Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:495

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-02-2015
Datum publicatie
13-03-2015
Zaaknummer
15-840162-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beschikking in raadkamer op hoger beroep tegen afwijzing opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Ernstige bezwaren dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie die op grote schaal handelt in verdovende middelen. Mede gelet op deze verdenking sprake van een geschokte rechtsorde, in die zin dat aannemelijk is dat de vrijlating van de verdachte een zodanig publiek onbehagen teweeg zal brengen dat dit zou leiden tot maatschappelijke onrust.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15/840162-13

GERECHTSHOF AMSTERDAM,

MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[verzoeker],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

wonende te [adres],

thans verblijvende in het [HvB],

tegen de beslissing van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Schiphol van 22 januari 2015, houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Schiphol van 26 januari 2015, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. H. Külcü, kantoorgenoot van mr. M.M.H. Zuketto.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.

Het hof overweegt dat er ernstige bezwaren zijn dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie die op grote schaal handelt in verdovende middelen. Mede gelet op deze verdenking is het hof van oordeel dat er ook nu nog sprake is van een geschokte rechtsorde, in die zin dat aannemelijk is dat de vrijlating van de verdachte een zodanig publiek onbehagen teweeg zal brengen dat dit zou leiden tot maatschappelijke onrust. Voor wat betreft het gevaar op recidive wijst het hof er in het bijzonder op dat de verdachte tweemaal in het buitenland is veroordeeld tot zeer langdurige gevangenisstraffen voor het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van verdovende middelen.

Het hof is van oordeel dat vanwege deze gronden een andere maatregel dan voorlopige hechtenis niet passend zou zijn.

Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen, omdat het belang dat de verdachte heeft bij zijn invrijheidstelling, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden zoals in raadkamer geschetst, niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot zijn gevangenhouding zijn aangewezen, welke ook thans nog grond geven tot voortduring van zijn vrijheidsbeneming.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing.

WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 18 februari 2015 in raadkamer van dit hof door

mr. L.I.M. van Bergen, voorzitter,

mrs. M.J.G.B. Heutink en J.G.B. Pikkemaat, raadsheren,

in tegenwoordigheid van K.D.M. de Lange als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Amsterdam, 18 februari 2015,

de advocaat-generaal