Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4929

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-11-2015
Datum publicatie
19-02-2016
Zaaknummer
200.177.031/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 13 oktober 2015. Geen aanleiding om terug te komen van de verwijzing naar Hof 's-Hertogenbosch.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.177.031/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/461948 / HA ZA 10-1929

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 november 2015

inzake

[APPELLANT],

wonend te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. A.C.M. Verhoeven te Rotterdam,

tegen

1 [GEÏNTIMEERDE],

wonend te [woonplaats],

advocaat: mr. A.R.J. Croiset van Uchelen te Amsterdam,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

advocaat: mr. G.J.H. Houtzagers te Den Haag,

geïntimeerden.

1 Het geding in hoger beroep

Het hof heeft in deze zaak op 13 oktober 2015 een arrest uitgesproken, waarnaar het hof verwijst. Bij dit arrest is de onderhavige zaak ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Appellant heeft bij brief van 16 oktober 2015, met bijlagen, het hof verzocht het arrest van 13 oktober 2015 te herzien en de verwijzing ongedaan te maken, althans de zaak volgens de normale verwijzingsregels te verwijzen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Geïntimeerden zijn door het hof in de gelegenheid gesteld om zich over dit verzoek uit te laten.

Geïntimeerde sub 1 heeft bij brief van 9 november 2015, met bijlagen, gereageerd en geconcludeerd dat appellant niet in zijn verzoek kan worden ontvangen, althans dat dit moet worden afgewezen.

Bij faxbericht van 9 november 2015 heeft geïntimeerde sub 2 zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Vervolgens zijn van de zijde van appellant nog een brief van 10 november 2015 en een faxbericht van 11 november 2015 bij het hof binnengekomen.

In reactie daarop zijn van de zijde van geïntimeerde sub 1 een faxbericht van 10 november 2015 en een faxbericht van 13 november 2015 bij het hof binnengekomen.

Arrest is bepaald op heden.

2 Beoordeling

2.1.

Anders dan appellant betoogt, bevat het verwijzingsarrest van 13 oktober 2015 naar het oordeel van het hof geen kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Herstel op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals door appellant wordt bepleit, kan dan ook niet worden toegewezen.

2.2.

Ook overigens ziet het hof geen reden om terug te komen van de beslissing tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Hetgeen appellant heeft aangevoerd kan niet tot een andere beslissing leiden. Dit betekent dat het verzoek van appellant zal worden afgewezen.

3 Beslissing

Het hof:

wijst het verzoek van appellant af.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.C.W. Rang en C.C. Meijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 24 november 2015.