Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2015:4907

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-11-2015
Datum publicatie
02-12-2015
Zaaknummer
23-002227-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

poging diefstal uit woning in vereniging, dmv braak en inklimming ( geen medeplichtigheid zoals door raadsman betoogd)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-002227-15

datum uitspraak: 18 november 2015

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 mei 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13/669078-15 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1991,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 november 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 08 mei 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([adres]) weg te nemen geld en/of goederen geheel of ten dele toebehorend aan [slachtoffer] en/of één of meer andere(n) (aan wie voornoemde [slachtoffer] zijn woning (tijdelijk) heeft verhuurd), in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door zich naar voornoemde woning te begeven waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s) - een trap onder het raam van de eerste verdieping van voornoemde woning heeft/hebben geplaatst en/of - (vervolgens) middels voornoemde trap naar voornoemd raam van voornoemde woning is/zijn geklommen en/of - (vervolgens) met een hamer en/of een stuk ijzer, althans één of meer hard(e) en/of zwa(a)r(e) voorwerp(en) en/of één of meer scherp(e) en/of puntig(e) voorwerpen voornoemd raam heeft/hebben geforceerd en/of opengebroken en/of (vervolgens) via voornoemd raam voornoemde woning is/zijn ingeklommen;


subsidiair:
[medeverdachte] op of omstreeks 08 mei 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning ([adres]) weg te nemen geld en/of goederen geheel of ten dele toebehorend aan [slachtoffer] en/of één of meer andere(n) (aan wie voornoemde [slachtoffer] zijn woning (tijdelijk) heeft verhuurd), in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte] en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn ([medeverdachte]'s) bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door zich naar voornoemde woning te begeven waarna hij, [medeverdachte] - een trap onder het raam van de eerste verdieping van voornoemde woning heeft geplaatst en/of - (vervolgens) middels voornoemde trap naar voornoemd raam van voornoemde woning is geklommen en/of - (vervolgens) met een hamer en/of een stuk ijzer, althans één of meer hard(e) en/of zwa(a)r(e) voorwerp(en) en/of één of meer scherp(e) en/of puntig(e) voorwerpen voornoemd raam heeft geforceerd en/of opengebroken en/of (vervolgens) via voornoemd raam voornoemde woning is ingeklommen, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 8 mei 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest door het helpen op te zetten en/of plaatsen van voornoemde ladder en/of door op de uitkijk te staan.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep

Het hof heeft geconstateerd dat de verdachte bij de politie heeft verklaard niet over een woon-of postadres in Nederland te beschikken, maar wel in Roemenië, te weten het adres dat is vermeld op de zich in afschrift in het dossier bevindende Roemeense identiteitskaart.

De oproeping voor het onderzoek ter terechtzitting is op 6 oktober 2015 uitgereikt aan de griffier van de rechtbank. Ter terechtzitting is de raadsman van de verdachte in de gelegenheid gesteld opmerkingen bij deze wijze van betekening te plaatsen en daaromtrent eventueel verweer te voeren. Hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Bij deze stand van zaken ziet het hof geen aanleiding de dagvaarding in hoger beroep nietig te verklaren.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof komt tot een andere straftoemeting dan de politierechter.

Bewijsverweer

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat niet gesproken kan worden van medeplegen (het hof begrijpt: dat niet bewezen kan worden dat de verdachte het tenlastegelegde tezamen en in vereniging met een ander heeft begaan), nu het aandeel van de verdachte in de poging tot woninginbraak onvoldoende is om te kunnen spreken van een wezenlijke bijdrage, omdat de verdachte de medeverdachte slechts behulpzaam is geweest.

Het hof overweegt dat uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte en de medeverdachte samen het plan hadden opgevat geld te zoeken in de betreffende woning, dat zij beiden naar de achterzijde van de woning zijn gegaan door over een hek te klimmen en vervolgens gezamenlijk een ladder tegen de gevel hebben gezet, waarbij de medeverdachte met behulp van die ladder naar een raam op de eerste verdieping is geklommen, dit raam heeft geforceerd en de woning heeft betreden, en dat de verdachte, die tevens moest blijven opletten, de intentie had evenals de medeverdachte via de ladder de woning te betreden. Alleen aan het tijdig verschijnen van de politie is het te danken geweest dat de verdachte de woning niet is binnengegaan. Deze feiten en omstandigheden maken naar het oordeel van het hof dat sprake is van een dusdanig significante bijdrage van de verdachte aan de poging tot woninginbraak dat van nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte kan worden gesproken. Bewezen kan dan ook worden dat de verdachte het tenlastegelegde tezamen en in vereniging met een ander heeft begaan.

Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 8 mei 2015 te Amsterdam, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, [adres], weg te nemen geld, toebehorende aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen door middel van braak en inklimming, door zich naar de woning te begeven waarna hij, verdachte en/of zijn mededader

- een trap onder het raam van de eerste verdieping van voornoemde woning heeft geplaatst en

- vervolgens middels voornoemde trap naar voornoemd raam van voornoemde woning is geklommen en

- vervolgens met een hamer en/of een stuk ijzer voornoemd raam heeft geforceerd en via voornoemd raam voornoemde woning is ingeklommen.

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot gevangenisstraf van 3 maanden met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering en in voorlopige hechtenis

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met aanvulling van de gronden.

De raadsman heeft het hof verzocht de op te leggen straf te matigen gelet op het feit dat de verdachte een first offender is.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan poging tot woninginbraak. Een dergelijk strafbaar feit veroorzaakt hinder, schade en gevoelens van onveiligheid bij de slachtoffers. De verdachte heeft zich naar het zich laat aanzien enkel laten leiden door zijn eigen financieel gewin. Dit rekent het hof hem aan. Een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf doet onvoldoende recht aan de ernst van het feit.

Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 oktober 2015 blijkt dat de verdachte niet eerder strafrechtelijk onherroepelijk is veroordeeld.

Het hof heeft gelet op de straf die voor een voltooide woninginbraak pleegt te worden opgelegd en die zijn weerslag heeft gevonden in de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), te weten een gevangenisstraf van 3 maanden. In deze zaak is het bij een poging tot woninginbraak gebleven, hetgeen enigszins mitigerend werkt, maar daar staat tegenover dat het vergrijp in vereniging is begaan. Per saldo bestaat daarom geen aanleiding om van het oriëntatiepunt af te wijken. In de jeugdige leeftijd van de verdachte wordt aanleiding gezien een deel van de op te leggen straf in voorwaardelijke vorm te gieten.

Het hof acht, alles afwegende, oplegging van een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 23 (drieëntwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. J.J.I. de Jong en mr. R.A.F. Gerding, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 november 2015.

=========================================================================

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....]

[....][....][....]

[....][....][....]

[....][....][....]

[....]

[....][....][....]

[....]

[....][....]

[....][....][....][....]

[....]