Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4987

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-12-2015
Datum publicatie
07-01-2016
Zaaknummer
200.168.542/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; enquête; toewijzing van een verzoek tot verhoging van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2016/10
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.168.542/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 2 december 2015

inzake

1. [verzoeker 1]

(...)

23. [ verzoeker 23]

VERZOEKERS

advocaten: mr. P. Haas en mr. B. Verkerk, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,

t e g e n

1. de naamloze vennootschap

ROTTERDAMSE TAXI CENTRALE RTC N.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RTC FRANCHISE B.V.,

beide gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTERS,

advocaten: mr. J.G. Princen en mr. J.P.D. van de Klift, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,

e n t e g e n

1. [belanghebbende 1]

(...)

60. [belanghebbende 60]

BELANGHEBBENDEN

advocaten: en , beiden kantoorhoudende te Den Haag.

mr. M.E.C. Lok mr. B. Kemp

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen worden hierna verzoekers, RTC, RTC Franchise en belanghebbenden genoemd.

1.2

Bij beschikking van 11 september 2015 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van RTC en RTC Franchise over de periode vanaf 1 januari 2009 en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 50.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. Bij beschikking van 18 september 2015 heeft de Ondernemingskamer mr. P.D. Olden (hierna: de onderzoeker) aangewezen als onderzoeker.

1.3

Op 12 november 2015 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten te verhogen met € 10.000. De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over deze verhoging uit te laten. Van die gelegenheid hebben partijen geen gebruik gemaakt.

2 De gronden van de beslissing

2.1

Het verzoek van de onderzoeker maakt deel uit van een voortgangsrapportage, waarin hij verslag doet aan de Ondernemingskamer van de reeds door hem uitgevoerde werkzaamheden en een planning geeft van de nog uit te voeren werkzaamheden. Daarnaast maakt hij daarin melding van de bedragen die hij, vergezeld van een gedetailleerde urenspecificatie, bij RTC en RTC Franchise in rekening heeft gebracht. De onderzoeker geeft bovendien te kennen dat de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget gerechtvaardigd is gelet op het aantal te interviewen personen, de complexe materie en de hoeveelheid te bestuderen stukken.

2.2

De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, tegen de achtergrond van het vorenoverwogene, de kosten die hij nog verwacht te zullen moeten maken voldoende toegelicht. Het verzoek komt de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal voormeld verzoek van de onderzoeker dan ook toewijzen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 11 september 2015 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Rotterdamse Taxi Centrale RTC N.V. en RTC Franchise B.V., beide gevestigd te Rotterdam, ten hoogste mag kosten tot € 60.000, de omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Rotterdamse Taxi Centrale RTC N.V. en RTC Franchise B.V. en dat zij ten behoeve van de onderzoeker op zijn verzoek en op de door hem te bepalen wijze (aanvullende) zekerheid dienen te stellen voor de betaling van (de verhoging van) dit bedrag;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en H. de Munnik en mr. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 2 december 2015.