Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:5071

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-12-2015
Datum publicatie
16-12-2015
Zaaknummer
200.100.680/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK. Uitkoop. Incidentele vordering. Partijen hebben afspraken gemaakt over de inrichting van het deskundigenonderzoek, hetgeen hen vrij stond. Deze afspraken zijn niet onverenigbaar met de artikelen 19 Rv en 6 EVRM. Het procedureplan van de deskundige strookt met deze afspraken. Partijen zijn in de gelegenheid zich uit te laten over het voornemen van de Ondernemingskamer om de peildatum te stellen op de datum van het tussenarrest.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 92a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JONDR 2013/1009
ARO 2016/21
AR 2015/2408
RO 2016/15
AR 2016/404
AR 2016/729
JONDR 2016/156
JOR 2016/33 met annotatie van mr. M.W. Josephus Jitta
OR-Updates.nl 2016-0006
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrest

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.100.680/01 OK

arrest van de Ondernemingskamer van 1 december 2015

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMS ACQUISITION B.V.,

gevestigd te Utrecht,

EISERES IN DE HOOFDZAAK, VERWEERSTER IN HET INCIDENT,

advocaat: mr. M. van Hooijdonk, kantoorhoudend te Amsterdam,

t e g e n

1 de vennootschap naar het recht van de Bondsrepubliek Duitsland

HEIDELBERGER BETEILIGUNGSHOLDING A.G.,

gevestigd te Heidelberg (Bondsrepubliek Duitsland),

GEDAAGDE IN DE HOOFDZAAK, EISERES IN HET INCIDENT,

advocaat: mr. M.C.J. de Schepper, kantoorhoudend te Eindhoven,

2. DE OVERIGE, NIET BIJ NAAM BEKENDE, HOUDERS VAN AANDELEN AAN TOONDER IN HET GEPLAATSTE KAPITAAL VAN DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP TELEPLAN INTERNATIONAL N.V., GEVESTIGD TE AMSTERDAM,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,

GEDAAGDEN IN DE HOOFDZAAK,

niet verschenen.

1 Het verloop van het geding

1.1

Eiseres in de hoofdzaak tevens verweerster in het incident wordt hierna aangeduid als AMS. Gedaagde in de hoofdzaak sub 1 tevens eiseres in het incident wordt hierna Heidelberger genoemd.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de tussenarresten van 19 maart 2013, 17 juni 2014, 24 februari 2015 en 3 maart 2015 in deze zaak.

1.3

Bij het arrest van 19 maart 2013 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - geoordeeld dat de vordering van AMS, strekkende tot uitkoop van de overige aandeelhouders in Teleplan International N.V. (hierna: Teleplan) in beginsel kan worden toegewezen en dat het geschil nog enkel ziet op de vaststelling van de prijs voor de over te dragen aandelen. In dat kader heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen door drs. P. Hoiting RA RV (hierna: Hoiting) naar de waarde van de over te dragen aandelen in het geplaatste kapitaal van Teleplan.

1.4

In het arrest van 24 februari 2015 heeft de Ondernemingskamer geoordeeld dat het rapport van Hoiting van 26 augustus 2013 niet kan dienen als grondslag voor haar oordeel met betrekking tot de prijs aangezien bij de totstandkoming daarvan tekort is gedaan aan het stelsel van hoor en wederhoor. De Ondernemingskamer heeft in datzelfde arrest een nieuw onderzoek bevolen naar de waarde van de over te dragen aandelen in Teleplan. Bij arrest van 3 maart 2015 heeft de Ondernemingskamer drs. M.A. Nagelhout (hierna: de deskundige) benoemd teneinde dat onderzoek te verrichten.

1.5

Heidelberger heeft op de rol van 13 juli 2015 een “incidentele conclusie tot garanderen correcte toepassing hoor en wederhoor door benoemde deskundige n.a.v. voorliggende procedureplan van deze deskundige” ingediend. AMS heeft op 25 augustus 2015 voor antwoord in incident geconcludeerd.

2 Nadere feiten

2.2

Bij brief van 3 juni 2015 heeft de deskundige aan de advocaten van partijen geschreven dat hij heeft moeten “constateren dat er geen volledige overeenstemming tussen Partijen is over de te volgen procedure”. In deze brief heeft de deskundige voorts “onder afweging van de (…) standpunten van partijen in de gevoerde correspondentie” de te volgen procedure, onder verval van eerdere procedurevoorstellen, als volgt vastgesteld (hierna ook het procedureplan te noemen):

1. De deskundige dient te kunnen beschikken over alle voor de waardebepaling relevante stukken.

2. Het door de deskundige uit te brengen deskundigenbericht moet voor partijen verifieerbaar zijn. Het moet begrijpelijk zijn waar de conclusies op zijn gebaseerd. Dit houdt onder meer in dat ook indien documenten niet aan de wederpartij worden verstrekt, gegevens uit deze documenten (zoals tabellen, cijfers op hoofdlijnen, verbale weergave et cetera) kunnen worden opgenomen in het deskundigenbericht.

3. Deze werkwijze heeft de volgende consequenties:

a) Partijen dienen alle door deskundige gevraagde (en ook overige relevante) gegevens aan de deskundige ter beschikking te stellen;

b) Partijen dienen gewichtige redenen aan te dragen en te onderbouwen waarom informatie door haar als vertrouwelijk wordt aangemerkt en als gevolg daarvan niet met de wederpartij gedeeld zou mogen worden.

c) Deskundige is, na bestudering van de ontvangen informatie, leidend in de bepaling welke stukken als wel of niet vertrouwelijk moeten worden bestempeld. AMS/Teleplan krijgt niet de garantie dat door haar als vertrouwelijk aangemerkte stukken ook als zodanig door de deskundige worden aangemerkt en Heidelberger krijgt niet de garantie dat zij inzage krijgt in alle door de deskundige gebruikte stukken (en vice versa indien van toepassing)..

4. Als uitgangspunt geldt, dat het verstrekken aan de wederpartij van informatie die als niet-vertrouwelijk wordt bestempeld, wordt gedaan door de partij die de informatie dient te verstrekken. Indien hieraan niet wordt voldaan door de partij die de informatie dient te verstrekken, dan is het aan de deskundige om daaraan de gevolgen te verbinden die de deskundige geraden acht.

5. Informatie die AMS/Teleplan aan Heidelberger verstrekt, valt onder een door Heidelberger te ondertekenen geheimhoudingsverklaring, die voorafgaand aan het verstrekken van informatie door AMS/Teleplan aan Heidelberger zal worden verstrekt en door Heidelberger zal worden ondertekend. Deze geheimhoudingsverklaring luidt als volgt:

Heidelberger Beteiligungsholding AG, gevestigd te Heidelberg, Duitsland, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door {x} verklaart hierbij dat zij de informatie die zij van AMS danwel Teleplan ontvangt in het kader van de uitkoopprocedure en de waardering van de aandelen Teleplan vertrouwelijk zal behandelen, dat zij deze informatie uitsluitend zal gebruiken ten behoeve van deze procedure en niet voor commerciële doeleinden en dat zij over deze informatie geen mededelingen, in welke vorm dan ook, doet aan derden, behoudens aan haar advocaten waarbij zij er voor zal zorgdragen dat die dan in gelijke mate aan deze geheimhouding gebonden zullen zijn.

6. Louter ter beoordeling van de interpretatie van gegevens en ter beoordeling van het correcte gebruik van vertrouwelijke gegevens zal deskundige voorafgaand aan het toesturen aan Partijen van het concept deskundigenbericht een gedeeltelijk voorlopig concept deskundigenbericht aan AMS/Teleplan voorleggen. Dit voorlopig concept deskundigenbericht is gedeeltelijk, in die zin dat alleen de relevante stukken die voor AMS/Teleplan nodig zijn om bovenvermelde beoordelingen te kunnen uitvoeren worden toegestuurd. Dit betekent dat er geen eindconclusies, waarderingsresultaten, kostenvoetanalyses en dergelijke worden gedeeld.

7. Na het ontvangen van de schriftelijke reactie van AMS/Teleplan op het gedeeltelijk voorlopig concept deskundigenbericht zal de deskundige deze reactie beoordelen en al dan niet wijzigingen doorvoeren alvorens Partijen het (volledige) concept deskundigenbericht voor te leggen.

8. Na ontvangst van het concept deskundigenbericht worden Partijen in de gelegenheid gesteld om (in eerste instantie alleen aan de deskundige) schriftelijk commentaar te geven op het concept deskundigenbericht.

9. Voorafgaand aan het verstrekken van het definitieve deskundigenbericht zal ik AMS/Teleplan een Letter of Representation (LOR) toesturen, waarin ik haar vraag te verklaren dat alle relevante informatie aan ons ter beschikking is gesteld, dat deze informatie juist is en dat in het deskundigenbericht feiten accuraat zijn weergegeven. De tekst van de LOR is vergelijkbaar met de tekst van de in het voorgaande deskundigenonderzoek door AMS/Teleplan ondertekende LOR.

10. Na het beoordelen van het schriftelijke commentaar van Partijen, en het op basis van dit commentaar al dan niet doorvoeren van aanpassingen, zal het definitieve deskundigenbericht aan de Ondernemingskamer worden uitgebracht. Partijen ontvangen daarnaast een reactie waarin wij zullen aangeven waarom bepaalde opmerkingen van Partijen volgende op de conceptrapportage al dan niet tot wijzigingen van het conceptrapport hebben geleid. Deze reactie wordt samen met de reacties van Partijen op het conceptrapport onderdeel van het definitieve rapport. Indien de reacties van Partijen leiden tot significante aanpassingen van het rapport kan worden besloten tot het uitbrengen van een nieuw conceptrapport. De hiervoor beschreven procedure vanaf het uitbrengen van het conceptrapport wordt dan opnieuw doorlopen.

11. In zijn algemeenheid geldt dat van al hetgeen Partijen aan ons zenden, zij zoals te doen gebruikelijk, terstond ook een kopie aan de wederpartij dienen te zenden zodat alle betrokkenen steeds over gelijke informatie beschikken. Het verdient daarom de voorkeur om schriftelijk en/of (bij voorkeur zo veel als mogelijk) per e-mail te communiceren. Uitzondering hierop betreft:

a) documenten die als vertrouwelijk worden aangemerkt;

b) de reactie van AMS/Teleplan op het gedeeltelijke voorlopig concept deskundigenbericht;

c) de reactie van Partijen op het concept deskundigenbericht.

De documenten die onder de uitzondering vallen kunnen alleen met deskundige worden gedeeld, zij het dat de wederpartij op dat moment wel geïnformeerd moet worden dat er documenten met de deskundige zijn gedeeld en welke documenten dat betreffen.

Met betrekking tot 9c [de Ondernemingskamer leest: 11c] geldt dat na ontvangst van beide reacties deze over en weer door de Deskundige uitgewisseld zullen worden, zodat partijen ook kennis kunnen nemen van de reactie van de wederpartij. Indien het naar mijn mening in het kader van hoor- en wederhoor wenselijk is dat Partijen reageren op (onderdelen van) de reactie van de wederpartij, zal ik Partijen daarom verzoeken. Zoals beschreven onder punt 8 worden de reacties van Partijen op het concept deskundigenbericht ook onderdeel van het definitieve rapport.

Vervolg

(…)

Na ontvangst van de gevraagde informatie starten wij met het analyseren van de verkregen gegevens, het uitvoeren van deskresearch en het uitvoeren van de waarderingsanalyse. Wij voorzien dat er vervolgens één of meerdere besprekingen op ons kantoor in Utrecht nodig zullen zijn met AMS/Teleplan en met Heidelberger ter verkrijging van nadere toelichting over Teleplan in het algemeen en de verkregen gegevens in het bijzonder. (…)

3 De vordering in incident

3.1

Heidelberger heeft in incident gevorderd - zakelijk weergegeven - om bij (tussen)arrest:

a. een mondelinge behandeling te gelasten;

b. te verklaren voor recht dat de onderdelen 3c, 4, 6, 7, 11a en 11b van het (hierboven in 2.1 geciteerde) procedureplan van de deskundige in strijd zijn met de elementaire beginselen van hoor en wederhoor en een goede procesorde;

c. het procedureplan van de deskundige als volgt aan te passen en vast te stellen:

1. dat onderdeel 3c van het procedureplan komt te luiden:

De door een partij als vertrouwelijk bestempelde documenten of informatie zal - alvorens deze aan de deskundige zal worden verschaft - te allen tijde via de griffie van de Ondernemingskamer aan de deskundige worden aangeboden, waarbij na bestudering door de Ondernemingskamer (en niet de deskundige) zal worden bepaald of die als vertrouwelijk aangemerkte documenten of informatie daadwerkelijk wel of niet als vertrouwelijk mag worden bestempeld, waarbij de Ondernemingskamer bij het als wel vertrouwelijk bestempelen van bepaalde documenten of informatie zal bepalen:

primair

dat Heidelberger desbetreffende vertrouwelijke documenten of informatie ook mag inzien en daarop mag reageren, zulks nadat Heidelberger een gebruikelijk te hanteren geheimhoudingsovereenkomst heeft ondertekend;

subsidiair

dat Heidelberger deze vertrouwelijke documenten of informatie c.q. een deel daarvan niet mag inzien, waarbij de deskundige alsdan verplicht is in zijn conceptrapport en zijn eindrapport - onder globale vermelding van welke vertrouwelijke documenten of informatie het betreft - schriftelijk dient te rapporteren of en zo ja in hoeverre het desbetreffende vertrouwelijke document of vertrouwelijke informatie in positieve of negatieve zin van invloed is geweest op de waarde(bepaling) van de aandelen en dat de Ondernemingskamer de betreffende informatie en conclusies integraal en extra kritisch toetst in verband met de beperking van hoor en wederhoor ter zake;

2. primair

dat de onderdelen 6, 7 en 11b van het voorgestelde procedureplan integraal worden geschrapt;

subisidiair

dat de inhoud van de onderdelen 6, 7 en 11b zodanig wordt aangepast dat geen ‘gedeeltelijk voorlopig concept’ wordt opgesteld waarop uitsluitend AMS schriftelijk mag reageren en dat meteen een concept deskundigenbericht zal dienen te worden opgesteld waarbij beide partijen wordt toegestaan daarop schriftelijk te reageren en waarbij de deskundige verplicht is globaal in zijn concept rapportage en eindrapportage te vermelden welke vertrouwelijke documenten of informatie is verkregen en in hoeverre die vertrouwelijke documenten of informatie in positieve of negatieve zin van invloed zijn geweest op de waarde(bepaling) van de aandelen;

meer subsidiair

dat de Ondernemingskamer de onderdelen 4, 6, 7 en 11b van het procedureplan in goede justitie aanpast met betrekking tot vertrouwelijkheid van bepaalde documenten of informatie alsmede wie (rechter of deskundige) leidend is ter bepaling of iets als vertrouwelijk mag worden bestempeld en het procedureplan definitief aanpast, waarbij de beginselen van hoor en wederhoor en de regels van een goede procesorde voor beide partijen zo optimaal mogelijk worden gewaarborgd, één en ander zoals een redelijk en bekwaam handelend deskundige zou doen;

d. met veroordeling van AMS in de kosten van dit incident.

3.2

AMS heeft geconcludeerd Heidelberger in het incident niet-ontvankelijk te verklaren althans de vorderingen in het incident af te wijzen, met veroordeling van Heidelberger in de kosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

4 De gronden van de beslissing

4.1

De deskundige heeft in zijn brief van 3 juni 2015 de procedure vastgesteld voor de waardering van de aandelen in Teleplan. Heidelberger heeft bezwaren tegen dit procedureplan en voert aan dat het op onderdelen in strijd is met het beginsel van hoor en wederhoor. Heidelberger vordert daarom aanpassing van het procedureplan. AMS heeft hiertegen verweer gevoerd. De stellingen en verweren van partijen zal de Ondernemingskamer hierna, voor zover nodig, bespreken.

4.2

Alvorens op de bezwaren van Heidelberger op het procedureplan in te gaan, benadrukt de Ondernemingskamer dat zij veronderstelt dat de deskundige reeds bij de start van de procedure (onderdelen 1, 2 en 3a van het procedureplan) Heidelberger, op dezelfde voet als AMS, in de gelegenheid zal stellen haar standpunt met betrekking tot de waarde van de aandelen Teleplan kenbaar te maken en informatie te verstrekken.

4.3

De bezwaren van Heidelberger zien met name op (a) de bevoegdheid van de deskundige vast te stellen welke (door AMS of Teleplan verstrekte) informatie vertrouwelijk is en daarom niet aan Heidelberger wordt vertrekt (onderdelen 3c en 11a) en (b) het uitsluitend aan AMS/Teleplan voorleggen van een gedeeltelijk voorlopig concept deskundigenbericht ter beoordeling van de interpretatie van gegevens en ter beoordeling van het correcte gebruik van vertrouwelijke gegevens (onderdelen 6, 7 en 11b). Deze punten zijn volgens Heidelberger in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor en dienen aangepast dan wel geschrapt te worden.

4.4

Bij de beoordeling van deze bezwaren stelt de Ondernemingskamer voorop dat tussen AMS en Heidelberger afspraken zijn gemaakt over de inrichting van het deskundigenonderzoek. Deze afspraken zijn weergegeven in r.o. 2.5, derde gedachtestreepje en r.o. 2.6, eerste drie gedachtestreepjes van het tussenarrest van 17 juni 2014. Voor zover hier van belang houden die afspraken in:

- Aan AMS zal een voorlopig concept deskundigenbericht worden uitgebracht, ter beoordeling van de interpretatie van gegevens en ter beoordeling van het correcte gebruik van vertrouwelijke gegevens.

- Als vertrouwelijk worden bestempeld gegevens die kunnen worden herleid naar individuele leveranciers/afnemers, producten, diensten waarvan het ongestoord continueren van de bestaande relatie/situatie voor Teleplan/AMS van materieel belang is. Verder vallen hieronder interne analyses en evaluaties van resultaten en het beleid (strategie, tactiek) van AMS/ Teleplan die bij kennisname/ gebruik door concurrenten en andere betrokken partijen (bijvoorbeeld financiers) schadelijk kunnen zijn voor de positie van AMS/Teleplan.

- AMS is in de gelegenheid gesteld aan te geven welke gegevens naar haar mening vertrouwelijk zijn. Deze gegevens kunnen naar de mening van AMS niet openbaar gemaakt worden zonder schadelijk effect voor AMS/Teleplan.

- Deskundige beoordeelt of naar zijn mening deze kwalificatie terecht is. Indien dit naar zijn mening het geval is, en de gegevens wel van belang zijn voor de waardering, worden de gegevens wel door deskundige gebruikt en in de tekst toegelicht, maar worden zij niet als bijlage opgenomen. Een belangrijk criterium daarbij is verder dat het rapport ook bij het niet verstrekken van alle brongegevens begrijpelijk en verifieerbaar moet zijn (blijven) in de opbouw en de conclusies.

Zoals de Ondernemingskamer heeft overwogen in r.o. 2.12 van het tussenarrest van 24 februari 2015 wijken deze afspraken af van het wettelijk stelsel van hoor en wederhoor dat (onder meer) besloten ligt in de artikelen 19 en 198 lid 2 Rv. Zoals overwogen in r.o. 2.14 van het tussenarrest van 24 februari 2015 staat het partijen vrij dergelijke afspraken te maken.

4.5

In haar incidentele conclusie van 13 juli 2015 heeft Heidelberg niet gesteld dat zij niet langer gebonden is aan die afspraken. In het standpunt van Heidelberger dat zij een herhaling wil voorkomen van de gang van zaken die heeft geleid tot de benoeming van een nieuwe deskundige bij tussenarrest van 24 februari 2015, kan geen stelling worden gelezen tegen gebondenheid aan de desbetreffende afspraken omdat, zoals in dat arrest in rechtsoverweging 2.14 - 2.16 is overwogen, de benoeming van een nieuwe deskundige voortvloeide uit het oordeel dat de handelwijze van de oorspronkelijke deskundige niet strookte met de desbetreffende afspraken. Ook AMS heeft niet gesteld dat de afspraken niet langer gelden. Uitgangspunt is derhalve ook thans dat partijen hebben afgesproken dat AMS bepaalde gegevens als vertrouwelijk mag aanmerken, dat de deskundige beoordeelt of deze kwalificatie terecht is gegeven en zo ja, dat hij deze onder bepaalde voorwaarden voor zijn onderzoek mag gebruiken zonder dat Heidelberger daarvan kennis neemt. Tevens hebben partijen daarbij afgesproken dat de deskundige een “voorlopig concept deskundigenbericht” zal voorleggen aan AMS “ter beoordeling van de interpretatie van gegevens, en ter beoordeling van het correcte gebruik van vertrouwelijke gegevens”.

4.6

De Ondernemingskamer merkt nog op dat de afspraken tussen partijen overigens in zoverre niet onverenigbaar zijn met de artikelen 19 Rv en 6 EVRM voor zover uit die bepalingen voortvloeit dat partijen de gelegenheid moeten hebben om effectief commentaar te leveren op een deskundigenbericht dat aan een rechterlijke beslissing ten grondslag wordt gelegd, omdat om effectief commentaar te kunnen leveren op een deskundigenbericht, partijen niet steeds de beschikking behoeven te hebben over alle (onderliggende) bescheiden en andere gegevens waarop het deskundigenbericht mede is gebaseerd. Een partij die een deskundigenbericht, bij gebreke van de onderliggende gegevens of bescheiden, onvoldoende inzichtelijk of controleerbaar acht, kan daarvan desgewenst blijk geven in haar commentaar, waarna de rechter beoordeelt of het deskundigenbericht zonder schending van het beginsel van hoor en wederhoor aan de beslissing ten grondslag kan worden gelegd (zie HR 13 maart 2015, ECLI:HR:2015:599). De afspraken houden, zoals gezegd, mede in dat “het rapport ook bij het niet verstrekken van alle brongegevens begrijpelijk en verifieerbaar moet zijn (blijven) in de opbouw en de conclusies”.

4.7

De Ondernemingskamer constateert dat het door de deskundige vastgestelde procedureplan strookt met de hierboven genoemde afspraken. De hierboven onder 4.3 weergegeven bezwaren van Heidelberger zijn daarom ongegrond. Het sub a genoemde bezwaar miskent dat partijen hebben afgesproken dat de deskundige beoordeelt of AMS bepaalde gegevens terecht als vertrouwelijk kwalificeert en het sub b bedoelde bezwaar gaat ten onrechte voorbij aan de afspraak dat de deskundige een “voorlopig concept deskundigenbericht” zal voorleggen aan AMS “ter beoordeling van de interpretatie van gegevens, en ter beoordeling van het correcte gebruik van vertrouwelijke gegevens”, terwijl het vastgestelde procedureplan sub 6 binnen de kaders van die afspraak blijft.

4.8

De slotsom is dat de incidentele vordering van Heidelberger niet toewijsbaar is en dat zij in de kosten daarvan zal worden veroordeeld.

4.9

Zoals overwogen in het tussenarrest van 24 februari 2015 (r.o. 2.8), zijn in uitkoopprocedures het belang van een juiste prijsbepaling, het belang van hoor en wederhoor, het belang van het vertrouwelijk blijven van bedrijfsgevoelige gegevens van de vennootschap die het voorwerp is van de uitkoopvordering en het belang van een voortvarende behandeling moeilijk verenigbaar. Mede omdat daaruit voorvloeiende dilemma’s zich sterker voordoen naarmate de desbetreffende gegevens actueler zijn, is de Ondernemingskamer voornemens de peildatum in deze zaak vast te stellen op 19 maart 2013, de datum van het tussenarrest waarin is geoordeeld dat de vordering toewijsbaar is (vgl. OK 7 juli 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:2775 (Unit4)). Alvorens hierover een beslissing te nemen, zal de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte in de hoofdzaak, gelijktijdig in te dienen, uit te laten over het voornemen van de Ondernemingskamer de peildatum vast te stellen op 19 maart 2013.

5 De beslissing

De Ondernemingskamer:

In het incident:

wijst de incidentele vordering van Heidelberger af;

veroordeelt Heidelberger in de kosten van het incident aan de zijde van AMS begroot op € 894,00;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

In de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de terechtzitting van de Eerste Enkelvoudige Kamer voor de Behandeling van Burgerlijke Zaken (rol van de Ondernemingskamer) van 5 januari 2016 voor het nemen door partijen van de in rechtsoverweging 4.9 bedoelde aktes;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 1 december 2015.