10 april 2015 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 14 januari 2015, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen, voor zover van belang, [X] als verweerster in het incident en [appellanten] als eisers in het incident. Bij vonnis van 11 maart 2015 heeft de kantonrechter bepaald dat partijen in hoger beroep kunnen komen van het vonnis van 14 januari 2015.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven;

- memorie van antwoord.

[appellanten] hebben geconcludeerd, kort gezegd, dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en [X] alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [X] in de kosten van de procedure.

[X] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellanten] in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover indien deze kosten niet binnen veertien dagen na datum van het arrest, subsidiair binnen twee dagen na betekening zijn voldaan.

Ten slotte is arrest gevraagd.

2 Feiten

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder het kopje “De feiten”, onder 1 tot en met 18, een aantal feiten als vaststaand aangemerkt. Daarover bestaat geen geschil, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.

3 Beoordeling

3.1.

Het gaat in dit geding, voor zover van belang, om het volgende. [X] en [appellanten] hebben een overeenkomst van aanneming gesloten met betrekking tot de verbouwing van de woning van [appellanten] door [X] . [appellanten] hebben een bedrag van € 4.452,= op het door [X] gefactureerde bedrag onbetaald gelaten, stellende dat zij een korting mochten inhouden wegens overschrijding door [X] van de overeengekomen bouwtermijn. [X] heeft [appellanten] voor de kantonrechter gedagvaard en gevorderd hen te veroordelen tot betaling van het genoemde restantbedrag, te vermeerderen met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Vóór alle weren hebben [appellanten] aangevoerd dat de kantonrechter op grond van artikel 1022 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) onbevoegd is om van het geschil tussen partijen kennis te nemen, aangezien paragraaf 49 van de op de aannemingsovereenkomst toepasselijk verklaarde UAV 2012 (staat voor: Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012) bepaalt dat alle geschillen, welke ook, die naar aanleiding van de overeenkomst tussen partijen mochten ontstaan, worden beslecht door arbitrage overeenkomstig het arbitragereglement van de Raad van Arbitrage voor de Bouw. De kantonrechter heeft dit verweer in het vonnis waarvan beroep verworpen.

3.2.

Tegen deze beslissing komen [appellanten] met vier grieven op. De grieven zijn aangeduid met de letters A tot en met D. De grieven lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.

3.3.

De aannemingsovereenkomst tussen partijen is vastgelegd in de door [appellanten] voor akkoord ondertekende brief van [X] aan [appellanten] van 26 november 2012. In deze brief is, onder meer, vermeld:

Hierbij bevestigen wij u de opdracht voor het uitvoeren van de verbouwing van uw nieuwe woning (...)

Onze aanneemsom bedraagt € 96.400,= excl. B.T.W. (...).

E.e.a. volgens onze begroting d.d. 13-11-2012, het overzicht van uw architect de heer [A] d.d. 12-11-2012 en onze mail d.d. 15-11-2012.

Het werk uit te voeren conform de technische omschrijving en tekeningen van september 2012. De begroting van de aannemer wordt gebruikt voor verrekening van eventuele meer- en minderwerken. (...)

Aan de onderzijde van de brief is vermeld:

Leveringen en werkzaamheden volgens de AVA 1992”.

3.4.

Artikel 21 (‘Geschillen’) van de AVA 1992 (staat voor: Algemene voorwaarden voor aannemingen in het bouwbedrijf 1992) bepaalt:

1. Voor de beslechting van de in dit artikel bedoelde geschillen doen partijen afstand van hun recht deze aan de gewone rechter voor te leggen, behoudens ingeval van het nemen van conservatoire maatregelen en de voorzieningen om deze in stand te houden en behoudens de in het derde lid omschreven bevoegdheid.

2. Alle geschillen - daaronder begrepen die, welke slechts door een der partijen als zodanig worden beschouwd - die naar aanleiding van deze overeenkomst of van de overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel zijn, tussen opdrachtgever en aannemer mochten ontstaan, worden beslecht door arbitrage overeenkomstig de regelen beschreven in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, zoals deze drie maanden voor het tot stand komen van de overeenkomst luiden.

3. In afwijking van het tweede lid kunnen geschillen, welke tot de competentie van de kantonrechter behoren, ter keuze van de meest gerede partij ter beslechting aan de bevoegde kantonrechter worden voorgelegd.

3.5.

Ter onderbouwing van hun beroep op onbevoegdheid van de kantonrechter verwijzen [appellanten] naar de “Technische omschrijving voor het verbouwen van een woonhuis voor mevr. [appellante sub 1] en dhr. [appellant sub 2] aan het [adres] ” (hierna te noemen: “de Technische omschrijving”) van architect [B] , met datum september 2012. In dit document wordt onder het hoofdstuk “Algemene omschrijving” onder meer vermeld:

Op het werk zijn de UAV 2012 van toepassing

3.6.

De UAV 2012 bepaalt in § 49 (‘Beslechting van geschillen’), voor zover van belang:

1. Voor de beslechting van de in deze paragraaf bedoelde geschillen doen partijen uitdrukkelijk afstand van hun recht de tussenkomst van de gewone rechter in te roepen.

2. Alle geschillen, welke ook – daaronder begrepen die, welke slechts door één der partijen als zodanig worden beschouwd – die naar aanleiding van de overeenkomst of van overeenkomsten, die daarvan een uitvloeisel mochten zijn, tussen opdrachtgever en aannemer mochten ontstaan, worden beslecht door arbitrage overeenkomstig het arbitragereglement van de Raad van Arbitrage voor de Bouw, zoals dit drie maanden voor de dag van aanbesteding luidt.

3. De aannemer, die een geschil betreffende de eindafrekening aan de in het tweede lid genoemde Raad ter beslechting voorlegt, nadat de opdrachtgever zijn definitieve beslissing omtrent de eindafrekening schriftelijk ter kennis van de aannemer heeft gebracht, is niet ontvankelijk in hetgeen hij meer of anders vordert dan die eindafrekening inhoudt, indien hij het geschil aanhangig maakt later dan zes maanden nadat de opdrachtgever bij aangetekende brief de aandacht van de aannemer op deze termijn heeft gevestigd, tenzij de vordering voortvloeit uit een omstandigheid, welke eerst na het verloop van die termijn is gebleken. (...)

3.7.

Volgens [appellanten] zijn om de volgende redenen de UAV 2012 op de aannemingsovereenkomst van toepassing en had [X] haar vordering bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw aanhangig moeten maken. Daarbij merken zij overigens op dat, indien [X] dit alsnog zou doen, zij in haar vordering niet-ontvankelijk zou worden verklaard op de grond dat de vordering niet binnen de in § 49 lid 3 van de UAV 2012 genoemde termijn van zes maanden is ingesteld. [appellanten] stellen dat zij architect [A] in de arm hebben genomen om een panklare technische omschrijving aan te leveren voor de uiteindelijke aannemer. Dit heeft [A] gedaan middels zijn hiervoor onder 3.5 genoemde Technische omschrijving van september 2012. De Technische omschrijving is door [A] opgesteld, maar dit heeft hij enkel en alleen gedaan voor [appellanten] met het oog op de aan de aannemer te verstrekken opdracht. Het is dus een document dat enkel en alleen heeft te gelden tussen [appellanten] en de aannemer. Blijkens het document is het de uitdrukkelijk de wens van [appellanten] dat de contractuele relatie met [X] , indien [appellanten] hem de opdracht zouden gunnen, zou worden beheerst door de UAV 2012. [X] heeft vervolgens in de opdrachtbevestiging van 26 november 2012 aangegeven het werk uit te voeren “conform de technische omschrijving en tekeningen van september 2012”. [appellanten] hebben dit niet anders kunnen en mogen opvatten dan dat [X] ook akkoord is gegaan met toepasselijkheid van de UAV 2012, aldus steeds [appellanten]

3.8.

Het hof volgt [appellanten] niet in hun verweer dat de kantonrechter zich onbevoegd had moeten verklaren. De mededeling in de Technische omschrijving van architect [A] dat op het werk de UAV 2012 van toepassing zijn, is niet voldoende om tot toepasselijkheid van die algemene voorwaarden op de tussen [X] en [appellanten] gesloten aannemingsovereenkomst te concluderen. [X] moet met de toepasselijkheid van de UAV 2012 op de overeenkomst van partijen hebben ingestemd. Daarvan is in onvoldoende mate gebleken. [appellanten] wijzen op de opdrachtbevestiging waarin [X] vermeldt dat het werk zal worden uitgevoerd conform de technische omschrijving en tekeningen van september 2012. Die mededeling ziet echter met zoveel woorden op de wijze van uitvoering van het werk, voor welk doel de Technische omschrijving blijkens haar inhoud ook uitdrukkelijk lijkt te zijn bedoeld. Dat de mededeling onvoldoende is om instemming van [X] met toepasselijkheid van de UAV 2012 af te leiden, wordt onderstreept doordat in de opdrachtbevestiging, die door [appellanten] is ondertekend, expliciet wordt verwezen naar de AVA 1992. Hieraan doet niet af dat in de tekst van de opdrachtbevestiging niet is verwezen naar de AVA 1992, maar dat de desbetreffende expliciete vermelding is opgenomen onderaan de opdrachtbevestiging in weliswaar kleine, maar goed leesbare letters.

3.9.

[appellanten] voeren met betrekking tot de verwijzing in de opdrachtbevestiging naar de AVA 1992 aan dat aan deze verwijzing op grond van artikel 6:225 lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) geen werking toekomt, omdat daarbij niet tevens de toepasselijkheid van de UAV 2012 van de hand is gewezen. [appellanten] veronderstellen met dit betoog echter ten onrechte dat de Technische omschrijving van architect [A] in de relatie tussen [X] en [appellanten] als een aanbod in de zin van de wet kan worden gekwalificeerd. Uit dit stuk zelf kan dit niet worden afgeleid en ook overigens hebben zij daarvoor onvoldoende aangevoerd.

3.10.

Ten slotte hebben [appellanten] zich beroepen op vernietiging van “enig beding uit de algemene voorwaarden waarop [X] zich mocht beroepen”, waaronder zij, naar het hof begrijpt, de AVA 1992 bedoelen, zulks op grond van artikel 6:233 sub b BW juncto artikel 6:234 lid 1 sub a BW omdat [X] deze algemene voorwaarden nooit aan hen ter hand hebben gesteld. Dit beroep op vernietiging is niet ter zake dienend, omdat slechts ter beoordeling voorligt of de kantonrechter zich onbevoegd had moeten verklaren op grond van de UAV 2012, zoals [appellanten] hebben betoogd, en vernietiging van de AVA 1992 op zichzelf niet tot onbevoegdheid van de kantonrechter leidt. De kantonrechter kon zijn bevoegdheid baseren op de wet. Dat artikel 21 lid 3 van de AVA 1992 de kantonrechter in het onderhavige geval eveneens tot bevoegde rechter zou maken, doet hieraan niet af.

3.11.

Het hof is van oordeel dat het voor de beoordeling van de bevoegdheid van de kantonrechter niet nodig is te onderzoeken of partijen eventueel de Consumentenvoorwaarden Verbouwingen (COVO 2010) zijn overeengekomen. [appellanten] hebben niet aangevoerd dat in deze voorwaarden, die volgens [X] na het sluiten van de aannemingsovereenkomst door partijen van toepassing zijn verklaard, een arbitraal beding is opgenomen en het hof zal die vraag dan ook verder onbesproken laten.

3.12.

[appellanten] hebben slechts in algemene zin bewijs aangeboden van hun stellingen. Omdat dit bewijsaanbod niet is toegespitst op voldoende geconcretiseerde stellingen, passeert het hof dit bewijsaanbod.

3.13.

Het voorgaande leidt tot de volgende slotsom. De grieven falen. Het vonnis van de kantonrechter zal worden bekrachtigd. [appellanten] dienen te worden verwezen in de kosten van het hoger beroep.

3.14.

De zaak zal ter verdere behandeling en beslissing naar de kantonrechter worden verwezen.

4 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

verwijst de zaak naar de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, ter verdere behandeling en beslissing;

veroordeelt [appellanten] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [X] begroot op € 711,- aan verschotten en € 632,- voor salaris advocaat en op € 131,- voor nasalaris van de advocaat, te vermeerderen met € 68,- voor nasalaris en met de kosten van het betekeningsexploot ingeval niet binnen veertien dagen is voldaan aan de zojuist genoemde kostenveroordeling en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na heden, respectievelijk twee dagen na betekening van dit arrest;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, J.E. Molenaar en C. Uriot en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 15 december 2015.