Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5137

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-12-2015
Datum publicatie
11-12-2015
Zaaknummer
23-000940-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geldigheid dagvaarding. 588a Sv en 588 lid 1, aanhef en onder b, sub 2 Sv. Niet ontvankelijk 416 lid 2 Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000940-15

datum uitspraak: 26 november 2015

VERSTEK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 februari 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13/270295-14 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Italië) op [geboortedag] 1966,

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 26 november 2015.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

De dagvaarding in hoger beroep is op 21 september 2015 ter griffie van de rechtbank Amsterdam betekend, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Voorts is een afschrift van de dagvaarding op de voet van artikel 588a Wetboek van Strafvordering (Sv) gestuurd naar het adres [adres] te Amsterdam, kennelijk omdat dit adres staat vermeld in de zogeheten ID-staat SKDB van 23 november 2015 als “laatst opgegeven woon- of verblijfplaats”. Nu onduidelijk is tot welke bron dit adres is te herleiden, de verdachte sinds 30 mei 2013 niet op enig adres staat ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie onderscheidenlijk de Basisregistratie Personen en hij in het kader van de onderhavige strafzaak geen adres heeft opgegeven, beschouwt het hof de [adres] niet als een feitelijk adres van de verdachte waaraan de dagvaarding in hoger beroep overeenkomstig artikel 588, eerste lid, aanhef en onder b, sub 2 Sv, had moeten worden betekend. Dit alles brengt mee dat de dagvaarding in hoger beroep op geldige wijze is betekend.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Nu door of namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend, mondeling geen bezwaren tegen het vonnis zijn opgegeven en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. J.J.I. de Jong en mr. R.A.F. Gerding, in tegenwoordigheid van mr. N. Vonk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 november 2015.